In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens”

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

En dan denken. Pfff. Geloof je het zelf? Je gelooft niet eens dat het gaat werken, dat spiegel kijken. Maar je doet het. Dus ben je toch een beetje trots.

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

Je houdt vol. Het voelt niet zo raar meer. Misschien ooit, denk je.

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

Nah, schitterend. Je gaat voor oké, en dat is al heel wat. Je voelt je iets beter.

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

Je voelt je geweldig. Je hebt dappere dingen gedaan. Je hebt jezelf overwonnen. je bent nu even echt een schitterend mens. Je mag het in ieder geval tegen jezelf zeggen.

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

En je een vreselijke bedrieger voelen. Hoe kwam ik er bij dat ik een schitterend mens kon zijn. Dat was misschien mijn manische periode. En die gaan weer voorbij.

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

Ja, ik verdien het. ik kan het niet voelen, maar ik mag het tegen mezelf zeggen. Bovendien, als ik niet van mezelf houd, hoe kan ik dan van anderen houden?

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

En soms ook niet. En dat mag. Het is niet leuk, maar het mag.

 

Niet meer in de spiegel kijken en weten: “Je bent een schitterend mens.”

 

Voelen, tot in je poriën: ik ben een schitterend mens, mét al mijn schaduwkanten. Een met alle mensen¹. Allemaal schitterend. De liefde voor jezelf is de liefde voor de ander.

 

 

 

¹Nah. Zo ver ben ik nog niet. Ze zullen wel schitterend zijn, maar ik kan dat nog niet bij iedereen voelen, veel, maar niet iedereen.

Hoe helend bloggen kan zijn

Vijf jaar geleden begon ik met elke dag¹ bloggen.

Ik voelde me toen een mislukking.

Dat was al een hele verbetering, want 15 jaar daarvoor ontdekte ik voor het eerst dat ik er mocht zijn. De 35 jaar dáárvoor was ik alleen maar bezig met afvragen hoe  ik moest zijn om mijn plekje te verdienen.

Met elke dag bloggen verkende ik mijn schaduw, en stukje bij beetje haalde ik die binnen. Ik kon weer blij zijn met mezelf. Trots zelfs. Ik ging letterlijk op het podium staan. Ik ontmoette mensen bij wie ik me totaal op mijn gemak voelde.

Ja, dat zijn jullie, lieve trouwe lezers.

Ik vond werk waarin ik helemaal kan zijn wie ik ben. Sterker nog. Het ís nu mijn werk om te zijn wie ik ben, en één te zijn met alles wat er is.

Wow.

Zoveel wow, dat er geen wow meer bij kon.

Dacht ik.

Er is een nóg grotere wow. Want mijn lijf deed bij dat alles niet mee. Ik liet wel steeds meer gevoel toe, maar dat was peanuts bij nu.

Nu heb ik iets verwelkomd in mijn leven dat steeds ongemerkt aanwezig was. Alles mag er nu helemaal zijn.

In het video-interview inde zijbalk zeg dat ik ik een bangerd ben, steeds op zoek naar veiligheid. Ik heb die veiligheid nu in mezelf gevonden. Ze was er altijd al, maar ik wist het niet.

Ik ben heel.

En bloggen heeft daar veel mee te maken. Het bracht me in een prachtige omgeving. Die omgeving stond me toe deze grote stap te zetten.

 

 

 

 

 

 

 

 

¹ Sinds twee jaar is mijn leven zo vol dat ik niet meer elke dag blog. heeft ook te maken met het feit dat ik op een school werk, en dus ivm privacy over heel veel prachtige dingen niet kán bloggen.

Landschap komt weer eens hevig binnen, o wat houd ik daarvan

Dit schilderij is één van mijn lievelingen. Ik heb geen bucketlist maar wil erg graag naar Wenen waar hij hangt.

En deze vind ik ook nog steeds bijzonder mooi.

En wow! Vandaag was ik aanwezig in deze schilderijen.
Vanaf ons schoolplein kijk je op de heuvels van Doorwerth, Heveadorp en Oosterbeek.
Op mijn weg terug zie ik de boerderijen, verspreid door het land, met witte daken, en de donkere bomen.
Ik zoog alles in en genoot tot in mijn tenen.
Er is op het ogenblik erg veel te genieten in mijn leven, ik schrijf daar ooit nog over. Het is nu nog even van mij.

Waarom je de pesters niet moet aanpakken

“Ze hebben mijn hoepel afgepakt!”

Er staat een huilende Sander voor me. Als ik met hem mee ga zie ik dat Lex en Roy met twee hoepels aan het spelen zijn. Als Sander een poging doet alsnog één van de hoepels te pakken te krijgen, houden ze deze hoog, en spelen ze hem naar elkaar over. Ze hebben een lach op hun gezicht.

Als ik vraag wat er gebeurt is, blijkt dat Sander de hoepel wel in hun richting gegooid heeft, maar dat het niet zijn bedoeling was om die aan hen te geven. Het verhaal wordt niet echt duidelijk. Wat mij wel duidelijk is dat er twee grote kinderen lol hebben, en dat één kleiner kind verdrietig is. Ik vraag of ze één van de hoepels aan Sander willen geven, ze hebben er twee, en hij is diep ongelukkig.

Ik krijg een zeer beslist nee. Sander, die zeer gebrand is op de hoepel graait nog een keer, en het onvrijwillige ‘lummeltje’ spelen begint opnieuw.

Ik doe een beroep op de grote jongens om het lijden van Sander te verlichten, en weer krijg ik een nee.

“Je helpt Sander, maar je luister niet echt naar ons.” zegt Lex. Hij vertelt dat het gedrag van Sander ook niet zo fijn was.

En dan pas zie ik het.

Ik ben in de Drama-driehoek gestapt. Ik ben Sander gaan redden, en ben zo onderdeel geworden van het drama. Ik heb Sander de kans ontnomen om voor zichzelf op te komen. Ik heb Lex en Roy in de rol van daders geduwd. Ik zie nu ook pas dat de glimlach op hun gezicht niet betekende dat ze lol hadden in dit lummel spelletje.

Ik had ook een stap terug kunnen doen. Kijken naar wat hier geleerd kan worden. Door mijn oordeel over de situatie heb ik die kans gemist.

“Je hebt gelijk”, zeg ik tegen Lex, en ik laat de situatie los.

Als Sander wat rustiger is neem ik hem apart. Ik vertel dat ik hem best wil leren hoe hij voor zichzelf kan opkomen. Ik bespreek met zijn coach om daar een plannetje voor te maken.

Ik maak twee kaartjes. “Bedankt dat je me in de spiegel liet kijken.” Ik geef die de volgende dag aan Lex en Roy, met uitleg. Ik zie in hun ogen dat ze zich nu wel gezien voelen. Het bedankje is dan ook gemeend, ik heb erg veel geleerd.

 

Een echte man

Als kind te ielig, als volwassene te blubberig.

Mijn lijf is mijn hele leven lang iets waar ik me voor schaam.  Geen echte vent, in ieder geval. (Lees deze ervaring als je meer wil weten)

Sinds ik mij 10 kilo lichter heb gefietst durf ik iets trotser te zijn.

Maar . . .

Ik heb nog steeds mannenborsten. Ik heb een nieuwe trui gekocht, mooi, maar ik zie het nu ook beter.

Ik heb gezocht naar de juiste spieroefeningen. Buik en borstspieren. En als ik dan alles lees, twijfel ik weer hevig aan mijn mannelijkheid.

En dan wordt ik boos. Boos op het ideaal van mannelijkheid. Want we mogen best vrouwelijke eigenschappen hebben, als we daarbij dan ook maar stoer en sterk en stevig zijn.

Ik ben niet stoer en sterk en stevig!

Ik fiets! Gemiddeld 200 kilometer per week. Ik wil niet ook nog eens een keer met die stomme gewichtjes prutsen omdat mijn lijf niet goed genoeg is. Ik wil mijn lijf goed genoeg vinden.

Ik ben ik. Slap in mijn armen, bang aangelegd, emotioneel. En mannenborstjes dus. Ik wil dat niet allemaal meer verstoppen.

Ik wil geen “echte man” zijn.

Ik wil ook geen vrouw zijn. (Er zijn tijden geweest waarop ik me dat afvroeg. Het antwoord is dus nee)

Ik wil ik zijn.

 

Tegeltjeswijsheid

Het is me weer eens overkomen.

Een grote ontdekking, die, als ik het probeer te beschrijven, een doodordinaire tegeltjeswijsheid blijkt te zijn.

Deze:

Hoe meer ik weet, hoe meer ik er achter kom dat ik niks weet

En toch voelde het heel vreemd en nieuw. Ik ontdekte op de Vallei het afgelopen jaar zo verschrikkelijk veel, dat het me overweldigde. Steeds nieuwer voortschrijdend inzicht. Tot het moment dat al die inzichten in mijn handen uiteen brokkelden tot helemaal niets. Ik stond met lege handen. Ik wist het echt niet meer, en liet me gewillig de les lezen door de kinderen. Ik luisterde niet langer om het nóg beter te begrijpen. Ik luisterde alsof ik het allemaal voor het eerst hoorde.

Clichés die werkelijkheid worden. Het blijft me verassen.

 

Dr. Who en Sinterklaas

De makers van The Doctor hadden het door.

all-doctors

Dr. Who is een timelord in de vorm van een mens, en die vorm wisselt eens in de zoveel tijd. Compleet met uiterlijk, karaktertrekken en smaak. Maar het blijft The Doctor. Al meer dan 50 jaar lang een TV serie.

Sinterklaas is een magisch verhaal, een schitterend verhaal. De kern van dat verhaal gaat nooit verloren. Als je je maar niet verliest in de uitvoering ervan.

Toen ik als kind steeds vaker door alle nepsinterklazen heen prikte, bleef mijn geloof in de echte Sinterklaas rostvast. Iets dat bijna iedereen zal herkennen. Nu nog steeds heeft Sinterklaas voor mij een magische schoonheid. Onze grote kinderen (18-25) houden nog steeds van schoentje zetten.

Als je focust op dat échte verhaal, op de liefde en op het plezier is alles mogelijk. Alle soorten pieten en zelfs een zwarte Sint. (Ik vind dat de Nieuwe Sint echt een Sinterklaas uitstraling heeft)

nieuwesint

Dan is Sinterklaas geen leugen maar een verhaal. Een verhaal waarbij je niet krampachtig hoeft te doen om ‘het geheim’ te bewaren, omdat alles vloeit.

Een verhaal dat voor iedereen toegankelijk is.

Een verhaal waar je samen in weg kunt kruipen, net zo diep als je zelf wil.

 

Het hier en het nu

Ik denk wat af, en het meeste is nergens voor nodig. Ik denk mezelf ook vaak uit het hier en nu.

Ik bereken bijvoorbeeld dat het 11 januari weer even vroeg donker is als nu, maar dat het dan alweer de goede kant op gaat. (NB! 15 december is de dag waarop het  ’s avonds het vroegst donker is, en de berekening klopt niet helemaal. Hier zie je dat het op 6 januari even vroeg donker is als vandaag)

Vanmiddag berekende ik halverwege mijn fietsrit dat ik met de auto al thuis geweest zou zijn. Zelfs mét file. Ik zie mezelf dan al mijn warme huis binnenstappen.

Eerst was ik jaloers op mezelf, maar toen bedacht ik me dat ik het best goed had getroffen. Ik op mijn fiets had mezelf bij me, en die denkbeeldige zelf niet. Ik was opeens weer hier en nu,  en speelde mijn spel met het weer.

Best een pittig spel.
Want de wind was koud, hard en tegen.
En er was donker en regen.
Maar ik was er.
Helemaal hier,
en helemaal nu.

Ode aan mij

“He dank Jacob Jan, dat je even naar me wil luisteren.”

(Aan het woord is mijn interne fan die wakker werd, toen ik de kop ‘Ode aan mezelf’ schreef.)

“Ja, dat ben ik. Ik merkte dat je allemaal dingen wilde gaan opschrijven om jezelf te overtuigen dat je toch wel deugde.”

-Ja, goed toch?

“Ja prima, vooral omdat je daardoor meteen een diepere laag raakte. Want je voelt nu ook dat het niet om dat lijstje gaat.”

-Ehh.

“Toch?”

-Ja, je hebt gelijk. Ik had last van alle dingen die ik nog niet goed doe.

“En je had het even nodig daar wat goede dingen tegenover te zetten? Omdat je alleen mag leren als het in balans is, de dingen die je nog moet leren en de dingen die je goed doet?”

-Ja, er zit pijn op sommige dingen waarvan ik dacht dat ik ze goed deed, en nu ontdek dat ik daar veel in te leren heb.  En dat is stom, want ik weet best dat ik niet alles hoef te kunnen.

“Oh, ja. dat is waar ook. Mislukken wil je ook nog eens keer met gratie kunnen doen”.

-Lach me maar uit.

“Je bent ook grappig nu. Zie de lol er zelf eens van in.”

-eerst wat troost graag

“Och lieverd. Het is. En wat gaaf dat je het durft te voelen. Want daarmee ben je op die diepere laag, die je soms vergeet als het allemaal wel lekker loopt, namelijk dat je helemaal OK bent zoals je bent. Dat er alleen liefde is. Voel mijn arm om je heen. Voel het OK zijn. Voel je helemaal  geaccepteerd zijn.”

Ook als anderen pijn hebben van alles wat nog niet goed gaat?

Ook dan.

Om die te kunnen voelen heb ik tijd nodig.

Ik ben er. Altijd.

 

 

Ode aan alleenstaande ouders

Ik heb inlevingsvermogen en fantasie. Ik kan er dus heel wat bij bedenken.

Maar ik weet het natuurlijk niet.

Ik weet niet hoe het is om als enige de opvoedverantwoordelijkheid te moeten dragen. (Ik heb het dus niet over gescheiden ouders waarbij de andere ouder nog in beeld is. Die hebben weer andere uitdagingen)

Ik weet niet hoe het is om tegelijk Yin en Yang te moeten zijn in één persoon.
– De lekker-met-je-kind-mee-speel ouder én de verantwoordelijke ouder.
– De toegefelijke ouder én de grenzenstel ouder.
– De vraag dat maar aan je andere ouder én die andere ouder zelf.
– De good cop én de bad cop.

Terwijl politieagent wel het laatste is wat je wil zijn voor je kind.

Ik weet niet hoe het is om er AL-TIJD te moeten zijn. Zonder achtervang.

Ik weet niet hoe het is om nooit je twijfels te kunnen delen. Ja, natuurlijk. Je hebt je dierbaren om je heen, maar zij zijn niet degenen die verantwoordelijk zijn voor je kind.

Ik weet hoe het is om te voelen dat je even niet de juiste ouder bent voor je kind. Maar ik weet niet hoe dat voelt als dat kind op dat moment geen andere keuze heeft dan jou.

Ik kan niet weten hoe het voelt.

Ik kan me er iets bij voorstellen. En dan denk ik “Poeh! petje af!” (En er is nóg van alles dat ik hier niet kan noemen omdat ik het eenvoudig niet weet. Vul gerust aan in de reacties)

Dus bij deze een diepe buiging voor alleenstaande ouders.