hoofd in de wolken en voeten in de turf

Vandaag was ik in Drenthe, want daar ligt familiegeschiedenis (van mijn moeders kant)

Peter, mijn oudere broer, die van alles heeft uitgezocht nam ons (Rik en ik) mee op sightseeing.

Het begon in 1850 toen Jan Rahder, wijnkoper uit Amsterdam, vervener werd in Drenthe.

Wild west, maar dan in het oosten, want Drenthe werd toen net ontdekt en ontgonnen. Steeds verderop om nog veen te vinden. Steeds nieuwe kanalen aanleggen. Totdat het met de winning van aardgas in één klap afgelopen was.

In het boek “Publieke werken”  van Thomas Roosenboom, wordt dat verveningsavontuur verteld. (Binnenkort als film te zien!)

Jan Rahder begon in het huis Nieuweroord, en hoe cool, er is nu een heel dorp dat zo heet.

DSCN6393

Hij heeft nog eens school gesticht, de J.C. Rahderschool, omdat hij onderwijs belangrijk vond.

DSCN6396

De familie verhuisde naar Noordseschut, en Jan liet een nieuw kanaal graven.

DSCN6391

Het huis dat ze bouwden, Huize Blokland,  staat nog steeds prominent in de bocht van het kanaal.

DSCN6387

DSCN6389

Jan Rahder was de opa van mijn opa. Mijn opa bouwde zich een huis in Nieuw Amsterdam, de Tippe.

DSCN6398

Ook al weer aan een kanaal.

Daar heb ik het eerste half jaar van mijn leven gewoond, omdat mijn moeder in het ziekenhuis lag met zwangerschapsvergiftiging.

We rijden rond, en ik verbaas me over de hoeveelheid land die vroeger in de familie geweest is.

We komen bij een turfoverslag. Allemaal van mijn opa geweest. Peter kan zich nog herinneren dat hij in die treintjes gezeten heeft als heel klein jongetje.

DSCN6403

DSCN6423

DSCN6422
DSCN6417
DSCN6416
DSCN6415
DSCN6414

 

Bijzonder dagje, want ik kende de familiegeschiedenis van mijn moeders kant maar vaag.

De twee kanten die ik in me heb. Voerman met het hoofd in de wolken, en Rahder met zijn voeten in de turf. Ik ben meer van de lucht, maar dit was goed om te zien.

 

 

maybe si maybe no

Duma_whole

Ik ben nu allemaal ingewikkelde en diepzinnige boeken aan het lezen.

En dat is heel leuk, maar dat is echt niet de enige plek waar je wijsheid tegen komt. Misschien just niet.

Je komt wijsheid ook tegen bij Stephen King bijvoorbeeld.

Er schoot me vandaag een zinnetje te binnen uit Duma Key. Een heel mooi ouderwets griezelboek, maar tegelijk zoveel meer. Pijn werd zelden met zo veel liefde beschreven.

Het zinnetje is “Maybe si, maybe no.” ¹

Daar gaat zo veel relativerende kracht van uit. Het klinkt vaak door mijn hoofd.

King heeft meer van die mooie zinnen (ik had daar eerst oneliners staan, maar dat doet die mooie zinnen geen recht).

Maar ‘Maybe si maybe no’ is mijn favoriet, naast de prachtige afscheidsgroet: “We were well met”

 

¹That’s what Wireman says

 

 

 

waarom die oude katholieke kerk misschien wel heel erg cool was

Ik lees over de reformatie.

En het is eigenlijk heel modern.

De Pausen van toen gedroegen zich als de bankieren van nu.

Maar dat was niet het enige waarom veel mensen genoeg hadden van de katholieke kerk. Ze waren ook de oeverloze disputen zat, die helemaal nergens over gingen.

Die vraag over hoeveel engelen er op een naaldpunt passen is denk ik wel de bekendste. Maar wat ik verder over die discussies lees, over welke macht God, Jezus en de Heilige Geest nu precies hebben, doet me heel erg denken aan dit:

 

 

Afgezien van die Pausen was die oude katholieke kerk juist wel heel erg cool. En sowieso modern.

 

1+1=3 Nee niet die flauwe over samenwerking, maar echt

Ik lees deze

algehel geschiedenis van het denken

 

Verslavend is het, ik zit echt met rode oortjes te lezen. Vaak met een glimlach op mijn lippen.

Over kunst, wetenschap, filosofie, godsdienst. Alle grote denkers komen langs. Over de vraag of het universum echt zijn eigen (wiskundige) orde  heeft, of dat wij dat er van maken, bijvoorbeeld.

En weer vraag ik me af waarom ik daar vroeger niks mee deed. En dan herinner ik me iets.

Ik kreeg voor het eerst Wiskunde II. Razend interessant vind ik dat. Het ging o.a. over bewijzen. Nu zou ik het geheim achter de wiskunde ontdekken.

Dacht ik.

De leraar begon te vertellen dat je in de wiskunde uitging van aannames. Dat 1+1=2 ook zo’n aanname was.

Ik vroeg wat er zou gebeuren als je geen genoegen zou nemen met die aanname. Als ik uit zou gaan van 1+1=3?

“Dan ben je gek”, zei de leraar.

Ik wist best dat mijn vraag onbeantwoordbaar was. Waarom is één plus één twee? Maar het gesprek daarover had zo mooi kunnen zijn. Hier was een vraag achter een vraag achter een vraag. Een glimp van de oneindigheid.

En dan een leraar die alleen maar verder wilde met zijn les.

Ik wilde wel, maar er was gewoon niemand in de buurt die snapte hoe leuk het was om na te denken over onmogelijke vragen.

Ik ben nu flink aan het inhalen. Ik voel me jonger dan ooit.

en toch, al die mooie, echte blogs …

Als ik niet orden.

Raar woord, ordenen.

Als ik niet orden, krijg je zo’n blogpost als dit.

Dus orden ik, meestal dan. Voor jou.

For you, for you I came for you, Bruce Springsteen, en hier schrijf ik hoe mooi die Elpee is.

Dat heb ik dus heel vaak, dat ik bij een flard tekst een liedje hoor. Al luister ik al zo’n 5 jaar niet meer naar muziek.

Ik bedacht dat (dat van die liedjes) toen ik een vlammend blog wilde schrijven. Daar zat een mooie wending in. Kantelpunt van dat blog zouden de woorden EN TOCH worden.

En toen kreeg ik de associatie met: en toch en toch en toch…al die tien geboden…

Dat is uit een show van Seth Gaaikema. (Als ik Google kom ik godbetert bij het seniorenplaza uit!) Ik zag die show als kind. Het enige dat ik nog weet is dat de Blue Diamonds meedededen, bijzonder, want heel beroemd, alleen had ik nog nooit van ze gehoord. En dat hij zo’n idioot dunne microfoon had, en dat hij die zo ielig vasthield, tussen zijn vingers (Nee ik had daar geen bijgedachten bij, ik vond het gewoon raar om te zien).

En dat liedje dus.

Ik kan nog wat meer over die Gaaikema vertellen, datti ontzettend goed met tekst was (My Fair Lady vertaald) maar niet zo goed op het podium, en dat ik dat soms ook van mezelf denk. Tenminste voor wat betreft de verhouding tussen die twee. Ik zou me qua tekstschrijven niet durven meten met Seth.

Dit soort associaties moet ik uit mijn blogs ordenen, anders wordt het een onleesbare zooi. En als ik ze dan toch wil bloggen, zet ik ze in een hink-stap-sprong-blog.

Maar ja, dat lukte bij dit blog niet, omdat ik dan bij de stap al zou stoppen, en daar sta jij als lezer dan. Met je ene been ver voor je andere, een beetje te wankelen op een sprong die niet meer komt.

En toen dacht ik, ik schrijf dat hele blog (dat over die associaties dus) gewoon niet. Eén los ideetje is niet genoeg om een heel blog aan op te hangen. (En dat vlammende blog moet ik misschien ook maar niet schrijven)

En direct daarop dacht ik: JUIST WEL!

Niet alleen omdat dit mijn blog is, maar ook omdat ik soms wat kriegel word van al die mooie blogs.

Daar kan ik best jaloers op zijn, op die mooie blogs. Die zo lekker lopen, met van die catchy tussenzinnetjes, en dan heel mooi toewerken naar het punt dat gemaakt wordt, met een prachtige uitsmijter. En dan ook nog persoonlijk (anders lees ik ze niet).

EN TOCH

en toch en toch en toch

Soms wordt het me wel eens te veel, die blogs.

Soms denk ik wel eens dat wat aanrotzooien leuker is. Dat die kleine gedachten wat meer aandacht verdienen.

Daarom vind ik het niet zo heel erg, als je hier en daar de weg krijt raakt, of zelfs af haakt, op mijn blog.

Leuk als je tot hier bent gekomen. Fijn om te weten dat mensen zijn met geduld voor gekke kronkels.

Doof zijn is soms ook heel leuk en nuttig

Ruzie tussen kleuters.

Ik wordt er bij gehaald, en kan natuurlijk niks verstaan. Maar daardoor zie ik dat alleen het feit dat ik er ben al voor wat rust zorgt. Het overleg begint opnieuw. Ik kan alleen maar op de non-verbale communicatie letten, maar wat zie ik veel.

Prachtige pogingen, die weer ergens stranden.

Felheid waarmee de eigen grenzen worden bewaakt.

En ik zie ook wat niet wordt gezegd.

De ruzie wordt maar half opgelost, maar dat geeft niet. Een kwartier later is hun aandacht toch weer ergens anders.

Intussen heb ik veel gezien. Ik zie wat ze nodig hebben, ook al kan ik het ze nu nog niet geven.  Niet omdat ik doof ben. Maar omdat ik ze gereedschap wil bieden. En ik kan dat wel doen, maar de kinderen moet wel leren omgaan met dat gereedschap.

Het belangrijkste gereedschap zijn ze trouwens zelf.

Daar gaan we als school mee aan de slag. Kinderen handvatten geven om zichzelf te leren kennen.  En een taal om gevoelens mee te kunnen benoemen.

Zodat ze dit soort gedoetjes bevredigender aan kunnen pakken. Waarmee grotere gedoetjes kunnen worden voorkomen.

En dan later nóg een leuke ontdekking.

Suzanne, een andere kleuter vraagt iets. Ik kan het niet verstaan. Na drie keer nóg niet. Suzanne pakt resoluut mijn hand, en sleept me mee. We gaan naar de WC’s. Suzanne kijkt in alle WC’s of ze wel leeg zijn, doet de deur naar de grote ruimte dicht en dirigeert mij op een klein roze krukje. Ik zit. Suzanne gaat voor me staan, en zegt wat ze wil.

Wat geweldig dit. Een kleuter die initiatief neemt, en niet alleen dat, ze snapt wat ik nodig heb om te verstaan.

Voor we weg gaan zegt ze: en ik wil ook gebarentaal leren!

wat een dag

Wat een dag op de Vallei.

Te veel kleine, grote, mooie momenten om te beschrijven. Alsof het vele dagen waren.

Zelfs een mislukking waar ik tevreden over kon zijn.

Ken je dat gevoel dat je na een heel indrukwekkende film nog tijdenlang naar de aftiteling zit te staren? Dat!

Ik ben doodop. Mijn oren tuiten. Letterlijk.

Maar wat was het ‘t waard.

Mijn zon was geen moment verduisterd.

 

een ander soort elevator pitch

waar je goed in bent

 

Als je me vraagt naar de kinderen van de Vallei,
heb ik het over het meisje dat . . .
en de jongen die . . .

In eerste instantie ben ik geneigd om ze te beschrijven aan de hand van de dingen die ik bij ze bewonder.

Dat kan ik namelijk goed, bewonderen.

Maar dan doe ik ze tekort.

Want ze zijn zo veel meer.

Ze zijn hun dromen, ze zijn hun prachtige onhandigheid, ze zijn hun dappere pogingen in de dingen waar ze helemaal niet goed in zijn, ze zijn hun twijfel en hun aarzeling, ze zijn hun halsoverkop-oeps-sorry, ze zijn hun tomeloze energie en fantasie.

En ze zijn nog duizend dingen meer die ik niet eens kan zien.

Jij ook.

Jij bent zo veel meer dan de dingen waar je goed in bent.

Ga dáár nou eens een elevator pitch van maken. Het hoeft niet kort, ik zet die lift wel even op de noodrem.

 

loslaten in vertrouwen

De anderen hebben er waarschijnlijk niet veel van gemerkt, maar ik zei weinig.

Twee bijeenkomsten lang.

Eentje over sociale vaardigheden, en de andere over het voortgezet onderwijs dat we willen aanbieden op de Vallei, volgens het natuurlijk leren principe.

Ze merkten niks omdat ik wél wat zij (misschien zelfs te veel). Wat ze niet kunnen weten zijn alle momenten waarop ik iets wilde zeggen, en mijn mond hield.

Ik praat omdat

– ik mezelf graag hoor (sorry, ik werk er aan, maar het is een werk in uitvoering)
– ik dingen beter kan plaatsen door ze te verwoorden
– ik dingen zie waarvan ik vind dat ze onder de aandacht gebracht moeten worden.

En die laatste, die hoefde ik nauwelijks in te zetten.

Dat komt omdat ik nu in zo’n fantastische omgeving zit met mensen die het snappen. En omdat ze allemaal goede dingen zeggen die ik niet kan bedenken. (In die sessie over Voortgezet Onderwijs waren het (ex)leerlingen die hele mooie dingen zeiden)

Dat is echt een verademing.

En die paar keer dat ik iets kwijt wilde, zag ik het ook meteen landen.
“Mooi!” dacht ik, dat kan ik nu loslaten.

Loslaten in vertrouwen, omdat ik weet dat de dingen die ik belangrijk vind toch wel opgepakt worden.

Ik besef nu, dat als je dat kunt, je wel een hele mooie werkplek gevonden hebt.

 

gekrenkte trots

Goed?

Alleen maar goed ?? !!!

dacht ik, toen ik een reactie las van een proeflezer.

 

Ik schrijf verhalen en soms ook gedichten.
Ik ben trots op mijn schrijven.
En daar zou het bij moeten blijven.
Maar nee, ik moest zo nodig zwichten.

Dit is een verhaal van gekrenkte trots.

Trots die voortkomt uit twee fatale verbindingen die ik maakte.

Ik sloot een huwelijk tussen mijn daden en een specifieke uitkomst. En alsof dat niet genoeg was, koppelde ik beiden aan mijn eigenwaarde.

Ik ben dat vanaf het najaar van 2014 aan het loskoppelen, maar kennelijk zijn er gebieden waar de lijm nog niet helemaal opgelost is.

En ik had beter kunnen weten. Want mijn eigenwaarde overleefde mijn eigen kritiek op mijn theater.

En toch voelde ik me gekrenkt toen een proeflezer mijn tekst goed vond.

De tekeningen die bij mijn teksten gaan horen vond ze “Werkelijk Schitterend!”

Kijk, dat lijkt er op!

En ze heeft gelijk, kijk maar:

wolk

 

 

Waarom voelde ik een steek van jaloezie? Terwijl ik alleen maar heel erg blij ben, met die reactie. Yes, ze vindt de tekeningen ook zo gaaf als ik!

Kennelijk niet ‘alleen maar’ . . .

 

Ik deed iets nieuws.

Ik besloot om mijn steek van jaloezie niet te verstoppen, of weg te doezelen. Ook niet voor me zelf. En dat deed ik door mijn schaamte er over ook niet te verstoppen. Ik maakte gewoon een deal met mijn schaamte: als jij er mag zijn mag mijn jaloezie er ook zijn, oké?

Die extra stap, dat waarderen van mijn schaamte, is belangrijk want je moet een Droste-reeks in de kiem smoren voor hij de oneindigheid bereikt.¹

Daar lag hij, mijn jaloezie, kwetsbaar in de palm van mijn hand.

En toen vertelde hij me dat van die koppeling van daden aan eigenwaarde. En ik zei dat ik dat toch al lang wist.

Ssst! zei mijn jaloezie. Weten en voelen zijn niet hetzelfde.

Ja, dat weet ik óók al, wilde ik zeggen.

Mijn jaloezie schudde met een cynisch lachje zijn hoofd.

“Het feit dat ik hier ben, zegt iets anders. Al die andere keren heb je me zo razendsnel verstopt dat je me niet kon voelen. Behalve toen bij het stoppen met het theater. Daar deed je het heel mooi, echt voelen. Compliment!
Weet je wat het probleem is met jouw hoofd. Die heeft zo’n levendig voorstellingsvermogen dat hij zich gevoelens kan voorstellen, zonder dat jij ze hoeft te voelen.”

Hij deed zijn handen achter zijn hoofd en leunde achterover tegen mijn gekromde vingers.

“Nu ik er eindelijk mag zijn, kun je echt gaan voelen. En dat geeft je de mogelijkheid om het los te koppelen.”

Ik bedankte de jaloezie die langzaam verdween. (Zijn lach bleef nog even hangen)

Mijn eigenwaarde schoof met een zware klik terug op zijn plaats.

En nu wist ik dat ik nog werk te doen had.

Want die tekst, die kan dus nog beter.

 

 

¹Anders vind ik het stom dat ik het stom vind dat ik het stom vind dat..