Voorbij de etiketten

Iemand heeft met een permanent marker op een whiteboard zitten schrijven.

En je hebt niet zo’n flesje met glassex-achtig spul. (Die flesjes werken trouwens helemaal niet zo goed).

De truuk: met een wihiteboardstift over de tekst schrijven en dan meteen vegen. Dat werkt, want in die whiteboardstift zit oplossmiddel.

Stift weghalen met een stift.

Soms heb je ook etiketten nodig om etiketten weg te halen.

‘Dyslectisch’  is een stuk beter dan ‘dom’.

‘ADHD’  is beter dan ‘druk’ en ‘irritant’.

‘Introvert’ is beter dan ‘verlegen’ of ‘teruggetrokken’

Etiketten, diagnoses, typeringen kunnen bevrijdend werken.

Reframe

Met andere ogen kijken naar jezelf. Het etiket krijgt niet alleen een andere naam. Je kunt met die nieuwe naam op een heel andere, minder veroordelende manier naar jezelf kijken.

(H)erkenning

Je bent niet de enige. Er zijn meer mensen zoals jij. Deelgenoten. Herkenning. En Erkenning. Eindelijk wordt je gezien. Alleen mensen die de ontroering gevoeld hebben bij deze ontdekking snappen waar ik het over heb.

Taal en handvatten

Het feit dat het een naam heeft, geeft je een taal om uit te leggen hoe je in elkaar zit. Anderen worstelen met dezelfde dingen, en kunnen je dus handvatten geven om er mee om te gaan.

 

Maar er zit een grens aan het nut van de etiketten. Omdat een mens meer is dan zijn etiket. Maar ook voor al die mensen die van alles een beetje hebben, nergens bij horen, en dus steeds opnieuw tegen onbegrip oplopen omdat ze geen woorden hebben om uit te leggen hoe ze zich voelen.

 

Wat zou het mooi zijn als we de volgende stap konden zetten.

Dat we ook zonder een etiket op een andere, mildere manier naar ons zelf kunnen kijken.

Dat we ook zonder etiket gezien worden, ons verbonden weten.

Dat we ook zonder een etiket een taal vinden waarmee we kunnen uitleggen wie we zijn.

Dat we altijd en overal iemand als uniek kunnen zien.

Dat we altijd en overal op zoek blijven naar wat goed voelt in de omgang met elkaar.

Dat we nooit meer uitgaan van een one size fits all.

 

Ik hoop dat we het whiteboard kunnen vervangen door een schilderdoek.

 

 

over rechts Nederland, iets met splinter en balk

Ik las een stuk van the Post Online.

Ja zo heel af en toe doe ik iets politieks.  Het is gezonder dat ik er buiten blijf maar ik kan het niet laten. Ik wil zó graag de nuance terug. 

Die nuance is niet alleen ver te zoeken. De nuance is persona non grata in de discussie op internet. Zodra je in één van beide kampen vraagtekens zet bij wat daar de gangbare mening is, behoor je bij de vijand.

Dit is het stuk: “Waarom zijn er zoveel Gutmenschen in Nederland?”.

Een diepgewortelde reflex bij links om elk verdacht geluid uit rechtse hoek in de kiem te smoren? ….. Dieperliggende vraag: hoe kan deze reflex zó doorschieten?

En daar zit wat in. Dat ‘links’ een kliek is. Die de rijen sluit.

Maar lees de reacties onder het stuk eens.

De linxe kerk heeft veel geleerd van de vorige bezetting; met staatspropaganda kun je alles doen. En slim als ze zijn, hebben ze ook de scholen en universiteiten in handen en daarmee de volgende generatie staatspropaganda veilig gesteld. De volgende stap is dat ze het min of meer vrije internet ook kunnen dicteren en uiteindelijk vinden we s avonds een krantje op de mat, met daarin het echte nieuws. Net als tijdens die andere bezetting. We leven in een tijdperk van hebzucht en al onze vrijheden en verworvenheden sneuvelen.

Daar is de nuance al weer zoek. Ook hier praten gelijkgestemden elkaar weer naar de mond. Ook hier springen mensen weer achterop bij anderen, omdat het veilig is je ergens bij aan te sluiten.

De reflex tegen de reflex is ook al weer aan het doorschieten. Hier bij The Postonline valt het reuze mee. Er wordt geargumenteerd, (soms wel erg kort door de bocht) en de toon is redelijk.

Maar bij GeenStijl zijn de grenzen al lang zoek. Daar is zelfs een zeer strakke censuur aanwezig.

Ook de ‘rechtse’ kliek sluit de rijen.

 

Om die rijen aan beide kanten open te breken is moed nodig.

Moed om naar jezelf te kijken.

Want als ik de reacties lees kan ik heel scherp aantonen waar ze te kort door de bocht gaan. Het wemelt er van de drogredenen. (Zie ze hier op een rijtje).

Maar nu.

Als ik heel eerlijk ben.

Zie ik die drogredenen ook zo snel als ik iets lees waar ik het hartgrondig mee eens ben?

Ik vind dat mensen te weinig naar elkaar luisteren, en te vaak in de verdediging schieten.

Maar nu.

Als ik heel eerlijk ben.

Luister ik wel, als ik iets hoor waar ik het heel erg niet mee eens ben?

Neem nu deze reactie (ook te vinden bij dat stuk van The Postonline)

Zou het onderbuik-volk de Islam omarmen, dan werd de Islam een bedreiging. Zou het volk van Sinterklaas en Zwarte Piet af willen, dan zou dat als anti-Nederlands gedrag worden veroordeeld.

Ik kan dat heel makkelijk af doen als drogreden, het lijkt namelijk veel op het gebruik van het Hellend Vlak.

Maar luister ik dan naar wat de schrijver er mee wil zeggen?

Nee.

Ik heb een excuus gevonden om dit niet te horen.

De werkelijkheid is dat ik natuurlijk ook selectief kijk.

Dat ik ook mijn triggers heb.

Dat ik daarmee ook rijen sluit.

Dat ik inderdaad Gutmensch trekjes heb.

(Ik wil daarbij wel even zeggen dat ik lang niet alle Gutmensch trekjes negatief vind)

 

Dat is waarom ik af en toe een politiek stukje schrijf.

Omdat ik vind dat we ons zelf moeten durven blijven bevragen.

Omdat we het gesprek weer op gang moeten krijgen.

Die rijen moeten open.

 

 

Toestemming

Toestemming voelen, van mezelf voor mezelf.

Misschien is het omdat ik twee dagen per week omsingeld ben door kinderen, die zichzelf voortdurend toestemming geven:

te voelen wat ze voelen,

te willen wat ze willen,

te doen wat ze doen,

te vragen om wat ze nodig hebben.

 

Zij leren mij terug te komen bij mezelf. Te luisteren naar wat ik voel, wat ik wil en wat ik nodig heb.

Zo keek ik vanochtend opeens heel anders naar een bekend gevoel.

Ik zat aan de keukentafel van school. Steeds meer mensen druppelen binnen. Ik hou me vast aan mijn koffiekop, mij handen omsluiten de warme beker, en ik neem een hap schuimende melk. De gesprekken gaan langs me heen. Ik knik, glimlach en groet, maar mijn hoofd is er niet bij.

“Nog niet helemaal wakker.” zou ik voeger gezegd hebben. Meer nog om iets te zeggen te hebben, dan als verontschuldiging. Ik zou nog een grapje maken, over koffie, en dingen die je ervóór niet moet doen, en zo zou ik op de automatische piloot een gesprekje overeind houden.

Maar ik voel dat het met wakker zijn niets te maken heeft. Ik bén er gewoon nog niet. Ik kan niet aanwezig zijn, daar aan die tafel. Zelfs de glimlachen en knikjes zijn met te veel. Ik ben er niet en ik wil er even nog niet zijn.

Met dat  gevoel, geef ik mezelf de toestemming om er nog niet te zijn. Ik ga de vaatwasser uitruimen, en loop even door school.

Dan ga ik op een werkbank zitten en kijk.

Kleine J komt voor me staan, en pakt mijn handen. Die handeling nodigt me uit aanwezig te zijn. Ik ben er, en ik wil er zijn. Nu wel. We spelen zwijgzaam een spel. J springt, en ik til, zodat hij steeds hoger springt. J trekt afwisselend aan mijn linker en rechterarm en ik zwaai mee. Ik wordt een marionet, bediend door J.

De rest van de dag was ik er.

Helemaal.

 

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

 

Als het allemaal niet lukt

Dat het allemaal niet lukt zoals je wil.

Er zitten drie blogs in mijn hoofd, en ze willen er niet uit.

Ik heb ideeën voor lessen op de Vallei, maar ze komen net niet uit de verf.

Ik maak een verhaal voor iemand, maar ik mis dat gevoel dat het ‘klopt’

En daar dan vrede mee hebben. Dat is nog een hele opgaaf.

 

Mijn dochter is in paniek omdat ze voor haar studie een essay moet inleveren, en ook zij zit vast.

Ik kon er voor mijn dochter zijn.

En even voelde ik hem zelf.

De zachte, helende “Het is goed, ook als het niet goed is.”

En toen kwamen de tranen.

acceptatie

 

ouwe meuk

ouwemeuk

Een oud familieverhaal.

Mijn moeders kant van de familie is Drents. Ik hoorde van mijn moeder dat die op een heel praktische manier gierig kunnen zijn. Alle Drenten, of alleen mijn familie, dat weet ik tot op vandaag niet. Mijn oma heeft ooit tegen een familielid gezegd: “Ik zie dat je die mooie schaal die ik je op je verjaardag gaf nooit gebruikt, mag ik hem terug?” En dat werd heel gewoon gevonden.

Toen mijn moeder na mijn geboorte in het ziekenhuis lag, nam mijn oma lekkere bonbons voor haar mee. Hele dure. Uit de sjiekste lekkernijenwinkel van Groningen.

Dat gierige is bij mijn moeder gestopt, denk ik, want het eerste wat ze deed was de hele doos bonbons meegeven aan de verpleegsters voor bij hun koffiepauze.

Toen ze later vroeg of het lekker was, vertelde de zuster (die heetten toen nog zo) dat ze heerlijk waren. Maar ze was nog wel even terug geweest, om de doos te ruilen. Alle bonbons waren wit uitgeslagen. Tssss! had de zuster gezegd. Moet je voorstellen. En dat voor zo’n winkel. Gelukkig was het personeel van de winkel net zo geschokt geweest, en werd de doos direct omgewisseld.

Mijn oma werd toch een klein beetje rood om de kaken toen ze het verhaal hoorde. Die bonbons waren een verjaardagscadeautje geweest, ooit. Heel lang geleden. Zonde om op te eten, en dus hadden ze al die tijd onder in de kast gelegen, wachtend op een gelegenheid om een keer cadeau te doen.

 

Voor Sint Maarten sloeg mijn moeder altijd speciaal groots in.

 

I am Groot!

Als trotse papa ga ik naar de open dag van de fysiotherapiepraktijk waar mijn dochter  PMT’er is.

Thema van die dag is NAH (niet aangeboren hersenletsel).

Eén van de lezingen wordt gegeven door een logopediste. Zij helpt mensen met afasie door middel van muziek. Mooi hoe de hersenen werken. Ik las ooit al bij Oliver Sacks, die ontdekte dat muziek ook helpt om mensen met Parkinson vloeiender te laten bewegen.

De logopediste legt uit dat ze mensen die helemaal niet meer kunnen praten zo tóch een zinnetje kunnen zeggen. Een man wilde bijvoorbeeld zelf de telefoon kunnen opnemen, en oefende, met behulp van een deuntje: “Ik haal mijn vrouw even.”

Mijn fantasie gaat altijd aan de haal als ik luister naar verhalen.

Mijn gedachten dwalen af naar de film “Guardians of the Galaxy”. Een superhelden SF film. Een van de figuren is een levende boom (een soort Treabeard ja). Hij kan praten, maar zegt bij alles maar één zinnetje: “I am Groot!” Dat is bij kenners een hele Meme geworden. Er is zelfs een steracteur aangetrokken om dat ene zinnetje in te spreken.

gotg-groot-poster

Als ik ooit afasie krijg, wordt dát mijn zinnetje.

Ik zie het voor me, hoe ik mijn mantelzorgers (verplegenden zijn er dan niet meer) toespreek met “I am Groot!”

Mijn fantasie is erg levendig en ik kan mijn lachen amper in houden, daar bij die lezing.

Kan dat, vaag ik me meteen af, hier een grap over maken?

Ik hoop dat ik, als er iets met me gebeurt, het met humor tegemoet kan treden. Ik zou het écht doen, denk ik, dit zinnetje leren. Natuurlijk is “Ik hou van je” een belangrijkere boodschap, maar dat kan ook zonder woorden.

Liefde en Humor. Als veel weg valt, hoop ik dat te bewaren.

ouderavond is: in gesprek zijn met elkaar

Ouderavond op een democratische school.

Ouders en team hebben het maar over één ding:  de kinderen.

Nou ja, er zijn wat regeldingetjes, maar de hoofdmoot is:

Hoe zorgen we ervoor dat de kinderen zich gezien weten.

Informatie wordt over en weer gedeeld.

Er worden zorgen uitgesproken.

Over het tijdelijke gebouw waar de school in zit, en dat niet ideaal is.

Over de invloed van de snelle groei.

Er wordt verteld en geluisterd.

Ouders en team zien elkaar.

Zouden ze door hebben hoe bijzonder dat is?

 

 

En ik?

Ik zit er bij, en denk aan al die mooie kinderen die ik zie.  Ik schrijf twee dingen op, in mijn hoofd.

1. Veel kinderen zie ik, echt! (lees hier).   Dat moet ik terug geven. Misschien ga ik ze wel brieven schrijven.

2. Welke kinderen zie ik nog niet? Die wil ik gaan zien.

Want dit is een school waar iedereen zich zelf mag zijn. Zijn eigen krachten mag benutten.

Mijn kracht is kijken. (lees hier)

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

 

weg met het ‘je-mag-overal-zitten-nee!-dat -is-mijn-stoel!’ effect

‘Zo spannend en onvoorspelbaar als het leven zelf’. Dat is de titel van de uitgeschreven dialoog over passend onderwijs tussen Luc Stevens en Marcel van Herpen. Het eerste deel van hun gesprek is gepubliceerd in het Magazine van hetkind – Niemand buitengesloten. (lees verder)

 

Zo spannend is het.

En zo mooi.

Als je een begeleidingsgesprek hebt, en je krijgt tranen in je ogen, dan gebeurt er iets moois.

Ik had dat gesprek aangevraagd, omdat ik naast alle euforie een paar onzekerheden voelde binnensluipen.

Want de Vallei is een school waar ik nog lang niet alles van weet. Ik zie heel veel, ik zie hoe dingen werken.  Maar ik heb ook vragen, over dingen waarvan ik nog niet zie hoe ze werken. En wat is er allemaal dat ik niet zie?

En, zoals ik al schreef in mijn vorige blog, ik had vertrouwen nodig. Dus ik wilde ook gewoon een antwoord op die vraag. Doe ik het wel goed? Voor een deel is dat mijn oude: doe-ik-het wel-goed?

Die tranen kwamen toen ik besefte dat het er mocht zijn, die onzekerheid. Dat ik daar niet uniek in ben. Dat het hele team voortduren op zoek is. Dat er geen zekerheden zijn. Dat deze hele school zo onvoorspelbaar is als het leven zelf. En dat het goed is. Dat het zelfs goed is als dat niet altijd goed voelt.

(ik voel die tranen weer prikken)

Dát is bijzonder. Wat een team. Wat een moed.

Om samen op zoek te durven blijven.

Wat een kracht.

Waarom het mij persoonlijk zo raakte is omdat ik mijn hele leven al worstel met de hoe-hoort-het-hier? Ik heb veel te vaak mijn neus gestoten in situaties die veilig leken, open . .  en waar je dan opeens tegen een onzichtbare muur liep, of over een onzichtbare grens. Ik merk dat ik daardoor op mijn hoede bleef voor het je-mag-overal-zitten-nee!-dat -is-mijn-stoel! effect. Omdat er stiekem toch altijd wel ergens een oordeel verstopt zat.¹

En dan nu te voelen dat ik écht overal mag zitten. Dat ik ook toeschouwer mag zijn. Dat ik fouten mag maken. Dat ik het niet mag weten. Dat ik mag zijn wie ik ben. Omdat de vallei een plek is waar iedereen mag zijn wie die is.

Niemand buitengesloten.

En dat waar maken, elke dag weer opnieuw.

Dat is niet gemakkelijk.

Wel heel erg mooi!

 

¹

Ik kreeg ooit tranen in mijn ogen toen ik in een sollicitatiegesprek over mijn passie voor trainen en begeleiden vertelde. Dat was een reden om te oordelen dat ik er kennelijk nog niet klaar voor was.

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

 

Waarom toeschouwer zijn meer is dan je denkt

I think it pisses God off if you walk by a colour purple in the field somewhere and don’t notice it.

The colour purple, Alice Walker

 

Het boek kwam per ongeluk bij me. Ik was in Amsterdam op een zondag (ik weet niet eens meer waarvoor), liep door de winkelstraten, en zag tot mijn verbazing dat de Engelse boekwinkel open was. Het boek was nog niet verfilmd. Ik weet ook niet meer waarom het boek me opviel, maar ik kocht het.

DSCN5413

Ik was toen erg van andere culturen en heftige verhalen. (Ik denk dat ik net “The bone people” van Keri Hulme uit had.)

De zin hierboven zit al jaren in mijn hoofd.

Niet voor niets, denk ik.

Ik ben toeschouwer.

Ken je dat? Dat je zoekt naar je kern? Dat je probeert met één woord te vangen wat je hier komt doen op deze aarde. Soms vind ik het onzin. Soms doe ik mee. Als ik mee doe is mijn woord ‘toeschouwer’.

Ik voel me Saliéri in de film Ammadeus. Hij werd verteerd door jaloezie, omdat hij, die in zijn botten voelt hoe geniaal Mozart is, hij die als enige snapt wat er gaande is in die muziek, zelf een middelmatige musicus is.

De jaloezie heb ik niet (meer).

Het weten, het zien en het voelen heb ik wel. De schoonheid van de wereld komt vaak overweldigend binnen.

En dan denk ik: “Wat fijn dat er tenminste iemand is die het ziet, voelt, waardeert.

Misschien is dát wel mijn functie.

 

 

Ik ben het riet dat trilt op jouw adem.

Jij bent de klankkast voor mijn snaren.

Ik ben het stofdeeltje dat glinstert in jouw zonnestraal.

Jij bent het lakmoes van mijn hart.

Jij bent mijn spiegel, ik jouw schaduw, echo voor elkaar.

Ik dicht jouw tederheid.

Jij danst mijn verlangen.

Ik schilder jouw moed met felle streken.

Jij zingt zacht mijn ongesproken woord.

Wij zijn allen podium en tempel.

Ons wezen is

toeschouwer en artiest,

in beide zijn wij schepper.

 

 

 

De kinderen die ik zie

De hele week wil ik al hierover schrijven, maar ik vind de woorden niet.

Over hoe mooi de kinderen zijn als je ze echt ziet.

 

Nee hè, nu wordt het een sinterklaasgedicht, ook dat nog.

Opnieuw proberen:

 

Het zijn momenten waarop de bliksem in slaat. Dat je plotseling, in een flits, veel meer ziet dan het kind dat je tot nu toe zag.

En dat was al zo veel. Dat wat ik tot nu toe zag.

Wat me vooral op valt bij de kinderen is hun meedogenloze vastberadenheid. Mislukking krijgt geen kans, zelfs als er iets niet lukt.

Doelgericht zijn ze, gefocust, de kinderen die ik zie. Zelfs in hun besluiteloosheid, zit nog de energie van vastberadenheid.

En daarnaast nog creatief, eigenwijs, vrij, vrolijk, lief, aardig.

What’s not to love?

Zo moeilijk is dat niet, om ze geweldig te vinden, de kinderen die ik zie.

Maar wat ik wil beschrijven is wat daaraan voorbij gaat.

Die korte flits waarin ik veel meer zie dan een kind.

Een heel mens zie ik dan. Een mens met grote wijsheid.

Ik houd mijn mond, want woorden zijn er niet. Voordat ik het weet ga ik hier verzanden in new-age achtig gewauwel.

En toch . . .

ik heb het gezien

meerdere keren.

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier