Stapje terug is niet hetzelfde als zoek het maar uit

Steeds opnieuw ben ik verbaasd wat er gebeurt als je een stapje terug doet.

Ik had als sinterklaassuprise zelf een electro gemaakt. Die heb ik meegenomen naar de Vallei, om te zien of kinderen interesse hadden om er iets mee te doen. Ze mochten hem slopen.

Johan ziet meteen hoe het werkt en gaat aan de slag.

Sep, die vorige week nog hevig geïnteresseerd was in lampjes en batterijen, heeft nu andere interesses. Prima! Dat kan. Hij heeft even aan techniek geroken, en als hij de geest krijgt komt hij wel weer terug. Of niet. Dan heeft hij iets anders gevonden, kan ook.

Geert sluit aan. Hij wil zelf ook eentje maken. Ik aarzel heel even. Geert is een stuk jonger dan Johan, en ik heb al eerder meegemaakt dat kinderen wel het resultaat willen, maar niet zo’n zin hebben in al het gedoe dat je daar voor moet doorstaan.

Ik leg uit dat het een flinke klus is, en dat we misschien vandaag niet klaar zijn. Geert knikt. In zijn gezicht en houding lees ik zeer serieuze concentratie.  Daarom besluit ik hem mijn volle vertrouwen te geven. Niet vanuit een laf soort “Ik zie wel”, maar in de verwachting dat hij door gaat pakken. (Zou Geert dat vertrouwen uit mijn non verbale houding lezen? Ik denk het wel.)

En werken doet hij. Niet impulsief maar planmatig.

Ik doe een stap terug, en geniet.

Af en toe help ik even. Dan laat ik iets zien, of doe ik iets voor. Een stap terug doen is niet hetzelfde als zoek het maar uit . . .

. . . nou ja, letterlijk gezien wel natuurlijk . . .

. . . maar niet alles hoeft zelf uitgezocht.

Ondanks zijn zorgvuldige aanpak blijkt er iets  niet te passen. Dat betekent dat Geerts tekeningen overnieuw moeten. Dat vindt hij niet erg. Geen spoortje ongeduld. Hij leert nu meteen dat niet alles in één keer goed hoeft te gaan.

En het wordt beloond! In één ochtend komen we een heel eind. Verder dan ik hoopte.

DSCN5956

DSCN5968

DSCN5970

DSCN5972

DSCN5975

 

namen zijn verzonnen

 

 


 

Dit stuk beschrijft mijn ervaringen in het onderwijs, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

De eerste blogger

Ken je dat?

Dat een boek je roept?

Ik heb een boekenbon gekregen. Yes! Ik mag een boek kopen, een echte nieuwe.

Ik zag hem al een tijdje terug bij Dekker van de Vegt, en ik zag hem weer bij Adriaan Heine.

mm

Michel de Montaigne, de uitvinder van het essay.

Ik was alleen de naam weer vergeten. Goed dat ik een dochter heb die cultuurwetenschappen studeert. Ze wist het, had er zelfs college over gehad!

Ik was verkocht toen ik de eerste zin las:

Dit lezer, is een eerlijk boek. Het waarschuwt u al direct dat ik het uitsluitend voor privé-doeleinden en huiselijk gebruik bestemd heb.

Wow! een blogger!

Ik heb het opgezocht. Wat ik in de recensies lees is dat dit boek een goede vriend wordt. Een boek dat je steeds weer even op pakt.

Ik wil hem.

Hij trekt.

Er zijn andere boeken die ik wil. Zo zou ik graag nog

De Toverberg van Thomas Mann hebben, en
de verzamelde werken van Elsschot,
De Thibaults van Martin du Gard,
Ideas,  History of thought and Invention van Peter Watson,
de Watch-serie van Prattchet,
en nog een aantal werken van Stephen King.

Die stonden al op mijn wensenlijstje voordat ik Montaigne zag.

Maar ja.

Een vriend die er er steeds weer even bij pakt, die 500 jaar geleden al schreef als een goede blogger …

Leve de e-boeken

Ik hou van e-boeken.

Iedereen doet zijn papieren boeken in de ramsj.

Bij Adriaan Heinen kun je voor 5 euro een volle tas tweede hands boeken meenemen. Hele mooie winkel, trouwens!

DSCN5863

Ik was met Fenna in ‘s-Hertogenbosch om de romantische schilderijencollectie van Jef Rademakers te zien. Kitsch om van te houden. Mooi museum, trouwens!

DSCN5862

Een bijzondere verjaardag

Mijn moeder had zo haar plekjes om cadeautjes te verstoppen, en helaas kende ik ze allemaal.

Het was januari 1982 en ik keek bovenop de kast in de slaapkamer van mijn ouders.

Daar lag een walkman.

Wow!

Ik was overdonderd. Een echte walkman. Die waren nog maar net op de markt. Mijn hart klopte, en tegelijk was ik verdrietig, omdat ik wist dat mijn ouders mijn opwinding hierover nu misten. Ik heb zo goed mogelijk toneel gespeeld. De verrassing dan, mijn blijdschap hoefde ik niet te spelen.

Die blijdschap was genoeg, denk ik, want ze hadden zorgen.

Ik had Hodgkin, mijn milt was er uit gehaald en ik zou bestraald worden. Dat was waarom ze mij de walkman gaven. En ze hadden niet beter kunnen kiezen. Het was mijn houvast in het ziekenhuis.

Mijn oudere broer had een bandje gemaakt. Een awesome mix.  Yep! Mijn walkman was exact dezelfde als die uit de Guardians of the Galaxy.

walkman

Mijn broer heeft me opgevoed in de muziek. Aan zijn hand heb ik alles leren ontdekken. Geen idee waar hij het vandaan haalde.

Ik was inmiddels zelf op kamers, studeerde en had mijn eigen muziek. En toch, een bandje van mijn broer was speciaal.

Mooiste nummer?

Will You van Hazel O Conner, met een mooie saxofoon.

Een jaar later zag ik de film Breaking Glass. Mijn hart sloeg over toen bleek dat dit nummer een cruciaal onderdeel was van de soundtrack, op het meest ontroerende moment.

Gisteren was ik in Friesland, in het dorp waar ik opgroeide.

Ik draai muziek in de auto. In mijn hoofd. Op de terugweg stond dit nummer op repeat.

Peter, kus!

WILL YOU – HAZEL O’CONNOR from Mario Velazquez on Vimeo.

te weinig brieven

Er is maar één ding dat me niet lekker zit, op de Vallei.

Al die andere kinderen die ik nog niet zie.

Mijn grootste plezier op de Vallei is getroffen worden door de kinderen. Door wie ze zijn, en hoe ze dat laten zien.

Ik schrijf daar graag over, en wat ik in mijn blog niet kwijt kan, schrijf ik in een brief die ik aan ze mee geef.

Het liefst geef ik alle kinderen zo’n brief. Maar dat kan ik niet systematisch aanpakken. Ik kan pas schrijven als ik geraakt wordt. En dan nog heb ik niet altijd de juiste woorden.

Het is een proces dat ik niet kan sturen.

Maar intussen voel ik me wel een beetje schuldig ten opzichte van die andere kinderen.

Dat ik ze niet zie is gedeeltelijk een logistiek probleem. Alles loopt door elkaar op deze school, en er komen nog regelmatig nieuwe kinderen bij.

Maar het heeft ook te maken met wie ik ben.

Ik zie dingen sneller als ik ze in mezelf herken.

Ik zie dingen ook als ze juist helemaal niet bij me passen.

Maar daar tussenin zit ook nog van alles, en dat alles heeft meer tijd nodig om gezien te worden. En nog meer tijd om daar de juiste woorden bij te vinden.

Ik weet dat het niet anders kan, maar intussen is er dus dat schuldgevoel.

Een geruststelling heb ik.

Ik ben maar een klein onderdeel van een heel mooi team.


 

Dit stuk beschrijft mijn ervaringen in het onderwijs, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

De muur om ons heen. The making of

A is een heerlijke kleuter.

Slim, grappig en aaibaar. Dat laatste bedoel ik letterlijk, hij heeft van die heerlijke korte stekeltjes en ik mag die af en toe aaien. Hij is sociaal, zoekt af en toe iemand op om een knuffel te geven of te krijgen.

Waarom noem ik dat laatste? Omdat ik straks het woord hoogbegaafd ga gebruiken en jullie dan een verkeerd beeld gaan krijgen, dat van een nerdy kleuter met bril die zich afzondert.

Ik vermoed namelijk dat A hoogbegaafd is.

Maar dat vind ik een rotwoord. Beide componenten van dat woord drukken op precies de verkeerde knopjes bij veel mensen. En het is niet wie A is. Hij is die namelijk die heerlijke kleuter.

Het liefst zou ik er een ander woord voor hebben, maar dat helpt geen moer, want dan krijg je een politiek correct wanproduct, dat de boel alleen nog maar erger maakt.

Misschien moet je dit blog even lezen, over etiketten. Ik wacht wel even. Want ik heb het etiket heel even nodig om iets uit te leggen, en dan wil ik het graag weer wegleggen.

Ik heb deze week elementen gezien van een proces waardoor hoogbegaafde kinderen in de problemen komen.

A kan nog niet lezen, maar in zijn hoofd is hij voortdurend bezig om alles wat hij ziet een logische plek te geven¹.  Heel vaak lukt hem dat.  Voor hem heel gewoon, voor zijn omgeving niet. Ik zie dat A af en toe ongeduldig is met die omgeving, die het nog even niet ziet.

Maar soms lukt het niet, en trekt hij verkeerde conclusies. Gewoon omdat hij niet genoeg informatie heeft. Niks aan de hand, zo werkt de wetenschap ook. Maar in het gewone dagelijkse leven betekent dit vaak ‘dat je het fout hebt’.

Deze twee dingen zag ik. Verder was er niks aan de hand. A kan heel goed opschieten met de kinderen op school, en zit lekker in zijn vel. Ik vermoed dat het enorm helpt dat de Vallei geen plek is waar kennis als enig zaligmakend talent wordt gezien.

Maar ik zag in mijn hoofd hoe het verkeerd zou kunnen gaan.

Het ongeduld van een hoogbegaafd kind werkt wrevel bij zijn omgeving. Nog steeds niks aan de hand, als deze gevoelens er gewoon mogen zijn: het ongeduld en de wrevel. Als er wederzijds vertrouwen is. Als er zelfvertrouwen is, aan beide kanten.

Als dat zelfvertrouwen er niet is, gaan kinderen terugvallen op een groepsnorm (lekker vaag, lekker samen).

Het hoogbegaafde kind krijgt de plakker: “stom kind”.

Maar wel een gevaarlijk stom kind, want in de meeste scholen is slim zijn ook een norm, en de omgeving voelt aan zijn water dat het hoogbegaafde kind daar beter scoort. En op de meeste scholen leren ze ook nog eens dat het om scoren gaat.

Gelukkig voor de omgeving is daar die enkele keer dat een hoogbegaafd kind de ‘verkeerde’ conclusie trekt.

Há!

We hebben je. Je bent helemaal niet slimmer.

En dat is het moment waarop het hoogbegaafde kind het vertrouwen in zijn omgeving helemaal kwijt raakt, omdat die fout in zijn ogen helemaal geen fout was, maar de juiste conclusie op dat moment. Dat zijn omgeving geen boodschap heeft aan dat soort subtiliteiten, sterker nog, dat ze dit interpreteren als laffe verdediging, maakt de zaak er niet beter op.

Je moet wel erg stevig in je schoenen staan, om nog een restje zelfvertrouwen over te houden. En met de laatste krachten bouwt het hoogbegaafde kind een muur om het te beschermen, dat restje.

Dit zag ik in een flits voorbij komen. Als een soort “making of”  van de muren die ik zie, ook die van mezelf. (Die gelukkig al een tijd in afbouw is)

 

1) Waarom hebben we in Nederland geen mooi woord voor ‘making sense’?


 

Dit stuk beschrijft mijn ervaringen in het onderwijs, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

eerst de relatie

DSCN5813

 

Het ontbreekt F niet aan initiatief.

En dat is mooi, liever een kind dat te veel wil dan te weinig.

F wil veel en hij wil het nu.

Geduld gaat hij nog leren. Nee, bij nader inzien, denk ik niet dat hij geduld gaat leren. Hij gaat leren met zijn ongeduld om te gaan, het richting te geven.

Maar daar is nog even tijd voor nodig.

Ik gun het hem, want wat een energie en ontdekkingslust zit er in dat kleine mannetje.

Een schommel wilde hij. En hij wist ook hoe. Kijk maar hierboven. Zo mooi dat binnen de kortste keren twee andere kinderen zo’n zelfde schommel wilden. Proficiat F, je bent trendsetter!

En dan gebeurt het.Terwijl ik met die andere kinderen en hun schommels bezig ben staan de vingers van F niet stil. Hij zit overal aan. Meerdere keren moet ik hem bij de machines weghalen. (Logisch, machines zijn tof!).

Het lijkt wel of de handen van F een eigen leven leiden. Serieus knikkend dat hij het niet meer zal doen, gaat zijn hand richting de volgende ondeugd.

En dan gaat bijna een werkstuk van een andere leerling stuk. En ik word boos.

Je mag alleen boos worden op iemand als je van hem/haar houdt. Voor boos zijn is een goede relatie nodig. Een relatie die dat kan hebben. Bij kinderen die ik nog niet goed ken, houd ik me in, als ik de neiging heb ze aan te speken. Eerst die relatie.

Ik hou van F, dus op hem kan ik met gerust hart even boos zijn. Het helpt maar kort, maar het was even nodig.

En nog geen drie minuten later hangt hij alweer aan mijn been, en geef ik hem een aai.

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

Inspiration shot

Ik was maandag bij Inspiration shot Nijmegen, om sfeer te proeven, te kijken wat het is, want ik ga er ook spreken.

5 mensen krijgen ongeveer 8 minuten om hun verhaal te doen.

Daarnaast pakt een aantal mensen in de pauze 1 minuut.

Mooi, was het.

Fijne  sfeer. Een zaal die het de sprekers gunt. Dat kon ik voelen.

Bijzonder wast het ook vanwege 2 sprekers.

Gé, die op de ex-school van mijn kinderen het ‘uitburo’ beheert. Een zachte lieve man die kinderen de ruimte geeft. Hij sprak over vergeving en liefde. Hij heeft de twee scooterrijders, die zijn levenspartner aanreden met dodelijke afloop, kunnen vergeven.

En iemand die vertelde over zijn periode met Hodgkin. Hij was al opgegeven, maar in een laatste hele zware wanhoopschemo heeft hem bijna gedood, en zijn kankercellen helemaal.

Ik heb zelf Hodgkin gehad. (Dat staat hier) Totaal niet vergelijkbaar, want in een heel vroeg stadium ontdekt. Ik was klaar met een maand bestralen. Toch werd ik even teruggebracht tot de broosheid van het leven.

Jasper zanger/gitarist/liedjesschrijver vatte de sprekers samen met een lied. Dat deed hij mooi. Zelfs met mijn CI’s, die normaal garant staan voor een muziekervaring die het best te beschrijven is met ‘bagger’, vond ik het mooi klinken.

Ik heb ook 1 minuut gepakt.

Ik heb het gedicht uit dit blog  gebracht.

Volgende keer de hele 8 minuten

8 minuten

Ik heb wel 1000 dingen te zeggen.

Mooie uitdaging.

we staan niet machteloos, we zoeken het alleen op de verkeerde plek

Ik blijf graag buiten dat hele meningen gedoe.

Maar af en toe wil ik het uitschreeuwen. En daar heb ik dan mijn blog voor.

Ik kan nu wel een heel mooi artikel schrijven over vrijheid van meningsuiting.

Maar dat heeft geen donder zin.

Want het zijn alleen de gekken die die vrijheid willen inperken, en de gekken lezen mijn blog niet.

Dat is het lullige van al die mooie meningenblogs. Ze preken voor eigen parochie. Of ze gooien van achter hun eigen veilige barricades met bommetjes naar de overkant.

Als ik hier iets schrijf moet het niet iets zijn waar jij het al mee eens bent. Daar houd ik niet van, van dat elkaar nog eens lekker bevestigen in onze mening. En roepen naar de overkant, dat doe ik niet meer.

Weet je, het voelt zo machteloos.

Maar dat zijn we helemaal niet, machteloos. We hebben eindeloos veel macht. We zoeken het alleen op de verkeerde plek. We zoeken het buiten ons zelf.

Ja, die heb je al eerder gehoord. Weet je hoe snel dat gaat? Hoe snel jij beslist dat je iets al weet, en dus niet goed meer leest en luistert?

Doe me een lol, en lees toch even mee. Ik durf te wedden dat er nog stappen te zetten zijn voor jou.

Tenminste, als je het meent. Dat over Charlie zijn, over die betere wereld.

Charlie Hebdo had moed.

Die betere wereld heeft ook moed nodig. Jij kunt hier en nu beslissen dat je die moed in gaat zetten. De moed om je zelf te zien. Doe moed om je eigen duivels te confronteren.

Want dat is waarom de wereld zo’n onveilige plek is. Omdat we onze eigen duivels projecteren op de anderen. Omdat we, als we pijn voelen, heel hard gaan vechten. Sterker nog, we vechten aan een stuk door om de pijn niet binnen te laten.

Geweldloze communicatie is geen techniek.

Geweldloze communicatie is het lef hebben om geraakt te worden. Om de ander binnen te laten. Om te stoppen met vechten en te beginnen met voelen.

Het begint allemaal met compassie voor jezelf.

Zoek je innerlijke fan.

Hou van jezelf. Maak je hart groter, zodat er meer in past.

Dat is wat we moeten doen om de wereld beter te maken. Zo veel van jezelf houden. Die stukken die jij vreselijk vindt van jezelf, in je hart sluiten, zodat je geen reden hebt om de karaktertrekjes die daar mee te maken hebben in anderen te veroordelen.

Alles waaraan jij je ergert is een kans om jezelf meer lief te hebben.

Dat is hoe je vrede maakt.

En zelfs als je dit allemaal al wist, en dat kan heel goed, want ik vertel hier helemaal niks nieuws,

zelfs dan,

wat doe je, met die wetenschap?

Ik weet dit ook al heel lang, en toch er zijn hele periodes dat ik leef alsof het niet voor mij geldt.

Ik heb af en toe een wake-up call nodig.

Jij ook?

Dan is dit hem.

Mooi dat je op een plein hebt gestaan, de volgende plek waar je moet zijn is niet een stille tocht of een demonstratie, of een fel stuk op je blog. De volgende plek waar je moet zijn is je hart.

 

 

Misschien vindt je dit artikel ook interessant:
http://jacobjanvoerman.nl/hoe-de-discussies-op-internet-ontploffen/

Kinderen en autonomie. Elke ouder weet het. Een prachtige, maar delicate balans.

DSCN5002

Jacob Jaahann!

Tussen alle getimmer door hoor ik voortdurend mijn naam noemen.

Een zaagje is kapot.
De spijker gaat scheef.
De houtlijm plakt niet.
Of ik wil helpen vasthouden.
De zaag zit klem.
De zaag gaat scheef.
Ik wil zagen, maar kan nog geen zaag vasthouden.
Het plankje breekt.

Ruim tien kinderen in alle leeftijden die allemaal wat anders willen, en ik kan onmogelijk overal bij zijn.

Ik schiet te kort, denk ik.

Heel even maar.

Want ik beslis gelukkig op tijd dat ik er niks aan heb mezelf te torpederen met kritiek. Ik neem afstand, en zie wat er gebeurt. En kijk intussen ook naar mezelf.

Iedereen tegelijk helpen is geen optie.

Ja, dat kan wel. Maar dan alleen op de schoolse manier. Allemaal een vogelhuisje bouwen. Alles goed voorbereid. Alle plankjes voorgezaagd. Alle hamers klaargelegd, de spijkers geteld, en een gezamenlijke instructie. Ik voel bijna de neiging om het zo te gaan regelen. Maar dat is niet wat ik wil.

Dat betekent improviseren. En dat betekent dat werkjes niet altijd lukken. Dat is niet erg. Ontdekken hoe het niet werkt is ook leren.

Kinderen en autonomie Elke ouder weet het.  Een prachtige, maar delicate balans.

In hoeverre help ik? Waar grijp ik in? Ja, voor de veiligheid direct, maar hoe ver laat ik doormodderen?

Een hele dikke spijker voor een heel dun plankje. Waarschuwen dat het gaat splijten, of zelf laten ontdekken?

Iets wat te moeilijk is. Even snel overnemen, zodat ik er voor de andere kinderen ook kan zijn?  Of de tijd nemen, en begeleiden, en dan andere kinderen laten wachten? Of gewoon laten mislukken? Ik doe het alle drie.

Ik voel me een arts die aan triage doet. Ik neem intuïtief beslissingen, en tegelijkertijd beslis ik dat ik dit beter aan wil pakken.

Vandaar dit blog. Om hardop te denken.

Wat wil ik?

Ik wil dat kinderen de ruimte krijgen om te mislukken, maar tegelijkertijd wil ik voorkomen dat ze ontmoedigd worden. Dus niet langer laten modderen dan nodig. De meiden die heel dapper, en misschien wat overmoedig, gingen spijkerweven op een manier die gedoemd was te mislukken heb ik gelaten. Maar een volgende keer wil ik ze naar een succesje kunnen begeleiden.

Ik wil zoeken hoe ik met kinderwensen om ga. Niet alle kinderen weten wat ze willen, en niet alle kinderen die in hun hoofd wel weten wat ze willen, kunnen dat goed overbrengen.

En niet alle timmerwensen zijn echte timmerwensen.

Ik wil een zwaard maken. Dat is mooi, daar kun je van leren. Maar soms is de wens niet een zwaard maken, maar een zwaard hebben. Net zo-een als die van mijn vriendje, zonder al te veel moeite. Voor dat karretje wil ik niet gespannen worden. Maar een zorgvuldig nee kost wel even tijd.

Ik ga dit leren.

Dit voortdurend onzekere proces.

Niet met een systeem. Dit gaat ook nooit routine worden.  Wat helpt is dat ik de kinderen beter leer kennen. Ik ga er beter in worden. Dat ik het zie, is al een heel mooi begin.

 

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier