ik had geen lijf

ik had geen lijf
mijn hoofd zweefde in de lucht
mijn hart lag in mijn handen
samengevouwen
soms open
de palmen omhoog
dan wapperden mijn zenuwen
in de koude wind
ik zette stappen
mijn voeten bleven staan
en andersom
ik trok me van alles aan
maar het bleef koud
het is verbazingwekkend hoeveel je kunt
zonder lijf
pas nu ontdek ik
wat ik niet kon

gehaald

Ik wou dat ik wilde
dat er iets zou schuren
en dat ik dan
de woorden vond
om dat schuren schitterend
te verbeelden.
Verschuilt mijn schuren
zich achter
mijn tevredenheid?
Iemand zei me ooit
dat verdriet voller was
dan vreugde.
Het onbereikbare
is gehaald,
en ik heb enkel nog
het briefje
met de handtekening
voor ontvangst.

Camebridge

P1010827

Ik ging naar Camebridge om Kings College te zien
En ik zag Kings College
En al die anderen
Die naar Cambridge gingen
Om Kings College te zien
Volg de stok van de gids
(Met de dode teddybeer bovenop)
Volg de stok van je telefoon
Want meer nog dan Kings College
Wil de mens zichzelf zien
Staande voor Kings College
Ik vond troost in een boekhandel
Rijen boeken over boeken
En in het museum van Fitzwilliam
De golvend lege landschappen
De schilders hebben het ook gezien
Nooit meer zal ik een mensenmenigte
Durven vergelijken met een kudde schapen

 

P1010829

 

 

fitzwilliam

 

boomschaap

 

schaapmetkind

 

Dichter

Als ik een dichter was
Verklaarde ik mezelf
De oorlog in mijn hoofd
Veldslag na veldslag
Richtte ik gedichten op
Ik kroop door het slijk van niemandsland
Ik verlegde grenzen
Mijn woorden troffen
Rondslingerende gedachten
Mijn verstand sneuvelde
Bij bosjes

Maar in vredestijd
Kan ik geen dichter zijn
Ik weet
Er valt niets te verklaren
Dus ik smeed
Mijn woorden tot gebaren

Van Duinkerken naar Dover

P1010402

 

Wachtend op de boot
Van Duinkerken naar Dover
Zag ik
Het prikkeldraad
De draak van Smook was nooit echt dood
En heeft er nu een broertje bij
De Berlijnse muur was slechts één kop die rolde
Duizend koppen keerden terug
En uit duizend kelen klinkt
De grenzen moeten dichter

Varend op de boot
Van Duinkerken naar Dover
Rechts van het gangpad
Zag ik
Pratende hoofden zonder geluid
‘Calais Crisis’ boven in beeld
Daaronder schuivende zinnen
Om het rampgehalte te verhogen
‘Waarom het leger nog niet is ingezet’
Links van het gangpad
Zag ik
De tax-free shop
Met whisky, champagne en dure bonbons

In dat smalle gangpad
Tussen Duinkerken en Dover
Zag ik
Vaten die niet communiceerden
En de leegte van het volste vat

De echte grenzen zitten
Natuurlijk in ons hoofd
Ik moest van Duinkerken naar Dover
Om het te zien

Niet de grenzen
Maar wijzelf
Moeten dichter zijn

Zoals Auden
Schreef:
We must love one and other or die

Waarom toeschouwer zijn meer is dan je denkt

I think it pisses God off if you walk by a colour purple in the field somewhere and don’t notice it.

The colour purple, Alice Walker

 

Het boek kwam per ongeluk bij me. Ik was in Amsterdam op een zondag (ik weet niet eens meer waarvoor), liep door de winkelstraten, en zag tot mijn verbazing dat de Engelse boekwinkel open was. Het boek was nog niet verfilmd. Ik weet ook niet meer waarom het boek me opviel, maar ik kocht het.

DSCN5413

Ik was toen erg van andere culturen en heftige verhalen. (Ik denk dat ik net “The bone people” van Keri Hulme uit had.)

De zin hierboven zit al jaren in mijn hoofd.

Niet voor niets, denk ik.

Ik ben toeschouwer.

Ken je dat? Dat je zoekt naar je kern? Dat je probeert met één woord te vangen wat je hier komt doen op deze aarde. Soms vind ik het onzin. Soms doe ik mee. Als ik mee doe is mijn woord ‘toeschouwer’.

Ik voel me Saliéri in de film Ammadeus. Hij werd verteerd door jaloezie, omdat hij, die in zijn botten voelt hoe geniaal Mozart is, hij die als enige snapt wat er gaande is in die muziek, zelf een middelmatige musicus is.

De jaloezie heb ik niet (meer).

Het weten, het zien en het voelen heb ik wel. De schoonheid van de wereld komt vaak overweldigend binnen.

En dan denk ik: “Wat fijn dat er tenminste iemand is die het ziet, voelt, waardeert.

Misschien is dát wel mijn functie.

 

 

Ik ben het riet dat trilt op jouw adem.

Jij bent de klankkast voor mijn snaren.

Ik ben het stofdeeltje dat glinstert in jouw zonnestraal.

Jij bent het lakmoes van mijn hart.

Jij bent mijn spiegel, ik jouw schaduw, echo voor elkaar.

Ik dicht jouw tederheid.

Jij danst mijn verlangen.

Ik schilder jouw moed met felle streken.

Jij zingt zacht mijn ongesproken woord.

Wij zijn allen podium en tempel.

Ons wezen is

toeschouwer en artiest,

in beide zijn wij schepper.