Over pitchen, onzekerheid en jezelf zijn

Ik gaf gisteren een workshop solliciteren voor Dummies, voor Het Werkt Wijchen.

Er kwamen vragen over pitchen, en non-verbaal gedrag, en zeker overkomen op een sollicitatiegesprek.

Ik heb ze gezegd dat ze Edo van Santen moeten opzoeken. Want die zegt daar mooie dingen over. Over dat je echt moet zijn.

Ik heb Edo ontmoet op het Zakelijk Festival in Amersfoort.

Mooie man.

Mooi gesprek.

(PS, wat ik hier over de school zeg is heeel kort door de bocht. De werkelijkheid is vele malen mooier. Kijk op de site. Of lees dit boek)

Niemand niemand heeft mij verteld

ogenvatijgers

Ik houd van kinderboeken.

Ook in mijn studietijd sloeg ik geen kinderboekenweek over. Ik kreeg dan van mijn moeder, die deze liefde deelde, een boek.

In het eerste jaar van mijn studie (1980) was dat Otje.

In 1982 was er tot mijn grote vreugde een nieuw boek van Tonke Dragt. En nog wel een vervolg op “Torenhoog en Mijlenbreed”.

“Ogen van Tijgers”

Ik heb het zojuist weer een keer herlezen. Het blijft een verrassend goed boek.

“1984”

Maar dan beter.

Ook Tonke Dragt beschrijft een wereld waarin alles onder controle moet zijn. Minder extreem, en daardoor realistischer.

Ik vond als puber “1984” al een beetje pamflettistisch. Mijn (enige) grote triomf op de middelbare school was een boekverslag waarin ik haarfijn uitlegde hoe in “1984” het verhaal leed onder de boodschap.

Tonke Dragt trapt niet in die valkuil. Haar boek gaat over mensen.

Mensen die niet in de hokjes passen.

Haar beschrijving van de toekomst is tegelijk gedateerd en vooruitziend. (In Torenhoog en Mijlenbreed, uit 1969 voorspelde ze al het luisterboek, en de ontlezing)

Haar beschrijving van mensen en hun worsteling met de maatschappij is vooral tijdloos.

In “Torenhoog en mijlenbreed” wil de planeetonderzoeker Edu de wouden van Venus betreden. Dat mag niet omdat ze te gevaarlijk zijn. Edu houdt zijn plannen geheim. Ik heb als kind ook mijn gevoelens en gedachten geheim gehouden. Die waren te wild voor de grote wereld, net als de wouden van Venus.

Waar wouden zijn als vuur zo heet, torenhoog en mijlenbreed.

Ruimte om te zijn wie je bent, in een wereld die alles voorspelbaar wil houden.

(Gaat “Otje” daar niet ook over?)

Gezien worden.

Je gedachten en gevoelens durven delen zonder bang te zijn dat mensen je gek vinden.

Verbondenheid.

Het zijn ook de thema’s van nu.

 

Ik heb alle Tonke Dragt boeken aan mijn kinderen voorgelezen, meerdere keren.

Maar “Ogen van Tijgers” is een Young Adult boek.

Mijn jongste dochter heeft dat dus zelf gelezen, in de brugklas, voor school.

Ze was er door gegrepen. Hoezeer, besefte ik pas toen ze zag dat ik het las, en we het er over hadden.

Er komt een gedicht in voor van Walter de la Marre: “Under the Rose”.

Wies kende het uit het hoofd, ook het Engelse origineel. Ze droeg het het voor, in de Nederlandse vertaling van Tonke Dragt zelf.

Niemand, niemand heeft mij verteld
wat niemand, niemand weet
Maar ik weet nu waar het eind van de Regenboog is,
IK weet waar er groeit
Een boom die Boom des Levens heet,
Ik weet waar er vloeit
De Rivier van de Vergetelheid
En waar de Lotus bloeit
En ik- ik heb het woud betreden, waar
In vlammen, roze en goud,
Verbrandend- en herrijzend steeds
De Feniks zich ophoudt.

Niemand, niemand heeft mij verteld
Wat niemand, niemand weet.
Verberg je gezicht in een waas van Licht,
Die met zilver schoeisel treedt –
jij bent de Vreemdeling die ik het best ken,
Van wie ik het meeste hou.
Je kwam van het Land tussen Waken en Droom,
Koud van de Morgen-Dauw

 

Ik luisterde, en kreeg tranen in mijn ogen.

 

Gezien worden.

Verbondenheid.

 

The song of the wanderer.

by Walter de la Marre

 

Nobody, nobody told me

What nobody, nobody knows

But now I know where the rainbow ends

I know where there grows

A Tree, that’s called the Tree of Life

I know where there flows

The river of All-Forgotteness

And where the lotus blows

And I, I’ve trodden the forest

Where, in flames of gold and rose,

To burn and then arise again

The Phoenix goes.

Nobody, nobody told me

What nobody, nobody knows

Hide thy face in a veil of light

Put on thy silver shoes

Thou art the stranger I know best

Thou art the sweet heart, who

Came from the land between Wake and Dream

Cold with the morning dew.

 

Ik vind het een gave

Plaatsvervangend genieten.

Ik vind het een gave.

Het duidelijkst voel ik het bij mijn kinderen. Teske is een half jaar naar Sri Lanka gegaan, Dion heeft een half jaar in Madrid gezeten. Fenna is naar Istanbul geweest met school, en Wies heeft op de Vesuvius gestaan.

Wat ik voel is plezier. Ik kan plaatsvervangend genieten. Ik voel de vreugde die zij voelen.

Dion heeft een promotieplek. Wat ik nog meer voel dan trots is blijdschap. Voor hem, mét hem.

Dat kan ik ook bij anderen.

Ik kan van een kunstwerk dubbel genieten als iemand mij met volle gloed vertelt hoe mooi het is.

Als mensen ergens heel blij over zijn, deel ik in de vreugde. Dat is niet iets dat ik doe voor de ander. Het is iets dat ik voor mezelf kan voelen. Ik kan écht blij worden van andermans blijheid.

Het is een soort anti-jaloezie.

Ik kan het zelfs bij vakantiefoto’s van anderen op facebook, terwijl het hier stortregent.

Het staat niet altijd aan, maar wel vaak.

Ik vind het een gave.

Eentje waar ik veel plezier aan beleef.

 

Geen bucket list

Ik kan het geen bucketlist noemen, want die heb ik hier een keer belachelijk gemaakt.

But who am I kidding?

Want ik heb er wel een.

Tenminste, er zijn wel dingen die ik graag zou willen.

Ik noem er hier twee, die een beetje met elkaar te maken hebben.

 

1. Zangles

Godsonmogelijk, want ik hoor niet alle tonen. Ik zing voor mezelf. In de auto. Ik hoor toch niet of het vals is.

En toch zou ik het heel gaaf vinden als ik mijn zelfgeschreven liedje kon zingen, zodat het wél klinkt. Nu zingt Boudewijn het, in mijn theater. Het is deze tekst, gemaakt op de melodie van dit nummer van Billy Joel. Maar dat zelf kunnen zingen?

Ik weet niet hoe. Zou er een manier zijn waarop ik via wat voor feedback mechanisme ook, toon zou kunnen houden? Lijkt me erg mooi om te ontdekken.

 

2. Een Hang.

Ik heb ergens gelezen dat je geen hangdrum mag zeggen. Sinds mijn CI klinkt muziek niet echt geweldig. Ik kan zelfs mijn eigen gitaar niet stemmen. Maar een Hang klinkt geweldig. Niet zo mooi als jij hem hoort, maar dat dondert niet. Het klinkt. Mooi. En je hebt geen idee wat dat voor me betekent.

Ik ben sinds ik ooit een workshop body percussion deed, overal aan het trommelen. Ik mag dat niet van mijn huisgenoten. Dus doe ik dat op plekken waar niemand het hoort. Want ik geniet er zelf erg van, van dat ’tiebelen’.

Tiebelen op een Hang lijkt me eindeloos.

Dit is een Hang.

 

 

 

 

Een herdefiniëring van het blog

Nou ja een poging daartoe.

eh . . . het begin van een poging.

Een los idee.

Ik gooi het in de groep, want ik ben benieuwd, naar wat anderen er van vinden.

Ik maak er een stelling van:

Een goed blog is als een gesprek.

(al is het een interne dialoog van de blogger)

Ik weet niet waarom ik dit zo voel, maar het is een waarheidvermoed ik.

Daar kom ik misschien pas achter als anderen zich gaan mengen in dit gesprek.

 

 

 

Kun jij dat?

Accepteren dat je iets niet kunt.

Kun je dat?

Ja, makkie, als het gaat om dingen waarvan jij al lang vindt dat je ze niet hoeft te kunnen.

Er zijn zelfs dingen waarvan je blij bent dat je ze niet kunt.

Maar wat nu, als het gaat om dingen die je zo graag wil kunnen?

Dingen waarvan je vindt dat je zou moeten kunnen?

Kun je het dan ook?

Accepteren dat je die niet kunt?

En als je het niet kunt,

kun je dát dan accepteren?

hoe je wensen uit laat komen

If you trust in yourself,

and believe in your dreams,

and follow your star. . .

you’ll still get beaten bij people who spend their time working hard and learning things and weren’t so lazy.

“The wee free man” by Terry Pratchett

 

Het woord “willen” is heel verwarrend, net zoals alle andere woorden uitermate beperkend en verwarrend zijn. Ken je het gezegde: Waar een wil is is een omweg? Bewust “willen” is dwang uitoefenen en dat werkt averrechts. Wat er in ons leven gebeurt is waarschijnlijk het gevolg van diepe persoonlijke of groepsovertuigingen. De meeste van die overtuigingen zijn onbewust. Als jij overtuigd bent dat er slachtoffers bestaan, dan ontneem je jezelf vrijwillig de macht. Daarom oefenen we om te leren bestellen. Onze energie te stoppen in wat we echt willen. Al spoedig leren we dan dat een ‘willetje’ de boel juist tegenhoudt. Het er niet om doen, is de clou. Als jij echter liever wilt dat het leven je overkomt, dan zul je daar helemaal in gesteund worden…. Goed en fout zijn bedenksels van een gemanipuleerde educatie….

 

Willem de Ridder

 

Leuk hè?

Dat spanningsveld?

Moet je het loslaten, of moet je jezelf er juist in vast bijten?

Ik wil die twee samen brengen.

Eerste poging

Willem de Ridder is uitvinder van de fanclub. Jaren geleden heb ik een tijdje meegedaan. Het was geweldig.

Waar het me vooral om te doen was, om te leren voelen. Ik was zo bezig met mijn hoofd, dat bewust stilstaan bij je gevoel nogal onwennig was. Yoga had ook gekund.. De fanclub vond ik leuker.

Je kon in die fanclub ook bestellen wat je wilde. Dat sprak je uit, en dan liet je het los. Eén van de dingen die ik toen uitsprak was ‘een liefdevol Wijchen’. Dat betekende voor mij contact maken met anderen in Wijchen. Echt contact. Namasté contact.

Deze week, minstens 15 jaar later, was het zo ver. Ik gaf met Xandra van Hooff een lezing over kwetsbaarheid, in Wijchen. Ik sprak daar dezelfde behoefte uit, en ik ben omarmd door onbekende mensen. En ik heb intussen hele mooie, liefdevolle contacten in Wijchen.

Is die wens nu uitgekomen?

Ja.

Werkt het?

Ik denk dat het hardop uitspreken wat je diep van binnen wenst, je bewustzijn stuurt. Ik denk dat je daardoor beter ziet wat in overeenstemming is met wat je wenst. Dat je het eerder herkent, en dus ook zo beleeft.

Maar dat is wel een korte kille uitleg. Zoiets als de synopsis van een film lezen, in plaats van hem te gaan zien.

Een universum die jouw wensen uit laat komen, klinkt toch veel leuker?

Ik denk wel dat het alleen met ‘diep van binnen’ wensen werkt.

Hier zijn nog wat wensen die zijn uitgekomen.

Morgenvroeg koffie met een croissantje in Parijs gaat me niet lukken op deze manier.

 

Tweede poging

Ik denk dat Marinus Knoope in zijn creatiespiraal een hele mooie verbinding maakt tussen de twee manieren om iets te creëren.

Loslaten én vastbijten.

De ‘als je het maar gelooft’ gedachte, en de ‘plannen-uitvoeren-bijstellen” gedachte komen beiden voor in de creatiespiraal.

Ze zijn beide nodig, in verschillende fasen van het creatieproces. Je kunt ze terug zien als POSITIEF DENKWERK en STRATEGIE WERK.

Ze zijn beiden nodig!

En er is zelfs nog meer nodig. Kijk maar:

creatiespiraal

 

En nu de praktijk

Met een facebookgroep gaan we een fanclub doen.

In die fanclub gaat het over de hele bovenste helft van de cirkel.

Als je namelijk niet kunt waarderen wat er nu is. Als je niet bij je gevoel kunt komen. Dan kan je ook niet bij die diep-van-binnen wens komen.

We willen elkaar daarin steunen, en dat gaan we in die fanclub doen.

En toen zei iemand dat we elkaar dan ook mooi konden helpen met concrete doelen.

Dat kan.

Misschien leuk om met diezelfde mensen te doen. Maar niet tijdens die fanclub. Helemaal bovenin heet niet voor niets stiltewerk.

Maar misschien kunnen we met dit clubje wel de hele spiraal doen, samen. En nee, ik heb nog geen idee hoe dat werkt, als we allemaal op een andere plek in die spiraal zitten. Geeft niet. Het idee vind ik leuk.

 

Aanvulling

Als we dat gaan doen moeten we ook Marcel van Driel uitnodigen.

Die heeft de hele spiraal doorlopen.

Die weet hoe je een waanzinnig plan van de grond krijgt.

Ik heb Marcels boek gelezen, en zijn verhaal gehoord. Dat verhaal heeft dezelfde mooie mengeling van dromen en ‘down to earth’ hard werk.

Marcel maakt het concreet, want echt gebeurd. En goed over nagedacht.

Marcel kent inmiddels veel mensen met waanzinnige plannen. En ik heb het vermoeden dat hij zelf elke week een nieuwe heeft. Hij is dus inmiddels een expert.

 

Ik ben benieuwd wat dat groepje op gaat leveren.

Sowieso mooie contacten met mooie mensen.

Wat heb ik eigenlijk nog meer te wensen?

 

Nog één keer knallen! Laatste kans

NS4A6894

12 november is mijn première.

En het is meteen de laatste voorstelling.

Ik ga niet stoppen met theater. Ik ga het wel anders aanpakken.

Ik wil groeien. Ik wil dat het podium mijn tweede huid wordt, als ik daar sta.

En dat proces gaat niet gelijk op met het vermarkten van mijn theaterstuk. Die twee energieën zitten elkaar in de weg.

Ik heb luwte nodig om te groeien. Kleine veilige plaatsen, en vrienden met wie ik dingen samen kan doen.

SPIEGELS is wat ik kwijt moest. Het is het verhaal van mijn proces, mijn worsteling met de wereld. Met die worsteling ben ik wel klaar. Ik voel heel veel vrede, en ruimte in mezelf.

Ik ga nog wel één keer knallen. Want het blijft een dierbaar verhaal.

Op een groot podium.

Met twee tolken.

Met mooie belichting.

Met een lied, gezongen door vriend-verteller Boudewijn Betzema.

Nu de kramp er af is, kan ik vrijer spelen. Ik ga er een feestje van maken.

Loslaten = Vieren

 

Bij honderd aanmeldingen gaat het feest door.

Als het er minder zijn, moet ik iets anders gaan bedenken, want het verhaal is te mooi om als nachtkaars uit te gaan.

 

Het zijn er minder, weet ik intussen. Lees dit

 

a deal with god

Fijn dat ik god geloof, want dan kan ik af en toe met hem praten.

Ik praat trouwens vaker met mezelf, dan met god. Met mijn interne fan heb ik mooie gesprekken.

Ze verschillen niet zo heel veel. God, interne fan, geweten.

Maar nu dus een keer met god, kleine letter.

Of god nou bestaat of niet, maakt helemaal niet uit. Als ik met hem praat, bestaat ie. Klaar.

(En ik heb hem ook trouwens ook een keer gevoeld, dat staat hier.)

Ik heb een deal gemaakt met god.

(Ik hoor nu Kate Bush in mijn hoofd trouwens)

Je mag het dus ook gewoon bijgeloof vinden.

En toch is het anders. Bijgeloof voelt als afdwingen van het lot. Deze deal heeft me juist geholpen met loslaten.

De deal is simpel.

Als ik nou zorg dat ik de goede dingen doe, zorgt god dat daar een inkomen bij gaat passen.

Wat naïef hoor ik je zeggen.

Maar dat is het niet. Het heeft te maken met mindset.

Ik zit financieel zo lastig, dat veel van wat ik doe, krampachtig is.

‘Deed’ en ‘was’, dus, inmiddels. (Nee, de ‘zit’  is nog geen ‘zat’)

Door deze deal is de kramp er af. Ik heb die zorg ergens anders geparkeerd, zodat ik me vrijer voel in wat ik doe.

En hoepla! Ik had vandaag een ‘acquisitiegesprek’ . Ik heb de opdracht gekregen. Ik heb het vertrouwen gekregen. En dat is volgens mij omdat ik daar niet hongerig heb zitten wezen. Het ging me in het gesprek alleen maar om de opdrachtgever. Het gaat me om wat hij er mee op schiet.

Dat ik mijn opdrachtgever voorop kon zetten, is rechtstreeks het gevolg van mij  deal met god.

Dit is maar een voorbeeld. (Ik kan er niet eens iets over zeggen hier, flauw hè? Maar het is iets waar ik blij van wordt)

Het werkt op vele fronten.

Op de school waar ik uitprobeer.

Op de inspiratieavond die ik samen met Xandra gaf.

Ik weet nu al dat het straks gaat werken als ik mijn première speel. (Die is uitgesteld. Straks, als de nieuwe Bieb in Wijchen klaar is, komt ie.)

Ik voel me in alles vrijer. En omdat het moeten er af is, ga ik alleen nog maar harder werken. Gek hè?

Het werkt.

Ah, dus het is helemaal geen god? Het is gewoon een denktechniek-truuk!

Ja en nee.

Ja.
Want ik denk dat je met een denktechniek precies hetzelfde kunt bereiken.

Nee.
Ik weet nu wat er mis is met een denktechniek. Een denktechniek voegt alleen maar een nieuw hoofdstuk aan je verhaal-over-jezelf toe. (lees hier  en hier)  (deze aanvulling is van 12-3-2017)

 

Naschrift, (ook 13-3-17): Die school waar ik op dat moment uitprobeerde, Daar werk ik nu. Fulltime. Ik heb verdien mijn salaris met precies dat wat ik het meest belangrijk vind, en het meeste vreugde uit haal. (En die me ook het meeste oplevert, mens, het is niet makkelijk, maar wat leer ik hier!) . Ik hoef mezelf niet meer te verkopen. En toch, ik wil nog verhalen vertellen en boeken schrijven. En ook dat komt, als ik los laat dat ik er iets mee moet.