ongeduld en onrust

Ik was vandaag een beetje jumpy.

Ik kan niet echt heel goed geduldig zijn. Ik had een mooi idee voor een vlog, en dat wil ik dan ook meteen uitproberen.

Ik zou beginnen met een shot dat ik lekker in het gras lig. Ik deed de gordijnen open en het had heel hard geregend. Dat geeft niks, vond ik. Lekker in het natte gras liggen was misschien juist wel leuk voor de video.

Dus ik naar buiten, in het natte gras, helemaal koud. Is de accu van de camera op.

Met natte kleren heb ik naast het stopcontact gezeten, te wachten tot ie weer een beetje was opgeladen.

Ongeduld, ongeduld, ongeduld.

Goed tweede keer lukte. En dan nog een binnenopname die ik er achter aan zou plakken.

Net als ik wil beginnen, belt mijn dochter: lekke band. (2 dochters, 3 weken, 7 lekke banden)

En toen was ik een beetje jumpy. Niet boos geweest op mijn dochter hoor, zelfs niet geïrriteerd. Ze kan er ook niks aan doen.

Filmpje eindelijk gelukt, wil ik aan de slag met ondertitels, ligt Tele2 er uit. Daar moet ik natuurlijk heel erg ZEN onder blijven.

Maar ja.

Toen was ik weer een beetje jumpy.

Ik heb dus wel gemerkt dat ik een beetje onrust in mijn lijf heb.

Mooi om te onderzoeken. Want ik denk dat die onrust niet helemaal verkeerd is. Die heeft ook te maken met het graag iets moois willen maken.

Wel zoeken naar evenwicht, want het kost energie.

Oh, het filmpje? Ik vind hem leuk geworden. Kijk vrijdag maar (ja, ik weet . . . ongeduld)

Binnen de lijntjes kleuren

hufnagel

Mevrouw Hufnägel – je mag Riek zeggen – was een strenge.

Ze had al vroeg geleerd om binnen de lijntjes te kleuren.

Die lijntjes gaven houvast, en dat had ze heel hard nodig.

Bijvoorbeeld toen ze als heel klein Riekje ontdekte dat andere mensen het niet gewoon vonden dat haar moeder veel tegen zichzelf praatte.

En later, toen ze alleen achterbleef met haar vader, en ze ontdekte dat het helemaal niet leuk was, dat zo maar alles mocht.

Ze was stiekem een beetje blij toen ze bij oom en tante mocht wonen. Ook al waren die wel erg streng. Of alleen maar overbezorgd?

Regels, en orde. Als ze zich daar aan vast kon grijpen hoefde ze die geheime angst niet te voelen. De angst om gek te worden, net zoals haar moeder. Riekje had haar moeder niet gek gevonden, maar zij was de enige. Dat was misschien wel een teken dat het al zo ver was.

En de schuld die ze voelde. Dat ze haar vader verlaten had, verraden zelfs. Haar moeder had ze ook verraden. Het verraad bestond er uit dat ze haar oom en tante had horen praten over haar ouders, (kinderloos als ze waren, hadden die geen idee hoe veel een kind mee krijgt). Haar oom had gezegd dat haar moeder nooit met haar vader had moeten trouwen, dat ze toen al labiel was geweest. Riek wist niet wat labiel betekende, maar ze zette het woord op haar lijstje van dingen-om-niet-te-zijn.

Dat vreselijke weten, dat je met geen mogelijkheid meer kunt ont-weten, dat weten maakte haar schuldig.

Regels en orde waren veilig. Betrouwbaar. Met regels en orde waren gekte en schuld iets dat je tenminste zelf in de hand had.

Riek werkte daar hard voor. Dat moest ze wel, want het kwam haar niet aan waaien. Wat kon ze boos zijn op de leerlingen die moeiteloos hoge cijfers haalden.

Een officiële adoptie maakte echte ouders van haar oom en tante, en de herinnering aan haar vader en moeder werd verdrongen.

En Riek ploeterde door. Voor haar was het altijd de lange en harde weg naar boven geweest. Een weg die ze dankzij de regels en de normen had kunnen afleggen.

En nu had ze haar top bereikt: hoofd civiele dienst.

Geen wonder dat het knalde tussen haar en Natka, het meisje dat overal lak aan had.

Wat zou Natka gedacht hebben over mevrouw Hufnägel, als ze geweten had dat Riek elke middag vrij nam om haar natuurlijke vader te bezoeken, die op de psychogeriatrische afdeling lag? (Waar Riek hem naar toe over had laten brengen, nadat ze hem eindelijk gevonden had). En wat zou ze gedacht hebben, als ze had geweten dat Riek, nadat ze haar vader geholpen had, ook alle andere bewoners van de ‘huiskamer’ hielp met de middagmaaltijd?

En wat zou Natka gedacht hebben als ze had geweten  . . . nee, dat is een ander verhaal, voor een ander moment.

 

erik

Mevrouw Hufnägel en de kinderrechter zijn karikaturen in mijn theatervoorstellingZe hebben als enige geen diepte, en zijn er alleen maar als struikelblok en/of boksbal voor mijn andere karakters.

Ze worden niet voor niets vertegenwoordigd door een massief blok piepschuim, in plaats van door een letter. (Dat was trouwens een uit nood geboren vondst. Het piepschuim was net genoeg voor 5 ‘letters’ dus de kinderrechter en mevrouw Hufnägel moesten er eentje delen)

Voor de kinderrechter is dat niet erg. Die vertegenwoordigt een instituut. Maar ik heb het gevoel dat ik mevrouw Hufnägel onrecht doe. Daarom dit achtergrondverhaal.

 

Voorgelezen worden?

 

kunstenaar zijn

Ik bewoog nog een beetje heen en weer.

Want ik wilde nuttig zijn, en geld verdienen.

En ik had ergens nog half een overtuiging dat die twee niet bij kunst hoorden.

Dus wilde ik aan de slag met “verhalen in het bedrijfsleven”, zoals ik het vaag bleef noemen. Mijn ooit eerste pogingen daartoe waren al mislukt voordat ze begonnen. En afgelopen december sprak ik met mensen die me nieuwe tips gaven, waardoor ik dacht: “Toch maar weer een proberen.”

Maar het was geen beweging ergens naar toe.

Het was een beweging ergens van af.

Het is heel essentieel om dat verschil te maken. Heel erg lastig ook, jammer genoeg.

Maar ik weet het nu.

Terug naar de kunst, dus.

De wereld vullen met verhalen, op podium en op papier.

Want daar zit de wereld op te wachten, echt wel!

En ik ga niet zitten uitleggen waarom. Dat is nou precies de “bewijs het nut maar eens” gedachte die ik weg heb gegooid.

Het nut van een verhaal kun je voelen, je kunt net niet bewijzen.

Oh, en dat verhalen voor bedrijven? Dat komt misschien nog wel eens op mijn pad, maar het heeft nu niet mijn focus.

 

schrijven en huid kruipen

Mevrouw Hufnägel en de kinderrechter zijn de enige karikaturen in mijn theatervoorstelling.

Ze hebben geen diepte, en zijn er alleen maar als struikelblok en/of boksbal voor mijn andere karakters.

Ze worden niet voor niets vertegenwoordigd een massief blok piepschuim, in plaats van door een letter. (Dat was trouwens een uit nood geboren vondst. Het piepschuim was net genoeg voor 5 ‘letters’ dus de kinderrechter en mevrouw Hufnägel moesten er eentje delen)

Voor de kinderrechter is dat niet erg. Die vertegenwoordigd een instituut. Maar ik heb het gevoel dat ik mevrouw Hufnägel onrecht doe.

Daarom wil ik een achtergrondverhaal voor haar schrijven. En dat is nog best moeilijk, in de huid kruipen van de mensen die zo anders denken dan ik. Mensen die zelfs mijn ‘vijanden’ zijn geweest, omdat ik met door hun regels en normen in de hoek heb laten drukken.

Het begin is er. Ik hoop dat het verhaal woensdag af is.

 

morning pages pfft!

Goh, dat is nog best een hoop, 3 blaadjes vol schrijven.

Nou is het niet de bedoeling dat ik dat hier nog eens over ga doen, maar ik wil wel een leermeester uit mijn jeugd even op het voetstuk zetten.

Vonder, leraar Engels.

Wat was dat een lieve man. Ik kan me herinneren dat ik een woordgrapje maakte op zijn naam. “Fond of Vonder”, zei ik, en dat was zo.

Hij zag en erkende mijn plezier in Engels, en mijn plezier in taal in het algemeen. Als enige. En dat terwijl ik niet eens geweldige cijfers haalde.

die slechte cijfers kwamen omdat Engels al zo snel vertrouwd was voor mij, dat ik dacht dat ik het allemaal al kon, en dan zijn er net een paar spellings- en grammatica-instinkertjes.

Ik schreef ook een prachtig opstel over 1984 van George Orwell. Hij heeft dat aan de klas voorgelezen, en man wat was ik trots!

Nog een openbaring. Vonder waarschuwde me een keer. Hij was bezorgd dat ik mezelf zou verliezen in Engels, hij zei dat ik ook aan de andere vakken moest werken. Hij wilde dat ik zou slagen. En dat is het gekke. Zijn waarschuwing was uit vertrouwen. Vertrouwen dat ik iets te bieden had. Maar ook vanuit de wetenschap dat het leven valkuilen in petto heeft, en dat ik me daar tegen moest wapenen.

Die waarschuwing, die was zo heel anders dan het: “Leuk, maar ga je ook iets serieus doen?”

Dat was de strekking van alle ander waarschuwingen die ik kreeg. “Leuk, maar nu weer serieus doen”, of “Zo zit de wereld niet in elkaar Jacob Jan”.

Ik heb een Vonder nodig. Alle andere waarschuwers kunnen de prut in zakken.

Vonder, alsnog bedankt voor je vertrouwen. Ik heb het gevoeld, het heeft me gesterkt.

kleine lesjes

soms schieten er op een dag een heleboel kleine lesjes door mijn hoofd

en dan moet ik ze natuurlijk opschrijven, maar dat doe ik dan niet, dus ik raak er ook weer veel kwijt

geeft niks, als ze belangrijk zijn komen ze vanzelf weer terug

vandaag heb ik gemerkt dat ik met lichtheid en met zwaarte kan kijken, en dat lichtheid natuurlijk leuker is, maar ik vroeg me vandaag af:

hoe kun je bij die lichtheid komen als je je zwaar voelt?

want het lijkt zo vanzelfsprekend, die lichtheid, als je het kunt voelen,

maar dat geldt net zo hard voor die zwaarte

nee, ik ga me niet meer afvragen of ik soms bipolair ben, volgens mij heeft iedereen dat wel, in zekere mate, toch?

maar goed, fijn om weer even plezier te proeven

en wat zijn weilanden met bomen in de mist in de zon toch mooi, nee geen foto, je hebt zelf wel ergens een beeld in je hoofd zitten:

licht bevroren ochtend, laagstaande zon, lichte mist

en dan de bomenrijen, die door de mist 2D worden, alsof ze stroken papier in een schoenendoos zijn

ik kan zoiets moois heel erg binnen laten komen

Hernen

O wat vind ik het leuk.

Kasteel Hernen, dat nu alleen maar op afspraak open is, gaat echt open voor publiek.

Er komt geld voor de inrichting en aanpassing, en voor rondleidingsmateriaal en zo.

En ik zit in het groepje dat daar over na mag denken.

Hier schreef ik al over ons stoutmoedige plan.

Ik vertelde over dat prachtige initiatief van het huis van overvloed.

En nu gaan we in Hernen ook het publiek betrekken bij de herinrichting van het kasteel.

Het wordt een meerjaren project met open einde, waarbij iedereen kan meedoen en meedenken.

Wat ik vooral gaaf vind, is dat dit op hoog niveau binnen Gelders Landschap allemaal gesteund en zelfs gestimuleerd wordt.

Het grappige is dat kasteel Hernen eigenlijk geen geschiedenis heeft. Er is nooit gevochten. Het heeft nooit een nationale rol gespeeld. Er zijn geen spannende verhalen bekend.

Juist dat nadeel is nu helemaal omgedacht. Want er is zometeen geen kant en klaar verhaal over het kasteel. Dat verhaal wordt langzamerhand gemaakt.

Thema: de periode vanaf ongeveer 1550, toen het kasteel bewoonbaar werd gemaakt voor de nieuwe bewoners. Geen aandacht meer voor de verdediging, maar vooral aandacht voor bewoonbaarheid en comfort.

Dat hele proces van bewoonbaar maken, dat gaan we dus opnieuw doen.

Ik zie kansen voor interieurontwerpers die zich geïnspireerd voelen door de late middeleeuwen, begin renaissance.

En dat zelf stenen bakken, en het bouwen van die Donjon, dat zit nog steeds in de plannen.

Ook zo gaaf!

Iemand is druk bezig  met de transcriptie van oude financiële dagboeken van de rentmeester uit de 17e eeuw. Ze heeft helemaal uitgelegd hoe ze dat doet (overnemen van taalfouten bijvoorbeeld, omdat overzetten naar leesbaar Nederlands pas een volgende stap is). Ook prachtig om te zien hoe ze die transacties opschreven. Geen tabelletjes maar hele verhalen.

In april gaat het kasteel proef-open.  Als het goed is, kun je er dan gewoon in, zonder afspraak. Je hoeft dan niet meer te wachten op de rondleiding, maar je kun ook op eigen houtje door het kasteel.

 

Ik ga weer eens terug lezen op de site van Elja, want die schrijft ook vaak over zulke leuk inititatieven. Ze zou vast allemaal leuke ideeën hebben voor dat kasteel.

The artist way

Oké,

ik ga meedoen.

Hier aan.

The artist way. Ik heb het al vaak langs zien komen. Maar dan dacht ik steeds: “zoiets heb ik al eens gedaan”

Ik heb ooit een ZEN meditatie weekend gedaan. En in de aanloop daarop, een aantal zaterdagen een intensieve therapie. (Lichaamswerk, Voice dialogue, awakening of the senses)

En ik heb ook veel intensieve trainingen en worskshops gedaan, waaronder systemisch werk.

Dus ik was een beetje blasé geworden over alles wat er langs kwam wat daar op leek.

Been there, done that.

Maar dat is allemaal best een tijd geleden.

Nou doe ik in de tussentijd van alles. ik wandel. Ik voer gesprekken met mezelf. En zelfs elke dag bloggen was een soort van therapie.

Dus ik voelde me nooit aangesproken om aan te sluiten.

Tot nu te dan. Want eerlijk gezegd ben ik er wel weer eens aan toen. Iets doen dat begeleid wordt, iets doen samen met anderen.

En ik wil me wel ook wel weer eens laten verrassen.

Dus ik doe mee.

Wordt wel vroeg opstaan…

vandaag geen blog want ..

..ik heb vandaag een blog heb op mijn andere blog,

en ik daar heel druk mee ben geweest.

Het bevalt me wel, eerste gewoon de tekst aan één stuk door schrijven, en dan steeds meer schaven aan een tekst.

Staat er in wat er in moet staan?

Wat kan er weg?

mooi leerproces,

net als het voorlezen, dat doe ik ook een paar keer, om uit te proberen.

Ik kan nóg meer schaven, het kan nog beter, maar er komen nog zat blogs om aan te werken.

mevrouw Draaier en de zorg

Draaier

De verzorgsters en verzorgers deden haar een beetje aan haar leerlingen van vroeger denken.

Ze waren zo jong. Ze zouden de kinderen van haar leerlingen kunnen zijn, nee wacht . . . ze moest even rekenen . . . ja, ze zouden zelfs de kleinkinderen van haar eerste leerlingen kunnen zijn. Makkelijk!

Mevrouw Draaier had haar huis vreselijk gemist die eerste maanden in de verzorgingsflat. Maar er had niets anders op gezeten na die beroerte. Haar spraak had ze met veel oefenen terug gekregen. Misschien was het feit dat haar lijf het niet overal meer deed, de prijs geweest voor die zwaarbevochten overwinning.

Mevrouw Draaier wist als geen ander dat het leven broos en brokkelig werd, en dat er stukjes af konden vallen.

De dood van haar man was het ergste geweest. Haar halve leven was uit haar borst gerukt, zonder verdoving. Pijn en leegte.

Toen de beroerte, bij zijn vertrek, toch stiekem een groot deel van haar zelfstandigheid, meegenomen bleek te hebben, was dat niet meer dan het volgende station geweest. Ze hoefde zich gelukkig niets meer van spoorboekjes aan te trekken, en ze reisde steeds lichter.

De meeste van haar boeken waren meegegaan naar de flat.  Ze lagen nu in hoge stapels onder handbereik, rond haar lekkere stoel bij het raam; tussen de tijdschriften en kranten waar ze nog steeds op geabonneerd was. Ze had moeten glimlachen toen haar dochter met een vies gezicht gezegd had dat het wel een studentenflat leek.

En nu had ze van haar kinderen een e-reader gekregen. Een klein wonder was dat. Haar kleinzoon had voorgerekend dat er zo veel boeken op konden, dat de stapel naast haar stoel 75 meter hoog zou zijn. Het was vooral een fijn ding omdat het zo lekker vast hield, met haar moeilijke handen.

De tijdschriften en kranten verdwenen, toen ze zelf een I-pad kocht. Maar de stapels boeken, bleven stapels boeken. Ze wilde gewoon af en toe nog even kunnen bladeren, vooral in haar geliefde kunstboeken, en ze hoefde niet overal afscheid van te nemen, toch?

De verzorgingsflat stond pal aan zee, en mevrouw Draaier woonde op de bovenste verdieping. Vanuit haar lekkere stoel, keek ze eindeloos ver de zee over.

Ze had het zo kwaad nog niet, met haar boeken, en haar zee met wolkenluchten, en vooral met haar kleinkinderen die af en toe, uit school, bij haar langs kwamen, voor thee met een koekje, en voor haar verhalen.

En ze kwamen waarschijnlijk ook omdat kleinkinderen opbloeien, en groeien, onder de ongeremde trots die alleen grootouders kunnen uitstralen.

Zoals vroeger ook haar leerlingen groeiden onder haar aandacht.

Af en toe kwam ze nog wel eens een oud leerling tegen, als ze naar buiten kon, met haar rolstoel. Dat waren altijd hartelijke ontmoetingen. Ze had veel voor ze betekend, dat wist ze. Lichter reizen betekende ook dat je ballast, zoals valse bescheidenheid, weg kon gooien, en de spijt over wat er minder goed ging.

Ze had haar verstand nog, ze had haar geheugen nog. Het leven was goed, erg goed.

En ze had haar boeken.

Vijfenzeventig meter. Wat een gekkigheid, wie krijg dat ooit uitgelezen?

Er was geen reden om te klagen. Ook niet als de zeer jonge schoonmaaksters soms geen idee hadden hoe ze moesten stoffen. Zelfs niet als ze weer eens lang moest wachten, als ze bijvoorbeeld op de WC werd achtergelaten.

Ze leken zo op haar vroegere leerlingen. En ze deden zo hun best.

Dat betekende niet dat ze er niks van zei. Aan de schoonmaaksters kon ze nog wat leren, en het leuke was, ze namen het graag van haar aan.

Aan de verzorgsters kon ze ook nog wel wat leren. Bijvoorbeeld, dat ze best sorry mochten zeggen, maar dat ze zich niet moesten verontschuldigen. Dat verschil moest ze altijd uitleggen.

“Lief meisje, ik weet dat je er niks aan kunt doen. En ik weet ook dat je het vervelend vind. Je gezicht en je sorry zeggen genoeg. Maar ga niet aan me uitleggen hoe het komt dat je later bent. Dat doet daar alleen maar afbreuk aan.”

“Waarom leren ze dat soort dingen nou niet op de opleiding?” vroeg ze zich wel eens af, “en vooral: waarom krijgen ze niet meer steun van hun leidinggevenden en van het management?”
Ze keek naar buiten, de zee over, en dacht weer: “Ze werken zich drie keer in de rondte, en ze leven zo op als ze zien dat ik daar dankbaar voor ben. Ik ben het ook, en ik laat het graag zien. Maar waarom krijgen ze die trots niet mee vanuit hun eigen organisatie? Dat management zou eens bij me langs moeten komen, dan zou ik ze als oud-lerares nog wat kunnen leren over aanmoediging en groei.”

 

Mevrouw Draaier is een van de karakters uit mijn theatervoorstelling. Dit is haar achtergrond.

 

voorgelezen worden?