Nog net geen afscheid van muziek

Afscheid van muziek.

Omdat het allemaal niet meer lekker klinkt met een Cochleair Implantaat. en dat is zacht uitgedrukt. Want van nieuwe muziek kan ik soms niet eens de melodielijn volgen.

Oude muziek die in mijn hoofd zit door het grijsdraaien van mijn platen. Dat kan nog. Dat beetje wat ik hoor stookt wat geheugencellen op, en dan kan ik toch een beetje genieten.

Maar sosm zitten er stukjes tussen waar ik nog echt van kan genieten. Omdat dat de wat “kalere” stukjes zijn. En vaak omdat ritme daar de boventoon voert.

Ik wil graag zo’n muziekstuk laten horen.

Uit de jaren ’70.

Progrock.

De tijd dat een Elpee niet stoer was als er niet een nummer op stond dat meer dan een kwartier duurde. Liefst een hele plaatkant.

Dit is zo’n nummer.

Sea of Delight van Brainbox.

De op een na mooiste gitaar die ik ken. (Neil Young staat op 1)

 

Ik ga proberen uit te leggen wat ik er nu zo mooi aan vind:

en dan het nummer zelf:

Als je korter wil, hier dat stuk dat ik het mooist vind:

niet willen begrijpen

Ik wil altijd alles en iedereen begrijpen.

Ook al doet iemand iets ergs. Er is altijd een verhaal. En met dat verhaal kun je mensen beter begrijpen. Niet noodzakelijk goedkeuren, maar wel begrijpen.

Of wegkijken. Dat doe ik ook wel eens. Als ik het niet kan wegdenken op die manier.

Want ik wil zo graag die mooie wereld zien.

Want ik zou het liever in vergeving zien, dan in wraakgevoelens.

Dan is er Carolien Geurtsen die mij wakker schudt. Met haar berichten over soms diepduistere zaken waar zij zich zorgen over maakt. Carolien kiest er volgens mij voor om het niet te willen begrijpen. Ze blijft wijzen op dingen die niet kloppen, dingen die soms regelrecht afschuwelijk zijn. Dingen die niet te vergeven zijn.

Dat schuurt. Maar het is wel goed.

En toen las ik de gebroeders Karamazov. Geweldig boek.

Ik ben het helemaal eens met de achterflap die 10 redenen geeft om dit boek te lezen:

Ik zal ze niet allemaal noemen, maar wel deze;

1. Het hoofdthema, de verhouding tussen geloof en verstand is actueler dan ooit

6. Het is een boek vol religieuze gedachten

7. Het is een boek vol atheïstische ideeën

8. Uiteenlopende overtuigingen worden grandioos naast en tegenover elkaar geplaatst

(Dit boek heeft een plek in mijn theater, als je verder leest, weet je waarom . Ik heb de tekst voor mijn flyer een beetje van af gekeken, van de achterflap.)

Ik las een passage en moest meteen aan Carolien denken. Ik beloofde ze te copieren voor haar. Ik neem ze hier onder op.

Het gaat om een gesprek tussen 2 van de 4 broers.

Aljosja, de goedmoedige jongste waar iedereen van houdt en die het klooster in is gegaan.

Ivan, de intellectueel die een atheïstisch vlugschrift heeft geschreven. Ivan legt op een ongelofelijk mooie manier zijn twijfels over God aan Aljosja uit. Het is geen tirade tegen god. Het is een uitroep van vertwijfeling.

En ik, die zo graag kiest voor vergeving in plaats van wraak, sta te wankelen na het lezen er van.

Dat is wat echte literatuur doet, denk ik.

Lees.

Verder lezen niet willen begrijpen

stralend ongenaakbaar en somber zacht

Twee keer Frankrijk:

 

zuid

 

 


Grotere kaart weergeven

Zon die prikt op je huid.

Diepdonkere schaduwen.

Droog.

Rots.

Planten die worstelen om te overleven.

Hier ben ik gast.

Voorbijganger.

Een bad in de warmte, maar dan er weer uit.

Een omgeving  die mij zegt: “zie maar dat je het met me uit houdt”.

Hier zou ik niet kunnen aarden.

Te stralend ongenaakbaar.

 

midden

 


Grotere kaart weergeven

Deze flanken kan ik aaien.

Wolken de die de ronde toppen kussen.

Blik op oneindige verten.

Licht en schaduw spelen tikkertje op de bergen.

Minder stralend, somber soms.

Maar een omgeving die mij zegt :”Welkom, bewandel mijn paden en de wereld is met jou”.

Hier zou ik eindeloos kunnen wandelen.

 

vertrouwd en toch zo nieuw, vakantiegevoel nieuwe stijl

Lang geleden dat ik dat deed: een Vakantie in Frankrijk.

De platanen staan nog op hun plek en werpen hun schaduwen nog steeds over petanque spelende Franse oudjes.

De flesjes Orangina zijn weer rond.

De menukaarten nog steeds een raadsel

en oja, zo knapperig moet een stokbrood zijn.

 

Nieuw is dat:

je nu ook buiten Bretagne overal crêpes ziet,

de groen-verlichte kruizen van de apothekers met elkaar wedijveren om de origineelste lichtshow,

alles een stuk schoner en opgeruimder lijkt.

 

Nieuw is ook dat mijn vakantiegevoel niet meer zo overrompelend is.

Dat is een goed teken. Vroeger kwam ik terug met het “dit is pas leven” idee. En dat ik dat in Nederland koste wat het kost, vol moest houden.

Nu is het gewoon een heerlijke beleving die over gaat in andere heerlijke belevingen.

Lekker voelt dat.

 

en dan toch even ouderwets plakboekje spelen:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Natka 1

De camera scheert over het plein, net op het moment dat het Kantcollege uit gaat. Leerlingen stromen naar buiten. Uit de manier waarop kun je veel zien: alleen, in groepjes, lachend, of stil, snel, doelgericht of slenterend. Let op, je krijgt zo een aantal hoofdrolspelers te zien.

Eén meisje heeft haar fiets al uit de stalling. Ze staat op de rand van het plein, één wiel op straat. Ze kijkt voor zich uit, maar draait af en toe haar hoofd om, naar de deur. Daar komt net een groep meiden uit. Uit de manier waarop de groep zich beweegt is te zien wie het stralend middelpunt is. Dat meisje dat zich wat uitdagend kleedt. Dicht bij haar de ‘beste vriendinnen’. De andere meisjes cirkelen er om heen, als elektronen om deze kern. Eén ervan maakt een gebaar naar het meisje dat staat te wachten. Ze maakt zich los van de groep en haalt haar fiets.

“Ik moet gaan, Emma wacht” zegt ze tegen het meisje naast haar, die daar amper op reageert, en snel haar baan om de kern weer op zoekt.

Het meisje dat vlak na die groep de deur uit loopt hoort er duidelijk niet bij. Hoeft er niet bij te horen of wil er niet bij horen. Dat kun je zien aan de manier waarop ze de groep voorbij loopt, zonder ze een blik waardig te gunnen. Ze loopt doelgericht naar haar fiets. Ogen volgen haar, argwanend, opnemend, oordelend, wegend. Ze pakt haar fiets en rijdt weg, botst bijna tegen het wachtende meisje Emma op. De blik tussen die twee blijft net even langer hangen dan normaal.

Wie je ook kunt zien is het Turkse meisje, dat naar de bushalte aan de andere kant van de straat loopt. Daar haalt ze een hoofddoek uit haar tas haalt en doet die om.

Dan zoomt de camera in op één van de ramen op de eerste verdieping. Dóór het raam, een schoollokaal in. Leeg. Bijna leeg. Achter het bureau zit een leraar. Zijn schouders hangen een beetje.  Hij blijft lang bewegingloos zitten. Dan kijkt hij met een schok om zich heen, alsof hij zich nu pas herinnert waar hij is. Hij staat op en draait zich om naar het bord. Zijn uitgestoken hand blijft in de lucht hangen, en zijn hoofd draait zoekend rond. Bord, grond, bureau. Geen bordenwisser. Dan haalt hij zijn schouders op en veegt met zijn hand de paar woorden van het whiteboard. Hij kijkt naar zijn zwarte vingers, kijkt weer zoekend rond, veegt ze af ten slotte af aan zijn sokken. Hij pakt zijn koffer en stopt er zijn boeken, en een oud uitziende versleten leren map, waarop nog net de letters ‘Euroconsult’ te lezen zijn. Hij klikt het het Samsonite koffertje dicht.

“Hoe ging het vandaag?” roept een collega aan het eind van de gang. Hij mompelt iets geruststellends, en loopt dan met twee treden tegelijk de trap af, naar de fietsenkelder.

De camera volgt hem, legt genadeloos het gestuntel met de fietssleutel vast. Even is er alleen maar fel licht te zien als de lens in het volle daglicht komt. Dan schiet de camera omhoog, blijft nog even hangen bij de leraar, die het nu lege plein over fietst. Dan vliegt de camera over de stad. Naar zee.

zo je best doen en toch niet gezien

 

De wind klaagt en kreunt.

Hij zucht en hij steunt.

Hij heeft zo’n verdriet

omdat niemand hem ziet.

 

Snoeven en snuiven,

waaien en wuiven,

blazen en hijgen,

om aandacht te krijgen.

 

Want hij weet nooit

wat jij van hem vindt.

Jij ziet wat hij doet,

maar je ziet nooit de wind.

 

Om te weten

wat hij bedoelt

wil de wind

dat je hem voelt.

 

 

 

Van wie ik leer 3 Steven Gort

Hier is zijn blog.

Van Steven leer ik om beslist te zijn.

Kort. Krachtig.

En toch kwetsbaar.

En vooral dat dat naast elkaar kan bestaan.

Want dat kwetsbare kon ik al. Maar tegelijk krachtig, en uitgesproken? Dat was een openbaring voor mij.

Steven doet het niet alleen. Hij leeft het.

Ik ben zo streng voor mijzelf als mijn hart groot is.

Het onmogelijke combineren, en dat mogelijk maken.

Hier sta ik. Ik kan niet anders.

Trouw aan zichzelf. Consequenties  trekken. Onbegrensd begrensd.

En Steven weet als geen ander dat pijn liefde is. Daarom was dit filmpje ook een beetje een eerbetoon aan hem.

Blij dat ik hem ken.

waarom bloggen?

Voor wie doe je dat eigenlijk, dat bloggen?

was de vraag in een enquete, met twee andere:

krijg je genoeg reacties?
vind je het vervelend als je niet genoeg reacties krijgt?
blog je voor jezelf of voor je lezers?

Om heel eerlijk te zijn:

Ik blog voor de aandachtsjunk in mij.

Anders had ik al die teksten gewoon lekker in Word gedaan. Of op een blog met een slotje, voor later, om nog eens terug te lezen, of voor mijn kinderen ooit.

Maar ik gooi het bewust op internet, en ik doe er nog een of twee tweets achteraan ook.

Dat aandachtsjunk is niet het enige. Als dat zo was zou ik driftig op zoek zijn naar de ‘latest hype’. En dat doe ik absoluut niet.

En mijn onderwerpkeuze blijft van mij, en niet van mijn lezers.

In die zin blog ik voor mezelf. Verhalen die ik kwijt wil. Mijn boodschap aan de wereld, als ik wat pathetisch mag maken.

Twee consessies aan mijn lezers:

1. is het interessant genoeg voor anderen?  (anders blog ik er niet over)
2. is de vorm aantrekkelijk genoeg? (anders leer ik beter schrijven)

Dat is waarom ik reacties belangrijk vind, meer nog dan aantallen hits.

Een ‘like’ en een ‘+1′ ga ik niet zitten tellen. Ik beschouw ze als reactie: “gelezen, en ik vond het leuk’.

Ik blog voor mezelf dus, én voor anderen.

En ja ik krijg genoeg reacties. Want met elke reactie ben ik als kind zo blij.

Gisteren kreeg ik er 4. Eén via twitter, één via youtube en 2 op mijn blog. En daar was ik blij mee. Is mijn filmpje overgekomen? Ja dus. Vier heel verschillende mensen vonden het genoeg om te reageren.

Complimentjes. Hmmm. Erkenning.

Belangrijk omdat ik mijn ziel en zaligheid in dit blog stop.

vind je het vervelend als je niet genoeg reacties krijgt?

Ja dus! Dan is het net of ik die ziel en zaligheid in een zwart gat strooi. Dan zou ik stoppen met bloggen.

Dus met elke +1, like RT ben ik blij.

Het is ergens aangekomen.

Met reacties op mijn blog of op twitter (#maardatisjammerwantzovluchtig) ben ik nóg blijer.

Dan weet ik meer over hóe het is aangekomen.

Dus is kan het niet vaak genoeg zeggen:

Lezers bedankt:  Zonder jullie geen blog.

 

PS

Ik heb ook een blog over slechthorendheid en communicatie.

Dat schrijf ik veel minder voor mezelf. De bedoeling daarvan is dat mensen er iets aan hebben. Dat ligt dus allemaal nét even iets anders. Daar zijn de reacties belangrijk als meetinstrument. Schrijf ik dingen waar mensen wat aan hebben. Op een manier waarop het goed overkomt.

Ook daar dus erg blij met reacties. Op mijn stuk over burn-out kreeg ik drie vergelijkbare reacties:

“Ik wou dat ik dit eerder gelezen had”

Dan weet ik dat ik daar op de goede weg zit.