Geen woorden maar beelden

Nou ja, een paar woorden dan. Woorden over die beelden.

Daar kruip ik deze dagen mee weg. Lekker in de zon. Met dit boek.

DSCN2268

 

Een boek van een schilder over een schilder. Geen kunsthistorische uitleg, maar een liefhebber, die zelf schilder is, en daardoor de beeldtaal uit kan leggen. En vooral: hij vertelt waarom hij die schilderijen zo mooi vindt.

Ik houd van mensen die ergens van houden. Omdat het zo aanstekelijk is. Omdat je er van leert om te houden van.

Waarom Bruegel?

Omdat ik als kind al overdonderd was door de Jagers in de Sneeuw.

Dit is voor mij het ultieme wintergevoel. (Volgens mij hadden we er een puzzel van, maar dat durf ik niet met zekerheid te zeggen.)

Ach, ik hoef niks uit te leggen. Kijk zelf maar hoe mooi:

DSCN2270

 

En de details.

Want het schilderij is groot.

DSCN2271

 

DSCN2273

DSCN2272

 

Daarom wil ik ooit een keer naar Wenen. Want daar hangt het. In een zaal met andere Breugels. In al hun grootsheid. Wat zal ik daar overdonderd worden.

Nu donder ik me zelf over. In het klein. In de zon, met dit boek.

Woord en beeld.

Genieten.

Oh, als je het te vroeg vindt voor winter, heb ik een herfst voor je.

 

DSCN2274

 

 

 

Hier is een link naar meer schilderijen.

online ontmoetingen in het echt

Ik heb Elja gezien 🙂  …

… en een heleboel andere blogpraters. Sommige voor de eerste keer. Anderen voor de tweede of zelfs derde/vierde keer.

En elke keer opnieuw is het alsof ik ze al jaren ken. De mensen van wie ik het blog vaak lees.

Het klopt gewoon.

Vrienden.

Ik denk dat het komt door de combinatie blog en twitter. Vooral als mensen een inkijkje van zichzelf geven op hun blog.

Het voelt vertrouwd. Het is vertrouwd.

Vertrouwen wordt gul geschonken en gedronken.

En ik heb mensen die ik minder goed kende nu ook in mijn hart kunnen sluiten.

(ja rechtstreeks naar het hart maar, dat is groot genoeg)

Misschien zou iedereen een blog moeten hebben (met tekst of geluid of beeld of film of foto, maakt niet uit). Dan zouden we elkaar kunnen ‘lezen’.

En wie zegt dat online ontmoetingen nep zijn, moet een keer naar zo’n bijeenkomst gaan.

Online ontmoetingen zijn fantastisch. Wat een prachtige voedingsbodem voor heel veel moois.

Zonder deze vrienden zou mijn theater denk ik nooit van de grond gekomen zijn.

Hup. Iedereen een blog! En iedereen zichzelf laten zien!

Jullie zijn mooi! Mooier dan je weet.

 

(Oh, en dat horen. Ik wordt steeds handiger in grotere groepen. Nu is dat nog steeds zo handig als een kameel op de noordpool, maar het wordt iets beter. Ik heb gepraat met mensen, jawel! Moet gewoon zorgen dat ik hier en daar 1 op eentjes heb, en niet proberen een groepsgesprek te volgen.)

#fail, cynisme en gemopper in de ban.

De server lag er uit.

Een heleboel websites er uit, en ook de mijne.

En het was nog al een toestand. Het duurde de hele dag.

Ergens dacht ik: “Als er nu iemand een kaartje wil bestellen, gaat dat niet. Ojee. Erg.”

Gelukkig dacht ik direct daar achteraan: “Wat een flauwekul zeg. Alsof we niet meer een dag zonder internet kunnen.”

Fijn dat ik het kon relativeren. En dat ik kon denken aan de mensen die koortsachtig bezig waren om de boel op orde te brengen. Fijn dat ik die pet op kon zetten, en een dankjewel en succes kon tweeten. In plaats van een gefrustreerde tweet of mailtje met #fail er in, of zo.

Het is me deze keer gelukt, en het gaat me vaker lukken. Uit het cynisme en het gezeur stappen, en in een wereld waar we elkaar wat meer ruimte geven.

Als je dat nog niet doet: doen! Maakt je leven leuker.

Oh, en hier is de blogpost van gisteren, als je die gemist hebt.

En hier kun je de kaartjes bestellen. 😉

over vasthouden én loslaten

Vandaag een bijzondere ontmoeting.

Met iemand die op mijn eerste gezicht meteen iets met/van/voor me wil. Netwerken, zeg maar.

We kwamen elkaar tegen op een training voor jongerencoaching. (We gaan beiden op vrijwillige basis ROC-leerlingen coachen.)

Ik vertelde van mijn plannen en ze wilde helpen.

Nu is haar netwerk vooral in het bedrijfsleven, en daarmee komt er iets op mijn pad, dat er al eerder lag, maar waar ik aan voorbij ben gestapt.

En nu is het kijken of ik er toch wat mee kan.

Theater blijft mijn hoofdweg. Maar vertellen voor bedrijven kan best eens een steun in de rug zijn om daar te komen. Als ik daar geld mee kan verdienen, mijn zelfstandigheid kan kopen.

En misschien kan ik er iets moois mee bereiken ook nog.

Ik had die optie vorig jaar weg gegooid omdat ik er geen verkoopverhaal bij kon verzinnen. Ik geloofde best dat ik bedrijven wat te bieden had, maar hoe precies? Als ik daar wat bij wilde verzinnen, werd het een vage boel.

En toen ik mijn verhaal helemaal terug rolde tot het weer concreet genoeg was, werd het: ik kan een mooi verhaal vertellen. PUNT.

Op de planken vertellen. Publiek in de ban brengen, en klaar. (Pittig genoeg, toch?)

Daar geloofde ik zo hard in. “Dát kan ik verkopen”, dacht ik. En dat begint nu een beetje te lukken.

Ik wil mezelf ontwikkelen, ik wil groeien. En dan helpt het niet als ik financieel afhankelijk ben van succes dat er eigenlijk gisteren al had moeten zijn.

Ik ga in op het aanbod. Ik ga kijken wat ik daar kan bieden. Vanuit een prettige positie. Want ook daar hangt niet alles meer van af.

Ik denk dat dát mijn ontdekking is deze periode. Dat ik het alles of niets gevoel kan weg gooien. Dat knelt, dat vernauwt mijn blikveld.

Ik houd mijn focus. Ik houd mijn doel. Ik houd mijn energie. Maar door de alles-of-niets-paniek er uit te halen merk ik dat ik sterker wordt.

Dus ga ik binnenkort een keer naar een netwerkbijeenkomst. Om voor iemand anders een deel van de 10 minuten presentatie te doen. Een leuke opdracht. Ik houd er van om mensen te belichten.

En dan stap ik onbevangen een wereld in die ik dag had gezegd. Die onbevangenheid bevalt me wel. Die zorgt er voor dat de lichte huiver voor die wereld oplost.

Loslaten. Jaja, ik weet dat het een modewoord is, en dat iedereen daar zijn buik vol van heeft. Maar ik laat me geen woorden afpakken.

Loslaten dus.

Net zo krachtig als stevig aanpakken. Twee verschillende manieren om je wensen te bereiken. Manieren die elkaar aanvullen. Deze weken oogst ik de kracht van het vasthouden, en ervaar ik de kracht van het loslaten.

(Tjonge, ik ben benieuwd wat ik nog op mijn pad tegen kom van alle andere dingen die ik los liet. In deze post uit januari 2012 bijvoorbeeld. Oh, voor de nieuwsgierigen: de twee dingen die ik in die post aankondig om NIET los te laten, heb ik bereikt.  Het dansweekend is geweest en heeft zelfs een vervolg gehad. En het boek waar ik toen aan schreef, is nu de rode draad van mij theater. Soms moet je ook de vorm kunnen los laten.)

Verhalen vertellen, en waar het écht om gaat: draden trekken

Ik wilde oprakelen.

Ik wilde warme gloed.

Ik wilde vonken die oversloegen.

Ik brandde zaterdag een vuur in de vuurkorf en kreeg het allemaal.

Dankzij mijn vier kinderen.

Brooddeeg en marshmellows waren genoeg om van vier jonge mensen, weer vier kinderen te maken, rond een kampvuur.

Daar zaten we met zijn zessen, en we rakelden op.

Herinneringen van vroeger.

We deelden verhalen over de verhalen die ze elkaar vertelden. De werelden die ze verzonnen. De spelen die zich ter plekke ontsponnen, met de meest bizarre regels.

De ‘boeken’ die ze schreven, de musicals en toneelstukjes die ze maakten, de verhalen die de oudste aan de jongsten vertelde voor het slapen gaan.

De struik of tafel die een hut was, de magie die over alles lag, de eigen rituelen die daar bij hoorden. De namen en geheime woorden vlogen als vonken de nacht in.

De wereld die ze deelden zweefde in de trillende lucht boven het vuur.

Het werd donker, en dus hoorde ik niet meer alles. In plaats van naar de verhalen te luisteren, keek ik naar de onzichtbare draden van verbondenheid die tussen ons getrokken werden.

Twee studenten, twee grote pubers, twee ouders, met allemaal een eigen leven, waren één geheel.

Sacha en ik genoten.

Mooier kon het niet meer worden.

En de hele zondag bleef het hangen.

Nee, langer nog, het blijft een leven lang hangen,

langer dan een leven.

 

 

De mystieke bijbel

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 

De bijbel heeft zijn eigen mystiek, zijn eigen taal en zijn eigen codes.

De taal van de bijbel is bijzonder. Ik moet er aan wennen. Soms een hele droge opsomming van gebeurtenissen, dan weer zeer breedvoerig met veel herhalingen.

En soms lijkt die taal op een bezwering.

Zoals het begin van het evangelie van Johannes.

Ik houd van die eerste zin. 

In het begin was het woord. 

En dan zegt Johannes dat het woord bij God was, en direct daarop verandert hij dit weer. Het was niet bij God, nee, het was God.

Weet je nog dat je als kind je afvroeg waar het heelal begon?

Dit is een antwoord.

Het was in het begin bij God.

Niet een antwoord in de zin van “klaar, nu weten we het. Stop maar met zoeken.”

Nee, een antwoord als een poging om te raken aan iets dat ons begrip te boven gaat.

Als een dichter die woorden zoekt waarmee hij om en gevoel heen kan dansen dat niet te beschrijven is. Een dans waar jij als lezer in mee kunt gaan, en zo even kunt voelen wat niet gezegd kan worden.

Niet te beschrijven. 

Wel op te roepen. 

Dat doet deze tekst.

Oproepen van dat gevoel dat je krijgt wanneer je beseft hoe groot het alles is, waar jij een onderdeel van bent.

“Alles is er door ontstaan”, maar dat zegt nog niet genoeg. Het moet nog een keer gezegd, vanuit het ongerijmde, om hermetisch te kunnen zijn. Want we hebben het niet voor niets over alles.  “en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.” 

Het woord.

Zo machteloos, en zo machtig.

Alles is er door ontstaan. 

 

 

Writersblock is eb

eb

Ik weet niet of dat waar is hoor, maar het zou zo maar eens kunnen.

Dat bedacht ik gisteren, toen ik niet zo’n zin had om een blogpost te schrijven, en ik besloot om dat maar gewoon zo te laten.

(omdat ik ieder dag blog schreef ik een hele korte, die toch precies verwoorde wat ik voelde)

Gewoon laten wat is.

Ik ga dat doen.

Geen zin in schrijven is geen zin in schrijven, want geen zin in schrijven is misschien wel niet voor niets geen zin in schrijven.

Er zijn golfbewegingen, ritmes.

De seizoenen bijvoorbeeld. Heerlijk om weer langzaam in het ritme van de herfst te komen. Een soort terugtrekkende beweging. Een hernieuwde relatie tussen buiten en binnen. Een vertrouwd geurenpalet. Licht en kleur.

Maar er zijn meer ritmes. Veel meer. Kortere en langere.

En die ken ik niet eens.

Wat nu, als writersblock gewoon onderdeel is van een ritme?

Als geen zin om te schrijven, niets anders betekent dan tijd voor andere dingen?

Tijd voor aandacht naar binnen.

Theater maken is bij uitstek een actie naar buiten. En ik merk dat ik daarna grote behoefte heb aan terugtrekken. Opladen, zodat ik de volgende keer weer kan geven.

Ik denk dat ik me maar eens wat meer ga verdiepen in mijn eigen ritmes. Beter ga luisteren naar de eb en vloed van mezelf.

Wat dat betekent voor iedere dag bloggen kan ik nog niet zeggen.

woorden

De woorden liggen klaar.

Ze popelen.

Om te duiden,

om te troosten,

om te prikken,

om te trekken

en te duwen.

Om te verhullen,

te openbaren,

of alleen te klinken.

Om terug te keren,

of vooruit te gaan.

Of juist heel even stil te staan.

“Maar als je dat liever wil,

kan ik ook gaan zitten,

en alleen maar even zijn.”

zegt stil.