Een goede volle dag vol liefde

Dinsdag heb ik vrij.

En toch was ik op school. Dat doe ik soms als ik iets te doen heb waar ik normaal niet aan toe kom.

En toen was er een collega ziek, en dacht ik: nou, dan ben ik gewoon op de vloer, laat maar even zitten wat in allemaal nog van plan was.

Even uitleggen: ik hoef geen klas over te nemen of zo, we doen niet aan klassen, alles loopt door elkaar. “De vloer” is dus alle klassen samen in alle ruimtes.

En ik heb gespeeld. Wat een volle dag. Nu ik niks hoefde had ik overal tijd voor. En alles lukte. Alle conflictjes die ik tegen kwam losten zich als vanzelf op, waarschijnlijk omdat ik niet zo mijn best deed.

Met Hilde ging het even mis. Ik bleef even zitten, en dacht ik weet het niet meer. Ik zei dat hardop, en toen ik had verbinding met haar.

Ik weet het. Maar ik weet het pas weer echt als ik het leef. Op het leeszoldertje (ik ben echt overal geweest, ik was op zoek naar een “Waanzinnig om te Weten” voor een coachleerling) kwam ik opeens de TAO van Poeh tegen. Ik sloeg het open, en precies op die bladzijde werd Woe Wei uitgelegd.

Dat was het wat ik vandaag voelde.

 

Ik verloor mijn sleutels en zocht nieuwe

sleutel

Hilde is heel erg out of the box. En dat is mooi. Maar soms breekt ze zelfs door de dragende muren. En dat is lastig.

Waar ligt de grens? Wanneer concludeer je dat ‘het’ niet werkt? Wat mag je van een kind verlangen. Hoe kun je het zo ombuigen dat het voor iedereen veilig is?

We gaan ver en diep in dit proces, we zoeken de grenzen op. En aan de grenzen gebeuren mooie dingen. Het is ook heftig, spannend, verdrietig. Soms denken we dat we al over de grenzen heen zijn, aan beide kanten.

Zoekend, nog steeds zoekend naar een manier om in contact te blijven zocht ik naar iets symbolisch. Iets dat ons zou kunnen verbinden in situaties waarin we, Hilde, maar ik ook,  neigen tot afsluiten. Woorden zijn niet de beste instrumenten in die situaties.

Ik verloor mijn sleutelbos. Mooi symbolisch. Toen ik nieuwe sleutels liet maken herinnerde ik me een symbool dat ik lange tijd geleden gebruikte bij een verhaal dat ik vertelde: een ongeslepen sleutel.

Een sleutel die geen rafelrandjes kent, een sleutel zonder pieken en dalen, is waardeloos.

Ik kocht een blanco sleutel en een koord om hem aan te doen. Die zou ik Hilde geven, om haar te helpen herinneren dat ze er mag zijn, mét al haar rafelrandjes. In geval van een conflict zou dat misschien een handvat kunnen zijn.

En toen bedacht ik dat ik het verkeerd-om had.

Die sleutel moet ik zelf houden. Want ík ben degene die moet onthouden dat kinderen er mogen zijn, óók als er een conflict is. Ook als ze het nog niet altijd  aan kunnen om op een veilige manier op school te zijn. Hij zit nu aan mijn sleutelbos. Ik laat die morgen aan Hilde zien. En ik vertel haar dat ze er altijd naar mag vragen als ze het gevoel heeft dat ik haar niet zie. Om mij te helpen herinneren.

Dan gaan we samen op zoek naar iets dat Hilde kan helpen herinneren aan wat wij als school van haar nodig hebben. Het moet iets zijn dat haar kracht, en haar bijdrage aan school kan vertegenwoordigen. Ik heb nog geen idee wat het gaat worden. Ik vertrouw erop dat zich dat zelf gaat wijzen.

Ik wil samen met Hilde ontdekken dat het kan: helemaal jezelf zijn én in verbinding zijn met anderen.

Als het niet lukt, betekent dat niet dat er iets met Hilde is. Het betekent dat onze school niet de goede plek is. Geen enkele school kan een plek voor elk kind zijn. Daarom hoop ik dat er steeds meer verschillende scholen komen.

Maar voor nu ben ik nog niet klaar in dit proces.

passend onderwijs

 

N.B.  De naam Hilde is verzonnen, en ze is niet gebaseerd op één leerling.

zin maken

Ik kom een beetje in opstand kinderen verplicht aan dingen mee moeten doen die volwassenen voor ze bedenken.

Vooral als ik deze zinnen hoor of lees:

Het leven is ook niet de hele tijd alleen maar leuk.

 

Het leven is niet altijd maar leuk. Dat is helemaal waar. Maar kinderen verplicht mee laten doen met iets waar ze de zin niet van in zien, is niet de manier om ze dat te leren. Het leven schotelt ze de vervelende dingen toch wel voor. En juist dan kun je er voor ze zijn als leraar. Niet om het weg te troosten, maar om met ze te zijn, ze bij te staan in leren en ervaren dat dit er dus bij hoort, bij het leven. Daar heb je tijd en aandacht voor nodig. Alleen daarom al moet je het onderwijs niet volplempen met door volwassenen bedachte activiteiten.

Nooit meer gebruiken als excuus voor een verplichte aanwezigheid, dat ‘het-leven-is-niet-alleen-maar-leuk’ Vind een andere goede reden waarom kinderen mee moeten doen. En laat ze met rust als je die niet kunt vinden.

 

Zin moet je soms maken, het is niet anders.

Ook deze kan echt niet.  Soms moet je iets doen dat je niet leuk vindt. Klopt. Maar heeft een kind alsjeblieft het recht om het niet leuk te vinden, of stellen we een thought police in? En ja, een kind kán ontdekken dat iets waar hij eerst helemaal geen zin in heeft toch heel gaaf blijkt te zijn. Kán is hier het sleutelwoord.

leesplezier

 

Een kind van drie eet elke dag boterhammen met choco omdat ie dat lekker vind.

En dan het argument dat je kinderen niet zelf moet laten kiezen omdat ze dan . .  vul maar in. Iets dat niet goed voor ze is, in ieder geval. Want dat doen kinderen kennelijk het liefste: de dingen die niet goed voor ze zijn.  Daarom kun je maar beter voor ze kiezen, want wij wel wat goed voor ze is.

Kom op! Geef ze wat krediet. En geef ze de ruimte om dingen zelf te ontdekken en fouten te maken. Meer ruimte dan ze nu krijgen graag.  (Nee ik zeg niet dat je alle grenzen open moet gooien). Ga het proces met ze aan. Speel met de grenzen. Ja dat kost tijd. Ja dat levert heel veel gedoe op. Maar er wordt zo ongelofelijk veel meer geleerd. Door álle partijen. Stop met blind beslissen oor het kind. Stop met alle feiten voor willen zijn.  Durf samen te ontdekken.

feiten

 

Gooi de dooddoeners weg. Ga elke keer opnieuw de situatie aan. Geef het kind ruimte en laat je verbazen. En zorg er voor dat je waarom altijd duidelijk is. Oók als het is omdat-ik-het-zeg. Maar gebruik dit nooit uit luiheid, of omdat het nu eenmaal zo geregeld is.

 

Even voor de goede orde, dit zijn geen opvoed-tips. (Ik ga me niet bemoeien met hoe iemand zijn kinderen opvoed,)

Dit zijn tips voor scholen.

 

Oja, en ik zeg niet dat het makkelijk is. Het is moeilijk. Heel heel moeilijk. En je maakt fouten. Veel fouten. Maar het is het heel erg waard. Ik geloof dat als het NIET zo doet, je fouten by default maakt.

de vele lagen van het leren

knikkersposter

Opdracht:
Een knikkerbaan voor twee knikkers die gelijktijdig beginnen. De tweede knikker moet 5 seconden later aankomen.

Het mag niet, maar ik denk net zo hard mee als de rest.

Leren ze techniek? Ja, maar zo veel meer. Het hele proces is spannend. Er zijn kinderen met gave ideeën, maar sommige haken snel af, als iets niet lukt. En dan zijn er kinderen die in het begin in het duister tasten maar als het wat concreter wordt, steeds enthousiaster worden. De kinderen die uiteindelijk aan één stuk door aan de baan werken zijn soms heel andere kinderen die er mee begonnen. En dan is er die Diehard die er van begin tot eind bij is, dingen bedenkt, en terecht trots is.

En die leerling die iedereen aansteekt met haar enthousiasme.

En de andere leerlingen die een eigen project hebben, maar komen kijken en net zo hard meeleven.

En de leerling die leert dat je ergens voor moet kiezen. Hij zit net in een hele fijne speelperiode met vrienden. Maar wil ook presenteren op het toernooi. En dat laatste kan niet als je er niet genoeg bij bent geweest, bij het maken. Bij de frustraties én bij de successen. Hij kan niet kiezen, en hij leert dat niet kiezen ook kiezen is. Hij is uiteindelijk tevreden met de plek die hij nu heeft: mede-bouwer zonder te presenteren. En hij mag morgen samen met ons allemaal even trots zijn.

Dan op de laatste dag, als de baan af is, gebeurt er een ramp. Iemand maakt een laatste wijziging, en het werkt niet meer. (Tja, we hebben een prototype wat letterlijk met stukjes tape aan elkaar vast zit.) Knorrigheid. Wie heeft er aan gezeten? Door mij nog het hardst. Een help-moeder (niet van één van de knikkerbaankinderen trouwens) helpt me uit mijn boze mood (dank). Oef. En direct kan ik ook daar een leermoment van maken. Want het meisje (ja er werken veel meiden aan, Yes Go girls!) dat die laatste wijziging maakte is gewoon keidapper! En mislukken hoort in het proces thuis. (Ik mislukte hier zelfs in het mislukken) De knorrigheid daarover mag er ook zijn. Al die heftige emoties horen er bij.

En dan willen de kinderen morgen al om 8 uur op school zijn om de zaak te redden. Zelf met elkaar geregeld, inclusief de vraag of het tem de briefing van ‘ochtends even op een andere plek wil doen, want daar willen ze aan de slag. Wow!

Ik weet van vorig jaar hoe inspirerend de dag zelf is, als ze alle oplossingen zien van de andere scholen.


(Deze tweede is niet zo goed te zien. De ene knikker blijft rechtsboven achter tot de eerste knikker in het bakje valt en daarmee aan het touwtje trekt)

En de succeservaring die de kinderen op doen. Voor sommige kinderen van levensbelang.

Techniekoernooi, het is leren op alle fronten tegelijk.

En ooh wat ben ik trots op ze!

Wat je van Pokémon kaarten kunt leren

We hebben een probleem zegt Nico.

Hij is samen met Erik naar me toe gekomen. Nico had een Pokémon kaart geruild tegen een paar muntjes die hij slechts heel vluchtig had gezien. “Omdat ik dat zo spannend vond. Maar die muntjes zijn eigenlijk niks.”

“Tja”, zeg ik. “Het ziet er naar uit dat je nu een les geleerd hebt. Je het betaald met een kaart, maar die les is veel meer waard.”

Ik kan zien dat Nico dat begrijpt, en dat hij bezig is met accepteren. Maar ik zie ook een restje hoop. Misschien is dat omdat Erik is meegekomen en aandachtig mee luistert. Betekent dat dat hij mee wil  helpen om het op te lossen?

Misschien. Het valt te proberen.

“Erik”, zeg ik: “Jij hebt nu een prachtkans. Voor de prijs van een kaart kun jij ook iets prachtigs leren. Jij kunt iemand een gigantisch groot plezier doen. Probeer eens hoe goed dat voelt”

Ik zie Erik nadenken. Heel even maar. Kennelijk is de kaart bijzonder, want met een glimlach zegt hij. “Nee, dat doe ik niet.”

Dat is duidelijk. En het is helemaal zijn keuze.

Nico heeft inmiddels de tijd gehad om er zich bij neer te leggen. Hij ziet er niet heel verslagen uit.

Even later komt Nico bij me. Even hoop ik dat hij me komt vertellen dat ze toch terug geruild hebben, maar dat blijkt niet zo te zijn. Integendeel, het probleem is groter geworden. De muntjes zijn weg. Ergens in de overdracht is het mis gegaan. Erik is er ook nu bij, en hij erkent dat ze samen schuldig zijn aan het verdwijnen van de muntjes. Mooi hoe Erik zijn verantwoordelijkheid hierin op pakt.

Maar ja. Nico heeft nu helemaal niks.

Ik doe ze een suggestie. Ik leg ze uit wat omdenken is, en wat “out of the box” betekent. De heren zijn beiden dol op filosofie. Dus dat snappen ze. Ze lopen vol goede moed weg.

Nog weer later staat Nico de derde keer voor me. Stralend. Ze hebben het opgelost.
“We hebben een getal onder de 10 gekozen!”
“Je ziet er zo blij uit, je hebt vast gewonnen.” zeg ik, en maak een metal note dat ik zo even moet kijken hoe het met Erik is.
“Nee”, zegt Nico, nog steeds stralend: “Erik heeft gewonnen. Maar het is nu wel opgelost.”

Wat een geweldig staaltje omdenken.

Waarom we geen les geven in Mens en Maatschappij

Mens en Maatschappij, daar geven we geen les in, bij ons op de Vallei.

Mens en maatschappij is namelijk niet iets dat je in een les kunt leren. Ook niet in twee lessen, zelfs niet in een heel goed uitgedachte serie.

Mens en maatschappij leer je door het te ervaren. Niet in een praktijkles, maar in het echt.

Op de democratische school Vallei maken wij met elkaar de samenleving. Elke dag opnieuw.

Voorbeeld.

Wat er vandaag gebeurde.

We zijn de rotzooi in de creatieve ruimte (de Crea) zat. Wij is het team en heel veel leerlingen.

Nu kun je dat oplossen door daar de hele dag een toezichthouder neer te zetten. Maar dat is lastig. Die toezichthouder kan dan geen workshop geven én toezicht houden.
(Ja dat kan als je alle kinderen verplicht mee te doen met de workshop, en dat doen we niet)

Dus vandaag riepen we alle kinderen bij elkaar die het ook zat waren. We gaan het anders doen.

Het oude systeem werkte zo: Iedereen heeft een ‘diploma’ om in de crea te mogen. En als je je rotzooi schopt ben je dat diploma kwijt.

Maar dat werkte niet. Want we hebben geen ogen in onze rug, en de rotzooi lijkt als een wervelstorm uit het niets te komen als je je even om draait. En niemand heeft het gedaan. En veel rotzooimakers houden zo hun diploma.

Dusss . . .

Draaien we het om. Niemand heeft een diploma. Je krijgt er pas eentje als je het verdient. En daar hoort dan bij dat je MET ELKAAR verantwoordelijk bent voor de ruimte. Een voor allen en allen voor een. Elkaar aanspreken dus. Want jij bent ook verantwoordelijk voor je buurman of buurvrouw.

Het was even stil, toen we de kinderen vroegen of dat een goede oplossing was. Ze moesten daar echt even over nadenken.

“Maar ik kan toch niet alles wat er gebeurt in de gaten houden?”, was de eerste vraag. Er werd geknikt. Dat was wel heel lastig, vond iedereen.

“Kijk eens om je heen”, zei ik.

Hier waren namelijk alle kinderen verzameld die last van hadden van de rommel in de crea. Kinderen die die last ervaren omdat ze de verantwoordelijkheid voelen. Maar ook onmachtig.  te onmachtig om e wat mee te doen.

De rouwdouwers waren even niet uitgenodigd. (Kan dat? Ja dat kan!)

De kinderen keken om zich heen. En de spanning gleed van hun gezichten. Dit was een club die je kon vertrouwen. Met deze club was dat best te doen, alles in de gaten houden. Ze zagen het voor zich en werden enthousiast.

“Maar als iemand het nou niet leuk vindt om door een mede-leerling aangesproken te worden?”
“Jongens, wie hier vindt dat een bezwaar?”, vroeg ik. Geen vingers.
Dat hoort vanaf nu dus bij het diploma. Je laat je net zo goed corrigeren door elkaar als door een begeleider.

“Dus iemand zonder diploma komt er niet meer in?” Ja. En dat zijn op dit moment nog alle andere leerlingen.
“En hoe hou je ze tegen?”
Dat zijn we meteen gaan oefenen. Vriendelijk maar stellig. En haal desnoods een begeleider er bij.
“Maar hoe kan een andere leerling een diploma krijgen?”
Dat was een goede vraag. Alle leerlingen zijn zeer betrokken. Er komen veel suggesties. Uiteindelijk kiezen we voor proefdraaien. Een groepje leerlingen mag een week lang laten zien dat ze het kunnen. Dan wordt er geëvalueerd.
Niet te veel leerlingen per keer. Zo kan de zittende club de nieuwkomers een beetje opvoeden.

En zo is er een nieuwe afspraak geboren. En er is een nieuwe ‘kring’ ontstaan, een groep kinderen en begeleiders die het mandaat van de schoolvergadering heeft om dit te regelen. We gaan beginnen. Er als het nodig is passen we dingen aan.

Dát is leren over mens en maatschappij.

En daarvoor is het nodig dat je alles mee maakt. Daarvoor is het nodig dat je ook de onvrede voelt. Anders is er geen motivatie om iets aan te pakken.

Gedoe is nodig, want van gedoe leer je samenleven. Niet van een lesje maatschappijleer.

Dus alsjeblieft géén klassenmanagement dat er voor zorgt dat alles geolied loopt.

Geen plan van aanpak om te voorkomen dat er gedonder is op het schoolplein.

Laat het gebeuren, geef ze kans om het zelf op te lossen, en begeleid dat.

Veiligheid zit in alles wat er al ligt aan afspraken. Alle die afspraken zijn op de manier tot stand gekomen als hierboven beschreven, en ze worden direct aangepast als de situatie dat vraagt. Elke leerling en elke begeleider heeft altijd de kans een voorstel te doen om het anders te regelen.

Via coachgesprekken (minstens 4 x per jaar, en vaak tussendoor contact) houden we een vinger aan de pols bij alle kinderen. Daarmee staan we ze bij in het echte leren: weten wie je bent, weten hoe je je verhoudt naar de mensen om je heen. Weten hoe je voor jezelf en anderen kunt zorgen.

Dat taal en rekenen is een eitje, daarbij vergeleken.

Ik werd heel blij van het proces van vandaag. Dit is waar we het om doen.

 

wij experimenteren wel!

De vrijheid die Laterna Magica de leerlingen biedt, vraagt ‘aan de achterkant’ volgens Van Valkengoed een strakke organisatie. Leraren en pedagogen moeten de kwaliteit voortdurend in de gaten houden en elke dag leren om het beter te doen. Als er problemen ontstaan, moeten die snel aan het licht komen en worden opgelost. Op Laterna Magica lukt dat voor een belangrijk deel dankzij de kleinschalige units met honderd leerlingen waarin de lerarenteams samenwerken.

“Wij experimenteren niet”, bezweert Van Valkengoed. “Door kennis, ervaring en onderwijsliteratuur hebben we de sleutels gevonden om het zo te kunnen organiseren. We weten wat we doen. Tegelijkertijd letten we erop ‘het zeker weten’ te voorkomen. We blijven voortdurend nieuwsgierig, stellen vragen en verbeteren. Een kind heeft maar een schooltijd en daar experimenteer je niet mee.”

 

Dit gaat over Lanterna Magica.

Uit de Trouw. Maar ik las dit ook al in het boek “10 scholen om van te leren”. Ik vermoed dat tot de vaste propaganda van de school behoort.

Ik gebruik heel insinuerend het woordje propaganda.

Ik wordt namelijk een beetje kriebelig van deze tekst. Ik vind het een kijk-ons-eens-professioneel-zijn tekst, een verdedig-tekst, een wij-hebben-alles-geregeld-tekst, een we-maken-geen-fouten tekst.

“Als er problemen ontstaan, moeten die snel aan het licht komen en worden opgelost”

Problemen mogen niet?

Lulkoek!

Als je geen fouten maakt, leer je niet. Als je als school geen fouten mag maken, mogen leerlingen dat ook niet.

Even voor de goede orde: Ik denk dat Lanterna Magica een hele mooie school is, en ik ben blij met dit soort alternatieven.

Ik werk ook op een hele mooie school. Ook wij doen niet zo maar wat. Ook bij ons is goed nagedacht. We denken elke dag nog steeds opnieuw na. Want elke dag lopen we tegen nieuwe dingen op. En daarbij maken we fouten.

En dan kunnen we heel mooi schrijven dat dat een voortdurend verbeterproces is.

Maar die stoere managementtaal verbloemt wat het echt is. Het is ploeteren, met je poten in de modder staan.

En dat is fantastisch!

Wij experimenteren wel.

Wij passen aan, proberen uit. En lang niet altijd weten we of het gaat werken, of hoe het gaat werken. Laterna Magica mag mij eens uitleggen hoe ze dat dan doen, dat nieuwsgierig blijven, als je het allemaal al weet.
“We experimenteren niet ”
“. . . hebben we de sleutels gevonden”

Het lijkt Coca Cola wel met hun oeroude geheime formule. Weet je, als je echt op weg bent kom je deuren tegen waar de sleutels nog voor gemaakt moeten worden.

Als je het hebt over de principes van natuurlijk leren. Prima. Die zijn bij ons ook verankerd. Vertrouwen op de eigen vermogens van het kind. Vertrouwen op het sociocratisch proces. Dat is ons geweten bij alles wat we doen. Maar ook daar durven we alles steeds weer te bevragen. Ieder van ons heeft het lef om joekels van fouten te maken. En vervolgens zorgvuldig om te gaan met het proces dat ontstaat. En dat levert schitterende dingen op.

quotebirdy (2)

 

En als je bedoelt dat je als school niet zo maar van alles in het wide weg doet . . .
Ook Prima! Heel goed. Doen wij ook niet.

Maar het lijkt een beetje alsof Lanterna Magica dit zegt om zich te verdedigen tegen de alles-moet-strak-geregeld-zijn cultuur.

Waarom?

Als er mensen zijn die geloven dat Natuurlijk leren een-lang-leve-de-lol onderwijsvorm is, laat ze dat lekker geloven. Als ze écht geïnteresseerd zijn komen ze er vanzelf achter hoe het echt werkt.

Je hebt helemaal geen stoere taal nodig om je school te verdedigen, of mooi neer te zetten. Vertel liever over wat er echt gebeurt, en laat het zien. Dat gaan wij ook doen als de inspectie komt.

vreemde vogels (1)

 

illustraties: beeld: Margreet Joosen, tekst: Jacob Jan Voerman / Verwonderfabels.

Blij met mijn collega’s

Dat je kennelijk zo vaak teleurgesteld bent dat je niet echt meer geloofd dat sommige dingen kunnen bestaan.

Wel in theorie, wel met de mond beleden,
maar als je het in het echt mee maakt,
nee . .
toch allemaal net niet.
Iets dat er op lijkt
maar het niet is
en je kunt het niet eens benoemen want niemand snapt het.
Dat je je mond er over houdt.
Dat je zelfs vergeet er over te dromen.

En nu zit ik in een team dat de dingen waar maakt waarvan ik bijna vergeten was dat ik er ooit in geloofde.

Wow!

Zo blij met de manier waarop we vandaag met elkaar communiceerden.  Met de dingen die we benoemden. Met alles wat er mocht zijn.

Ondanks dat we voor erg lastige dingen nog steeds de oplossingen niet hebben, ging ik gloeiend tevreden naar huis.

Dat.

Jezelf laten zien? Kun je dat leren?

 

Op onze democratische school de vallei lossen we alles op met praten.

Voor sommigen is dat lastig, dat schreef ik hier al.

En nu ga ik daar weer over schrijven. Omdat ik steeds nieuwe lagen ontdek.

Kijk, het zit zo.

Veel kinderen zitten bij ons op school omdat ze botsten met het systeem op andere scholen. Dat is ook zo’n beetje waarom er democratische scholen zijn, om de dingen te doen die in het reguliere systeem niet kunnen.

Je zou dus denken onze school systeemloos is.

Maar niets is minder waar. Wij hebben ook onze systemen. In de loop van de tijd ontstaan, op socratische wijze. Dat wil zeggen dat een voorstel aangenomen wordt als er geen overwegende bezwaren zijn. Het mooie is dat als een systeem niet meer werkt, er een motie komt om het anders te gaan doen.

En toch zitten er onder die veranderende systemen, een aantal uitgangspunten, en aannames die onveranderlijk zijn. Veel daarvan zijn helder en expliciet. Lees de schoolgids maar.

Maar nog weer andere zijn minder expliciet.

Eentje daarvan heb ik gisteren ontdekt.

Onze school werkt pas als je je laat zien.

Ik bedoel daarmee niet dat je extravert moet zijn, of dat je je moet onderscheiden. Met laten zien bedoel ik dat je je gevoelens niet moet verstoppen.

En dat is een lastige.

Want misschien voelt het nog niet veilig genoeg om die gevoelens te laten zien.

Maar als je ze te lang verstopt, dan wordt het juist onveilig als je ze NIET laat zien.

Dat is het dilemma dat ik ontdekte.

Het heeft te maken met de manier waarop we conflicten oplossen. Niet door te scheidsrechteren, maar door te kijken naar wat kinderen nodig hebben. Door te kijken naar het kind achter het gedrag. Maar als dat kind zich op dat moment niet laat vinden, dan houdt het op. Er zit dan niets anders op om toch te gaan scheidsrechteren. Dus er volgt een consequentie die dan wel heel erg lijkt op een straf gaat lijken.

En dat lost het niet echt op.

Zeker niet voor de andere kinderen die er bij betrokken waren. Die voelen zich in de steek gelaten. Want aan de consequentie hebben ze niet zo veel. Zij hebben zich in het proces wél laten zien, maar hebben het gevoel dat het niet is aangekomen. Ze missen nu het vertrouwen dat nodig is om op een fijne manier weer contact te maken met het onzichtbare kind.

Waardoor het voor dat kind nóg moeilijker wordt om zich te laten zien.

Ja, ik weet het.

Ook deze processen horen er bij.

En toch vind ik het lastig, als coach. Want ik voel me soms zo machteloos. Soms zou ik ook gewoon iets willen oplossen, zoals je een kus geeft op een zere knie.

We lossen op school alles op met praten. Als je dat niet kunt gaan we je dat leren.

Daar onder zit dus nog een laag. Praten alleen is niet genoeg. Je moet je laten zien. Ik ga nu ontdekken of dat iets is dat we kunnen leren aan kinderen.

En Ja!

Ik vind dus dat het iets is dat kinderen moeten leren.

vreemde vogels (11)

Foto: ©beeld en tekst: verwonderfabels

 

 

 

Goed is niet hetzelfde als fijn

“Het gaat goed”, zei mijn innerlijke stem
“Maar het voelt akelig!”, riep ik vertwijfeld terug.
“Dat is waardoor ik weet dat het goed gaat”, zei de stem.

Dit schreef ik toen ik nog heel erg zoekende was. Ik blogde veel, en dat hielp. Zo kwam ik in contact met mijn innerlijke stem, die ik mijn innerlijke fan ben gaan noemen. Dit is één van de gesprekjes die ik had. (Hier staat meer over die innerlijke fan Lees vooral ook de gedichten via de links.)

Sindsdien weet ik dat “goed” niet hetzelfde is als “fijn”.

En nog belangrijker: Ik heb het Niet-Fijne durven voelen.

Ik moest daar aan terugdenken toen ik allemaal oudermails langs zag komen. Over luizen, over spullen die verdwijnen. Er werd zorg uitgesproken, en er werd op elkaar gereageerd, en dat riep weer nieuwe vragen en zorgen op.

Ik liet alles binnen komen. En daar binnen werd er aan allerlei touwtjes getrokken. Het oude doe-ik-het-wel-goed? spook liet zich ook weer even horen, en die maakte het slapende hier-moet-iets-gedaan-worden monster los dat direct begon te roepen: “Hozen! De boot is lek!”

En toen kwam ik weer tot mezelf. De boot is niet lek. Het is Goed. En goed is niet hetzelfde als fijn. Goed kan soms ook akelig voelen.

Wát is er dan goed?

Het is goed dat alles er mag zijn. De ene menig, én de andere mening. De onrust, én de relativerende opmerkingen dat het wel mee valt. Het plan, én de bezwaren tegen dat plan. Ook het feit dat er nog geen oplossing is. Ook de frustratie die daar bij hoort. Het mag er allemaal zijn.

Dat hoort allemaal bij het proces. Dat zijn de ingrediënten die nodig zijn, om samen te leren, te werken en te leven. Dát is wat we kinderen leren. Niet, zoals ik laatst nog langs zag komen, in een serious game, nagespeelde sociale vraagstukken met multiple choice vragen om kinderen sociale vaardigheden te leren. Wij kiezen voor het aan den lijve ervaren. Obstakels tegen komen, en ontdekken hoe je ze zelf aan kunt pakken.

En nu maken ouders aan den lijve mee wat hun kinderen mee maken.

En dat is goed. En goed is niet altijd fijn.

De mails laten mij niet koud. Net zo min als de vervelende dingen die ik hoor van kinderen, of via ouders. Dat ik dat niet wil . . . dat ik daar wat aan wil doen . . . dat ik daar al mee bezig ben . . . dat we daar allemáál hard mee bezig zijn. . .  

Dat hoort er ook allemaal bij. Net zoals het feit dat het tijd kost. En dat we daar dan weer last van hebben.

Maar de boot is niet lek. Ik ga niet meer vanuit angst reageren. Het is wat het is, en we komen er uit. En daar leren we van.