gloeiende trots

fennarar
Fenna met haar vriendinnen op Rock am Ring

Ik heb Fenna naar Elspeet gebracht.

De oma van één van haar vriendinnen heeft daar een mooi huis, en de meiden hebben daar al vaker weekenden doorgebracht. Filmavonden en zo. Maar nu een soort examenfeestje.

Fenna is geslaagd, met geweldig mooie cijfers.

Daar ben ik trots op, maar nóg veel trotser ben ik op de manier waarop. Dat schreef ik hier al.

Maar  . .

Nóg veel trotser ben ik op de vriendinnen van Fenna. Heerlijke meiden waarbij ze zichzelf kan zijn, en ze heeft ze zelf uitgezocht.

Fenna vertelde me ooit dat ze echt moeite heeft gedaan voor dit clubje. Zo is ze bijvoorbeeld naast een meisje gaan zitten, in pauzes. Terwijl alles in haar zei: “dring jezelf niet op! Je maakt je belachelijk!” heeft ze doorgezet. Hoe stoer is dat?

Die vriendin zei achteraf: “In het begin vond ik dat irritant, maar wat ben ik blij dat je het gedaan hebt.”

Dat dus, daar ben ik gloeiende trots op. Helemaal zichzelf gebleven, en vriendinnen vinden waarbij dat kan.

En nu gaat ze studeren. Algemene Cultuurwetenschappen in Nijmegen. Ze gaat daar weer mooie vriendinnen krijgen. Dat weet ik zeker.

Oh, en vriendinnen van Fenna, als jullie dit lezen: You Rock!

 

 

Het verhaal is er al

Het verhaal is er al.

Ja doei! zei Kitty, geen enkel verhaal is er al.

Bijna had ik me uit laten dagen om het tegendeel te bewijzen. Bijna had ik weer een hele blogpost geschreven om uit te leggen wat ik bedoel.

Maar dat moet ik niet doen. Ik kan helemaal niet uitleggen. Ik kan wel vertellen.

Voor mij gaat het over ontvankelijkheid.

Life is like a box of chocolates.

Ontvankelijkheid is voorbij de gedachte: “ja, die ken ik, is van Forrest Gump, al zo vaak langs zien komen, ik weet wat je bedoelt”  kijken en voelen.

Wij hadden thuis bijna nooit bonbons. En als we ze hadden, hoorde daar een vast ritueel bij. Mijn vader had het papiertje waarop de beschrijving van alle bonbons stond. Wij wezen een bonbon aan, die ons lekker leek, en mijn vader las dan voor wat daar in zat. Soms resulteerde dat in een: hmm, toch maar niet, en dan wees je een andere aan. Met eindeloos geduld werd dit herhaald totdat iedereen een bonbon gekozen had.

Doe ik het toch!

Ja, kijk, dat krijg je er nu van!

Dat hierboven heb ik bedacht. Mijn hersens zien een mooie metafoor waar ik mee kan spelen. Ik kan er zelfs een jeugdherinnering aan koppelen. Ja, dat is wel een verhaal, maar ik zet het in om een punt te maken. Ik kan dat verhaaltje van hierboven als metafoor gaan gebruiken: durf je de bonbon te kiezen zonder beschrijving van te voren?  blabla..

Maar dat is helemaal niet het verhaal dat er is.

Het verhaal dat er is, het blog dat ik echt wil schrijven, gaat over wat me overkwam toen ik woensdag voor het eerst in een groep werkte met verhalen.

Dat is helemaal nog geen ‘af’ verhaal. Dat is nu vooral een gevoel. Een gevoel met meerdere lagen. Ik weet helemaal niet hoe ik dat ga opschrijven.

De enige manier waarop ik dat verhaal geschreven krijg, is vertrouwen dat het verhaal er is, en doorgaan.

Goed.

Komt ie:

Ik hoorde woensdag 5 hele bijzondere verhalen van 5 hele mooie mensen.

Ik was begonnen met een metafoor, en een eigen verhaal over een voorwerp uit mijn jeugd.

Toen vroeg ik de aanwezigen of ze een voorwerp uit hun jeugd wilde delen, of een verhaal/boek, dat mocht ook, of beide.

Uit die voorwerpen en verhalen/boeken kwamen dus vijf mooie vertellingen, over jeugdherinneringen.

Ze raakten me, stuk voor stuk. Ze gaan leven in mij, worden een film, met de verteller als hoofdrolspeler, met wie ik mee leef, voor wie ik wil dat het goed afloopt, die in mijn hart mee draag.

En dát was mijn bijdrage.

Niet die mooie rij NLP interventies die ik hier beschreef.

Als ik vragen stel, om het verhaal verder te helpen, zijn de vragen die ik stel als luisteraar, veel beter en mooier dan de vragen die ik stel als begeleider.

Als luisteraar ben ik als een kind dat wil weten hoe het verder gaat, wat er nog meer is, en vertel nog eens over. . .

Als begeleider doe ik te veel mijn best.

Poeh. Dat kostte even wat om dat toe te geven. Nu snap ik ook waarom ik er zo omheen draaide, en dit blog op een andere manier begon.

En ik wist het zelf nog wel zo goed:

doewatjekunt

 

Ontvankelijkheid.

He kom terug, op meerdere niveaus. Niet je best zitten doen, is zo’n niveau.

“Het verhaal is er al”, heeft ook te maken met ontvankelijkheid.

De verhalen waren er al, en werden getriggerd door wat er die avond ontstond. Mijn eigen introductieverhaal, en de verhalen van de voorgangers, zetten mensen op het spoor van vertellen. Waar dat spoor heen leidde had niemand van te voren kunnen bedenken. Al die verhalen waren er al. We hebben ze met elkaar als archeologen opgegraven, en met een kwastje afgestoft om ze te bewonderen.

Het resultaat was dat mensen elkaar diep in het hart geraakt hebben met hun verhaal (en daarmee zichzelf ook).

 

Start een vertelgroep.

 

 

 

vejolieja

Dat je een prachtige avond verhalen delen achter de rug hebt, waar ik nog heel lang van na kan genieten.

Dat je een mooie ochtend hebt met Ruud Ketelaar.

Dat je in de trein terug dus helemaal vol zit.

Met beelden, en gedachten.

Dat je in je hoofd al bezig bent met die blogs, en dat dit ziet:

Veolia-Nijmegen
foto Alix Guillard, via Wiki commons

En denkt:

Waarom klinkt dat niet: VEOLIA ? Is dat de overgang van de e naar de o? Want die i en de a, die bekt wel lekker, dat zit in Ria. Nee, het ligt  niet aan de e-o want die e-o zit  in Theo, en dat gaat ook goed.
Trouwens ook nog eens keer nadenken of je die H nu wel of niet hoort. Wel, vind ik, die e wordt scherper zonder h, dan komt er mee een i-klank in (niet ie maar, i ). Maar goed, Theo, niet verwarren met EO, de omroep, want die vloeit niet. Daar zit een zacht kuchje voor de O [E[O, en niet EjO.
Zit het dan in het feit dat die extra J’s  er tussen komen? VEJOLIEJA? Nee, het is denk ik dat het hele woord alleen maar zachte medeklinkers heeft. PEOKIA, klinkt al veel beter dan VEOLIA.
Bestaat dat, trouwens, zachte klinkers? En welke zijn dat dan? Ik zou zeggen deze: h-j-l-m-n-v. ik twijfel over de f, maar dat is een harde v, toch? Dus die is hard. En de c? Die klinkt scherp, maar is scherp hetzelfde als hard?.

Zo’n hoofd dus.

 

 

 

 

Waarom werken met verhalen zo veel oplevert, en hoe je dat dan doet.

stories

Je kent de stemmen in je hoofd wel. De perfectionist, de interne criticus . . .

Die  ja!

Die zijn niet enkel en alleen vervelend, ze hebben je wel degelijk iets te zeggen. Bovendien is er ook nog die stem die je kracht en vertrouwen geeft. Die heeft je van alles te zeggen. Die kun je goed gebruiken.

Ga niet proberen met je verstand die stemmetjes uit elkaar te halen, of de boodschappen te ontrafelen. Daar is je verstand vreselijk ongeschikt voor.

Je verstand kan de hele boel daar vreselijk overhoop gooien.

Ken je de 3 G’s? Gebeurtenis > Gedachte > Gevoel?
Dat het  niet de gebeurtenis is, die je gevoel bepaalt, maar je gedachte over die gebeurtenis? En dat je de vrijheid hebt om andere gedachten te denken?

Gevaarlijk spul, want als jij denkt dat je blij moet zijn, ga je alles wat je verdriet bezorgt, wegdenken. Mooi lullig, omdat verdriet onlosmakelijk verbonden is met liefde, en je dus en passant ook de liefde weg denkt.

Ach!  Ik hoef je helemaal niet te overtuigen. Je weet het zelf al lang! Dat je ziet wat je wil zien, en dat je verstand reuze goed is in het verzamelen van bewijsmateriaal om zijn gelijk te krijgen.

Dat is ook precies het gevaar van een verhaal dat je maakt voor je storytelling.

Je hebt kans dat je een story gaat bouwen op de dingen die jij graag wil zijn, en niet op de dingen die je echt bent.

En zelfs als de story wel klopt, hoe weet je of die compleet is?

Met je verstand is niks mis, ik ben het nu aan het aanspreken. Maar het moet wel zijn plaats weten. Want zelfkennis is niet zijn sterkste kant.

Dat is waarom je contact moet maken met je onderbewuste.

 

Hoe doe je dat?

Nou, verhalen zijn daar dus heel goed voor. Niet de verhalen die je construeert, maar de verhalen die er al zijn.

Want dat is de magie.

Het verhaal is er.

Dat is het werken met verhalen. Vertrouwen dat het verhaal er altijd is, en dat je daar contact mee kunt maken. Dat het verstand zich er even niet mee bemoeit en dat de elementen uit het verhaal, de stemmen zijn die je de waarheid vertellen die jij op dat moment nodig hebt.

  • Een verhaal kan je verborgen verlangen onthullen.
  • Een verhaal kan je op een andere manier laten kijken naar je zogenaamde zwakke plekken (en zo kun je ontdekken dat het juist je talenten zijn, die zich vermomd hadden)
  • Een verhaal kan je de moed geven die je nodig hebt.
  • Een verhaal kan je vrede laten sluiten met vroegere acties van jezelf, die je nog steeds veroordeelt.

Dat klinkt magisch en dat is het ook. En tegelijk is het heel gewoon. Zo sprak je vroeger met je knuffel, of met je lego. Zo spraken je lievelingskinderboeken tot je, zo sprak jij tot je dagboek, zo vertel jij jezelf in je morning pages.

En bloggen, natuurlijk! Bloggen is ook werken met verhalen. Als je maar duidelijk af spreekt met je verstand waar hij zich wel en niet mee mag bemoeien!

 Werken met verhalen is zorgen voor een setting waardoor je weer ontvankelijk wordt om contact te maken met de stemmen in jou.

 

En waarom moet dan dan begeleid worden?

Dat hoeft niet. Die voorbeelden hierboven geven al aan dat je het ook zelf kunt doen, al doet, zelfs. Sporten, kun je alleen of in groepsverband kunt doen, mét en zonder begeleiding. Verhalen vertellen en luisteren ook.

Technisch gezien zou je kunnen zeggen dat er in de begeleiding wat NLP dingetjes bij komen kijken.

  • Het NLP uitgangspunt dat elke keuze die iemand maakte op dat moment de goede keuze was.
  • Zo is ook elke verhaal het juiste verhaal op dat moment.
  • Het wisselen van perspectief, de verteller zich laten verplaatsen in de verschillende personen en elementen uit het verhaal.
  • De suggesties die nodig zijn om het verstand er van te overtuigen dat het zich er even niet mee moet bemoeien. (Ja dat is manipuleren, maar dat mag)
  • Non-verbaal checken / aanvoelen of het ‘klopt’ wat er aangeven wordt, of dat er nog iets achter zit.
  • Volgen en leiden: de verteller zelf laten vertellen, of een element toevoegen om het verhaal verder te helpen.

Hé, dat is eigenlijk niks nieuws toch? Lijkt wel coachen!

De grootste kunst is om er te laten zijn wat er is.

Dat is misschien wel het verschil met coachen. Er is geen coachdoel, en dat helpt enorm bij het loslaten van verwachtingen. Een verhaal laat zich niet dwingen. Ja, ik hoor het je zeggen, een goede coach laat zich ook niet dwingen, en volgt het proces. Misschien is het verschil wel niet zo heel groot. Waarschijnlijk zijn goede coaches ook goede verhaalbegeleiders.

 

 

Begin zelf, vandaag al

Nu ja, ik zei het al. Het hoeft niet begeleid te worden.

Als het je lukt om je te laten vangen door de magie van het verhaal zelf, good for you!

Want hoe meer jij je bezig houdt met wat het verhaal jou wil vertellen, en hoe minder jij je bemoeit met wat het effect van je verhaal zou moeten zijn, hoe meer jij jezelf laat zien met je verhalen.

Is dat zo?
Ik dacht dat bij wat je ook zegt of schrijft altijd wel een beetje framing komt kijken. Kan niet anders. 

Vroeg Kitty Killian, naar aanleiding van deze blogpost.

Ik moest even opzoeken wat ze precies bedoelde:

Framing is een overtuigingstechniek in communicatie. De techniek bestaat eruit woorden en beelden zo te kiezen, dat daarbij impliciet een aantal aspecten van het beschrevene worden uitgelicht. Deze uitgelichte aspecten helpen om een bepaalde lezing van het beschrevene of een mening daarover te propageren. Zowel in de politiek als in de reclame wordt framing bewust (en onbewust) ingezet. – wikipedia – 

Ja, vast. Er zal altijd wel een beetje framing zijn, als jij je verhaal  vertelt aan anderen.

Maar weet je wat?

Als jij een verhaal vertelt waar je op bovenstaande manier contact mee hebt gemaakt, dan ben je verliefd op dat verhaal. Dan doe je alles om dat verhaal zo zuiver mogelijk over het voetlicht te krijgen. En daar kun je best wat bij manipuleren. Je zet alle verhaaltruuks in om het verhaal zo krachtig mogelijk te maken. Effect bejag? Natuurlijk! Mist smaakvol gedoseerd. Maar dan hebben we het over stijl, en daar weet Kitty meer van dan ik.

Maar dat doe je dan ten dienste van het verhaal, niet van jouw boodschap. De boodschap is de moordenaar van elk verhaal. Lees ‘De cirkel’ van Dave Eggers maar. Pittige boodschap, maar als roman mislukt.

Een verhaal moet je met zorg koesteren, in leven houden. Dan zorg het verhaal voor jou. Heb je wel eens gehoord van schrijvers die zeggen dat het verhaal met ze op de loop gaat, alsof het een eigen wil heeft?

Dat dus.

Vertel de wereld geen story, maar deel je verhaal.

 

Verhalen luisteren, is ook magie. Kijk hier waar ik binnenkort vertel.

 

storytelling, verhalen vertellen en het verschil daartussen

Je wil een verhaal voor je bedrijf.

Nee, niet omdat het mode is. Je wil geen glad verkoopverhaal, waar je zomaar doorheen prikt. Je wil écht.

En je vindt iemand die samen met jou een mooi eerlijk verhaal maakt. Een verhaal waarin jij laat zien wie je écht bent. Eerlijk, kwetsbaar, open.

En toch loop je de kans dat je iets mist.

Want dat mooie verhaal is een geconstrueerd verhaal. Als je het goed doet, gemaakt vanuit het hart.

Maar met het hoofd.

Dat komt omdat de energie naar buiten gericht is, als je bezig gaat met een verhaal dat uiteindelijk voor je site bedoeld is. Als blog, landingspage, video of welke vorm je ook kiest.

Niks mis mee, maar bedenk eens wat er gebeurt als je de kracht van verhalen eerst naar binnen richt.

Dan vind je schatten waarvan je niet wist dat die er waren.

De echte waarde van verhalen zit niet in de bewuste boodschappen die ze vertellen. (ook niet in de onbewuste boodschappen die je er bewust in stopt, dat is geen storytelling, dat is manipulatie)

De echte waarde van verhalen is wat jouw onbewuste daarmee over jezelf vertelt. En daar is niks zweverigs aan. Elk verhaal dat je vertelt zegt iets over jou. Alleen als je daar tijd voor neemt, met aandacht en liefde naar kunt kijken, kun je de schatten ontrafelen.

Als je nieuwsgierig bent, kan ik je dit boek aanbevelen.

opverhaal komen

Als je wil weten hoe je daar mee werkt, is de  workshop van Phoenix opleidingen fantastisch.

 

het nu iets groter maken

DSCN4387

Soms pak ik er eentje uit de kast, een catalogus van een van de exposities waar ik ben geweest.

Singer is slim, die zet een mooie poster op een bushokje, en dan denk ik ooooh, daar wil ik heen.

En als ik daar dan ben, dan wil ik alles zo bewust mogelijk meemaken. Maar dat kan ik niet. Mijn ogen schieten van wand naar wand, ik ren zo langzaam mogelijk heen en weer, nieuwsgierig naar wat komt, en weer even terug naar die ene mooie, en dan die andere nog even. Ik drink met volle teugen, slordig. Ik mors. Iets in me zegt dat ik het systematischer aan moet pakken, ook die andere schilderijen een kans moet geven, de bordjes goed moet lezen. Maar het lukt me niet.

Als ik naar huis ga, wil ik altijd de catalogus mee. Alsof ik de ervaring in kan pakken.

En dat is ook een beetje zo.

Want daar staan ze, als magische amuletten in de boekenkast. Als ik mijn blik langs de ruggen laat glijden, roepen ze zachtjes naar me, mijn museumbezoeken. ‘We zijn hier’, zeggen de schilderijen. Convocatie.

En soms pak ik er dus eentje uit, en dan gebeurt hetzelfde. In plaats van systematisch bladeren, ga ik onrustig heen en weer, nooit zie ik alles, en zo moet het zijn, en zo moet ik het laten. Want die onrust wordt alleen maar veroorzaakt door ingebakken noties over hoe het hoort, van voor naar achter, compleet. Als ik dat los kan laten ontstaat pas het contact.

Dus sloeg ik de catalogus dicht toen dat ene schilderij een huppeltje in mijn hart veroorzaakte.

Niet de tekst lezen. Niet doorbladeren.

Maar ik heb het boek nog maar net gepakt, was net op mijn gemak gaan zitten, wilde nu alles een keer rustig zien.

Nee, gewoon die ene. Die moet genoeg zijn.

Dat licht, die herkenning. Klaar.

Leren om dat hele kleine NU iets groter te maken.

Zoals ik vroeger een oliebol kon maken van water en zand, het droge losse zand als poedersuiker er overheen strooide, alsof er niets anders bestond.

 (en niet de foto laten zien van dat ene schilderij, en niet uitleggen wat dat beeld van die zandbak er mee te maken heeft, ook dat)

 

 

een lakmoestest: hoeveel ruimte geef je anderen?

Heel mooi mens ontmoet.

Karin Donkers, directeur van een basisschool voor ontwikkelinsgericht onderwijs, de Cocon.

Ik wilde Karin graag spreken voor mijn boek, over de helden die op het schip blijven, mensen die binnen hun werk hun idealen aan het waarmaken zijn.

Ik wilde haar spreken vanwege dit blog. (need I say more?)

Karin had eerst nog enige huiver, was ze wel interessant genoeg? Gek genoeg had ik geen enkele twijfel. En het klopte want we zaten met ons gesprek meteen op een diep niveau (of hoog niveau? nou ja, je weet wel wat ik bedoel: de koetjes en kalfjes lekker in de wei laten staan, en praten over wat je echt bezielt, jezelf laten zien, ook je twijfels, en je onzekerheden).

Terug naar huis bedacht ik dat mijn vertrouwen vooraf iets vreemds was. Want ik ben in veel gevallen nog steeds onzeker. En toch had  ik me helemaal niet afgevraagd of ík wel interessant genoeg zou zijn. Het was helemaal niet in me opgekomen.

Ik weet achteraf ook wel waarom.

De mensen die ik ontmoet, zijn zulke mooie mensen. Het zijn stuk voor stuk mensen die erg veel ruimte hebben voor anderen. Dat zijn mensen die hoe dan ook geïnteresseerd in je zijn. Als je maar jezelf bent. En hoe onzeker ik ook mag zijn. Van dat laatste ben ik nu juist erg zeker. Ik kán helemaal niet anders dan mezelf zijn. Dat maakt me soms juist zo onhandig. Maar het maakt dat ik me met deze mooie mensen erg op mijn gemak voel.

Ik weet dat van te voren. En het klopt altijd.

Ik ben een soort van lakmoestest. Als ik me veilig bij je voel. Dan ben je niet een beetje oké, dan ben je heel erg oké.

(o, en laten we niet moeilijk doen. als ik moeite met je heb, ligt dat aan mij)

Karin Donkers is heel erg oké.

En hoe mooi is dat voor een directeur van een basisschool?

 

de pikorde

Zijn opluchting dat de gymles voorbij was, maakt altijd heel snel plaats voor de kleedkamerangst.

Die galmende voorgeborchtes, die je door moest, voordat je weer in de gangen en lokalen kon zwerven. Die gangen en lokalen waren nou ook niet echt de hemel, maar daar kon je je tenminste weer terugtrekken in je hoofd.

Douchen was verplicht. En nu pas, in de brugklas ontdekte hij dat je kennelijk een grote of een kleine kon hebben.

Als hij schichtig rondkeek – hij durfde nooit lang zijn blik te laten hangen, kijken is bekeken worden, verbazingwekkend hoe snel je de wetten van de jungle leerde – vermoedde hij dat de zijne klein was. Hoe klein? Hij had geen idee. Hoe moest je zoiets meten? Dikte, diameter, lengte? En in slappe staat, of in rechte?

Niet de allerkleinste, gelukkig. Die pech was voor Egbert. Dat was ook het moment geweest dat hij ontdekte dat de grootte er toe deed. Verlamd van schrik bleef hij heel stil toen Egbert door de wolven verscheurd werd. Egbert was een mooie bliksemafleider, die had zijn naam toch al niet mee. “Waarom doe je toch zo vreselijk je best om er bij te horen?”, vroeg hij zich in stilte wel eens af, “je vraagt er om, op die manier.”

Maar Egbert had hem daarmee wel behoed voor een grote afgang.

Want heel even had hij gespeeld met het idee een erectie op te wekken, vlak voor het douchen. Het maatverschil tussen een slappe en een stijve was groot. Dan had je tenminste iets om mee voor de dag te komen.

Hij wist niet of Egbert hetzelfde had gedacht. Hij hoorde van af de kleedkamerbank wel het gejoel vanuit de douches: “Egbert heeft een stijve! Vind je jongens zo lekker, Egbert?”

Snel gaf hij een klap op zijn onderbroek. Zijn opkomende erectie werd snel slap.

Net zoals hij zelf.

Want de schaamte over zijn eigen lafheid maakte alles nog bitterder.

Achteraf vroeg hij zich nog dikwijls af óf hij zich wel van een afgang had behoed.

 

 

 

als goede gids moet je durven verdwalen

En als we nou eens samen een training gaan geven, zei Xandra. (zie ook: previously on this blog)

En zo gingen we aan de slag, om een programma te maken zonder programma. Want het zou een freesytle training worden, een woord dat ik jatte toen ik een blauwe maandag werkte voor een heel innovatief trainingsadviesbureau. Die freestyle trainingen waren bedoeld voor topmanagers. En toen dacht ik stiekem al: maar dat kan ik ook!

Een freestyle training wordt gedreven door wat er zich op dat moment aan dient. Structuur, theorie, modellen als hulpmiddel, maar niet als leidraad. Zoiets als wandelen met kaart en kompas op de zak, maar ze alleen maar gebruiken als je dreigt te verdwalen, of om later te zien waar je allemaal geweest bent, ook leuk!

Dus gingen we brainstormen over wat we willen gebruiken als kompas, en welke kaarten we mee zouden nemen.

Op zoek naar wat ons uniek maakt. Dat we durven verdwalen, bijvoorbeeld. En dat het daarom zo fijn is dat we met zijn tweeën zijn. Want dan kan er eentje een eind dat smalle zijpaadje in, terwijl de ander op het grotere pad blijft wachten.

Dat zagen we wel voor ons.

Voor wie?

Voor ondernemende, empathische mensen met een missie.

(Ja we hebben geluisterd naar de mensen die adviseren om je niche te vinden).

Het soort mensen dat hun hart volgt.

Maar daar zijn toch al heel veel programma’s voor?

Ja, overal in het land zijn al boostbijeenkomsten waar mensen helemaal geïnspireerd vandaan komen.

Dat gaan wij niet dunnetjes overdoen.

Maar wat wij weten, is dat je na zo’n inspirerende boost, weer alleen verder moet. Dat je die inspiratie best een tijd kunt vasthouden. Maar we weten ook dat de woestijn is groot, en er komt een moment dat je blij bent dat er een oase is om bij te tanken.

En als je denkt dat je de ultieme boost gevonden hebt, zodat je nooit meer hoeft bij te tanken: think again!

Die freestyle training is een perfecte oase. Juist omdat ons richten op mensen die hun missie al geroken hebben, kunnen we heel snel de diepe in. Dus al dat gezoek en geformuleer kunnen we overslaan, want dat zit er al.

Alleen een oase om te drinken, te rusten en de tijd te vinden om te voelen hoe het gaat. Geen check-up, dat lijkt te veel op het dokter-diagnose model. Meer een sauna voor mensen die gezond willen blijven. Genieten, én herboren tevoorschijn komen, zoiets.

Regelmatig terugkerend, als een soort open coffee, maar dan op zielsniveau. (en als je voor dat woord terugschrikt, ben je onze klant niet, zo werkt het toch?)

Bijvoorbeeld de vierde vrijdag: vier de vrijdag.

Binnenkort meer.

 

 

 

het elke dag blog dilemma

Soms ben ik uren aan het zoeken naar een oude blogpost, omdat ik weet dat ik ooit iets briljants zei.

En dan stuit ik op het volgende probleem:

Dat briljante heeft een aanloop. Dat komt omdat de echte briljante dingen die ik blog, heet van de naald achter mijn toetsenbord geboren worden.

Maar ja, dan heb je dus die aanloop. Want het heeft een geschiedenis, en die zit verstrengeld met wat alledaags gedoe. Gedoe dat soms niet meer actueel is. Gedoe dat ook in die blogpost staat. Gedoe waarvan ik zelfs soms heel hard moet denken: hoe zat dat ook weer?

En dat komt dan weer omdat ik elke dag blog. (Blogde, moet ik zeggen, er zitten nu wat gaten in, en die gaten hebben precies te maken met wat ik nu vertel, kom ik op terug)

Als je elke dag blogt, en een beetje een trouwe groep lezers hebt, dan hoef je sommige dingen niet meer uit te leggen. Die lezers volgen het proces, en kunnen de draad wel volgen. Zo krijgt een elke-dag-bloggen-blog een beetje het karakter van een feuilleton.

Maar voor buitenstaanders kan zo’n blog lastig te volgen zijn. Dat merk ik als de tijd mij tot een buitenstaander van mij eigen blogs maakt.

Zonde, want zo blijft dat briljante alleen maar bereikbaar voor een kleine groep.

Tja, en als je dan wil groeien, zoals ik (meer lezers = meer publiek), dan ga je nadenken.

Nooit een goed idee, dat nadenken,  maar als je daar eenmaal mee bezig bent, dan lijkt het opeens wel een goed idee. Gevaarlijk spul, die hersens.

Dan denk ik bijvoorbeeld:

“dat lukt niet hoor, elke dag iets briljants schrijven”

en

“je moet hier wel een stand-alone post van maken”

en dat blokkeeert.

Dus daar is mijn dilemma:

Elke dag bloggen stroomt, en levert hier en daar een pareltje op.

Alleen maar f*cking goede blogposts schrijven, zou alleen nog maar pareltjes op moeten leveren, maar het verstopt een beetje. Ik heb dat geprobeerd hoor. Mooie ideeën opsparen, filteren, zodat alleen het goede overblijft, en dan scherp formuleren. Soms lukt het. Vaak ook niet.

Die rommelblogs tussendoor zijn kennelijk nodig om de boel te laten stromen. Maar ja, wie ziet die pareltjes dan nog, want die drijven met de stroom mee, en zijn zo uit het zicht. Neem nou dit blog. Iemand komt op mijn site. Ziet dat ik theater maak, wil mijn blog lezen, en stuit hier dan op wat navelgestaar over elke dag bloggen of niet.

Aan de andere kant. Dit is wat er nu is. En ik blogde het fijnst toen ik elke dag blogde over wat er nu is. Niet over grote ideeën, maar over wat er hier en nu in mijn lijf, hart en hoofd aan de gang is.

Dus. . .

Hoe doen jullie dat, andere bloggers?