loopbaanadvies voor beelddenkers en allerlei ander volk

En gooi dat etiket meteen maar weer weg.

Het klopt en het klopt niet.

Dit stuk is voor ieder die zich hier in herkent, welk etiket je er ook op plakt. Beelddenker gebruik ik hier als handvat om iets beet te pakken, te benoemen, en weer los te laten.

Mijn levensloopbaan is een zooitje.

Ik heb mij in vele avonturen gestort, waar ik bij aanvang altijd met hart en ziel in geloofde, maar die HET lang niet allemaal bleken te zijn.

Let op die HET, dat wordt de clou van het verhaal.

Ik heb lang gedacht dat ik niet deugde. Dat ik van het soort was dat overal aan begint en niets af maakt. Feitelijk klopte dat, maar de lading die aan dat etiket hing, heeft mij niet echt verder geholpen, om het een beetje aardig te zeggen.

tip1 (1)

Er volgende nog vele vruchteloze zoektochten naar het ding dat HET dan wél was.

En al die tijd ging er geen kwartje vallen. Ik heb nooit tegen mezelf gezegd: “Jacob Jan vind je niet dat er wel heel veel HET ‘s rondslingeren in de wereld?”

Pas in 2013 pakte ik een HET pas echt bij de lurven. Ik stopte met mijn werk en maakte een theatervoorstelling. Dat is een HET die ze me niet meer af kunnen pakken.

Een heel jaar lang heb ik geen andere HET gezien. Totdat de doorstart van mijn theater stokte. Toen waren ze er weer.

Maar nu weet ik hoe het zit. Met die HET ‘s.

Stelling: (nou ja, meer een vermoeden)

Als beelddenker zie je van heel veel zaken, in één klap zowel de essentie als de mogelijkheden. Je dringt door tot het hart van de zaak, en als in een film zie je hoe dit kloppend hart tot allerlei prachtoplossingen leidt.

En je hebt altijd gelijk. Wat je ziet is potentie. Zo echt als maar kan zijn.

Daarom zie je zoveel HET ‘s. Het is overweldigend. En met alles wil je aan de slag, omdat JIJ weet hoe het hart klopt.

Wat je niet ziet zijn alle drempels die genomen moeten worden.

En zo komt het dat je onderweg de moed verliest. Een dodelijke mix van onzekerheid (je bent nog steeds voor die jury bezig, weet je nog?) en perfectionisme haalt je meedogenloos onderuit.

Het akelige én het mooie is dat alle HET’s kloppen.

Je moet kiezen.

En voor dat kiezen heb ik wel een tip.

Want die drempels komen, hoe dan ook. En ze zijn behoorlijk akelig. Je gaat heel erg mislukken. Kies dus de HET die zo waardevol voor je is, dat je er in durft te mislukken.

Hé, je bent beelddenker (of in ieder geval iemand met een groot voorstellingsvermogen), dus dat kun je voor je zien.

Proef, ruik, verbeeld, beleef niet alleen de uitkomst van je HET ‘s, maar de hele weg er naar toe, ook de mislukkingen halverwege.

mislukken

 

Of twee keer.

In ieder geval weet je nu dat je voor de hele weg kiest. En je weet dat de weg verder gaat, voorbij je mislukkingen.

 

 

Grenzen

Het klopt allemaal zo ontzettend, daar op die Vallei.  Ik kan daar soms nog steeds verbaasd over zijn.

Dat betekent natuurlijk niet dat het allemaal koek, ei, rozengeur en maneschijn is.

Kinderen zoeken grenzen op, zitten soms zichzelf en anderen in de weg. Niks nieuws. Wel iets om aandacht voor te hebben.

Wat zo ontzettend klopt is de vraag die op lerarenvergadering wordt gesteld:

“Wat hebben ze nodig?”

Niet vluchten in strakkere regels, maar eerst de kinderen snappen. Waar zijn ze mee bezig? Wat zoeken ze? Op welke manier kunnen we ze begeleiden in hun spel? Hoe sluiten we aan op hun belevenigswereld?

En welke grenzen geven we ze?

(Even voor de mensen die nog steeds denken dat op een democratische school ‘alles mag’. Onzin! Er zijn afspraken. Er is structuur. Kinderen zijn wél betrokken bij het tot stand komen van die structuur, en die afspraken.)

Welke grenzen geven we ze?

Naast het stellen van grenzen, kun je namelijk ook grenzen geven.

Het verschil?

Een grens stelen is een verdedigingsactie. Dat mag en dat moet ook. Als de veiligheid voor anderen in het geding is, stel je grenzen, op deze school gebeurt dat in overleg met de kinderen, op initiatief van zowel leerkrachten als kinderen.

Maar grenzen kun je ook geven. Dan zijn ze bedoeld voor het kind zelf. Een kind dat nog niet zo goed raad weet met de vrijheid. Een kind dat aan het zoeken en uitproberen is. Grenzen geven hoort bij een leerproces.

Misschien is het verschil subtiel, maar ik kon het voelen, de aandacht voor de kinderen. In de lerarenvergadering. En de volgende dag weer, in een korte nabespreking, die een lange werd. Vanwege de zorg voor de kinderen.

Wat een prachtige club mensen.

Ik ben zwaar onder de indruk van dit team.

 

 

 

Tip om veder te lezen:

Dat verschil in intentie is mooi uit te leggen aan de hand van het model van de Axenroos. Grenzen stellen is weerstaan. Grenzen geven is  geven. De ene “Ax” is trouwens niet beter dan de andere. Het is wel zaak om je bewust te zijn wat je doet, in je communicatie.

Lees hier meer over de Axenroos.

 

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

Vertellen

Ik ga straks vertellen in mijn kerk.

Ik ga het verhaal van de toren ombouwen tot een kerstverhaal. In het verhaal spelen 7 mensen een sleutelrol. Maar in een kerstverhaal moeten dat er drie zijn, natuurlijk.

Drie koningen, drie kerstgeesten (vroeger, heden en  toekomst).

Grappig is dat die getalsymboliek. Dat is één van de dingen die ik in bijbelverhalen zo mooi vind. Fijn om een predikant te hebben die daar veel van weet.

Diepere lagen in verhalen.

Mooi om ze er in te leggen, nog mooier om ze te ontdekken.

 

Ik ben geen beelddenker

Ik ben geen beelddenker.

Tenminste dat dacht ik, toen ik er voor het eerst iets over hoorde. Want ik hield zo van taal en taalgrapjes.

Ik ging meer lezen over beelddenken. Ik las over het verschil met sequentieel denken,

heel kort door de bocht: het hele plaatje zien tegenover stap voor stap denken

en ik ontdekte dat ik dat sequentieel denken juist helemaal niet snap. Hoe kun je nu een volgende stap zetten als je geen overzicht hebt?

dat is waarom ik ooit dacht dat Prezi dé oplossing was. Dat geeft de mogelijkheid om vanuit een overzicht te werken. En vervolgens is dat domme prezi weer geheel lineair. Je kunt niet springen van de ene plek naar de andere. Je kun alleen vooruit en achteruit. Welke idioot heeft dat bedacht?

Vanaf die tijd weet ik dat ik beelddenk.

Voorbeeld.

Mijn zoon heeft scheikunde gestuurd en werk gevonden. Hij mag onderzoek doen, en knutselen in een lab. Dat vind hij leuk, zelf dingen maken en uitproberen. De eerste paar dagen was daar natuurlijk nog geen sprake van. Inlezen, kennismaken en dat soort gedoe. Deze week zei hij blij: “Morgen ga ik het lab in.”

Ik krijg dan meteen beelden. Je kent die films wel waarbij de hoofdpersoon zijn ‘ding’ voor het eerst doet. Strakke muziek en de beelden even strak door elkaar gesneden. Zo’n beetje als het knutselen van the A-team, of het “I got the power!” uit Bruce Almighty.

Zo zag ik Dion het lab in wandelen.

Dat soort beelden zijn er bij mij vrijwel altijd. Direct.

Ik denk dus beeld.

Maar ik ben géén beelddenker.

Ik ben Jacob Jan.

 

 

helemaal jezelf zijn

Jezelf zijn

is ook

je lelijke zelf zijn

is ook

je rafelberande, stekelige zelf zijn

is ook

dat wat nu even niet uitkomt zijn.

 

Pas als die er mogen zijn,

(niet van de anderen

maar van jou),

pas als ze mogen wonen in je hart.

 

Pas dan raken anderen niet langer verstrikt in jouw rafels.

Pas dan verwonden ze zich niet langer aan jouw stekels.

 

 

Waar het leven over gaat

Ik heb veel dingen fout in mijn hoofd. (Fout heb ik doorgehaald, want fout is fout natuurlijk)

Ik heb veel dingen anders in mijn hoofd. Je weet wel, zoals je teksten van liedjes fout hoort. En sommige van die dingen die je anders hoort, blijven plakken.

Het leven gaat niet over rozen, las ik. En nu pas merk ik dat dat zinnetje heel anders in mijn hoofd zit. Ik dacht namelijk “gaat over”, als in: wandelen over. Ik zag dan voor me dat iemand rozenblaadjes strooide op een levenspad dat dan bewandeld werd met blote voeten. Oppassen dat er geen doornen in zitten, dacht ik dan.

Nu lees ik “gaat over”opeens als in: “Dit boek gaat over..”

Zo leuk! Zo’n ontdekking!

Net alsof ik nog even kind mag zijn.

 

P.S. Dit was de post die ik las.

Ik baal er van dat ik zo slecht hoor

Zo.

Dat is er uit.

Ik kan heel leuk omdenken, en bedenken dat communicatie meer is dan praten. Dat is allemaal nog waar ook, het werkt ook, soms. Maar het werkt ook vaak niet.

Er is veel dat ik mis.

Er zijn veel momenten waarop ik niet kan doen wat ik wil.

Er zijn gesprekken die ik niet aan ga, vragen die ik niet stel.

Toestaan.

Daar is het weer. Ik wilde dat er een mooier woord voor was, want dit is een hoofdthema van mij, op deze school.

Toestaan dat ik niet met alles wat op me af komt, iets hoef.

Toestaan dat ik niet met alles wat ik zie, voel en bedenk iets hoef.

Toestaan dat ik verdrietig kan zijn over mijn slechthorendheid.

Met alles wat ik mezelf toe sta, maak ik mijn hart ruimer. Met een ruimer hart kan ik er zijn. Voor de kinderen, voor mijn teamgenoten.

Had ik niet eerder zoiets geschreven? Ziejewel? Hoofdthema! Als ik deze school zou moeten beschrijven zou ik ‘toestaan’, of ‘het mag er zijn’ benoemen als een kernwaarde. De zachte aandacht voor wat is.

Daar kunnen heel veel scholen die bezig zijn met hoe het hoort, nog wat van leren.

 

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

 

 

 

 

 

 

Balans is niet het midden

Ik ben doodmoe, na twee dagen Vallei.

En toch mis ik het.

Als introvert is het alleen zijn, met mijn gedachten, mijn natuurlijke habitat.

Mijn gedachten, gevoelens en fantasie lijken een eindeloze bron.

Maar in het jaar dat ik aan mijn theater werkte, en niet zo heel vaak mensen ontmoette, merkte ik dat zelfs die bron kan opdrogen.

Ik heb het contact ook nodig. Ik moet leven, meemaken, voelen. Op de Vallei herontdek ik mijn speelse kant. Het voelt alsof ik wakker gekust wordt, daar. Maar ik heb de rust en de stilte ook heel hard nodig.

Die balans ben ik nu aan het ontdekken. Niet het midden, maar het heen en weer gaan tussen de uitersten.

En dus toestaan dat ik soms de neiging heb helemaal weg te kruipen. Verdwijnen in een boek. In beslag genomen worden door niets. De horizon opzoeken in een wandeling.

Ik krijg zelfs weer zin in programmeren. Dat was een nerdy hobby van mij. Helemaal in beslag genomen worden door de uitdaging om een spelletje te programmeren. Die lekker makkelijke wereld waar alles voorspelbaar is, waar alles precies zo gaat als jij dat wil.

Een beetje zoals dit. (Lezen! dit is één van mijn mooiste hink-stap-sprongen)

Ik weet nu dat ik beide kanten van mezelf moet koesteren.

 

 

 

 

 

Iemand niet zien, en hoe snel dat gaat

Gezien worden en anderen zien. Dat is wel zo’n beetje mijn thema.

Maar soms zie ik het gewoon niet.

En zo komt het voor dat ik anderen niet zie. Dat gaat eigenlijk best snel, dat anderen NIET zien. Laat ik een voorbeeld geven.

Het is opruimtijd bij de Vallei. In het kapla-hok begin ik met het bij elkaar vegen van de plankjes. B komt binnen en vraagt of hij kan helpen.  Dan komen er drie meiden binnen met de mededeling dat dit hún klus is. (Om te zorgen dat kinderen beter helpen met opruimen, zijn de klussen nu verdeeld. De meiden kijken een beetje verongelijkt, alsof hun mooiste speelgoed is afgepakt. Ik ben net zo blij dat B juist uit zichzelf vroeg om mee te helpen, en antwoord:
“Mooi, dan hebben jullie er twee helpers bij.”
Maar de meiden vinden dat kennelijk niks, want ze blijven staan. Ik ga verder met opruimen, in de verwachting dat ze vanzelf gaan meehelpen. Dat gebeurt niet. Ik vraag wat het probleem is.
“Dit is onze klus.” herhalen ze.
Ze willen ons er niet bij. Dat is duidelijk. En het stomme is, ik voel me een beetje gekwetst. Ik heb toch goede bedoelingen? Ik help mee! En plaatsvervangend voel ik dat ook voor B. Dus veel te kort door de bocht zeg ik:
“Kom B, wij zijn klaar”, en ik schrik, omdat in mijn toon veel te duidelijk het “dan hoeft het al niet meer!” klinkt.

En pas als ik weg loop denk ik: ‘natuurlijk zijn ze verongelijkt!’ Een klus waar je je verantwoordelijk voor voelt ís ook net zo iets als je mooiste speelgoed. En ik kan het best snappen dat je daar geen anderen bij kunt gebruiken. Dus waarom heb ik ze dan de indruk gegeven dat ze iets onbehoorlijks vroegen?

Zo snel kan dat dus gaan. De ander niet zien.

Een keertje is niet zo erg, en misschien zelfs onoverkomelijk. Maar dit soort momenten moet zich niet gaan opstapelen. De ander zien  is niet alleen belangrijk op het moment dat ze er doorheen zitten. Juist in de alledaagse momenten moeten we ruimte maken om elkaar te zien. Om te voorkomen dat we er op een gegeven moment doorheen zitten.

En dan helpt het als we zacht voor ons zelf zijn.

Ik heb mezelf deze ‘fout’ vergeven. Vroeger, nog niet eens zo lang geleden, kon ik over zoiets wakker liggen. Dan vond ik mezelf slecht, en kreeg ik de neiging om te gaan repareren, of compenseren. En daarmee kwam ik in een vicieuze cirkel. Want dat repareren gaat niet over die ander. Dat gaat over het schoon wassen van mezelf. En hoe kan ik anderen zien als ik mezelf aan het schoonwassen ben?

Anderen zien kan alleen als ik mezelf kan zien, met mildheid, dus ook toestaan dat het een keer mis gaat.

 

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

drie vormen van leren

Leren zonder de basis kwijt te raken, hoe doe je dat?

Dat is de #kommaarop vraag van deze maand.

Mijn vraag is, hoe kun je met leren de basis ooit kwijtraken?

Is het dan nog wel leren?

Agnes verduidelijkte het door aan te geven dat de theorie die ze leert haar weg haalt bij haar gevoel.

Oh.

Ja.

Theorie.

Maar theorie is maar een onderdeel van het leren.

De school waar ik nu ervaringen op doe heeft een pracht systeem.

De Vallei onderscheidt drie soorten leren.

 

- spelend leren

Leren zonder van te voren bedacht doel. Gewoon doen. Spelen, het liefst.

Want je kunt natuurlijk niet niet leren. En als je doet wat je leuk vindt leer je over wat jou interesseert. En omdat je het leuk vindt, sta je helemaal open en leer je je te pletter.

 

- onderzoekend leren

Leren gericht op een onderwerp. Dus wel met een uitgangspunt, een idee. Maar het proces is belangrijker dan het doel. Dus mag je gerust afdwalen. Misschien kom je onverwacht iets tegen dat nóg leuker is. Focus, maar geen oogkleppen.

 

- meesterschap leren

Leren met een vooropgesteld doel. En dat doel staat nu voorop. Het proces is nu ondergeschikt aan het doel. Hier komt de discipline om de hoek. Die kun je ook vol houden, want je hebt een doel voor ogen. Afzien mag ook, hier.

 

Uitsluitend bij die laatste vorm van leren kan ik me voorstellen dat de theorie je af leidt van je gevoel. Maar de basis kwijt raken….? Die basis was er toch toen je je doel formuleerde? Dat doel draagt toch bij aan die basis?

Ik kan me een leertraject voorstellen waarbij ik tijdelijk kwijt ben waarom ik de dingen leer die ik leer. Dat er kennelijk tussenstappen nodig zijn waar ik niet direct het nut van zie. Zo’n leerpoces vraagt heel veel vertrouwen van de begeleider. Want die begeleider neemt mijn verantwoordelijkheid tijdelijk over.

Die begeleider moet dan wel weten

– wat mijn doel is
– wat ik nodig heb om daar te komen (dus niet: wat er nodig is om daar te komen)

Dat is geen kattepis.

Zoek voor meesterschapsleertrajecten dus een begeleider/leraar/coach uit, die snapt welke verantwoordelijkheid hij op zich neemt.

En blijf spelen.

Want spelen is leren.