Verhalen vertellen, en waar het écht om gaat: draden trekken

Ik wilde oprakelen.

Ik wilde warme gloed.

Ik wilde vonken die oversloegen.

Ik brandde zaterdag een vuur in de vuurkorf en kreeg het allemaal.

Dankzij mijn vier kinderen.

Brooddeeg en marshmellows waren genoeg om van vier jonge mensen, weer vier kinderen te maken, rond een kampvuur.

Daar zaten we met zijn zessen, en we rakelden op.

Herinneringen van vroeger.

We deelden verhalen over de verhalen die ze elkaar vertelden. De werelden die ze verzonnen. De spelen die zich ter plekke ontsponnen, met de meest bizarre regels.

De ‘boeken’ die ze schreven, de musicals en toneelstukjes die ze maakten, de verhalen die de oudste aan de jongsten vertelde voor het slapen gaan.

De struik of tafel die een hut was, de magie die over alles lag, de eigen rituelen die daar bij hoorden. De namen en geheime woorden vlogen als vonken de nacht in.

De wereld die ze deelden zweefde in de trillende lucht boven het vuur.

Het werd donker, en dus hoorde ik niet meer alles. In plaats van naar de verhalen te luisteren, keek ik naar de onzichtbare draden van verbondenheid die tussen ons getrokken werden.

Twee studenten, twee grote pubers, twee ouders, met allemaal een eigen leven, waren één geheel.

Sacha en ik genoten.

Mooier kon het niet meer worden.

En de hele zondag bleef het hangen.

Nee, langer nog, het blijft een leven lang hangen,

langer dan een leven.

 

 

13 thoughts on “Verhalen vertellen, en waar het écht om gaat: draden trekken”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge