Here’s looking at you kid

Ik laat me regelmatig koesteren door mijn interne fan.

Ik weet dat ze er is, zelfs als ik er niet bij kan.

Ergens in de afgelopen weken werd ik aangereden door mijn oeroude niet-goed-genoeg gevoel die als Truck-met-oplegger van links kwam en geen voorrang gaf. De oplegger kantelde en lekte gif.
“En ik laat je ook niet met je interne fan praten, want dat verdien je niet!”, lispelde er uit de dampen.

Ik kroop strompelend uit de berm, overal pijn, maar wetende dat ik dit zou overleven. Geen ambulance nodig, zelfs. Want ik wist dat ze er was, mijn interne fan, ook al kon ik haar niet horen.

Ik had dit lange weekend echt even nodig om bij te komen. Ik durfde de kranen van mijn gevoel weer open te draaien, en ik stroomde weer.

En vanmorgen, in een flits, een openbaring.

Mijn openbaringen zijn achteraf heel banaal. Als ik probeer te verwoorden wat ik open gebaard heb, bekruipt me altijd een grote Duh!

Ook nu.

De openbaring is dat ik niet alleen een interne fan heb, maar dat ik ook een interne fan ben.

Ja, precies.

Duh!

En toch voelde ik het vanmorgen voor het eerst. Mijn gezichtspunt verschoof. Dat hele kleine verschilletje tussen alles of niets.

Ik voelde een enorme compassie voor mezelf, en tegelijk voelde ik me geliefd. Die twee bestonden heel even tegelijk apart naast elkaar, en toen vloeiden ze pas ineen.

De wereld schoof weer terug op zijn plek, maar is voor altijd anders. Ik heb de kier gezien. Ik zie de compassie nu als hars tevoorschijn druipen.

 

Dankbaar voor mijn dankbaarheid

Ik zit op de bank.

Ik facebook wat, lees wat, en ik schrijf aan mijn boek. En ik overdenk de afgelopen hectische weken, die niet altijd even leuk waren, zeg maar.

En dan zijn er tranen. Hoe dieper ik adem, hoe meer tranen. Dieper en dieper zakt mijn gevoel.

En dan weet ik dat het dankbaarheid is.

Dankbaar dat ik mag voelen, dankbaar dat ik mag zijn, dankbaar voor alles wat ik mee maak.

Het besef van die dankbaarheid zorgt voor een nieuwe golf. Ik ga kopje onder, maar hoef geen adem te happen. Onder water is meer zuurstof dan erboven.

Dankbaarheid voor letterlijk alles.

Dankbaarheid vanuit mijn hart. Zonder dat mijn hoofd daar fijne omdenkertjes voor heeft hoeven bedenken.

Het voelt als een gebed, of mantra.

Ik voel de kracht.

En daar ben ik dan ook weer dankbaar voor.

aansteller?

Ik klikte op een berichtje over Lyme.

Al na tweeëneenhalve zin krijg ik rillingen. Ik voel me van top tot teen akelig. Ik klik snel weg, maar het is te laat. Mijn hele lijf is onrustig. Dit is even heel heftig! Ik moet opstaan en wandelen, het letterlijk van me afschudden.

Dat helpt, een beetje. Genoeg om weer te gaan zitten en dit te typen. Maar het is niet helemaal weg.

Ik ken dit van mezelf. Ik heb het altijd al gehad. Maar ik heb het altijd veel sneller kunnen wegdrukken. Ik vond mezelf een aansteller en hypochonder.

Nu pas besef ik hoe heftig mijn lijf reageert op wat ik lees. Ik heb geen idee wat het is. Ik vermoed mijn fantasie die processen in mijn lijf aanstuurt. Of is het wat anders? Ik wil mezelf serieus nemen. Dus ik noem het geen aanstellerij meer.

Is dit nu ook hooggevoeligheid?

Ik ben haar

Flarden songteksten.

Quotes uit films.

Ze zweven altijd in mijn hoofd. Ze gaan aan de haal met alles wat ze daar vinden. Herinneringen die elkaar nog niet kenden gaan intieme relaties aan, en zo worden er nieuwe herinneringen geboren van gebeurtenissen die ik nooit heb meegemaakt.

Mijn hink-stap-sprong serie gaat daar over. Lees deze bijvoorbeeld eens. Klik voor deze keer nu een wel op die link, ze behoren tot de mooiste blogs die ik schreef: http://jacobjanvoerman.nl/hink-stap-sprong-3-quotes-and-more/

Casablanca komt langs. De film die zo veel anderen inspireerde. Zo ook Al Stewart.

On a morning from a bogart movie
in a country where they turn back time
you go stroling through the crowd like Peter Lorre
contemplating a crime
 

 

She comes out of the sun in a silk dress
running like a watercolour in the rain

Deze mysterieuze vrouw dwaalt al sinds 1976 in mijn hoofd. Ik zag haar later vaak terug in films. De onnavolgbare quirky vrouw, die je wakker kust uit je grijze bestaan.

Don’t bother asking for explanations
she’ll just tell you that she came
in the year of the cat

She doesn’t give you time for questions
as she locks up her arm in yours

Een maand geleden luisterde ik er weer naar, en de tranen stroomden over mijn wangen. Zij, die ik onbereikbaar buiten me had geplaatst bleek in me te wonen.

Zij is mij.

Ik ben haar.

There’s always a bigger fish (Qui-Gon Jinn)

Ik kan mezelf nu toestaan. Ik kan het alleen niet met droge ogen.

Schreef ik twee weken geleden.

“Oja?”, dacht het leven, en het upte de stakes.

Het is leven is geen opleiding, ten minste niet in de zin dat je examen moet doen waarvoor je kunt slagen of zakken. En toch. Als je klaar bent met iets, komt er ruimte voor het volgende. Dat waar je nog niet klaar me bent. En het doet altijd pijn. Tja, anders was je er wel klaar mee.

Zoals Qui-Gon Jinn al zei, in Star Wars – episode I : “There’s alway a bigger fish”

En ja, ik kan mezelf weer toestaan.

Dank voor jullie hulp lieverds (you know who you are).

Emma in real life

Ik ben weer op school.

Spannend en fijn.

Donderdag eerst met mijn collega’s, een studiedag. Fijn, mijn hoofd weer gevuld met waar het om gaat op school. Samen zorgen dat het een fijne plek is voor de kinderen. Ook onze school is in transitie, en ook dat is een spannend proces.

En vrijdag had ik vooral een hele gave dag.

“Hee Jacob Jan, dat zijn meisjeskleren die je draagt! Is dat ergens voor?”

Alle kinderen zijn geïnteresseerd als ik het ze vertel. Sommige kinderen reageren zelfs enthousiast omdat ze het gaaf vinden als iemand zichzelf durft te zijn.

Een meisje komt speciaal naar me toe om te zeggen dat ze me mooi vindt zo.

En een paar kinderen vragen hoe ik ga heten.

Emma.

Vier jaar geleden maakte en speelde ik een theaterstuk, Spiegels. Rode draad was het verhaal van Natka, gebaseerd op een meisje dat ik ooit een anti-spijbel training gaf.  Ze was een schitterende, eigenzinnige, sterke meid. Ik gaf haar een introverte vriendin als tegenspel. Dat werd Emma, en ze was gebaseerd op mezelf.

Ik schreef mezelf vier jaar geleden dus al als vrouw, en gaf me mijn naam.

Ik heb op school alleen maar fijne reacties gehad, ook van ouders.

Maar alle reacties zijn goed. Ook kinderen die aangeven dat ze erg moeten wennen. Dat is oké, Ik moet zelf ook wennen.

Ik heb met school afgesproken dat ik na de zomervakantie helemaal Emma ben. Ook ik alle communicatie. Tot die tijd gaan we wennen.

En ook na die tijd zal er Jacob Jan en “hij” gezegd worden. En ook dat is oké. Ik ben niet van de genderpolitie. Ik word blij van Emma en “zij”. Maar niet ongelukkig van “Jacob Jan” en “hij”.