Hello darkness my old friend

Na de vreugde van de goedkeuring door de inspectie,
na de geweldige sfeer van onze open dag,
na de geweldige dag met Fenna, samen naar de Voerman expositie,
na de inspirerende ochtend op school waar bij kinderen lampjes aangingen bij wiskunde en filosofie . .

. . viel ik in een gat.

De dag eindigde hectisch, mijn laptop sneuvelde, en alles werd even te veel.

En ik voelde me niet genoeg.

Want kennelijk vind ik nog van mezelf dat ik steeds moet blijven staan, wat er ook gebeurt. Ik moet die rots in de branding zijn.

Nou, even niet dus.

En ik weet dat het mag. Ik leer kinderen dat het mag. Ik voel ook heel vaak dat het mag.

Maar ik voel het niet altijd.

Ik voel nu bijvoorbeeld weer even het je-niet-genoeg-voelen. Het is jarenlang een trouwe metgezel geweest. Ik heb het meer dan een jaar niet gevoeld.

Hij mag er zijn. Ik geloof niet zo in voorgoed met iets afrekenen. Maar leuk is anders.

Er huist een beest in mij
dat onverwacht
mijn vreugde in de diepte sleurt.
Als een krokodil zijn prooi
wentelt en wentelt
de adem beneemt.
Er klinkt de geur van bitterheid.
Ik dood het niet,
het beest.
Het is mijn draak
die slapend waakt
over mijn schatten.
Soms heeft het een kwade droom.
Met bloedende handen
aai ik dan zijn schubben.

Dit worden de dagen van het toestaan.

Ik heb nog hele levens toe te staan.

Ik wilde er een gedicht van maken, maar ik kwam niet veder dan een quotebirdy.

Ook dat ben ik aan het toestaan.

quotebirdy

Zijn we niet allemaal kunstenaars?

bloeiende stad klein

En weer neemt iemand die ik via social media heb leren kennen me mee naar een tentoonstelling van Voerman. Met Diana, dit keer.

En weer voel ik me verwant met de kunstenaar Voerman.

Moeite om me te verhouden met de wereld. Gevoelens die zo heftig binnen komen dat ik dagen kan broeden op een mooie wolk.

Ik geef les op een school die ruimte geeft aan de eigenheid van kinderen, en vraag me, niet voor het eerst, af: Zijn we niet allemaal kunstenaars?

Zijn we niet allemaal geboren om de wereld binnen te laten, daar zijn verschrikkelijke gang laten gaan, om het vervolgens in een andere vorm weer aan de wereld terug te geven?

 

bootjesindelucht (1)

 

Ik maakt soms fouten

Ik schrijf een fel stukje over toetsen. (hier)

Ik sluit zelfs een beetje arrogant af door te verwijzen naar de op-alle-punten-goed score van de onderwijsinspectie.

En dan zie ik een dag later pas dat er in de titel staat “Ik wordt”.

Een lieve vriendin wijst me er op in een reactie. Heel neutraal. En ik ben er niet op afgebrand. Dat betekent dat ik erg fijne lezers heb. Want er had zo maar iemand kunnen schrijven dat het blog van gisteren het beste bewijs is dat er juist niet genoeg getoetst kan worden.

Ben ik blij met die fout? Nee

Schaam ik me? Ja, echt wel.

Dat het stom is om in juist zo’n stukje een fout te maken? Ook ja. En slordig.

Vind ik mezelf nu een slechte leraar? Nee!

En als iemand vindt dat die extra T mijn verhaal ongeloofwaardig maakt, wil ik hem of haar wel een lesje geven in drogredenen.

Enne . . .

Als je het maken van foute niet kunt vieren, kun je niet leren.

 

waarom ik verdrietig word van al die schattige antwoorden van kinderen

test

Meester Mark deelt ze, en ik kom ze steeds vaker tegen. Ze zijn leuk maar ik wordt er droevig van.

Deze antwoorden laten het falen van testen zien. De toetsen zijn er niet voor het kind. Als ze wel bedoeld waren als feedback voor het kind, waren de vragen zinniger.

Deze toetsen zijn er voor de leraar. Of ze zijn er omdat de leraar denkt dat het van zijn directeur moet. Of omdat de directeur denkt dat het van de inspectie moet.

Het droevige is dat er kennelijk heel veel kinderen zijn die keurig doen wat van ze verwacht wordt. Niet omdat ze willen leren, maar omdat ze denken dat het moet.

En het moet niet. Zelfs niet van de inspectie. Wij gebruiken ze niet, en de inspectie heeft onze school op alle onderdelen een ‘goed’ gegeven.

Er zijn dus andere manieren om te kijken of een kind iets beheerst. Toetsen zijn er om het kind inzicht te geven in zijn/haar eigen vorderingen, en nergens anders voor.

Hoeveel schattige antwoorden zijn er nog nodig voordat we stoppen met deze flauwekul?

 

(naschrifdt)

Ode aan het bloggen

inhoud

Ik heb 19 gedichten gevonden die ik het waard vind om te bundelen.

Die bundel is eigenlijk een ode aan het bloggen. Want daardoor is het gekomen.

Het is ook een ode aan Elja Daee. Want door #blogpraat ben ik elke dag gaan bloggen. (Ik deed dat ruim twee jaar, Elja doet het nog steeds).

En het was Elja die me zei dat mijn blog een schitterend proces beschreef. Dat proces is in geconcentreerde vorm terug te zien in mijn gedichten.

Ik kwam tot de verrassende ontdekking dat het eerste gedicht vooruit loopt op het laatste. Om het rijm compleet te maken heb ik de laatste regels van het laatste gedicht aangepast. Die zijn nu zo:

Maar in vredestijd
kan ik geen dichter zijn
Ik weet
er valt niets te verklaren.
Want nu
nu de woorden gevonden zijn,
ja kunst,
nu is het al voorbij.

 

Dit is de inleiding die ik schreef voor mijn gedichtenbundel, en tevens heel in het kort de samenvatting van mijn hele blog.

Ik ben geen dichter.

De gedichten in deze bundel zijn geconcentreerde blogs.

Het begon in 1995. Ik was in mezelf verdwaald, gestrand in mijn eerste baan,  en kon alleen nog huilen. Na een intensief zelf-onderzoek-weekend vond ik de vreugde in mezelf weer terug. En zoals dat dan gaat, neemt het leven je weer mee in de maalstroom.

Zeventien jaar en 8 banen later  zou ik die verbinding met mezelf weer gaan voelen. Ik ging bloggen. Elke dag. Ook als er niets te bloggen viel. Juist als er niets te bloggen viel. Want net als in dat weekend, kwam ik daardoor voorbij de oppervlakte.

De onvrede kreeg een vaste, niet meer weg te duwen plek. Mijn hoofd snapte al wat mijn lijf nog niet durfde te voelen, en wees me de weg.

Mijn zelfvertrouwen groeide, want door mijn blog ontdekte ik dat ik niet gek was. Dat ik niet de enige was die het leven kennelijk vanuit een andere hoek bekeek.

Januari 2013 besloot ik te stoppen met het werk dat me stuk maakte. (Barst, op pagina 9)

Het voelen druppelde langzaam mijn leven binnen. Pieken en dalen. Hevige paniek, die dalen. Mijn hoofd liep niet altijd meer voorop.

Ik ontdekte dat ik, in plaats van echt doorvoelen, een soort empathie met mezelf onderhield: voelen op veilige afstand. Nu durfde ik de echte pijn toe te laten. Accepteren is geen truuk om het niet meer te hoeven voelen.

“Het gaat goed met je”, zei mijn innerlijk fan.
“Maar het voelt akelig!” piepte ik.
“Dat is waarom ik weet dat het goed gaat”, zei mijn innerlijke fan.

Mijn innerlijk fan is de stem die ik in 1995 vond. Ik begon er steeds vaker naar te luisteren. Ik kon zijn woorden voelen, als een arm om me heen.

En toen kwam ik in september 2014 de werkplek tegen die (zo voelt het nu) al die tijd op me wachtte. Nog steeds voelt ik dat alles klopt daar.

Ik heb gevonden.

En dichten gaat over zoeken, dus mijn woorden droogden een beetje op. Een mooi moment om het hele proces te bundelen.

De gedichten beschrijven het hele proces, de adviezen waren adviezen aan mezelf, de lessen steeds terugkerend, en tussendoor de natuur, die er altijd voor me was, in de pieken en de dalen.

 

 

De smaak van onveiligheid

7 uur, donker, waalbrug, vorst

Ze hebben niet gestrooid. Ik heb mijn ligfiets amper 2 maanden. Ik ben net een beetje gewend, maar dit . . .

Ik ga wiebelen en dat is funest. Ik knal tegen de railing, en breek mijn voortandwiel en ketting.

Daar sta ik. In mijn trotse fietskleren die me heel goed warm houden

als ik fiets.

Het is 13.5 kilometer van huis, en 13.5 kilometer van school.

Ik bel naar huis. Sacha is er nog en komt me halen. Twee uur te laat kom ik op school. (Juist op de dag dat de inspectie er is)

Dit was het ergste scenario dat ik me kon voorstellen toen ik besloot te gaan fietsen naar mijn werk.

En ik leef nog. Er is verrassend weinig aan de hand.

Maar het kan erger.

Direct het paard weer op. Dus vandaag  met een gerepareerde fiets weer op weg.

Het dooit. De Waalbrug gaat goed.

En dan rijd ik in de Betuwe de mist in. Ik zie bovendien dat er gestrooid is.  Mij kan niks gebeuren.

En dan gebeurt het.

In de bocht voel ik de fiets heel even wegglijden. Ik rem, stap af, en voel het wegdek. Op sommige plekken bevriest de mist op het wegdek. Ondanks het zout dat hier en daar ligt.

De ligfietsrvaring is nog steeds vers voor me.  Dus ik ben me overbewust van het stuurproces. Om goed een bocht door te kunnen moet je een beetje gaan hangen met je lijf. Je fiets gaat dan schuin.

En juist dat is nu onveilig. Bij de kleinste bocht verwacht ik elk moment dat mijn fiets weer weg gaat glijden.  En dat doet hij even later ook.

Ik stap weer op, loop de bocht voorbij en voel het volgende stuk weg, nu met blote handen. Nat. Dat moet gaan lukken.

Maar de angst zit in mij lijf.

Dat wat ik moet doen om overeind te blijven voelt onveilig. Elk moment kan ik onderuitgehaald worden.

Ik besef opeens hoe dat moet zijn voor mensen die sociale angsten hebben. Ik weet nu hoe onveiligheid voelt.

Zo dus. En dat dan altijd. Brrr.

Ik heb nog 10 kilometer te gaan.

Tien lange kilometers staat mijn hele lijf stijf van de onveiligheid.

Het gaat goed. De school nadert. Ik minder vaart en op het laatste stukje, als ik de klinkers op rijdt, gebeurt het alsnog. Mijn fiets is weg en mijn stuitje voelt de klinkers.

Maar ik ben er.

Die kou in de winter. Dat is een makkie. Gladheid, dat is pas een monster.

 

Mijn zeven uitdagingen voor dit jaar op de Vallei

Morgen begin ik weer.

Ik heb er zin, ik heb iedereen gemist. De kinderen en mijn collega’s en de ouders.

Ik popel, maar ik piepel ook een beetje. Want ik wil veel, misschien wel te veel, en het is wat rommelig in mijn hoofd.

Opschrijven! zeggen ze.

En waar beter dan op mijn blog. Bloggen is voor mij onbekend terrein verkennen via de vingertoppen op de toetsen. Opschrijven wat ik al weet, werkt niet voor  mij. Booring!! Vandaar dat ik zo weinig blogde. (Dat schreef ik hier al.)

Maar nu heb ik dus iets dat live kan.

Wat is er allemaal te doen.

  1. De dragers van de school.
    Daar moet ik gaan zoeken naar een goede balans. Ik slinger heen en weer tussen het neerzetten van een prachtige structuur en vooral laten zijn wat er is. Zei je? Bloggen werkt. Tijdens het schrijven van de vorige zin valt het antwoord me binnen. En het is zooo simpel: Zorgen voor een goede structuur die het mogelijk maakt om te laten zijn wat er is.
  2. Gamemaker.
    Steeds meer kinderen ontdekken de lol van zelf spelletjes maken. En ik ben er druk mee. Want helemaal zelfstandig met gamemaker aan de slag, dat lukt nog maar een enkeling. Omdat ik ook de jongere kinderen wil laten proeven (ja ook de kleuters!), bouw ik veel zelf. Zodat de kinderen het resultaat kunnen zien va de dingen die ze bedenken, ook al kunnen ze het technisch nog niet allemaal. Bedoeling is wel dat ze steeds meer zelf gaan doen. Daar wil ik een stappenplan voor. En verder wil ik gaan beschrijven wat de kinderen kunnen. Reflectie: Ik ben zelf nog druk aan het spelen, en vind het geweldig! Ik geniet van alles wat ik ontdek, en wat de kinderen ontdekken. Misschien moet ik deze fase nog even laten voortduren en is het te vroeg voor structuur.
  3. Lezen
    Ik wil alles weten over het proces van beginnend lezen. Op een democratische school bepalen kinderen zelf hun leerroute. Dus ook wanneer ze aan lezen toe zijn. Maar wat nu als kinderen daar met een grote boog omheen lopen omdat ze bijvoorbeeld dyslectisch zijn? Prima als kinderen het leren lezen uitstellen omdat ze er niet aan toe zijn. Veel kinderen leren lezen zonder dat ze daar ooit les in krijgen. Maar die andere kinderen? Niet zo fijn als ze het lezen ontwijken omdat ze er bang voor zijn. Dat proces in de smiezen krijgen, is mijn doel. Kinderen helpen zonder ze op te dringen. Aan kunnen sluiten bij het natuurlijke proces. Reflectie: Inlezen in literatuur (Leuk!), praten met collega’s (leuk!) en observeren(leuk!, maar durf ik daar te tijd voor te nemen? Spannende!) . Mooie manier om een aantal coachkinderen beter in the picture te krijgen (Zie 7).
  4. Legoleauge
    We hebben meegedaan met deze lego-robot wedstrijd, en de aanmoedigingsprijs gekregen. Gaaf! Nu wil ik ik graag een team kinderen die echt als team gaat werken, en zichzelf gaat uitdagen om er meer uit te halen. Dat vraagt een goede begeleiding. Hier ga ik de truuk van 1 gebruiken. Structuur neerzetten die het mogelijk maakt dat de kinderen gaan leren over po procesniveau én inhoudsniveau.
  5. Techniek en timmeren
    Dit zijn vakken waar ik voor verantwoordelijk ben. Ik wil het aanbod daarin verbreden. Reflectie: Dit is de enige waarbij ik zelf geen interne motivatie bij voel. Ik wil heel graag dat we het op onze school hebben. Ik vind het ook leuk. Maar er komt geen energie los als ik hier over na denk. Al die andere dingen mogen ze niet afpakken van mij. Nou ja, dat mag wel, maar dan ga ik huilen. Bij deze zou ik het prima vinden als iemand anders er zich over zou buigen.
  6. Focus
    Dit is een woord dat bleef hangen na de lezing van Freek de Jonge. Het gaf een woord aan iets dat al langer in mijn hoofd zweefde. Onze kinderen zijn heerlijk impulsief van alles aan het uit proberen. En dat is goed. Met dat fladderen komen ze van alles tegen waar ze echt iets van leren. Dingen die ook nodig zijn voordat je aan dat leren kunt toe komen. Jezelf ontdekken, in verhouding tot die ander, bijvoorbeeld. En als ze uitgeraasd zijn, da komt de focus op leren vanzelf? Of niet? En als het niet vanzelf komt, hoe kun je dat dan aanbieden zonder een stempel te drukken? Vragen waar ik graag een antwoord op wil.  Geen idee waar te beginnnen.
  7. Meer zicht op mijn coachkinderen
    Ik heb nog lang niet alle coachkinderen zo goed op mijn netvlies als ik zou willen. Of ben ik nu te perfectionistisch?

 

Zeven.

Dat is een mooi aantal. Er zijn nog wel een paar losse klussen, maar dat zijn losse klussen.

Ik ga dit maar eens omzetten naar Glassfrog, ons vergader- en getting-things-done systeem.

 

Het werkt. Schrijven. Er is meer rust nu.

Ik popel nog, en piepel een stuk minder.

 

Overblogd door mijn dochter

In een Sinterklaasgedicht.

(ja dat deden we met kerst pas en toch noemen we het Sinterklaas)

Twee stukjes uit een heel epos:

Een zinnenzinger die vele werelden creëert.
En vanuit zijn passie en ervaring normen en waarden herintroduceert.
Een oproep voor het tonen van uitzonderlijke moed,
Voor dat wat je niet kunt en dan toch wel doet
Een oproep om jezelf te zijn en je eigen kleur te tonen
Want pas dan kan een ander je met oprechte liefde gaan belonen
Een oproep om je eigen lied uit volle borst te zingen
Ook al kan dat met verwachtingen van anderen soms wringen
Een oproep om te genieten, ook van de dorst en van de pijn
Want ook de ongemakken kunnen soms, juist een zegening zijn

Zijn succes liep echter niet altijd zonder strijd
Als chaoot liep hij van alles te zoeken
En wilde hij vaak teveel tegelijkertijd
En dat ging weer gepaard met ongeduld en vloeken.
Ook zijn slechthorendheid was soms echt een last.
Veel verhalen van thuis kreeg hij niet direct mee.
Maar werd later opeens door die informatie verrast
Dat vergt van beide kanten soms geduld voor twee.

Ze had mijn blogs doorgeploegd, en had er een LOCO van gemaakt. Ik moest woorden of een stukje van een zin met de juiste plaatjes combineren.  Lastig want mijn dochter heeft weer andere associaties dan ik.

Ze had zelfs een stop-motion filmpje gemaakt van Kobe die in de kerstboom klimt als “Kobe – the Movie”  want het geheel werd gepresenteerd als biografie van de gouden-griffel-winnaar J.J. Voerman.

En zo wordt ik dan met een aantal blogs van mezelf geconfronteerd.

Op een van de kaartjes stond een citaat dat ik niet direct herkende van mezelf maar wel heel mooi vond. Pas toen wist ik weer dat ik dat schreef over de kinderen op de Vallei:

Ze zijn hun dromen, ze zijn hun prachtige onhandigheid, ze zijn hun dappere pogingen in de dingen waar ze helemaal niet goed in zijn, ze zijn hun twijfel en hun aarzeling, ze zijn hun halsoverkop-oeps-sorry, ze zijn hun tomeloze energie en fantasie.

Wat een fijn moment om je eigen tekst met vreemde ogen te kunnen lezen, als was het maar voor een seconde.

 

En plotseling voelde het een beetje pompeus om het leven in zulke grote woorden te noteren, om alles zo mooi te willen zeggen. Maar dat gevoel gooide ik weer weg. Want dat is een deel van wie ik ben. Het mooie zien, ook in het lelijke. En dat in een mooie vorm door willen doorgeven.

Veel van wat ik schrijf gaat over gezien worden.

Deze Sinterklaas ben ik heel erg gezien.

Teske bedankt.

De ligfiets is voor mij uitgevonden

WoW!

Mijn omgeving wilde mij op de electrische fiets hebben. Maar ik was eigenwijs. En maar goed ook.

Wat is het geweldig.

Ik reed vandaag voor het eerst op mijn ligfiets naar school. (Zie hier voor mijn route).

En op de terugweg ontdekte ik het meest doorslaggevende argument.

Niet het feit dat ik beduidend minder last had van de tegenwind.
Niet het feit dat ik geen houten kont meer had.
Niet het feit dat het sneller ging.

Wolken!

Luchten!

Die ligfiets is gemaakt voor mij!

Wat een schitterend uitzicht heb je. Wat groots en hemels is het landschap. Wat een prachtig zicht op de schitterende luchten.

Wow, wow en nog eens wow!

luchten

En het rijdt echt een stuk lichter. De meeste energie ging op aan overeind blijven bij enge bochtjes. Want het is wel wennen. Mijn zwaartepunt ligt ergens anders, en het stuurt vreemd. En opstappen en wegrijden gaat ook nog niet helemaal vanzelf. Gelukkig heb ik langen stukken waar ik nooit hoef te stoppen. Er zit maar één stoplicht op mijn route en maar vier oversteken waar ik voorrang moet geven. Op 27 kilometer is dat niet slecht, toch?

Wat heb ik deze keer in mijn eigenwijzigheid een fantastische keuze gemaakt.

Foto’s volgen.