lefspieren

Ik ben mijn lefspieren aan het trainen.

Ik doe dingen die ik een maand geleden nog niet voor mogelijk had gehouden. Ik vertel later nog wel een keer welke dingen.

Weet je, die drempels lijken altijd klein als je achterom kijkt. Het voelt zo goed als je ze over bent. Waarom blijf ik er dan zo lang tegen aan hikken?

Daarom deze post. Die kan ik straks lezen als ik weer zo’n drempel tegen kom.

“Kom op”, zeg ik dan tegen mezelf: “You’ll live! And more!”

Ik ben zo’n sommige

Ken je dat?

Je zo geweldig voelen dat je door niets meer uit het veld geslagen kan worden?

Nou, zo voelde ik me dus.

En toen werd ik uit het veld geslagen.

Ik ben er achter aan het komen dat sommigen van ons hun onzekerheid met zich mee blijven dragen, zoals een alcoholist altijd een alcoholist blijft, ook al staat hij twintig jaar droog.

Ik ben zo’n sommige.

Er blijft in mij het kwetsbaar kind dat soms heel hard schrikt. Gelukkig heb ik mezelf om het te troosten. Maar ik gebruik daarbij ook heel graag hulp van anderen. Want mezelf is niet altijd genoeg.

Wacht even. Maak dat eens expliciet: Heb je dan van anderen bevestiging nodig?

Ja, ik heb van anderen bevestiging nodig!

En dat is oké.

Dit wetende voel ik me nog steeds geweldig.

 

Jij bent zó welkom!

Ik huil veel de laatste weken.

En alles heeft te maken met er mogen zijn.

Dit filmpje bijvoorbeeld waarbij een burgemeester pal achter, naast en voor zijn burgers gaat staan. Ze mogen er zijn, ze horen er bij.

En dan huil ik dus.

Het mag.

Jij mag.

Ik mag.

Niet omdat je iets moois hebt gedaan. Niet omdat je iets goed kunt. Niet omdat je aardig doet.

Gewoon om jou, om mij.

Zoals je bent, zoals ik ben.

We mogen er zijn. We zijn hartstikke welkom. Precies zoals we zijn.

Dat ontroert me. Het lijkt wel of ik steeds dieper in dat gevoel kan afdalen. Het stroomt door mijn lijf. Een groot dankjewel, innig omarmd door een groot welkom.

Ik voel het plaatsvervangend als ik er glimpen van zie, en het laat me nooit onberoerd.  Het roert steeds heviger.

Ik loop elke ochtend als eerste ons schoolgebouw binnen, en sinds deze week heb ik een nieuw ritueel. Ik ga staan, zeg in gedachten een warm welkom aan mezelf, en vervolgens aan allen die hier straks zullen zijn. Ik probeer dat gevoel tot in de uiterste hoekjes van het gebouw te sturen.

En elke ochtend moet ik huilen.

Ik stuur het naar jou, als je dit leest.

Welkom.

Je mag er zijn.

Dank dat je er bent.

ik ben het aan het zeggen

Ik ben het aan het zeggen
tegen al mijn vroegere zelven
hoe mooi ze zijn

tijd bestaat niet meer
ik omhels de eenzaam fietsende puber
de bange jongeman op weg naar een sollicitatiegesprek
de verslagen man na zijn zoveelste mislukte baan
de vertwijfelde bij zijn nieuwe start
ik geef mezelf de tranen die ik toen niet vinden kon

ik ben me aan het zegenen
tijd bestaat niet meer
ik zegen ook mijn nu

weet jij het al
hoe mooi je bent?

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens”

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

En dan denken. Pfff. Geloof je het zelf? Je gelooft niet eens dat het gaat werken, dat spiegel kijken. Maar je doet het. Dus ben je toch een beetje trots.

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

Je houdt vol. Het voelt niet zo raar meer. Misschien ooit, denk je.

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

Nah, schitterend. Je gaat voor oké, en dat is al heel wat. Je voelt je iets beter.

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

Je voelt je geweldig. Je hebt dappere dingen gedaan. Je hebt jezelf overwonnen. je bent nu even echt een schitterend mens. Je mag het in ieder geval tegen jezelf zeggen.

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

En je een vreselijke bedrieger voelen. Hoe kwam ik er bij dat ik een schitterend mens kon zijn. Dat was misschien mijn manische periode. En die gaan weer voorbij.

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

Ja, ik verdien het. ik kan het niet voelen, maar ik mag het tegen mezelf zeggen. Bovendien, als ik niet van mezelf houd, hoe kan ik dan van anderen houden?

 

In de spiegel kijken en zeggen: “Je bent een schitterend mens.”

En soms ook niet. En dat mag. Het is niet leuk, maar het mag.

 

Niet meer in de spiegel kijken en weten: “Je bent een schitterend mens.”

 

Voelen, tot in je poriën: ik ben een schitterend mens, mét al mijn schaduwkanten. Een met alle mensen¹. Allemaal schitterend. De liefde voor jezelf is de liefde voor de ander.

 

 

 

¹Nah. Zo ver ben ik nog niet. Ze zullen wel schitterend zijn, maar ik kan dat nog niet bij iedereen voelen, veel, maar niet iedereen.

Landschap komt weer eens hevig binnen, o wat houd ik daarvan

Dit schilderij is één van mijn lievelingen. Ik heb geen bucketlist maar wil erg graag naar Wenen waar hij hangt.

En deze vind ik ook nog steeds bijzonder mooi.

En wow! Vandaag was ik aanwezig in deze schilderijen.
Vanaf ons schoolplein kijk je op de heuvels van Doorwerth, Heveadorp en Oosterbeek.
Op mijn weg terug zie ik de boerderijen, verspreid door het land, met witte daken, en de donkere bomen.
Ik zoog alles in en genoot tot in mijn tenen.
Er is op het ogenblik erg veel te genieten in mijn leven, ik schrijf daar ooit nog over. Het is nu nog even van mij.

Waarom je de pesters niet moet aanpakken

“Ze hebben mijn hoepel afgepakt!”

Er staat een huilende Sander voor me. Als ik met hem mee ga zie ik dat Lex en Roy met twee hoepels aan het spelen zijn. Als Sander een poging doet alsnog één van de hoepels te pakken te krijgen, houden ze deze hoog, en spelen ze hem naar elkaar over. Ze hebben een lach op hun gezicht.

Als ik vraag wat er gebeurt is, blijkt dat Sander de hoepel wel in hun richting gegooid heeft, maar dat het niet zijn bedoeling was om die aan hen te geven. Het verhaal wordt niet echt duidelijk. Wat mij wel duidelijk is dat er twee grote kinderen lol hebben, en dat één kleiner kind verdrietig is. Ik vraag of ze één van de hoepels aan Sander willen geven, ze hebben er twee, en hij is diep ongelukkig.

Ik krijg een zeer beslist nee. Sander, die zeer gebrand is op de hoepel graait nog een keer, en het onvrijwillige ‘lummeltje’ spelen begint opnieuw.

Ik doe een beroep op de grote jongens om het lijden van Sander te verlichten, en weer krijg ik een nee.

“Je helpt Sander, maar je luister niet echt naar ons.” zegt Lex. Hij vertelt dat het gedrag van Sander ook niet zo fijn was.

En dan pas zie ik het.

Ik ben in de Drama-driehoek gestapt. Ik ben Sander gaan redden, en ben zo onderdeel geworden van het drama. Ik heb Sander de kans ontnomen om voor zichzelf op te komen. Ik heb Lex en Roy in de rol van daders geduwd. Ik zie nu ook pas dat de glimlach op hun gezicht niet betekende dat ze lol hadden in dit lummel spelletje.

Ik had ook een stap terug kunnen doen. Kijken naar wat hier geleerd kan worden. Door mijn oordeel over de situatie heb ik die kans gemist.

“Je hebt gelijk”, zeg ik tegen Lex, en ik laat de situatie los.

Als Sander wat rustiger is neem ik hem apart. Ik vertel dat ik hem best wil leren hoe hij voor zichzelf kan opkomen. Ik bespreek met zijn coach om daar een plannetje voor te maken.

Ik maak twee kaartjes. “Bedankt dat je me in de spiegel liet kijken.” Ik geef die de volgende dag aan Lex en Roy, met uitleg. Ik zie in hun ogen dat ze zich nu wel gezien voelen. Het bedankje is dan ook gemeend, ik heb erg veel geleerd.

 

Een echte man

Als kind te ielig, als volwassene te blubberig.

Mijn lijf is mijn hele leven lang iets waar ik me voor schaam.  Geen echte vent, in ieder geval. (Lees deze ervaring als je meer wil weten)

Sinds ik mij 10 kilo lichter heb gefietst durf ik iets trotser te zijn.

Maar . . .

Ik heb nog steeds mannenborsten. Ik heb een nieuwe trui gekocht, mooi, maar ik zie het nu ook beter.

Ik heb gezocht naar de juiste spieroefeningen. Buik en borstspieren. En als ik dan alles lees, twijfel ik weer hevig aan mijn mannelijkheid.

En dan wordt ik boos. Boos op het ideaal van mannelijkheid. Want we mogen best vrouwelijke eigenschappen hebben, als we daarbij dan ook maar stoer en sterk en stevig zijn.

Ik ben niet stoer en sterk en stevig!

Ik fiets! Gemiddeld 200 kilometer per week. Ik wil niet ook nog eens een keer met die stomme gewichtjes prutsen omdat mijn lijf niet goed genoeg is. Ik wil mijn lijf goed genoeg vinden.

Ik ben ik. Slap in mijn armen, bang aangelegd, emotioneel. En mannenborstjes dus. Ik wil dat niet allemaal meer verstoppen.

Ik wil geen “echte man” zijn.

Ik wil ook geen vrouw zijn. (Er zijn tijden geweest waarop ik me dat afvroeg. Het antwoord is dus nee)

Ik wil ik zijn.

 

Tegeltjeswijsheid

Het is me weer eens overkomen.

Een grote ontdekking, die, als ik het probeer te beschrijven, een doodordinaire tegeltjeswijsheid blijkt te zijn.

Deze:

Hoe meer ik weet, hoe meer ik er achter kom dat ik niks weet

En toch voelde het heel vreemd en nieuw. Ik ontdekte op de Vallei het afgelopen jaar zo verschrikkelijk veel, dat het me overweldigde. Steeds nieuwer voortschrijdend inzicht. Tot het moment dat al die inzichten in mijn handen uiteen brokkelden tot helemaal niets. Ik stond met lege handen. Ik wist het echt niet meer, en liet me gewillig de les lezen door de kinderen. Ik luisterde niet langer om het nóg beter te begrijpen. Ik luisterde alsof ik het allemaal voor het eerst hoorde.

Clichés die werkelijkheid worden. Het blijft me verassen.

 

Dr. Who en Sinterklaas

De makers van The Doctor hadden het door.

all-doctors

Dr. Who is een timelord in de vorm van een mens, en die vorm wisselt eens in de zoveel tijd. Compleet met uiterlijk, karaktertrekken en smaak. Maar het blijft The Doctor. Al meer dan 50 jaar lang een TV serie.

Sinterklaas is een magisch verhaal, een schitterend verhaal. De kern van dat verhaal gaat nooit verloren. Als je je maar niet verliest in de uitvoering ervan.

Toen ik als kind steeds vaker door alle nepsinterklazen heen prikte, bleef mijn geloof in de echte Sinterklaas rostvast. Iets dat bijna iedereen zal herkennen. Nu nog steeds heeft Sinterklaas voor mij een magische schoonheid. Onze grote kinderen (18-25) houden nog steeds van schoentje zetten.

Als je focust op dat échte verhaal, op de liefde en op het plezier is alles mogelijk. Alle soorten pieten en zelfs een zwarte Sint. (Ik vind dat de Nieuwe Sint echt een Sinterklaas uitstraling heeft)

nieuwesint

Dan is Sinterklaas geen leugen maar een verhaal. Een verhaal waarbij je niet krampachtig hoeft te doen om ‘het geheim’ te bewaren, omdat alles vloeit.

Een verhaal dat voor iedereen toegankelijk is.

Een verhaal waar je samen in weg kunt kruipen, net zo diep als je zelf wil.