Het gaatje is in zicht

En dan komt het moment dat het gaatje in zicht is.

Het afvoerputje gorgelt en ik voel de zuigkracht.

Niet qua persoonlijke ontwikkeling, maar puur financieel misschien. Maar misschien hebben die wel erg vele met elkaar te maken.

Ik wil geld investeren voor een video, een trailer. Omdat ik denk dat het nodig is.

Sacha, ons financiële geweten, spreekt een veto uit. Ik kan dat wel afschuiven op Sacha, maar ze heeft gelijk. Op is op.

Dit jaar wordt al onze kortste vakantie ooit. Een weekje. Nee niet die 6 weken dus. De kinderen verdienen op zijn minst dat weekje. Ga ik ze dat ontzeggen omdat ik wil investeren?

Ik ben aan het schrapen. Want ik wil erg graag die camera er bij. Ook omdat ik een filmpje naar het camarettenfestival wil sturen.

Je moet in jezelf investeren, zeggen de marketeers. Als je jezelf niets waard vind, vinden je klanten je ook niks waard.

Ja, zegt Sacha, maar je bent al ruim een jaar bezig, en je bent nog net zo ver als vorig jaar. Dat is natuurlijk niet helemaal waar, maar financieel gezien heeft ze gelijk. Zo gezien is het nog meer geld in een schijnbaar bodemloze put gooien.

Als ik het Sacha niet kan verlopen, ben ik mezelf dan iets wijs aan het maken? (Ah daar komt ie toch even, de persoonlijke)

Ik weet het nu gewoon even niet.

Goed, morgen eerst maar even knallen. Want daar zitten de twijfels niet meer.

Daar niet.

 

P.S. Dit is een beetje een jammer en zeurstuk. Dat zou ik niet meer doen. Maar aan de andere kant. Dit hoort er ook bij. Ik hoop straks teru te kunnen kijken, en denken:  o ja, toen. Wat goed dat ik toen heb doorgezet.

 

 

 

Scheppen is een mooi, maar zwaar ambacht.

Er zijn van die dingen die je weet. En dan toch net weer anders blijken. Steeds opnieuw. Als babushka poppetjes.

Op zoek naar de waarheid moet je jezelf ook afpellen. Dat is misschien waarom het zo schoksgewijs gaat. Een hele tijd niks, en dan plotseling een inzicht.

En, om het ingewikkelder te maken: dat inzicht moet dan ook nog indalen. Van hoofd naar hart naar lijf.

Maar zo simpel ligt het niet. Ik vermoed dat het weten oneindig meer dimensies heeft dan dat hoofd, hart en lijf.

Goed.

Genoeg vage klets.

Waar gaat het deze keer over?

Houden van mezelf.

Ja, een grote. Niet voor niets dat die zo gelaagd is, natuurlijk.

Het inzicht is dat ik, één keer in de zoveel tijd, mezelf aan mijn eigen haren omhoog moet trekken. Ik heb dat pas nog gedaan, uit de put geklommen. Zelf een touwladder geknoopt, van lucht. Maar hij werkte.

Het was eigenlijk ook geen touwladder, maar een wenteltrap. Want het is een vicieuze cirkel, die twee kanten op gaat. Naar boven en naar beneden.

De buitenste laag van deze waarheid zijn de “fake it untill you make it”, en de “gebeurtenis-gedachte-gevoel” dingetjes. Ik doe daar een beetje schamper over, omdat daar veel klok over lees, en weinig klepel.

Het lijkt zo simpel. Gewoon even een andere gedachte opzetten. Alsof je even op een knopje van je MP3 speler drukt. (Vroeger was de beeldspraak dat je een andere plaat op moest zetten. Daar moest je tenminste nog een beetje moeite voor doen.)

Ik weet inmiddels dat oude gedachten en gevoelens zich niet zo maar laten wegdrukken. Die komen terug totdat je ze accepteert. Nog zo’n woord, dat veel meer lagen heeft dan we beseffen.

Dat haren trekken werkt bij mij alleen als ik ook naar die andere stem luister. Mijn criticus serieus neem. Vraag wat er nu eigenlijk achter zit, achter die pestopmerkingen. (Hoe meer ik hem negeer, hoe gemener de opmerkingen die hij naar mijn hoofd slingert)

Tot zo ver de theorie.

Want hoe het in het echt gaat, blijft voor mij een wonder. De omslag gebeurt vaak zo plotseling, dat ik niet weet wat ik nu eigenlijk gedaan heb. Net zoals het me als kind nooit gelukt is om het moment waarop ik in slaap viel bewust meemaken.

Goed.

Ik ben uit die put, van een tijdje terug.

Maar nu.

Nu dat podium. Daar heb ik al op gestaan, maar het feit dat het zo moeilijk is om zalen te vullen, zegt iets over het geloof in mezelf, vermoed ik.

Leuk dat ik van mezelf houd. Daar ben ik heel blij mee. En het is genoeg.

Maar dat podium wil meer. En ik wil dat podium, dus ik wil meer.

En dan moet ik toestaan dat heel veel mensen van me houden. Niet alleen toestaan, maar ook nog geloven.

En daar zit diezelfde vicieuze cirkel.

Alleen als ik geloof dat zo veel mensen van me kunnen houden, kunnen zoveel mensen van me houden.

In de buitenste laag is dat “fake it till you make it”. In de kern is het scheppen.

Het nieuwe is de acceptatie dat dát nu juist iets is dat voor mij haast onmogelijk moeilijk is. Juist omdat ik zo slim ben. Slim zijn houdt voor mij in: overal vraagtekens bij zetten. Nooit iets zo maar aannemen. Alles kan anders zijn dan het lijkt. Slim is in mijn geval vaak het tegenovergestelde van praktisch. Helemaal niet zo slim dus.

Gelukkig houd ik ook van verhalen.

In die put knoopte ik van lucht een touwladder.

Nu nog mijn eigen rode loper scheppen.

Scheppen is een mooi, maar zwaar ambacht.

 

waarom ik je niet wil horen

Ik ga een workshop geven.

Wat durf jij van jezelf te laten zien?

Deel van die workshop is dat ik mijn CI’s uit doe. Dan hoor ik niks meer en kan ik niet afgeleid worden door wat er gezegd wordt. Zo ben ik me bewuster van de dingen die ik anders ook allemaal voel, maar negeer, omdat ik me vastgrijp aan het verhaal dat verteld wordt.

Ik heb al geoefend. Dit weekend, kijken op terrasjes. Geluid uit. En voelen.

Natuurlijk laat ik me leiden door kleding en zo, en door mijn eigen vooroordelen. Maar lichaamstaal zegt toch ook iets. Ik heb geprobeerd om eerlijk te zijn bij wat ik voel. Wat er binnen komt.

Ik kijk vanuit een lange geschiedenis van geen-buitenbeentje-willen-zijn. Dus mijn eerste reactie is altijd: wat moet ik doen om geen flater te slaan?

Als ik dat gevoel heb, is het omdat ik met gedrag geconfronteerd wordt waar ik me niet echt veilig bij voel.

Een voorbeeld?

Nou, als iemand alles al weet. Ik zag iemand druk praten, handen die steeds aan het kaderen en duiden zijn. En dan komt dat gevoel meteen naar boven. Oh, die weet alles al. Zelfs als ik het anders zie, ga ik bewijzen om mijn oren krijgen dat ik het verkeerd zie, of dat ik het wel aardig zie, maar dat het toch nét even anders zit. Ik krijg daar nooit een speld tussen, want ik ben een voeler en een beelddenker. Als je gaat argumenteren ben ik weg.

Dus als ik met zo iemand geconfronteerd wordt, gaat mijn veiligheidspatroon in werking. Ik ga vragen stellen, geïnteresseerd doen. Goh, knap zeg, vertel nog meer. Ik ben als het ware de waakhond brokjes aan het voeren, om veilig weg te komen. En intussen houd ik mezelf op de vlakte. Werkt prima.

Jammer, eigenlijk.

Want ik doe niet alleen mezelf daarmee tekort, maar vooral ook de ander.

Ik ga oefenen.

Om er doorheen te prikken.

Want iemand voeren is ook: geen contact maken.

Eng.

Ja, maar dat is echt contact maken, natuurlijk. Je laten raken, de ander raken. En dat is eng.

Daarom doe ik die workshop ook. Om dit soort patronen te doorbreken.

In die workshop ga ik alles wat er met me gebeurt hardop terug geven. Ken je Annie Hall, van Woody Allan?  Die in de ondertiteling aangeeft wat beide partijen denken, maar niet zeggen.

anniehall

Zoiets dus.

Voor de duidelijkheid: Het is dus geen workshop lichaamstaal. Lichaamstaal is de enige taal die je niet hoeft te leren . Niet móet leren, zelfs. Laat je lijf doen wat het doet, die laat zien wie je bent, mét je patronen.

Het is een workshop om méér te durven zijn wie je bent. Je lijf doet dan vanzelf mee, niks meer aan doen.

masker

Ik nodig mij en de ander uit om naar onze eigen patronen te kijken. Zonder oordeel. Met patronen bedoel ik al die dingetjes die we doen om het minder eng te maken.

Die patronen wil ik samen met jou doorprikken. Omdat het nodig is. Omdat we elkaar zonder die patronen pas echt ontmoeten.

 

mag ik een awesome filter?

Sinds een paar jaar heb ik facebook, voor er bij.

Lang geaarzeld, want ik vond het wat rommelig daar. Maar er zaten hele fijne mensen bij, die ik niet via twitter kan ontmoeten.

En heel af en toe denk ik: doe maar weer weg.

Niet omdat ik moe wordt van de spelletjes, de quizen, de chalenges. Die laat ik gewoon ongezien passeren.

Ik wordt zelfs niet moe van de schreeuwerigheid van   “What happend next will make you . . .” posts. Daar kan ik aan voorbij lezen.

Waar ik moe van wordt is de filmpjes en verhalen zelf. Want sommige verhalen zijn ondanks die vreselijke sites waar ze op staan, echt ontroerend.

Maar het is te veel.

Weer een heldhaftig, moedig, ontroerend mens.

Kennelijk ligt de lat steeds hoger.

En er wordt steeds meer in scene gezet.

Als een site als omdenken een filmpje presenteert van iemand die op een lege luchthaven lekker uit zijn dak gaat bij het zingen van “All by your self”, lijkt dat leuk. Tot je beseft dat het professioneel gefilmd is. Daar is meer dan een smartphone voor meegenomen. Dat filmpje is gemaakt met als bedoeling te scoren, niet om de verveling weg te zingen.

Er zit genoeg écht materiaal tussen, hoor. Dat wél spontaan is. Ik krijg soms echt tranen in mijn ogen. Maar zelfs dat is te veel.

En sommige commercials hebben een ontroerend mooie boodschap. (Ja en ook daar soms natte ogen)

Het is prachtig, maar ik heb genoeg.

Ik wil niet de mooie spectaculaire momenten van iemand ver weg zien.

Ik wilde minder spectaculaire momenten van mijn vrienden zien.

Zoals Marloes Juffermans, die steeds haar kleine lichtpunten deelt.

Ik heb een verzoek. Blijf doorgaan met delen wat je ontroert, raakt, boos maakt. Maar haal dat alsjeblieft uit je eigen leven. Wat jij meemaakt is net zo mooi en bijzonder.

Nee, dat lieg ik.

Het is mooier, omdat jij het bent die het mee maakt.

 

 

 

pitchen zonder woorden

Pitchen.

Ik heb daar een hekel aan. En toch ga ik het doen vanmiddag.

Om mijn workshop van 25 oktober voor MNL14 aan te kondigen.

Waar die workshop over gaat?

Over jezelf zijn natuurlijk. Alles wat ik doe gaat daar uiteindelijk over. Als iedereen zichzelf is, durf ik dat ook te zijn, dat is de reden vermoed ik.

masker

Jezelf zijn is ook die andere kant laten zien.

Dat ik bijvoorbeeld snel afgeleid ben, dingen bedenk die nergens op slaan, dat ik datums en namen vergeet, waardoor ik ongeïnteresseerd lijk. Dat ik gek wordt van stappenplannen, en systemen (dat wil zeggen systemen verzinnen is nog wel leuk, ze volgen is een ramp).

Ik heb dus leren camoufleren. Jij vast ook. En we zijn andere eigenschappen, die wat beter in de markt lagen, gaan cultiveren. Dat zijn de dingen die we in een pitch stoppen.

Dat is niet nep hoor, dat zijn we ook (en soms niet maar dat is een andere workshop).

Maar niet helemaal dus.

Zou het niet leuk zijn om die ‘zwakke kanten’ ook te pitchen?

Daar ga ik een workshop rond bouwen.

Ik ga daar twee zwakke plekken voor inzetten.

– Mijn antennes die ik al die jaren ontwikkeld heb, om er achter te komen welke ik, op welke plek, toelaatbaar was. Die kan ik nu gebruiken om feedback te geven. Welke sfeer pikken ze op?

– Mijn doofheid. Want woorden zijn mooi, maar ze leiden af. Als jij en ik een leuk onderwerp vinden, hoeven we niet over onszelf te praten.

Dus ergens in het spel ga ik mijn CI’s uit doen. De verwarring en chaos die dat oplevert kunnen we gebruiken om het gecamoufleerde zelf de tent uit te lokken. Voor gek staan we toch al. Tenminste, onze angst fluistert dat in, dat ‘voor gek’.  Je zult zien dat juist dat gehannes de puurste, en dus mooiste momenten oplevert.

Durf ik dat?

Nee.

En toch ga ik dat doen.

Nu nog kijken hoe ik dit ga pitchen straks.

 

 

 

 

Efficiënter vergaderen ? Liever niet!

Vergaderingen.

Zucht.

Ik kan het weten, want ik ben slechthorend. Weet je wat een energie het kost om alles en iedereen te volgen? Weet je wat het rendement is?

Nee, nog minder.

Ik kan het zwart op wit bewijzen, want soms heb ik een schrijftolk bij me.

DSCN3784

Dat is iemand die met en speciaal toetsenbord op spreeksnelheid kan typen. Alles. Ook de eeh’s, en de telefoon die af gaat krijg ik mee.

Ik maakte ooit de fout om te roepen dat ik de notulen wel wilde maken. Omdat ik toch de tolktekst had. Je hebt geen idee hoe veel schermen ik door moest scrollen om weer een heel klein stukje te vinden dat de moeite waard was om te notuleren.

De rest was vulsel. Van koffiepraat tot dikdoenerij. De notulen waren uiteindelijk nog geen half A4tje.

Is dit een pleidooi om het zakelijker aan te pakken? Vergaderen efficiënter maken?

Nee, juist andersom.

Regel dat zakelijke maar via de mail, of met een ander systeem. Dat halve A4tje met afspraken en knopen die doorgehakt moeten worden, daar ga je die kostbare tijd die je met elkaar vrij maakt niet aan weg gooien?

Die tijd kun je ook gebruiken om elkaar echt te ontmoeten. Te luisteren naar elkaars verhalen.

Verhalen ja.

Geen argumenten, informatie, tegenargumenten.

Verhalen.

Achter elk argument zit namelijk een ander argument verstopt, en nog één en nog één. En helemaal aan het einde van de rij argumenten zit een waarom.

Die waarom is altijd persoonlijk.

Die waarom bepaalt straks ook het succes van de te nemen besluiten.

Die waarom blijft verstopt als je traditioneel vergadert.

Hoe krijg je die waarom wél boven tafel?

Door verhalen te delen. Een verhaal bevat geen argument. Daarom roept een verhaal geen “maar!’ op. Een verhaal roept een ander verhaal op. Dat er ook mag zijn.

Kun je je voorstellen hoe snel je straks die afspraken en beslissingen maakt, als je je vergaderingen hiervoor gebruikt?

Ik keek gisteravond de documentaire “Een school voor mijn dochter”. Daar zag ik een ouderavond, waar het zelfde gebeurde.

“Probeer open vragen te stellen zonder waardeoordeel”, begon de gespreksleider. Kansloos, natuurlijk. Niet lang daarna schoot de school in de verdedigingsmodus, tegenover de ouders.

Hoe het wel kan?

Dat ga ik laten zien in mijn nieuwsbrief. Schrijf je in, dan gaan we samen die ouderavond eens beter bekijken.

wie een kuil graaft voor zichzelf, moet een touwladder meenemen

dion

Mijn zoon was als klein blond mormel eindeloos met zijn fantasie bezig. Een steen, een stok en een emmertje waren genoeg om hem uren bezig te houden.

Hij groef een valkuil, en op de bodem legde hij een klein flesje.
“Dat is voor de boef. Als hij niet dood is door de valkuil, dan ziet hij dat flesje en denkt: hee, drinken! In dat flesje zit gif.”

Ik zat de afgelopen dagen even in de put die ik zelf gegraven had. En stom genoeg dronk ik ook nog mijn eigen gif.

Zo voelde dat ongeveer

Gelukkig heb ik tegenwoordig ook een ander flesje, met tegengif, water rechtstreeks uit de bron. Soms duurt het even voor ik daar de dop af krijg.

Vanmorgen dronk ik van de bron. Ik vond de touwladder, en klom uit de put. Daarna zette een sessie met mijn coach mee weer helemaal op de been.

Ik kijk om me heen. Een deel van het bouwwerk is ingestort. Mooi, dat stuk wilde ik toch anders. Ik zie nu ook hoe het beter kan. Ik ga weer verder met bouwen.  Er gaat wel weer wat instorten, er komen nog meer valkuilen, maar daar kom ik wel uit. Op eigen kracht. Ik ga nooit meer wachten tot ik dubbel 6 gooi.

Even praktisch: Ik ga Amsterdam cancelen. Te weinig bezoekers.  Rotterdam gaat door.

En ik ga mijn theater compacter maken. Binnenkort zoek ik wat mensen op om daar over te praten. Meer focus, duidelijker verhaal, beter te marketen. Het wordt nóg bijzonderder, ontroerender, het het blijft een voorstelling de je rechtstreeks ik het hart raakt.

Ik blijf bouwen aan mijn toren, en nu ik uit de put ben, voelt helemaal niets als een nederlaag.

It only ends once, 
everything else is progress

Jacob

hoe krijg je iets voor elkaar? Door heel flexibel onverzettelijk zijn.

Ik praat met mensen die bergen verzetten, om er achter te komen hoe ze dat doen, (en daarover te schrijven).

Het zijn eigenlijk geen verrassingen, die ontdekkingen van mij. Over hoe mensen tegen de stroom in hun droom verwezenlijken in een baan.

Weet wat je wil (en niet wil!), geloof in jezelf en laat je niet gek maken.

Daar komt het op neer.

Maar er schuilt een hele wereld achter dat ‘geloof in jezelf’, en ook achter dat ‘laat je niet gek maken’.

Wat ik van de eerste drie mensen ook weet, is dat het enorm helpt, als je weet dat je met iets bezig bent dat groter is dan jezelf. Dat relativeert, kan ik uit de verhalen opmaken. Dan gaat het niet meer om jou, maar om datgene dat je wil bereiken.

Het spel wordt opeens niet meer op persoonlijk niveau gespeeld, en dat helpt weer bij het je niet gek laten maken.

En het help om de grenzen aan te geven. Bij alle drie werd die grens steeds duidelijker. Hier sta en en ik kan niet anders. Een leuke paradox.

Want alle drie zijn, juist omdat het niet persoonlijk is, beter geworden in het spelen van het spel. Ze zijn felxibeler geworden, kunnen makkelijker meebewegen. Kunnen ervoor kiezen om bepaalde zaken te laten liggen, bijvoorbeeld. Maar als het er om spant, als de grens in het geding is, zijn ze onverzettelijk. Die mix van flexibiliteit en onverzettelijkheid brengt ze ver.

Tot zo ver.

Ik ga weer schrijven.

 

gezien worden in je werk

Dat is nog een stuk lastiger dan ik dacht, en ik dacht al dat het lastig zou zijn. (ik heb het hier over)

En toch begint het vorm te krijgen.

Ik heb al drie mensen gesproken. Steven Gort, Karin Donkers, en Ruud Ketelaar. Ik begin overeenkomsten te zien.

Maar . . .

Ik moet geen uitlegboek gaan schrijven. Ik kan niet uitleggen, dat wordt dodelijk saai. Dus maak ik er een soort blog-zoektocht van. Ik laat het boek ontstaan, gelijke tred houdend met mijn zoektocht. Ach, en misschien laat ik dat straks toch allemaal los, omdat ik een beter format vind.

Het format wat ik nu gevonden heb, en dat ik nog even vasthoud, is dat ik de lessen van de mensen die ik spreek, naast mijn eigen mislukkingen leg. Dat klinkt wat zwaar, ik ga ook niet masochistisch zitten doen, maar het is wel een mooi contrast. Wat is het verschil in aanpak, in overtuiging?

Dat contrast maakt wel duidelijk wat er nodig is.

Want uiteindelijk is de essentie van mijn boek:

Dat mensen gezien worden voor wie ze zijn, dat ze hun talenten kunnen benutten, dat ze mogen zijn wie ze zijn, zoals ze zijn, dat ze de ruimte hebben om te doen waar ze in geloven,

óók als dat geloof nog wankel is.

(dat laatste zet ik er bij omdat ik het vermoeden heb dat dat één van de punten is waarop het mis kan gaan)

We verwachten van het onderwijs dat kinderen zich daar kunnen ontplooien. Dat is nog lang niet overal zo ver, maar er wordt door verschillende mensen heel hard aan gewerkt. Kijk hier maar eens. En lees de blogs hier maar eens.

Op precies diezelfde manier zouden we er heel hard aan moeten werken dat mensen op hun werk ook gezien worden. Dat ze er toe doen. Dat ze hun talenten in kunnen zetten, dat ze mogen zijn wie ze zijn. Dat ze zich ten volle kunnen ontplooien.

Ik wil in mijn boek mensen een hart onder de riem steken. Voorbeelden laten zien. Laten zien dat het kán. Misschien halen ze er een paar tips voor zichzelf uit.

Maar ik wil ook aan werkgevers en leidinggevenden laten zien wat er voor nodig is, om mensen te laten ontplooien. En daar komen mijn eigen ervaringen mooi van pas.

Want juist omdat het mij niet gelukt is, kan ik naar twee dingen op zoek:
– wat had ik zelf anders kunnen doen?
– wat had mijn werkgever, mijn leidinggevende anders kunnen doen?
Zonder ergens de schuldvraag neer te leggen: wat kan er anders? Ik ben een mooi voorbeeld, want ik ben zo onmogelijk en onhandig, dat als je mij tot grote prestaties weet te krijgen, je het als werkgever erg goed hebt gedaan.

Ik wil geen systemen omver schoppen. Ik wil bereiken dat er kleine stappen gezet worden naar ontplooiing.

 

Als werktitel heb ik nog steeds “Echte helden blijven op het schip”

Een tweede titel dringt zich op: “Mijn baas begrijpt me niet!”

Ik vind die te negatief, en toch blijft hij hangen. Ik denk omdat hij veel meer emotie op roept dan de eerste.

Wat vinden jullie?