Geen bucket list

Ik kan het geen bucketlist noemen, want die heb ik hier een keer belachelijk gemaakt.

But who am I kidding?

Want ik heb er wel een.

Tenminste, er zijn wel dingen die ik graag zou willen.

Ik noem er hier twee, die een beetje met elkaar te maken hebben.

 

1. Zangles

Godsonmogelijk, want ik hoor niet alle tonen. Ik zing voor mezelf. In de auto. Ik hoor toch niet of het vals is.

En toch zou ik het heel gaaf vinden als ik mijn zelfgeschreven liedje kon zingen, zodat het wél klinkt. Nu zingt Boudewijn het, in mijn theater. Het is deze tekst, gemaakt op de melodie van dit nummer van Billy Joel. Maar dat zelf kunnen zingen?

Ik weet niet hoe. Zou er een manier zijn waarop ik via wat voor feedback mechanisme ook, toon zou kunnen houden? Lijkt me erg mooi om te ontdekken.

 

2. Een Hang.

Ik heb ergens gelezen dat je geen hangdrum mag zeggen. Sinds mijn CI klinkt muziek niet echt geweldig. Ik kan zelfs mijn eigen gitaar niet stemmen. Maar een Hang klinkt geweldig. Niet zo mooi als jij hem hoort, maar dat dondert niet. Het klinkt. Mooi. En je hebt geen idee wat dat voor me betekent.

Ik ben sinds ik ooit een workshop body percussion deed, overal aan het trommelen. Ik mag dat niet van mijn huisgenoten. Dus doe ik dat op plekken waar niemand het hoort. Want ik geniet er zelf erg van, van dat ‘tiebelen’.

Tiebelen op een Hang lijkt me eindeloos.

Dit is een Hang.

 

 

 

 

a deal with god

Fijn dat ik god geloof, want dan kan ik af en toe met hem praten.

Ik praat trouwens vaker met mezelf, dan met god. Met mijn interne fan heb ik mooie gesprekken.

Ze verschillen niet zo heel veel. God, interne fan, geweten.

Maar nu dus een keer met god, kleine letter.

Of god nou bestaat of niet, maakt helemaal niet uit. Als ik met hem praat, bestaat ie. Klaar.

(En ik heb hem ook trouwens ook een keer gevoeld, dat staat hier.)

Ik heb een deal gemaakt met god.

(Ik hoor nu Kate Bush in mijn hoofd trouwens)

Je mag het dus ook gewoon bijgeloof vinden.

En toch is het anders. Bijgeloof voelt als afdwingen van het lot. Deze deal heeft me juist geholpen met loslaten.

De deal is simpel.

Als ik nou zorg dat ik de goede dingen doe, zorgt god dat daar een inkomen bij gaat passen.

Wat naïef hoor ik je zeggen.

Maar dat is het niet. Het heeft te maken met mindset.

Ik zit financieel zo lastig, dat veel van wat ik doe, krampachtig is.

‘Deed’ en ‘was’, dus, inmiddels. (Nee, de ‘zit’  is nog geen ‘zat’)

Door deze deal is de kramp er af. Ik heb die zorg ergens anders geparkeerd, zodat ik me vrijer voel in wat ik doe.

En hoepla! Ik had vandaag een ‘acquisitiegesprek’ . Ik heb de opdracht gekregen. Ik heb het vertrouwen gekregen. En dat is volgens mij omdat ik daar niet hongerig heb zitten wezen. Het ging me in het gesprek alleen maar om de opdrachtgever. Het gaat me om wat hij er mee op schiet.

Dat ik mijn opdrachtgever voorop kon zetten, is rechtstreeks het gevolg van mij  deal met god.

Dit is maar een voorbeeld. (Ik kan er niet eens iets over zeggen hier, flauw hè? Maar het is iets waar ik blij van wordt)

Het werkt op vele fronten.

Op de school waar ik uitprobeer.

Op de inspiratieavond die ik samen met Xandra gaf.

Ik weet nu al dat het straks gaat werken als ik mijn première speel. (Die is uitgesteld. Straks, als de nieuwe Bieb in Wijchen klaar is, komt ie.)

Ik voel me in alles vrijer. En omdat het moeten er af is, ga ik alleen nog maar harder werken. Gek hè?

Het werkt.

Ah, dus het is helemaal geen god? Het is gewoon een denktechniek-truuk!

Ja en nee.

Ja.
Want ik denk dat je met een denktechniek precies hetzelfde kunt bereiken.

Nee.
Ik weet nu wat er mis is met een denktechniek. Een denktechniek voegt alleen maar een nieuw hoofdstuk aan je verhaal-over-jezelf toe. (lees hier  en hier)  (deze aanvulling is van 12-3-2017)

 

Naschrift, (ook 13-3-17): Die school waar ik op dat moment uitprobeerde, Daar werk ik nu. Fulltime. Ik heb verdien mijn salaris met precies dat wat ik het meest belangrijk vind, en het meeste vreugde uit haal. (En die me ook het meeste oplevert, mens, het is niet makkelijk, maar wat leer ik hier!) . Ik hoef mezelf niet meer te verkopen. En toch, ik wil nog verhalen vertellen en boeken schrijven. En ook dat komt, als ik los laat dat ik er iets mee moet.

 

 

de aard van de kabouter

De meeste muren van de oude Gotische Kathedraal waren nog intact.

Het late zonlicht sreek langs de oeroude stenen en gaf ze extra reliëf. Het grasveld rondom en in de kathedraal glansde in het gouden licht.

Tussen de muren, daar waar vroeger het altaar stond, was een klassiek orkest opgesteld. Het zwart van de kleren stak mooi af tegen het blinkende koperwerk, het hout van de strijkers, het bronzen gras, en de goudgele stenen.

Het publiek koesterde zich in de zon, in stille verwachting.

Ik stond op een verhoging voor het orkest, met mijn dirigeerstokje in de aanslag.

Er kriebelde iets in mijn nek.

Hoewel ik er met mijn rug naar toe stond, wist ik dat een duistere figuur door het gangpad op me af kwam lopen.

Ik voelde hoe alle ogen van het publiek hem volgden.

“Draai je om”, zei iets in mij, maar ik wilde niet.

“Draai je om.”

De stem klonk nu hardop.

Ik draaide me om. De duistere figuur was al over de helft, en aarzelde even.

Toen mijn weerstand zijn hoogtepunt bereikte, besloot ik, tegen mijn wil in, om los te laten.

De duistere figuur liep door. Op een paar passen afstand van mij stapte hij uit de schaduw, en bleef staan.

Ik zag dat ik het zelf was.

Tot mijn verrassing lag er geen afkeurende blik op het gezicht van die ‘zelf’, zelfs geen strenge. De blik was bezorgd, en de boodschap die ik in mijn hoofd hoorde was deze:

“Het is prachtig, Jacob Jan. En je kunt het. Maar je bent er nu nog niet klaar voor.”

____

Dit was een geleide fantasie, ongeveer 20 jaar geleden.

Ik ontdekte dat mijn innerlijke criticus niet mijn vijand was, als ik maar naar hem luisterde.

De afgelopen jaren klonken er weer stemmen. Stemmen die wél streng waren, wel afkeurend. Ik besloot dat dat niet mijn innerlijke criticus kon zijn,

Nee, daar had ik pas nog mee gepraat, en tot mijn verrassing zei hij dat ik er nu wel klaar voor was, en dat ik door moest zetten.

Geen innerlijke criticus dus, ik noemde die nieuwe stem mijn interne saboteur.

Ik maakte eind 2012 zelfs een filmpje over die saboteur.

Nu pas kom ik op het idee om ook met die interne saboteur te praten.

Tja.

Nu pas.

En wat ontdekte ik? Die interne saboteur is een bang kind dat diep in mij verstopt zit.

Het kent maar één manier van waardering: aardig doen, en ze vinden je aardig.

Het is schijtbenauwd voor alles wat ik daarbuiten doe, en trekt heel hard aan de rem. Ergens in mijn hoofd vindt hij mijn twijfels, hij verdraait ze en versterkt ze. Als een echte wizzard of Ozz creëert hij een monster in mijn hoofd.

Alles om mij maar tegen te houden. Want ze zouden me anders niet meer aardig vinden. En niet meer aardig gevonden worden, dat is . . .  (nou ja, iets heeeeel ergs, volgens het kind)

Goed om met dit kind te praten. Om het uit te leggen, dat ik aardig ben. Ook als ik daar niet alles voor doe. Ook als ik dingen doe die door anderen niet aardig gevonden worden.

Aardig doen als soort betaalmiddel voedt het monster, en ik ontzeg me daarmee échte waardering.

Mezelf zijn, is al aardig zijn.

Ik hoef helemaal niet bang te zijn dat ik door schiet in het ‘lekker mezelf zijn, en jullie doen het er maar mee‘. Dat is helemaal niet jezelf zijn. Dat is gewoon weer een pak dat je aan trekt.

Dit is anders. Dit is een aanmoediging om naar buiten te laten wat ik nog steeds binnen hield. Ik was daar 20 jaar geleden al mee begonnen. Nu is het tijd om de vergeten stukjes lucht te geven.

Jawel, ik zal wel aardig zijn voor dat kleine kind.

 

angst en vertrouwen

Ik heb twee stemmen in mijn hoofd.

Nou ja, misschien meer, maar laat ik het even bij deze twee houden.

De angst en mezelf.

 

Eerst even over die angst.

De angst heb ik ook wel eens de interne saboteur genoemd. Die lijkt op de interne criticus, die ik hier noem. Maar de saboteur wil me naar beneden halen, terwijl de criticus wil me wil helpen.

Soms denk ik wel eens dat die saboteur me er van weerhoudt een goed gesprek met mijn criticus te hebben. Dat kan, namelijk, een goed gesprek met mijn criticus. Ik heb dat een keer in een geleide fantasie gedaan.

In die fantasie stond ik als dirigent voor een groot orkest. Het was een zomerse dag en dat orkest was opgesteld in de ruïnes van een grote kathedraal. Het publiek was van alle kanten toegestroomd. Ik stond met mijn dirigeerstokje klaar, en draaide me om naar het publiek.

En toen kwam, door het gangpad, mijn criticus aanlopen. Ik durfde niet te kijken, en wilde dat hij weg ging. De begeleider van de fantasie vroeg me om hem dichterbij te laten komen. Dat deed ik, en tot mijn verbazing zag ik dat ik het zelf was. Ik keek niet streng, maar bezorgd. En mijn boodschap aan mezelf was: Jacob Jan, het is prachtig wat je wil. En je moet het ook doen. Maar nu ben je er nog niet klaar voor. Ik deed mijn ogen open en liet de tranen stromen.

De saboteur werkt anders. Die praat niet rechtstreeks tegen me. Het zijn vage suggesties die hij doet. Bijna altijd in de trant van : het is niet goed genoeg, houd er maar mee op. Geen stem maar een gevoel. Een dof gevoel, meer nog een afwezigheid van gevoel, dat zorgt dat ik de stem van mezelf niet meer kan vinden.

 

En dan is er mezelf.

Die heb ik teruggevonden tijdens een meditatieweekend. In deze blogpost schrijf ik daar over. Het gedicht in die post heb ik naar aanleiding van dat weekend geschreven.

Bij die ontdekking liep ik naar buiten, ging op mijn rug liggen in het gras, en toen ik overeind kwam was het alsof ik mezelf zag zitten, in het gras, tegenover me.

Ik keek vol liefde naar mezelf.

Nu nog steeds kan ik dat naar voren halen. Soms vraag ik of ik er nog ben, en als ik ruimte heb om te luisteren hoor ik : “altijd”. En altijd gaat er bemoediging uit van mezelf. Altijd is er lucht. Mezelf neemt mij niet zo serieus, en dat is fijn. Ik voel altijd plezier en vertrouwen, als ik met mezelf spreek.

En er komen woorden. Het bijzondere is dat er dingen komen die voor mij verrassend zijn.

 

Soms slinger ik heen en weer tussen die twee uitersten.

Tussen het doffe niet-gevoel van angst, en het blakende blije vertrouwen.

De eerste keer dat ik zo’n angstperiode opzij duwde dacht ik dat het voorgoed was. Nu weet ik dat hij waarschijnlijk nooit helemaal weg is, en altijd weer de kop kan opduiken.

Zo hard dat mijn saboteur tijdens zo’n angstperiode, de suggestie “je lijkt wel bipolair” in mijn hoofd zet.

Gelukkig zijn de angstperiodes korter. Ik vind altijd ergens een manier om het af te schudden. Door te dansen bijvoorbeeld.

 

Deze week wisselen angst en vertrouwen elkaar met een rotvaart af.

En de angst kent gemene iteratieve truukjes. Wat nou, als je vertrouwen niet op tijd terug is? Zondag heb je hem nodig! Wat nou als zondagavond de angst zo hevig toeslaat dat je helemaal dicht slaat?

De angst, die me bang maakt voor de angst.

“Hou het niet binnen”, zegt mijn vertrouwen: “Praat er over, schrijf er over. Breng het in het licht. En dan kun je het zien voor wat het is . Hele ingenieuze, maar ook hele kleine onbetekende wriemeltjes die verwoede, maar hopeloze pogingen doen.”

Ik zie ze, in mijn handpalm, kronkelend, als vissen op het droge. Als ik blaas zijn ze weg.

“Mooi”, zegt mijn criticus:  “maar dat betekent niet dat je nu achterover kunt gaan hangen. Zorg dat je goed voorbereid bent. Maak een lijstje van alles wat je nog moet doen.”

Now we’re talking.

En mezelf voegt er aan toe :

“Vergeet niet te genieten, en zelfs als je het vergeet. Niks aan de hand. Ik ben er bij, en ik vertel je na afloop wel hoe heerlijk het was.”

 

 

 

 

de zeven zonden van de slechthorende

1. Jezelf de schuld geven

Of nog erger, jezelf vooraf al excuseren.

Oh, let op ! Vooraf uitleggen dat je weinig gaat verstaan, en hoe dat invloed heeft op een gesprek. Dat is niet excuseren, dat is uitleggen hoe het zit.

 

2. De ander de schuld geven

Omdat die stomme horenden na 3 keer zeggen dat je slecht hoort, het nog niet begrijpen. (Waar doet me dat aan denken?)

 

3. Invullen voor de ander

Tja, wij slechthorenden kunnen niet anders. Zonder invullen geen verstaan. Durven  we deze auto-pilot af en toe uit te zetten?

Net nog: Dochter legt een joekel van een gum of tafel: plokplok. Mijn hoofd schiet omhoog, zwaait speurend rond, want ik hoor “papa”.

 

4. Perfectionistisch zijn, alles onder controle willen hebben.

Tip: probeer vooral niet om niet perfectionistisch te zijn.  Dat maakt het erger.

zie ook hier voor de bijbehorende levensles

 

5. Te veel aan het woord zijn

Of kies een beroep waarmee je een excuus hebt. (Ik wil niet voor niets theater maken)

 

6. Onzeker zijn over jezelf 

Zie hier en hier  voor de levenslessen die daar bij horen

oja, ook nog deze en deze

 

7.  Jezelf verstoppen.

Belangrijkste eis voor hoortoestellen volgens de reclamemakers: je ziet ze niet.

Hier hoort mijn verhaal over de onzichtbaarheidsmantel te staan. Die onzichtbaarheidsmantel die zo vreselijk beroerd werkt, omdat je net op de momenten dat je het niet wil, zo zichtbaar bent. (Midden in een gesprek een batterijtje verwisselen bijvoorbeeld, liefst natuurlijk tijdens een sollicitatiegesprek)

Maar dat moet ik nog schrijven, in verhaalvorm. Dus die volgt nog.

 

 

Deze blogpost schreef ik op verzoek van mijn publiek op de netwerktborrel van 100% slechthorend.

Het is een hele summiere samenvatting van mijn verhaal. De rode draad die ik pas op de ochtend van de dag dat ik het zou vertellen vond. Gewoon, toen ik onder de douche stond.

Alle terzijdes (behalve de levenslessen die ik heb gebruikt) heb ik weggelaten.

“Omdat het werkt” is quatsch !

Slavernij werkte.

De atoombom op Hiroshima werkte.

Plofkippen verkopen werkt.

Aanhaken bij de actualiteit werkt (dus had ik eigenlijk moeten zeggen: paardenvlees in lasagna’s werkt.)

Omdat het werkt.

Ik kom dat steeds vaker tegen als argument. Maar het is op zijn best het halve verhaal. (Nee ik ben te aardig, een achtste. Hooguit)

Als je het gebruikt, vertel dan ook waarom het werkt. Zeg erbij welke aannames er bij horen. Welke keuzes je maakt.   

Alleen maar omdat het werkt is zo 2013.

Kuch. Dat argument is zo mogelijk nog suffer.

Goed, een beetje uitleg.

Omdat het werkt is de functionele fase in onze cultuur. (Die fases staan hier uitgelegd).  In de functionele fase zitten we al zo’n beetje vanaf de industriële revolutie.

En wij maar denken dat internet een nieuwe revolutie is.

Nee hoor. We doen met het internet nog steeds hetzelfde: kijken hoe de dingen nog beter en slimmer kunnen. Maar ons afvragen wat voor dingen we dan doen? Ho maar. We blijven met zijn allen veel te veel hangen bij het HOE, en maken maar zeer langzaam de stap naar het Waarom. ( yep! daar heb ik ook al eens over gevlogd en nog een keer zelfs )

Stom dat we dat afgeleerd hebben. Als kleuters waren we daar verdomd goed in, in dat waarom. We lieten ons ook niet zomaar afschepen met een half antwoord.

Waarom doen we dat nu wel?

Omdat het werkt?

 

 

 

 

 

 

 

de rechtstreekse weg naar succes

krokusjessneeuw

 

 

Kijk.

Je kunt natuurlijk heel goed al die blogs en e-books lezen over succesvol worden. Je kunt naar seminars en trainingen gaan. 

Je laat daar wat sleutelen aan je mindset. En hoppakkee. Ook jij bent succesvol.

Dat bedoel ik niet eens zo heel sarcastisch. Want ze werken. Die cursussen, de semninars, de e-books, de webinars, de nieuwsbrieven. Tenminste als ze van de echte komen. (Er zit vast heel veel rotzooi tussen, dus let op!)

En dan heb je succes. Je verdient eindelijk het geld dat je verdient. En je kunt leuke dingen gaan doen. Genieten van het leven.

Maar waarom zo’n omweg?

Want het echte succes, en dat ga je geheid ontdekken, zit in jezelf. Niet in wat je doet. Maar in wie je bent.

En dan kom je terug bij wat echt belangrijk is.

Dat succes ligt elke dag voor het oprapen. Daar heb je geen seminars voor nodig.

De mensen die dat weten zijn de mensen die de deur van het leven met een harde knal in hun gezicht hebben gekregen. Dat zijn de mensen die vanuit een diep dal zijn opgeklommen. Dat zijn de mensen die een andere deur geopend hebben.

Dat zijn de mensen die ons kunnen leren hoe we kunnen zijn, in plaats van doen.

Dat zijn de mensen die je kunnen leren hoe mooi het is om stil te staan bij zo’n ontluikende krokus in de smeltende sneeuw. Niet zo maar omdat het schattig is. Maar omdat zo’n moment er één is van grote schoonheid. Volledig.

Waarom geven we die mensen niet de plek die ze verdienen? Dat zijn onze leermeesters. We hebben er heel veel van. Gebruik ze, geef ze een podium. Zij weten de weg die rechtstreeks naar ons hart en onze ziel gaat.

Marloes Juffermans is er zo eentje.

Hier is haar blog.

En die omweg? Die maak je dan omdat die uit zichzelf de moeite waard is. Niet omdat je ergens wil komen. Dat hoeft dan niet meer. Je bent al ergens. 

 

zie ook deze levensles