Hoe hokjes denken ruimte kan scheppen

En dan komt er een mail met een tip.

Als ik de link open lees ik dat een groot deel van mijn ideeën opeens in een hokje blijkt te passen.

Een hokje met een officieel goedkeuringsstempel nog wel.

Volgens systemen waar ik niet helemaal in geloof, maar het helpt natuurlijk wel om anderen te laten zien wat ik kan. Het legitimeert als het ware mijn kwaliteiten voor mij. Makkelijk 🙂 Zou ik lekker op kunnen meeliften.

Ik zou mijn best kunnen gaan doen om dat hokje in te gaan.

Als dat zou lukken zou dat een boel rust geven. Structuur ook. En ook wat financiële zekerheid.

Zou dat hokje, en dan vooral de rust en structuur die het geeft, er voor zorgen dat ik ruimte creëer voor mijn andere plannen?

Of zou dat hokje me juist gaan opslokken? Al mijn energie aftappen, zodat er niets meer overblijft voor mijn vrije geest?

Het is geen aanbod. Het is lang niet zeker of ik dat hokje überhaupt in kan. En toch speel ik met het idee.

Maar er is iets bijzonders aan de hand.

Dit soort keuzes heb ik eerder gehad. En altijd werd ik daar onrustig van. Het gevoel dat alles er van af hangt van zo’n keuze. Dat het een gewetensvraag was, en dat ik vreselijk fout zou kunnen kiezen. Dat een verkeerde keuze zoiets zou zijn als mijn ziel aan de duivel verkopen.

Gek genoeg speelt die spanning nu helemaal niet.

Ik heb het gevoel dat ik met deze keuze kan spelen. Dat het me zelfs scherper maakt. Ik ben kortom nog al blij met dit dilemma. Het helpt me mijn koers duidelijk te krijgen. Het zet mijn vragen net even in een ander licht.

Ik ben er nog niet uit, maar dat is helemaal niet erg. Ik speel nog even door.

Intussen geniet ik even van de ruimte die het schept.

 

 

communicatielessen

Ik was er klaar mee

met communicatietrainer zijn

communicatie is niet te te trainen, niet echt.

Het gaat om de juiste intentie.

Stop er liefde in, en geduld.

Thats it. Dat is alles wat je moet weten over communiceren.

En toch. Ik zie een hoop planken mis slaan. En ik merk dat sommige dingen die ik geleerd en ontdekt heb over communicatie, lang niet voor iedereen gesneden koek zijn.

Daarom een serie.

Misschien toch niet zo heel overbodig als ik dacht.

Ik knip het in kleine stukjes, en ik hoop dat er ook een beetje plezier aan te beleven valt.

Hier komt deel 1

 

 

weg met de sociale criticaster

Wat is dat eigenlijk?

Een soort superioriteitsgevoel?

Dat jij gelukkig niet zo bent?

Niet zoals die

– mensen in de trein

– de buren op de camping

– die mevrouw in de winkel

Ja, ik weet dat ze allemaal vreselijke dingen doen, maar laat ze alsjeblieft.

Erger je in stilte, en bedwing alsjeblieft je neiging om via social media je ongenoegens te uiten. Ik wil het niet meer lezen.

En áls je het dan doet, vertel me dan alsjeblieft wat het met jou doet. Doe een beetje zelfonderzoek, en deel dát, in plaats van de spotlicht op de ander te richten.

Jajajajaja ik doe het zelf ook hier nu, mijn ergernis spuien.

Tijd dus om dat spotlicht op mezelf te zetten.

Waarom erger ik me aan die updates?

Omdat ik me plaatsvervangend bekeken voel, denk ik.

Mijn achilleshiel: niet voldoen.

Dat is wat ik lees in al die berichten: mensen die niet voldoen aan de norm van de zelfbenoemde social criticaster.

Het maakt de openbare ruimte onveilig. Kennelijk sta ik voortdurend op een podium, en mag iedereen me recenseren. Natuurlijk kan ik leren om me daar niks van aan te trekken. En dat lukt soms best aardig. Maar dat aantrekken, dat is diep geworteld, en makkelijk weer te activeren. Door die social media berichtjes bijvoorbeeld. Ergens in mijn hoofd zit een automaatje met een notitieboekje: ‘dat mag dus ook niet meer in het openbaar, check!’

Dus stop dat commentaar, anders ga ik sandalen met witte sokken aan doen!

Kijk, als mensen te ver gaan, spreek ze dan persoonlijk aan. En als je vrienden iets doen wat je niet bevalt, zeg het gerust. Ga in gesprek.

Maar hou op om onbekenden langs jouw meetlat te leggen.

 

 

soms wil ik dat de woorden schaarser zijn

soms wil ik dat de woorden schaarser zijn

dat ze zorgvuldig worden afgewogen

dat er na de vraag:

mag het een woordje meer zijn?

gewacht wordt op een antwoord

en desnoods

een anders stuk wordt aangesneden

dat er met zorg wordt ingepakt

met zo’n mooie strakke vouw

waarbij de binnenkant van het pakpapier

zich als contrast

naast de buitenkant mag laten zien

en dan zonder strik

 

 

Leven en dood, Verbinding.

Op de fiets, dwars door de colonne van 4-daagse lopers heen, op weg naar een begrafenis.

Leven en dood, Verbinding.

Ik kende haar niet heel erg goed. Wij beiden lid van de remonstrantse gemeente. Ze had een groot hart, dat wist ik wel.

De kerk is voller dan ik ooit gezien heb. Ik sluit achter aan in de rij, en dan schud ik de hand van haar man. Ik voel zijn warmte en zijn rust. Hij doet zijn best om de voor hem onbekende gezichten te plaatsen.

Op zo’n dag zijn het vaak de naasten die de bezoekers troosten, in plaats van andersom.

Haar zoon omarmt een vriendin, één in verdriet, één in liefde. Later als hij spreekt, zie ik hoe krachtig hij is in zijn kwetsbaarheid.

Ik ga achteraf staan, en zet mijn hart open. Ik voel de liefde de kerk door stromen.

Ik luister naar verhalen, en besef opnieuw dat wij mensen elkaar soms zo weinig kennen. Deze vrouw was veel verrassender dan ik ooit wist.

Ik voel me verbonden met de bekenden, maar ook met de vele vreemden. Ik ben even onderdeel van een mensenleven dat in liefde mensen met elkaar verbind.

Ik hoor dat haar laatste woorden waren: “Ik heb ten volle geleefd, en ik ben dankbaar daarvoor”, en ik besef hoe dankbaar ik zelf kan zijn.

Titia, familie, dank je dat ik hier bij mocht zijn, dat ik dit mocht voelen. Dit is waar het in het leven om gaat.

Terug in Wijchen zie ik de laatste wandelaars, die door de toeschouwers klappend worden aangemoedigd. Misschien vragen ze zich af of ze het nog wel halen. Hoe dan ook, ze weten zich omringd.

Verbondenheid, leven en dood,

en dankbaarheid,

dat ik mijn leven steeds vaker hele mooie mensen tegen kom, dat ik steeds vaker de verbinding voel.

Ja dat gaat ook over jou.

Laten we niet te veel tijd verspillen, en nu al van elkaar ontdekken hoe verrassend mooi we zijn.

Ik hou van je.

 

diep uitademen (zelfgesprek)

Pssst. Baal je nog?

– Het is minder. Nog niet over.

Wat heb je nodig?

– . . .

*laat stilte vallen*

– oké, ik heb een schouder nodig, om tegen te leunen.

Hier *biedt schouder aan*. Dat weet je toch? Dat die er is, die schouder? Van binnen. Onvoorwaardelijk. Het enige dat je hoeft te doen is het toe te laten. Ja, ik weet dat daar kracht voor nodig is, voor dat toelaten, voor dat binnen laten komen. Soms moet je eerst iets kwijt. Heel diep uitademen. Dan komt het inademen vanzelf.

*rapen samen de stilte op, en koesteren deze nog even, heel zachtjes*

– Weet je, ik ben blij met je.

Zeg dat nu eens tegen jezelf.

– Maar ik praat toch met mezelf nu?

Ja. Maar zeg dat eens tegen dat stuk zelf dat die fouten maakt.

*paar keer diep uit en inademen*

– Weet je, ik ben blij met me. En dat de onrust nog niet helemaal weg is, doet daar niets aan af.

 

 

Flikker op met je omdenken!

Ik maak fouten.

Behoorlijke, en ik stapel ze nog op ook.

Fouten zijn kansen om iets te leren. 

Als ik meer fouten  maak dan jij dan win ik.

Een fout is een cadeautje.

Als je geen fouten maakt, dan gebeurt er niks.

Fouten bestaan niet, je moet het zien als feedback.

Ja, leuk.

Maar als ik zo moet denken, dan ga ik me dus ook nog eens een keer schuldig zitten voelen dat ik baal van mijn fouten. Ik mag het zelfs niet eens een fout noemen!

Flikker op!

Als ik écht iets leer, iets dat heel dicht bij komt, dan voel ik dat als fout. Als ik dat niet zo voelde, dan was er kennelijk ook niet iets bijzonders te leren. Hoe meer ik leer, hoe harder de klap aan komt.

Dus geef me even de tijd om enorm te balen!

Dat leren, en dat blij zijn om mijn fouten, dat komt straks wel.

 

we draaien er te vaak om heen

gesprek

 

Ik kan niet uitleggen wat ik doe, dacht ik.

En toen besefte ik het.

Ik hoef het helemaal niet uit te leggen.

Want jij weet waar ik het over heb.

Over de gesprekken die we voeren. Op het werk. Op de sportclub. Op een verjaardag.

Vaak zijn ze super oppervlakkig. En dat is goed, dat is de sociale lijm. Als je geluk hebt is het speels, en kun je er van genieten.

Soms zijn ze minder oppervlakkig. Dan zijn ze zinnig. Dan deel je inzichten, kun je iets kwijt wat je belangrijk vindt.

Maar ook dan is de kans groot dat alles wat je zegt, al een keer gezegd is. Door jezelf.

Dan is er nog een derde soort gesprekken.

Die gesprekken waarbij je jezelf verrast. Dat zijn hele bijzondere gesprekken. Daar gaat een luikje open.

Tot die kern komen met elkaar.

Niet omdat het oppervlakkige en het zinnige minder waard zijn. Welnee.  Blijven doen dat. Stel je voor dat al je gesprekken bijzonder worden.

Maar die  kern is ook nodig, en die laten we nu te vaak liggen.

We draaien er allemaal om heen, want het is spannend.

Ook ik vind het spannend. Met mijn eigen buurman durf ik het nog niet aan. Dus ik weet dat er iets voor nodig is om daar te komen, bij die kern.

Ik ben dat iets.

Dat is wat mijn zoektocht naar mijn kern mij heeft gebracht.

Alles wat ik doe

– mijn theater

– mijn verhalen

– mijn blogs

en alle andere diensten die ik aan het ontwikkelen ben.

Ze zijn er voor om bij de kern te komen. Die kern is niet DE waarheid of zo. Die kern is steeds iets anders. Elke nieuwe situatie heeft een nieuwe kern. De kern is wel altijd pure waarheid. Ever changing truth. En daar gaan we te vaak aan voorbij.

Ik hoef dat dus helemaal niet uit te leggen.

Jij weet zelf het verschil.

 

 

Kill your darlings, love your uncertainty

Het zweet stond op mijn voorhoofd.

Ik was een hele scene vergeten.

Dat zweet kwam trouwens van de hitte en de luchtvochtigheid, want mijn hoofd was behoorlijk koel.

Ik speelde donderdag in Rotterdam. Ik had vlak daarvoor een paar nieuwe scenes geschreven. Een daarvan was een mooie voorloper op een scene die aan het eind van de voorstelling zit. Die zou daarmee een mooie inlossing van die eerste scene worden.

Maar daar gekomen besefte ik dat er niks in te lossen viel omdat ik de nieuwe scene helemaal vergeten was.

Snel bedacht ik of het de moeite waard was om hem alsnog in te zetten.

Dat was het, besliste ik. Ik bedacht intussen ook nog even hoe ik dat het beste kon doen. Na die ene zin, daar kan hij vloeiend in, wist ik opeens.

Ik deed het, en het werkte. Dat kon ik voelen. Ik zag het ook aan het publiek. Op het eind is deze scene zelfs sterker dan in het begin!

Hoe cool is dat?

Dat ik zomaar tijdens mijn spel dit soort dingen kan doen.

Ik voel me met terugwerkende kracht een Van Gaal die een briljante wissel in zette.

Jawel.

Er ging ook een penalty mis.

Ik maakte me zorgen om dat zweten. Want er werd gefilmd. Zou ik daar nu  met een bezwete kop op staan? Hoe vaak kan ik mijn hoofd af vegen? Ik was ook de zinnen van mijn nieuwe scenes aan het beoordelen terwijl ik ze uitsprak. Proeven was mooi geweest, maar beoordelen?  Second Guessing? En bezig zijn met hoe je op de film komt is ook niet handig als je speelt.

Maar nu weet ik dat ik de kracht heb om met dit soort dingen te gaan spelen. Zodat ik er helemaal sta, helemaal aanwezig ben. Mijn kwetsbaarheid is mijn kracht, ook op het podium.

Aan de reacties van het publiek te horen stond ik er donderdag al.

Ik ga dus wel door naar de finale.

Het wordt schitterend.

De nieuwe scenes zitten als gegoten. Het geheel is strakker, compacter. Met een hele mooie focus. Ik heb namelijk ook een paar scenes weggegooid.

My bad. Ik wilde er te veel in hebben, toen ik net begon. Het was overvol. Nu draait het meer om Natka en Emma.

En ik heb eindelijk een titel.

SPIEGELS, heet mijn voorstelling. Met dank aan Greta Lugtmeier.

Ik doe nog een paar try outs, en dan in het najaar de première, in Wijchen.

Als je nog wil meemaken hoe ik hier en daar wat sleutel, houd deze website dan in de gaten.

 

PS

De scenes die ik weggegooid heb kun je hier vinden.

Alle scenes over de boeken.

Eén scene over de zorg.

waarom het in de zorg altijd goed gaat

Natka komt in de lift van het verzorgingshuis een jongeman tegen. Dit is wat hij vertelt.

Ik ben kwaliteitsonderzoeker in de zorg.

Kijk, ik heb een multiple choice vragenlijst over alle aspecten van de zorg.

Wetenschappelijk vastgesteld. Zo kunnen we alles toetsen aan een landelijke norm. Liefst een Europese natuurlijk, maar dat komt nog.

Daarom heb ik ook strenge instructies, zodat het over in het land op dezelfde manier gebeurt.

Want dat is de zwakke schakel, de interviewer. Er zijn zo veel valkuilen, daarom heb ik een speciale training gehad.

Ik stel de vraag, hier bijvoorbeeld deze

Bent u op de hoogte gebracht van de veiligheidsinstructies?

Nou dan vragen ze meestal: “veiligheids watte?”

Dan zou je denken “ik vul nee in”, maar dat mag niet! Nee, want  dan kom ik er tussen, dan vervuil ik de gegevens.

En ik mag de vraag niet uitleggen, want dan geven ze antwoord op mijn interpretatie, en niet op de wetenschappelijk vastgestelde vraag.

Ik herhaal de vraag exact op dezelfde manier,

Bent u op de hoogte gebracht van de veiligheidsinstructies.

Nou, dan begrijpen ze het de tweede keer ook niet, maar dán mag ik een klein beetje uitleg geven. Hier staan de hulpwoorden die ik mag gebruiken :

vluchtroute, brand, nooduitgang.

En dan knikken ze want dat bordje hebben ze wel een keer gezien.

Maar ik mag niet een vinkje zetten alleen omdat ze dat bordje wel eens hebben gezien, dus herhaal ik de vraag nog een keer helemaal. Nou meestal blijven ze gewoon knikken, en ja,ja roepen. En dán pas mag ik dat vinkje zetten.

Of ik vraag: “wat vindt u van de versheid van de avondmaaltijd?”

En dan beginnen ze meestal een heel verhaal. In het vorige huis was het eten vreselijk. Alle bewoners klaagden er dan over.

Ik moet ze dan uit laten praten. Stoom aflblazen, noemen ze dat op de training. En dan op het eind vraag ik ze te scoren. Ik leg een kaart op tafel met vijf bolletjes. Aan de ene kant een huilend gezichtje aan de andere kant een lachend gezichtje.

Nou, en dan wijzen ze het lachende gezichtje aan. Dan check ik even, want ik zie die Smiley op de kop, en dat is tricky, natuurlijk. Maar ze willen dan echt dat ik ‘uitstekend’ aankruis, of , als ze het eten echt  heel erg vies vonden vonden, ‘goed’

“Ja, want anders heb ik het weer gedaan! Dan ben ik het weer die zeurt.”, is de uitleg.

Dan zeg ik voor de zekerheid dat het anoniem is, dat nergens haar naam staat. Maar toch blijven ze er meestal bij.

“Ze doen toch allemaal hun best!”, zeggen ze dan.

Dus dan vul ik in dat het eten uitstekend is, ik mag daar niet tussen zitten, want dan vervuil ik de gegevens.

 

Deze scene zat in mijn voorstelling ‘Spiegels’. Ik heb hem er uit geknipt, om het geheel strakker te maken.

Ik heb zelf geïnterviewd in de zorg, (CQ index)en deze tekst is wat er echt gebeurd bij de meting van de kwaliteit in de zorg. En de instellingen maar blij zijn dat ze zulke goed cijfers scoren.