ouwe meuk

ouwemeuk

Een oud familieverhaal.

Mijn moeders kant van de familie is Drents. Ik hoorde van mijn moeder dat die op een heel praktische manier gierig kunnen zijn. Alle Drenten, of alleen mijn familie, dat weet ik tot op vandaag niet. Mijn oma heeft ooit tegen een familielid gezegd: “Ik zie dat je die mooie schaal die ik je op je verjaardag gaf nooit gebruikt, mag ik hem terug?” En dat werd heel gewoon gevonden.

Toen mijn moeder na mijn geboorte in het ziekenhuis lag, nam mijn oma lekkere bonbons voor haar mee. Hele dure. Uit de sjiekste lekkernijenwinkel van Groningen.

Dat gierige is bij mijn moeder gestopt, denk ik, want het eerste wat ze deed was de hele doos bonbons meegeven aan de verpleegsters voor bij hun koffiepauze.

Toen ze later vroeg of het lekker was, vertelde de zuster (die heetten toen nog zo) dat ze heerlijk waren. Maar ze was nog wel even terug geweest, om de doos te ruilen. Alle bonbons waren wit uitgeslagen. Tssss! had de zuster gezegd. Moet je voorstellen. En dat voor zo’n winkel. Gelukkig was het personeel van de winkel net zo geschokt geweest, en werd de doos direct omgewisseld.

Mijn oma werd toch een klein beetje rood om de kaken toen ze het verhaal hoorde. Die bonbons waren een verjaardagscadeautje geweest, ooit. Heel lang geleden. Zonde om op te eten, en dus hadden ze al die tijd onder in de kast gelegen, wachtend op een gelegenheid om een keer cadeau te doen.

 

Voor Sint Maarten sloeg mijn moeder altijd speciaal groots in.

 

toetsen, ja maar hoe?

Mijn kinderen zaten op atletiek.

Het mooie van die sport is dat je met wedstrijden vooral tegen jezelf strijd. Je kijkt of je je eigen persoonlijke records kunt breken. Of je deze keer wel over die 1.30 komt bij hoogspringen.

Als dat lukte konden mijn kinderen daar blij om zijn. Eerste worden was ook leuk, maar toch minder belangrijk.

Dát is wat mij betreurde toen ik het verhaal hoorde van Cito commissaris Jan Wiegers.

Ik hoorde dat er aandacht was voor toetsen, om te zien hoe ver je bent in een vak. Mooi ook dat deze voortgangstoetsen ingebakken zitten in een methode. Dan kunnen  leerlingen in een eigen tempo aan de stof werken.

Maar waarom hoor ik dan dat het ook heel belangrijk is om te zien hoe kinderen presteren in verhouding tot leeftijdgenoten?

Waarom is dat belangrijk?

Ik snap het wel. Die neiging om je met anderen te willen meten. Die atletiekwedstrijd wordt ook afgesloten met een podium voor nummer één twee en drie.

Maar als het gaat om de prestatie die geleverd is op zo’n dag, weet iedereen dat die persoonlijke records belangrijker zijn.

De voortgang ten aanzien van het doel is toch belangrijker is dan de positie ten opzichte van een gemiddelde?

Waarom zo die nadruk op normering?

Waarom zo die nadruk op voldoen aan externe normen?

Leerlingen kunnen zichzelf heel goed doelen stellen.

Daarmee is de leerling de belangrijkste afnemer van een toetsbureau.

Niet de overheid.

Niet een schoolbestuur.

Niet de leraar.

Maar de leerling moet iets aan de toets hebben.

De leerling moet weten waar hij staat ten opzichte van zijn doel.

De leerling heeft er weinig aan te weten waar hij staat ten opzichte van zijn leeftijdsgenoten.  Die hebben andere doelen. Die leggen het traject in een ander tempo af. Die hebben op verschillende momenten verschillende focus.

Dát is passend onderwijs.

Dus waarom die grote aandacht voor de normering?

De school waar ik vrijwilliger ben werkt met een zelf ontwikkeld leerlingvolgsysteem. Omdat dat biedt wat de Cito niet kan. Een leerlingvolgsysteem waar de inspectie zeer over te spreken is.

Ze zijn met de Universiteit bezig om het uit te breiden naar 20 century skills. Om te beschrijven wat leerlingen allemaal kunnen. Niet om te zien of ze voldoen aan een gemiddelde norm.

 

leren is kwetsbaar

Leren is dubbel.

Nieuwe dingen ontdekken, aha erlebnissen, vallende kwartjes, ontroerende momenten.

Dat zijn de jubelmomenten van het leren.

Maar er zijn ook die andere momenten.

De momenten waarop je wilde dat je het net even anders had aangepakt.

De momenten waarop je beseft dat je iets wil, maar niet kunt.

De momenten waarop je niet weet hoe je iets moet aanpakken.

 

Wat ik dus echt niet weet is wanneer het wel en wanneer het geen goed idee is om mijn CI’s uit te doen. Maandag deed ik het, en het leverde iets op. Dinsdag wilde ik het, maar er kwamen zoveel vragen op me af, dat ik besloot het niet te doen.

Achteraf vraag ik me af of ik niet had moeten doorzetten. Ik weet het niet.
Zo zijn er veel dingen waarbij ik niet weet of ik het goed aanpak.

Niet erg.

Dat is leren.

Maar het zijn dus niet de jubelmomenten van het leren.

Die momenten toestaan, is een heuse klus voor iemand die een stiekeme perfectionist is.

(Dat stiekeme is omdat ik weet dat perfectionisme niet goed is, en ik dus niet perfect ben zolang ik die eigenschap bezit.)

 

Wel goed om te beseffen dat kwetsbare gevoel. Want ook kinderen kennen naast de jubelmomenten de kwetsbare momenten.

Ik weet nu wat daar bij nodig is.

Vertrouwen.

Ik bedoel.. ik kan best tips gebruiken, een beetje structuur (mental note: daar nog een blog over schrijven), adviezen, informatie, training…

maar bovenal heb ik vertrouwen nodig.

Om die kwetsbare momenten toe te staan. Want die momenten geven mij al heel veel informatie en training. En van daaruit kan ik mijn eigen tips en adviezen ontwikkelen.

En over die structuur volgt dus nog een blog.

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

 

soms wil ik de zaal uit rennen

Ik ben zo vaak in gedachten dat de hele wereld mij ontgaat. Eén indruk is stof genoeg voor een halve dag. Dus al die andere indrukken mis ik dan.

Ik kan niet goed multitasken, zodat er koude koffie en andere half afgemaakte dingetjes in huis zwerven.

Weinig opmerkzaam vind ik mij, en ik koppelde dat tot voor kort aan ongevoelig.

Gisteren schreef ik al over dat anders-denken stukje (dat woord hoogbegaafd ligt me nog steeds niet lekker). Vandaag sta ik even stil bij de hooggevoeligheid.

Ik voel te veel, en kennelijk is het mij gelukt om dat uit te schakelen. Het laatste jaar laat ik meer toe, en dat is behoorlijk verwarrend.

Ik was laatst bij een lezing waar ziektes in voor kwamen, en ik voelde me opeens heel erg ongemakkelijk. Ik zat midden in het publiek, en kon niet weg, maar dat had ik graag gewild. Een bijzondere gewaarwording voor mij, dat ik fysiek voel dat ik een ruimte uit moet.

Ik voel steeds vaker tranen. Niet van verdriet, maar van ontroering.

Nou ja, ook van verdriet.

Heel langzaamaan begin ik het piekeren in te ruilen voor het voelen. Niet zonder strijd. Want ongemak voelen is niet iets wat me goed af gaat. Helemaal niet omdat het zo makkelijk weg te drukken is met een fijn potje piekeren.

Ik heb er wel eens les in gehad, in voelen. Dan werd ik vanuit mijn angst naar dat gevoel begeleid, en dan bleek dat best mee te vallen.

Maar soms valt het gewoon niet mee. Soms is het ongemak zo groot dat ik de zaal uit wil rennen. En wat doe je dan als de hele wereld de zaal is?

 

 

 

Dit gaat niet over hoogbegaafdheid

Je zit in een grote collegezaal.

De docent doceert, en stelt af en toe controlevragen, die de hele zaal door middel van hand-op-steken beantwoordt.

Iedereen geeft het verkeerde antwoord.

En de docent rekent het verkeerde antwoord nog goed ook.

Niet één keer, maar voortdurend.

 

Wat doe je?

Stem je mee met het kudde volk?

 

Het was een psychologie experiment dat ik ooit tijdens mijn studie zag. De testpersonen gingen stuk voor stuk mee stemmen met de verkeerde antwoorden.

Wat dom, dacht ik.

Ik had niet door dat ik precies hetzelfde aan het doen was.

Al jaren.

En ik zou het daarna nóg jaren doen.

 

Gisteren was ik op een open dag bij Feniks Talent, een organisatie die getalenteerde drop outs begeleidt.

Ik hoorde de verhalen,

en herkende meer dan me lief was.

De laatste twee jaar ben ik aan het ontdekken dat ik niet te weinig voel, maar te veel (als ik het toe laat).
Dat ik geen sukkel ben maar misschien juist te slim.

Hooggevoelig, en hoogbegaafd. Beladen woorden die ik liever niet gebruik, maar god, wat herken ik veel.

En wat heb ik me verstopt.

Ik heb zelfs in mijn eigen vermommingen geloofd.

 

Ik red me wel nu.

Ik leer opnieuw voelen (en merk dat ik veel meer grenzen over ga dan ik voor mogelijk hield.)

Ik leer opnieuw mijn eigen antwoorden geven.

 

Maar wat nu als het leven harder terug slaat?

Ze komen uit het hele land naar Feniks. Het ligt niet handig, daar onder Eindhoven, maar ze hebben er de reis voor over. Het is kennelijk hard nodig, die begeleiding.

En dat is dus nog maar het topje van de ijsberg.

Want aan mij heeft de omgeving nooit iets bijzonders gemerkt, anders dan dat ik in meerdere banen mislukte. Niet zo veel aan de hand dus, maar echt productief ben ik in mijn werkzame leven tot nu toe niet geweest.

 

Als je denkt dat passend onderwijs het antwoord is,

denk nog eens.

Hoe kan onderwijs passend zijn als alle verschillen die we aan de toegangspoort toestaan, bij de uitgangspoort weggewerkt moeten zijn?

 

Hoe lang gooien we nog geld levens weg?

kwetsbaarheid in het onderwijs

Ik ga er niet te veel over zeggen.

Trainers moeten hun mond houden over wat er in een groep gebeurt.

Ik ga wel zeggen dat ik heel trots ben op de directie en teamleiders van de ex-middelbare school van mijn kinderen (ze zijn inmiddels uitgezworven)

Ik begon de dag met de TED talk van Brené Brown.

En in die sfeer zijn ze aan de slag gegaan.

In vertrouwen hebben ze met elkaar gedeeld wat ze willen, waar ze tegen aan lopen, hoe ze willen groeien.

Ik heb tot twee keer toe tranen achter mijn ogen voelen prikkelen, en dat zegt genoeg denk ik.

En hoe stoer is het als de directie zich op zo’n dag onderdeel maakt van het proces.

“Doe jij onze hele studiedag maar”, zei de directeur tegen mij. Wij willen hier niet in sturen. En die houding heb ik nog een paar maal mee gemaakt. Een directeur die dingen aan ziet komen, en het lef heeft om te wachten tot het gebeurt. Omdat hij vind dat het van zijn mensen moet komen.

Ik vind het erg mooi, en ik ben supertrots op die school waar mijn kinderen vandaan komen.

 

 

2014-11-03 10.26.54
Die notitieblokjes waren om elkaar geschreven complimentjes te geven. Die werden in de middag in grote hoeveelheden uitgewisseld. Hoe gaaf is dat?

 

En wat wél gelukt is

Ik geloof dat het januari 2013 was.

Zo niet, dan toch, want januari is een mooie maand voor de start van een Waanzinnig Plan.

Marcel van Driel vroeg naar plannen voor een boek dat hij aan het schijven was.

Ik schreef dat ik dat zelfde jaar nog op een podium wilde staan, met mijn eigen geschreven theaterstuk.

Dat was mijn waanzinnige plan.

En dat is gelukt.

Het is vooral gelukt omdat ik het zelf geweldig vond om te doen.

Het is gelukt omdat het plezier vele hoogtes boven de spanning uit steeg (en die waren hoog!)

Het is gelukt omdat ik mooie, ontroerende reacties kreeg.

Het is gelukt omdat ik schitterende mensen heb ontmoet.

Het is gelukt omdat ik springend en struikelend vele drempels genomen heb.

 

Ik heb mezelf los gezongen.

Ik heb het ‘ooit’ en het ‘misschien’ bij de lurven genomen.

Ik heb met mijn oude angsten gedanst.

Ik heb me laten inpakken door nieuwe angsten.

En ik heb mezelf weer uitgepakt.

Ik heb het cadeau ontvangen.

cadeau

 

Mislukken bestaat wel

Ik schreef het al eerder, dat die leuke NLP kreet onzin is.

Mislukken bestaat niet, er is alleen feedback

Mislukken bestaat.

Mensen kunnen niet mislukken, maar plannetjes wel.

Als je hele grote plannen hebt, dan knip je die in kleinere plannetjes.

Zo’n kleiner plannetje kan mislukken.

En daar leer je van.

Hebben die NLP jongens en meisjes toch een beetje gelijk. Je hoeft alleen niet zo krampachtig te doen over het woord mislukken.

Niet alles gaat in een keer goed.

Minstens één van die kleine plannetjes gaat mislukken.

En nog eentje.

En nog eentje.

 

Mijn première gaat niet door.

Ik dacht ik doe het nog één keer in het groot. Met alles erop en eraan.

Ik kom in de krant (gelukt!).

Er zijn nog veel mensen die het willen zien.

Ik krijg vast wel 100 mensen in die zaal.

 

 

 

30

 

 

 

En dan tel ik ruim.

 

 

 

Dat is niet genoeg, en dat gaat het ook niet meer worden. Dus in plaats van nog een keer heel hard roepen, en flyeren, trek ik de stekker uit de première van 12 november.

Pleister op mijn trots, en een kusje. Komt goed.

Ik neem even een time out.

Ik heb toch hele leuke dingen te doen.

In 2015 zoek ik een kleinere zaal. En dan speel ik mijn stuk in ieder geval nog één keer.

Ik blijf vertellen en optreden, maar dan eerst even wat kleiner.

Ja, nóg kleiner.

En van daaruit weer verder,

want

It ends only once, everything else is progress.

Jacob, uit LOST

 

In ieder geval heb ik mijn eigen vraag beantwoord.

 

mislukken