De onverteerbare bijbel

Een onverteerbaar bijbelverhaal.

Voor mij dan.

In mijn tweede ‘preek’, dan hebben we dat tenminste maar gehad.

Het boek Jozua.

Wat vooraf ging:

Mozes heeft de Joden Egypte uit gekregen. Dat is bekende kost, denk ik. En vlak voor ze het beloofde land in kunnen, sterft hij.

Dat is ook al een beetje een gemene streek van God, maar daar kan ik me nog wat bij voorstellen.

Daar kan ik nog een beeld bij maken.

Dat je iets groots waar je aan werkt niet af ziet. Dat je beseft dat het niet om het resultaat gaat, maar om de manier waarop je met elkaar hebt gedaan. Dan zie ik Juul Martin voor me als groot voorbeeld, die ondanks het afbranden van het huis van overvloed, het project geslaagd noemt, en de viering door laat gaan.

Het verhaal gaat verder. Jozua volgt hem op en die leidt het volk het beloofde land in.

Alleen was dat al bezet. (Goh, waar  doet me dat aandenken? Nee, laat ik er geen politiek praatje van maken.)

Jericho is de eerste stad die ingenomen moet worden. Zevenmaal gaan de priesters rond de stad. Zeven maal klinkt de ramshoorn. Dan wordt er geschreeuwd, en de muren storten in. Ook daar kan ik nog mystiek in vinden, als ik wil.

Maar dan . . .

. . .wat er vervolgens gebeurt vind ik onbeschrijfelijk. Nou ja, onbeschrijfelijk, de bijbel doet het gewoon, heel kort en zakelijk:

Jozua 6:21      en doodden alles wat erin was, zowel mannen als vrouwen, zowel kinderen als bejaarden, zowel runderen en schapen als ezels.

Dit en vele andere passages, zijn voor mij zwarte bladzijden in de bijbel.

Ik kan er niets moois van maken.

Ik kan niet leven met een God die voor één volk kiest, en het andere gewoon laat uitmoorden.

Genocide in opdracht van God.

Dat is waarom ik al die mensen die tegen godsdienst zijn, zo goed kan begrijpen.

Maar goed, ontkennen dat het er in staat helpt geen ene moer.

De waarheid is dat ik niet weet wat ik er mee moet.

Ik geloof eerlijk gezegd niet dat God zoiets zou doen. Maakt dat van mij dan geen atheïst?

Nee, want ik wil God niet met het badwater weggooien.

Wat dan wel?

Nogmaals, ik weet het niet.

Het leert me in ieder geval relativeren.

Jammer dat de Islam-bashers niet wat beter in de bijbel lezen. Dan zouden ze zien dat die joods-christelijke cultuur die ze zoveel beter vinden even gruwelijke passages in zijn oer verhaal heeft staan. En ik snap ook dat moslims zich afvragen waarom ze zich steeds moeten verantwoorden voor terroristen die zich baseren op ongelukkige passages in de Koran. Wij hoeven toch ook niet elke dag overal te roepen dat we afstand nemen van dit soort passages?

Nou niet aankomen met het verhaal dat het tweede testament dit allemaal goed maakt. Dat komt mij een beetje te dicht in de buurt van christenen die roepen dat ze beter zijn dan Joden. Bovendien zegt Jezus ergens dat elke tittel en jota van kracht blijft.

Nee, dat oude testament hoort er nu eenmaal bij. Al had ik gewild de redacteurs destijds een paar andere beslissingen hadden genomen.

Nee, dat is te makkelijk. Niet wegkijken. Niet gladstrijken. Leven met het feit dat ik geen antwoorden heb.

Misschien Dovstojevski nog eens lezen.

 

 

En noem het alsjeblieft niet mediteren

Zing wat  meer.

Wiegeliedjes

tel liedjes.

Doedel wat vaker

met je lijf.

Waardeer het niksen.

Want alle zinloze handelingen 

hebben de schoonheid van een ballet.

Als we het maar konden zien

en voelen.

Voelen vooral.

Zet je muziek eens uit

en luister naar de muziek

van je lijf.

Of naar de stilte ervan.

En noem het alsjeblieft niet mediteren of yoga.

 

 

 

 

 

Ik krijg hier spijt van

Ik zou het niet meer doen.

Reageren op vervelende dingen die GeenStijl schrijvers doen.

Maar ik kan er soms niet tegen.

Niet lezen, zeg je?

Doe ik al. Zo veel mogelijk.

Maar soms sijpelt er eentje tussen door. Omdat iemand retweet.

En dat is goed. Want kop in het zand steken is ook niet goed.

Het gaat niet om gescheld. Dat is plat, maar ongevaarlijk.

Het gaat om het gemanipuleer.

Annabel Nanninga stelt hier een vraag. En ze zegt dat ze over integriteit wil praten. Heel beleefd, lijkt het.

Maar dit is geen vraag. Dit is een aanval. Dit is bedoeld om Femke de hoek in te krijgen. Dit is polariseren.

En dan zelf de vermoorde onschuld spelen.

Bah.

Wat vind ik dat heel erg niet integer.

Het gaat me helemaal niet om de discussie zelf. Het gaat me om de manier waarop Geen Stijl (en alles wat daar op lijkt) de discussie viert. (ja dat is een typfout, maar ik laat hem staan)

Manipulatief tot en met.

Het doet me denken aan treiteraars op school die een klasgenootje uitdagen. En als ze succes hebben meteen de vinger opsteken en roepen: “Meester, kijk eens wat zij doet? ” 

(Beetje psychologiseren? Dat komt misschien wel omdat Femke het brave meisje van de klas is, dat alle aandacht van de meester krijgt. En toegegeven: de toon van Femke is ook een beetje Hermelien-achtig. Maar dat rechtvaardigt niet dat je dan moedwillig ruzie gaat zoeken.)

En een keertje vond ik dat ik niet mijn mond moest houden. En dus heb ik Annabel geantwoord dat ik het geen integere vraag vond.

Terwijl ik best weet wat er gaat gebeuren.

Ik word genegeerd. Of ik word als idioot weg gezet.

Dat is beiden niet erg.

Wat erg is dat het geen donder helpt.

Wat ook erg is dat er geen één praatprogramma is, die een vinger legt op dit soort non-communicatie. Die gasten terechtwijst als ze zich hier aan bezondigen.  Integendeel, ze gooien olie op het vuur want dat levert lekkere televisie op.

Nog eens bah.

Want zo gaan we het gewoon vinden dat mensen taal misbruiken om anderen in een hoek te krijgen.

Maar het helpt geen donder dat ik dit schrijf.

Dus krijg ik spijt.

Dat ik een tweet en een blog verspild heb.

Nou ja, een blog..

ik wist toch even niks te schrijven.

Dus dat scheelt dan weer.

 

Hoe het wel kan, eerlijk dicussiëren?

Dat kun je hier lezen. 

 

Afscheid van muziek, de CD years.

Met mijn CI’s klinkt muziek niet meer zoals het moet klinken.

Mijn eigen oude grijsgeraaide muziek, daar kan ik nog wat van maken. Daar laat ik in mijn hoofd gewoon de geluidsband meelopen. En samen is dat nog wel wat. En vaak doen ik het alleen met die geluidsband in mijn hoofd.

Zo heb ik een aantal oude elpee’s in de hand genomen. Dat leverde de serie “Afscheid van muziek”op. Die kun je hier terugvinden.

Tijd voor af en toe een aflevering uit deel 2:  “The CD years” (grofweg tussen 1986 en 1991)

In 1991 werd mijn oudste geboren. Tijd voor nieuwe muziek was er niet. Met vier kinderen duurde die periode ongeveer tot 2000. Maar de achterstand op de muziekwereld was al niet meer in te halen. Ik heb nog korte tijd het begin van de muziek van mijn oudste kinderen meegemaakt. System of a Down,  Inflames via mijn zoon en James Blunt via mijn dochter.

Ik ben ook aan het werk aan serie 3:  “The CI years” muziek die ik voor het eerst met mijn CI hoor. Ik heb van mijn nog thuis wonende dochters een playlist gekregen. (Stevige Rock, de jongste twee zijn muzikaal opgevoed door mijn zoon) Daar ga ik proberen chocola van te maken.

 

Maar nu eerst:

 

de eerste aflevering van de CD years.

 

Paolo Conte Aqualano

aquaplano

 

Uit 1987.

Ik ben een beetje kinderachtig over iets wat ik zelf niet heb uitgevonden. Als iets een hype is, wil ik er al niet meer aan mee doen.

(Ja stom, bovendien gaat het helemaal in tegen mijn oproep om inclusiviteit. Ik beloof beterschap)

Vreemd genoeg had ik daar hier geen last van. Ik leerde samen met de massa Paolo Conte pas kennen van “Max”, en die CD kocht ik dus.

Ik liep in die dagen stage, en fietste elke dag langs de Rijn van Wageningen naar Arnhem.

Prachtige route, links de heuvelrug met de bossen, rechts de uiterwaarden en de Rijn. En terug andersom natuurlijk.

Met Paolo Conte in mijn oren.

Die paste bij dat mooie landschap.

De trappers die draaien op het ritme van

tetak tetoem te tak tetoem

Daarboven de sprankelende piano tonen die de melodie introduceren, precies passend in dat ritme.

Dat alles op een bedje van violen.

En dan die krakerige, omvloerse stem. Zo klinken alle stemmen nu voor mij. Dus Paolo heeft weinig te leiden van de misvorming van mijn CI’s.

Het werd lente. De uiterwaarden werden elke fietstocht groener, en het voelde alsof ik dwars door mijn dromen fietste.

Deze muziek is voor altijd verbonden met dat stukje Nederland.

 

hoe de pijn geschilderd werd

Hij schilderde zo mooi.

Plaatjes waren het, zijn schilderijen.

De mensen werden er blij van.

En toen kreeg hij genoeg van de zoetigheid, en begon hij met het schilderen van de lelijkheid.

Maar zelfs dat werden prachtige schilderijen.

“Kijk hoe mooi de lelijkheid kan zijn”, riepen de mensen.

De mensen voelden zich getroost. Maar de schilder was ontevreden. Hij wilde de lelijkheid in al zijn lelijkheid laten zien.

Hij maakte donkere abstracte werken, maar daardoor kreeg hij nóg meer succes. En hoe meer succes hij kreeg, hoe verder zijn doel verwijderd leek.

Hij wilde pijn schilderen, maar zodra de verf het doek raakte verdween de pijn.

Hij stopte met schilderen, en de pijn groeide. De pijn werd zo groot dat hij niet meer verdween, zelfs niet toen hij zijn kwasten weer op pakte.

En zo smeet hij eindelijk zijn diepste pijn het doek op.

Hij schilderde door toen het donker werd, zonder de lampen in zijn atelier aan te doen.

Tegen de ochtend, werd hij langzaam licht.

Hij gooide een doek over het schilderij en viel in een diepe slaap, werd pas wakker toen het weer donker was. Met een roller witte verf dekte hij de pijn toe.

De volgende dag schilderde hij over de witte verf heen, zijn laatste werk. Een primitief tafereel met de zoete kleuren uit zijn begintijd.

En niemand kon begrijpen waarom juist dit liefelijke werk de toeschouwer zo aan het huilen maakte.

 

 

 

 

 

 

Preken

Een preek op zondag.

Hier op mijn blog. Aan de hand van een bijbeltekst. Experiment. Weet niet hoe lang ik dat vol houdt en of het wat wordt.

Een preek zonder te preken.

(Even voor als je me niet kent: God is gewoon de naam die ik geef aan dat wat groter is dan mezelf. Je mag daar ook liefde, Allah, het universum voor invullen. Je mag het ook helemaal zonder doen, zeggen dat er niks groter is dan jij, dat het allemaal in jezelf zit. En dan heb je ook gelijk. Dan bedoel ik de dingen die groter zijn dan het alledaagse. Laten we elkaars onze eigen woorden gunnen, en elkaar niets opdringen)

Want als ik ergens een hekel aan heb is het een verhaal met een moraal. Eendimensionaal al helemaal.

Dus zelfs al heeft die bijbeltkekst een moraal, dan ga ik daar lekker aan voorbij.

Want bij mij gaat het over wat zo’n tekst oproept. Wat het aanroert, binnenin mij. En dat mag wat mij betreft ook best een keer schuren.

Ik begin meteen met een tekst waar een makkelijke uitleg bij past. Oproep voor een ouderwets soort socialisme lijkt het. Of een oproep om maar niet boven het maaiveld uit te steken want de eersten zullen de laatsten zijn.

Maar die uitleg laat ik links liggen.

De tekst gaat over de werkers van het elfde uur.

Je kunt die hier lezen.

Het is een tekst die me diep raakt.

Voor mij gaat het over erbij horen.

Ik heb drie andere teksten daarover.

 

De eerste is van Croucho Marx:

“I don’t care to belong to a club that accepts people like me as members.”

(Croucho Marx)

 

De tweede is van Peter Gabriel, die het mechanisme uit legt in “Not one of us”.

 

“There’s safety in numbers if you learn how to divide.”

(Peter Gabriel)

 

De derde tekst is van Elja, die schreef daar onlangs ook over.

Inclusiviteit, hier staat dat.

 

Dat is waar de werkers van het elfde uur voor mij over gaat.

Er zijn overal groepen.  Je zou zo graag ergens bij willen horen. Al was het maar om gekend te zijn. Gezien te worden. Maar overal wordt je geweerd omdat je niet tot de incrowd behoort.

“You may look like we do, talk like we do. But you know how it is: You’re not one of us.”

(Peter Gabriel)

Ergens zijn er onzichtbare criteria waaraan je niet voldoet. De geheime code van de groep.

En dan komt iemand op je af, en nodigt je uit om deel te nemen. En aan alle anderen maakt hij duidelijk: jullie zijn niets meer waard omdat jullie eerder waren.

Elja schreef het al: “Die ene persoon zul je nooit meer vergeten.”

Er bij horen.

Niet om te verschuilen in de groep. Niet om je individualiteit weg te geven. Niet eens om samen sterk te staan.

Maar gewoon om gezien te worden.

“Noem mij, bevestig mijn bestaan.”

(Neeltje Maria Min)

Op internet zijn er vele groepjes. En soms zie ik ook de “vroeger was alles beter” mentaliteit van mensen die vinden dat het te druk wordt. En die dan op zoek gaan naar iets exclusiefs.

Ik schrik ook elke keer als ik iemand in een tweet zie verkondigen dat ze mensen ontvolgen omdat … (op de puntjes dan een of andere code die je kan breken). Ik voel daarbij iets in mijn buik. Zelfs als het niet over mij gaat.

Geef mij maar iets inclusiefs.

#Blogpraat vind ik daar een goed voorbeeld van.

Iedere nieuweling wordt door meerdere mensen begroet.

Nooit wordt er gezegd: “dat is een domme vraag.” Met veel geduld wordt alles nog een keer verteld en uitgelegd. Voor de zoveelste keer.

Er zijn geen codes die je kunt breken.¹

Die ruimte.

Die ruimte vind ik zalig.

Voor mij is geloven dan ook heel persoonlijk. God is voor mij de stem die zegt: je hoort er bij. Onvoorwaardelijk. Dat is iets dat ik heel diep van binnen kan voelen. En op kan vertrouwen. Het geeft me kracht. Vooral op de momenten dat ik weer eens zo stom ben om me afgewezen te voelen.

Het geeft me kracht om dat gevoel aan anderen te geven.

Amen.

 

¹ Ja, er was die keer dat iemand wat te opdringerig inbrak met een boodschap. Ik was er niet bij. las het achteraf. Ik schrok. Ik dacht: “ze zijn toch niet tekeer gegaan tegen iemand hoop ik?” Ik heb alles terug gelezen. De blogpraters hebben niets anders gedaan dan uitleggen waarom dit moment niet handig was. Niks geen code die gebroken werd. Gewoon gezegd: nu even niet. en ook uitgelegd waarom. (er waren blogreviews, dat is spannend, en je wil dan mensen alle ruimte geven in die korte tijd) Er werd zelfs uitgenodigd om mee te helpen om het op een later moment te doen. Dus nog steeds geldt bij blogpraat: geen regels, geen codes, hartelijk welkom.

Ik neem me voor wat vaker vreemd te gaan

Hoewel ik heel erg van mijn twijfel houd,

werd ik opeens verliefd op de zekerheid.

Ik kreeg een prachtig antwoord van Cor Noltee.

Ik had hem gevraagd zijn twijfel te delen.

Hij liet me en passant de schoonheid van zijn zeker zien.

Later, op een terras werd ik bediend

door vriendelijke zelfverzekerdheid.

Zo zou ik dat nooit kunnen,

en toch

heb ik me laten raken.

Ik nam me voor

om zelf wat vaker

te gaan blaken.

antwoorden? nee vragen!

Ik vroeg gisteren hulp bij de studiekeuze van Fenna.

Ik heb mooie tips gekregen waar Fenna wat mee kan.

En er zijn twee lessen te leren voor mij.

Eentje heb ik al geleerd. Meer een ontdekking eigenlijk.

Want Fenna moet nu vragen bedenken voor de mensen die gereageerd hebben. En dat is moeilijk. Omdat je niet weet waar je moet beginnen. Ik snap dat omdat ik nieuw ben in de theaterwereld.

Ik ben gaan kijken bij Kikker, en ik had gelukkig wel een paar vragen. Maar alleen maar omdat mijn regisseur en mijn lichtman me al van alles hebben verteld. En bij Kikker zijn ze heel hulpvaardig, dus dat komt goed. En toch zal blijken dat ik straks dingen vergeten ben.

Nog belangrijker dan de mensen die de juiste antwoorden hebben, zijn de mensen die je helpen om de juiste vragen te stellen.

Dat is de eerste les.

De tweede les is er uit een lessenserie waar ik al een tijdje mee bezig ben. Met hele lastige praktijkopdrachten.

Laat je kind los, heet die serie.

Mijn opdracht is om de goede balans te vinden in het ondersteunen van Fenna, en de juiste afstand bewaren.

Wens me succes.

 

hulp bij studiekeuze

DSCN0245Studiekeuze.

Bij de oudste twee was het een makkie. Die wisten wat ze wilden. Dion is blij met zijn scheikunde, en Teske geniet van PMT. Beiden volledig op hun plek. Meer kun je als ouder niet wensen.

En nu dus nummer drie. En die weet het iets minder precies.

Ze twijfelt tussen ACW,  psychologie, en ….

Op dit moment is er een voorkeur voor ACW. Algemene Cultuurwetenschappen.

En daarom zoek ik hulp.

Nee, geen advies over arbeidsmarkten. Ik weet best dat ACW geen arbeidsmarktgerichte studie is, maar welke studie is dat wel? Die arbeidsmarkt is niet alleen erg lastig, hij verandert ook nog eens in een nood tempo.

Fenna moet het zelf weten, maar mijn advies zou zijn om niet de studie te kiezen met de meeste baanperspectieven, maar de studie die het beste in je naar boven haalt. Een studie die je zo geweldig vindt, dat je er van op bloeit. Dat je uit elkaar spat van enthousiasme. Dát is volgens mij de beste startpositie voor welke vaan dan ook.

Maar dan moet Fenna wel iets meer weten van die studie. Dat kan ze regelen met de universiteit.

Maar wat is er nu mooier dan om met iemand te spreken die zo’n studie gedaan heeft, en er iets mee doet in de praktijk.

Ik zoek dus iemand die op het gebied van cultuur of cultuurgeschiedenis aan de slag is. In een museum, in een filmhuis, als schrijver/blogger. Of op een manier die ik niet kan bedenken ….

Ook naar dat laatste zoek ik. Want de kunst en cultuursector is natuurlijk bijna doodbezuinigd. Maar wie weet zijn er mensen die op een onverwachte manier daar toch hun brood in verdienen. Of een ambacht hebben gevonden dat veel raakvlakken heeft.

(Dat psychologie, daar kan ze zelf wel achter aan. Dit is wat moeilijker zoeken, vandaar.)

Het hoeft niet per sé een ACW’er te zijn. Het gaat me om het werk in die richting. Met kunst bezig te zijn, zonder zelf een kunstenaar te zijn.

En dan kunst heel breed: boeken, film, theater, beeldhouwkunst, architektuur, schilderijen etc. Dat is waarom Fenna die ACW zo leuk vindt. De samenhang tussen al die dingen.

En nou concreet mijn vraag:

B/Ken je zo iemand?

Iemand waar Fenna mee zou kunnen praten?