toetsen, ja maar hoe?

Mijn kinderen zaten op atletiek.

Het mooie van die sport is dat je met wedstrijden vooral tegen jezelf strijd. Je kijkt of je je eigen persoonlijke records kunt breken. Of je deze keer wel over die 1.30 komt bij hoogspringen.

Als dat lukte konden mijn kinderen daar blij om zijn. Eerste worden was ook leuk, maar toch minder belangrijk.

Dát is wat mij betreurde toen ik het verhaal hoorde van Cito commissaris Jan Wiegers.

Ik hoorde dat er aandacht was voor toetsen, om te zien hoe ver je bent in een vak. Mooi ook dat deze voortgangstoetsen ingebakken zitten in een methode. Dan kunnen  leerlingen in een eigen tempo aan de stof werken.

Maar waarom hoor ik dan dat het ook heel belangrijk is om te zien hoe kinderen presteren in verhouding tot leeftijdgenoten?

Waarom is dat belangrijk?

Ik snap het wel. Die neiging om je met anderen te willen meten. Die atletiekwedstrijd wordt ook afgesloten met een podium voor nummer één twee en drie.

Maar als het gaat om de prestatie die geleverd is op zo’n dag, weet iedereen dat die persoonlijke records belangrijker zijn.

De voortgang ten aanzien van het doel is toch belangrijker is dan de positie ten opzichte van een gemiddelde?

Waarom zo die nadruk op normering?

Waarom zo die nadruk op voldoen aan externe normen?

Leerlingen kunnen zichzelf heel goed doelen stellen.

Daarmee is de leerling de belangrijkste afnemer van een toetsbureau.

Niet de overheid.

Niet een schoolbestuur.

Niet de leraar.

Maar de leerling moet iets aan de toets hebben.

De leerling moet weten waar hij staat ten opzichte van zijn doel.

De leerling heeft er weinig aan te weten waar hij staat ten opzichte van zijn leeftijdsgenoten.  Die hebben andere doelen. Die leggen het traject in een ander tempo af. Die hebben op verschillende momenten verschillende focus.

Dát is passend onderwijs.

Dus waarom die grote aandacht voor de normering?

De school waar ik vrijwilliger ben werkt met een zelf ontwikkeld leerlingvolgsysteem. Omdat dat biedt wat de Cito niet kan. Een leerlingvolgsysteem waar de inspectie zeer over te spreken is.

Ze zijn met de Universiteit bezig om het uit te breiden naar 20 century skills. Om te beschrijven wat leerlingen allemaal kunnen. Niet om te zien of ze voldoen aan een gemiddelde norm.

 

3 thoughts on “toetsen, ja maar hoe?”

  1. Zou de drang te willen normeren misschien te maken kunnen hebben met de vlakke sociale structuur van onze Nederlandse samenleving. Je hebt hier nauwelijks adel of een andere hogere klasse. Iedereen wordt geacht zoveel mogelijk gelijk aan elkaar te zijn.
    Heeft het misschien te maken Met de ‘doe maar gewoon, dan doe je normaal genoeg’ en de ‘wat is hij toch gewoon gebleven’ kreet waarmee het tot deugd verheven wordt als uitzonderlijk talent (bijvoorbeeld Erben Zonderland) zich het liefst zo gewoon mogelijk gedraagt.

  2. Als doelen te hoog gesteld worden werkt dat contraproductief. Teleurstelling, frustratie, j wordt er niet wijzer van. Daarom moet je volgens mij in het onderwijs met individuele doelen werken. De een kan nu eenmaal meer/ minder aan dan de ander. Vergelijking met PR’s is mooi!

  3. Heel interessant, dat mogelijke alternatief voor de Cito-toets. Omdat dat een heel ander uitgangspunt heeft dan Cito. Mooi dat jouw school daarin voorgaat en misschien wel een voortrekkersrol kan vervullen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.