I am Groot!

Als trotse papa ga ik naar de open dag van de fysiotherapiepraktijk waar mijn dochter  PMT’er is.

Thema van die dag is NAH (niet aangeboren hersenletsel).

Eén van de lezingen wordt gegeven door een logopediste. Zij helpt mensen met afasie door middel van muziek. Mooi hoe de hersenen werken. Ik las het ooit al bij Oliver Sacks, die ontdekte dat muziek ook helpt om mensen met Parkinson vloeiender te laten bewegen.

De logopediste legt uit dat ze mensen die helemaal niet meer kunnen praten zo tóch een zinnetje kunnen zeggen. Een man wilde bijvoorbeeld zelf de telefoon kunnen opnemen, en oefende, met behulp van een deuntje: “Ik haal mijn vrouw even.”

Mijn fantasie gaat altijd aan de haal als ik luister naar verhalen.

Mijn gedachten dwalen af naar de film “Guardians of the Galaxy”. Een superhelden SF film. Een van de figuren is een levende boom (een soort Treabeard ja). Hij kan praten, maar zegt bij alles maar één zinnetje: “I am Groot!” Dat is bij kenners een hele Meme geworden. Er is zelfs een steracteur aangetrokken om dat ene zinnetje in te spreken.

gotg-groot-poster

Als ik ooit afasie krijg, wordt dát mijn zinnetje.

Ik zie het voor me, hoe ik mijn mantelzorgers (verplegenden zijn er dan niet meer) toespreek met “I am Groot!”

Mijn fantasie is erg levendig en ik kan mijn lachen amper in houden, daar bij die lezing.

Kan dat, vaag ik me meteen af, hier een grap over maken?

Ik hoop dat ik, als er iets met me gebeurt, het met humor tegemoet kan treden. Ik zou het écht doen, denk ik, dit zinnetje leren. Natuurlijk is “Ik hou van je” een belangrijkere boodschap, maar dat kan ook zonder woorden.

Liefde en Humor. Als veel weg valt, hoop ik dat te bewaren.

Waarom toeschouwer zijn meer is dan je denkt

I think it pisses God off if you walk by a colour purple in the field somewhere and don’t notice it.

The colour purple, Alice Walker

 

Het boek kwam per ongeluk bij me. Ik was in Amsterdam op een zondag (ik weet niet eens meer waarvoor), liep door de winkelstraten, en zag tot mijn verbazing dat de Engelse boekwinkel open was. Het boek was nog niet verfilmd. Ik weet ook niet meer waarom het boek me opviel, maar ik kocht het.

DSCN5413

Ik was toen erg van andere culturen en heftige verhalen. (Ik denk dat ik net “The bone people” van Keri Hulme uit had.)

De zin hierboven zit al jaren in mijn hoofd.

Niet voor niets, denk ik.

Ik ben toeschouwer.

Ken je dat? Dat je zoekt naar je kern? Dat je probeert met één woord te vangen wat je hier komt doen op deze aarde. Soms vind ik het onzin. Soms doe ik mee. Als ik mee doe is mijn woord ’toeschouwer’.

Ik voel me Saliéri in de film Ammadeus. Hij werd verteerd door jaloezie, omdat hij, die in zijn botten voelt hoe geniaal Mozart is, hij die als enige snapt wat er gaande is in die muziek, zelf een middelmatige musicus is.

De jaloezie heb ik niet (meer).

Het weten, het zien en het voelen heb ik wel. De schoonheid van de wereld komt vaak overweldigend binnen.

En dan denk ik: “Wat fijn dat er tenminste iemand is die het ziet, voelt, waardeert.

Misschien is dát wel mijn functie.

 

 

Ik ben het riet dat trilt op jouw adem.

Jij bent de klankkast voor mijn snaren.

Ik ben het stofdeeltje dat glinstert in jouw zonnestraal.

Jij bent het lakmoes van mijn hart.

Jij bent mijn spiegel, ik jouw schaduw, echo voor elkaar.

Ik dicht jouw tederheid.

Jij danst mijn verlangen.

Ik schilder jouw moed met felle streken.

Jij zingt zacht mijn ongesproken woord.

Wij zijn allen podium en tempel.

Ons wezen is

toeschouwer en artiest,

in beide zijn wij schepper.

 

 

 

toetsen, ja maar hoe?

Mijn kinderen zaten op atletiek.

Het mooie van die sport is dat je met wedstrijden vooral tegen jezelf strijd. Je kijkt of je je eigen persoonlijke records kunt breken. Of je deze keer wel over die 1.30 komt bij hoogspringen.

Als dat lukte konden mijn kinderen daar blij om zijn. Eerste worden was ook leuk, maar toch minder belangrijk.

Dát is wat mij betreurde toen ik het verhaal hoorde van Cito commissaris Jan Wiegers.

Ik hoorde dat er aandacht was voor toetsen, om te zien hoe ver je bent in een vak. Mooi ook dat deze voortgangstoetsen ingebakken zitten in een methode. Dan kunnen  leerlingen in een eigen tempo aan de stof werken.

Maar waarom hoor ik dan dat het ook heel belangrijk is om te zien hoe kinderen presteren in verhouding tot leeftijdgenoten?

Waarom is dat belangrijk?

Ik snap het wel. Die neiging om je met anderen te willen meten. Die atletiekwedstrijd wordt ook afgesloten met een podium voor nummer één twee en drie.

Maar als het gaat om de prestatie die geleverd is op zo’n dag, weet iedereen dat die persoonlijke records belangrijker zijn.

De voortgang ten aanzien van het doel is toch belangrijker is dan de positie ten opzichte van een gemiddelde?

Waarom zo die nadruk op normering?

Waarom zo die nadruk op voldoen aan externe normen?

Leerlingen kunnen zichzelf heel goed doelen stellen.

Daarmee is de leerling de belangrijkste afnemer van een toetsbureau.

Niet de overheid.

Niet een schoolbestuur.

Niet de leraar.

Maar de leerling moet iets aan de toets hebben.

De leerling moet weten waar hij staat ten opzichte van zijn doel.

De leerling heeft er weinig aan te weten waar hij staat ten opzichte van zijn leeftijdsgenoten.  Die hebben andere doelen. Die leggen het traject in een ander tempo af. Die hebben op verschillende momenten verschillende focus.

Dát is passend onderwijs.

Dus waarom die grote aandacht voor de normering?

De school waar ik vrijwilliger ben werkt met een zelf ontwikkeld leerlingvolgsysteem. Omdat dat biedt wat de Cito niet kan. Een leerlingvolgsysteem waar de inspectie zeer over te spreken is.

Ze zijn met de Universiteit bezig om het uit te breiden naar 20 century skills. Om te beschrijven wat leerlingen allemaal kunnen. Niet om te zien of ze voldoen aan een gemiddelde norm.

 

leren is kwetsbaar

Leren is dubbel.

Nieuwe dingen ontdekken, aha erlebnissen, vallende kwartjes, ontroerende momenten.

Dat zijn de jubelmomenten van het leren.

Maar er zijn ook die andere momenten.

De momenten waarop je wilde dat je het net even anders had aangepakt.

De momenten waarop je beseft dat je iets wil, maar niet kunt.

De momenten waarop je niet weet hoe je iets moet aanpakken.

 

Wat ik dus echt niet weet is wanneer het wel en wanneer het geen goed idee is om mijn CI’s uit te doen. Maandag deed ik het, en het leverde iets op. Dinsdag wilde ik het, maar er kwamen zoveel vragen op me af, dat ik besloot het niet te doen.

Achteraf vraag ik me af of ik niet had moeten doorzetten. Ik weet het niet.
Zo zijn er veel dingen waarbij ik niet weet of ik het goed aanpak.

Niet erg.

Dat is leren.

Maar het zijn dus niet de jubelmomenten van het leren.

Die momenten toestaan, is een heuse klus voor iemand die een stiekeme perfectionist is.

(Dat stiekeme is omdat ik weet dat perfectionisme niet goed is, en ik dus niet perfect ben zolang ik die eigenschap bezit.)

 

Wel goed om te beseffen dat kwetsbare gevoel. Want ook kinderen kennen naast de jubelmomenten de kwetsbare momenten.

Ik weet nu wat daar bij nodig is.

Vertrouwen.

Ik bedoel.. ik kan best tips gebruiken, een beetje structuur (mental note: daar nog een blog over schrijven), adviezen, informatie, training…

maar bovenal heb ik vertrouwen nodig.

Om die kwetsbare momenten toe te staan. Want die momenten geven mij al heel veel informatie en training. En van daaruit kan ik mijn eigen tips en adviezen ontwikkelen.

En over die structuur volgt dus nog een blog.

 


 

Dit stuk is een deel van mijn zoektocht naar een rol voor mij in het onderwijs met mijn slechte gehoor, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

 

soms wil ik de zaal uit rennen

Ik ben zo vaak in gedachten dat de hele wereld mij ontgaat. Eén indruk is stof genoeg voor een halve dag. Dus al die andere indrukken mis ik dan.

Ik kan niet goed multitasken, zodat er koude koffie en andere half afgemaakte dingetjes in huis zwerven.

Weinig opmerkzaam vind ik mij, en ik koppelde dat tot voor kort aan ongevoelig.

Gisteren schreef ik al over dat anders-denken stukje (dat woord hoogbegaafd ligt me nog steeds niet lekker). Vandaag sta ik even stil bij de hooggevoeligheid.

Ik voel te veel, en kennelijk is het mij gelukt om dat uit te schakelen. Het laatste jaar laat ik meer toe, en dat is behoorlijk verwarrend.

Ik was laatst bij een lezing waar ziektes in voor kwamen, en ik voelde me opeens heel erg ongemakkelijk. Ik zat midden in het publiek, en kon niet weg, maar dat had ik graag gewild. Een bijzondere gewaarwording voor mij, dat ik fysiek voel dat ik een ruimte uit moet.

Ik voel steeds vaker tranen. Niet van verdriet, maar van ontroering.

Nou ja, ook van verdriet.

Heel langzaamaan begin ik het piekeren in te ruilen voor het voelen. Niet zonder strijd. Want ongemak voelen is niet iets wat me goed af gaat. Helemaal niet omdat het zo makkelijk weg te drukken is met een fijn potje piekeren.

Ik heb er wel eens les in gehad, in voelen. Dan werd ik vanuit mijn angst naar dat gevoel begeleid, en dan bleek dat best mee te vallen.

Maar soms valt het gewoon niet mee. Soms is het ongemak zo groot dat ik de zaal uit wil rennen. En wat doe je dan als de hele wereld de zaal is?

 

 

 

Dit gaat niet over hoogbegaafdheid

Je zit in een grote collegezaal.

De docent doceert, en stelt af en toe controlevragen, die de hele zaal door middel van hand-op-steken beantwoordt.

Iedereen geeft het verkeerde antwoord.

En de docent rekent het verkeerde antwoord nog goed ook.

Niet één keer, maar voortdurend.

 

Wat doe je?

Stem je mee met het kudde volk?

 

Het was een psychologie experiment dat ik ooit tijdens mijn studie zag. De testpersonen gingen stuk voor stuk mee stemmen met de verkeerde antwoorden.

Wat dom, dacht ik.

Ik had niet door dat ik precies hetzelfde aan het doen was.

Al jaren.

En ik zou het daarna nóg jaren doen.

 

Gisteren was ik op een open dag bij Feniks Talent, een organisatie die getalenteerde drop outs begeleidt.

Ik hoorde de verhalen,

en herkende meer dan me lief was.

De laatste twee jaar ben ik aan het ontdekken dat ik niet te weinig voel, maar te veel (als ik het toe laat).
Dat ik geen sukkel ben maar misschien juist te slim.

Hooggevoelig, en hoogbegaafd. Beladen woorden die ik liever niet gebruik, maar god, wat herken ik veel.

En wat heb ik me verstopt.

Ik heb zelfs in mijn eigen vermommingen geloofd.

 

Ik red me wel nu.

Ik leer opnieuw voelen (en merk dat ik veel meer grenzen over ga dan ik voor mogelijk hield.)

Ik leer opnieuw mijn eigen antwoorden geven.

 

Maar wat nu als het leven harder terug slaat?

Ze komen uit het hele land naar Feniks. Het ligt niet handig, daar onder Eindhoven, maar ze hebben er de reis voor over. Het is kennelijk hard nodig, die begeleiding.

En dat is dus nog maar het topje van de ijsberg.

Want aan mij heeft de omgeving nooit iets bijzonders gemerkt, anders dan dat ik in meerdere banen mislukte. Niet zo veel aan de hand dus, maar echt productief ben ik in mijn werkzame leven tot nu toe niet geweest.

 

Als je denkt dat passend onderwijs het antwoord is,

denk nog eens.

Hoe kan onderwijs passend zijn als alle verschillen die we aan de toegangspoort toestaan, bij de uitgangspoort weggewerkt moeten zijn?

 

Hoe lang gooien we nog geld levens weg?

kwetsbaarheid in het onderwijs

Ik ga er niet te veel over zeggen.

Trainers moeten hun mond houden over wat er in een groep gebeurt.

Ik ga wel zeggen dat ik heel trots ben op de directie en teamleiders van de ex-middelbare school van mijn kinderen (ze zijn inmiddels uitgezworven)

Ik begon de dag met de TED talk van Brené Brown.

En in die sfeer zijn ze aan de slag gegaan.

In vertrouwen hebben ze met elkaar gedeeld wat ze willen, waar ze tegen aan lopen, hoe ze willen groeien.

Ik heb tot twee keer toe tranen achter mijn ogen voelen prikkelen, en dat zegt genoeg denk ik.

En hoe stoer is het als de directie zich op zo’n dag onderdeel maakt van het proces.

“Doe jij onze hele studiedag maar”, zei de directeur tegen mij. Wij willen hier niet in sturen. En die houding heb ik nog een paar maal mee gemaakt. Een directeur die dingen aan ziet komen, en het lef heeft om te wachten tot het gebeurt. Omdat hij vind dat het van zijn mensen moet komen.

Ik vind het erg mooi, en ik ben supertrots op die school waar mijn kinderen vandaan komen.

 

 

2014-11-03 10.26.54
Die notitieblokjes waren om elkaar geschreven complimentjes te geven. Die werden in de middag in grote hoeveelheden uitgewisseld. Hoe gaaf is dat?

 

En wat wél gelukt is

Ik geloof dat het januari 2013 was.

Zo niet, dan toch, want januari is een mooie maand voor de start van een Waanzinnig Plan.

Marcel van Driel vroeg naar plannen voor een boek dat hij aan het schijven was.

Ik schreef dat ik dat zelfde jaar nog op een podium wilde staan, met mijn eigen geschreven theaterstuk.

Dat was mijn waanzinnige plan.

En dat is gelukt.

Het is vooral gelukt omdat ik het zelf geweldig vond om te doen.

Het is gelukt omdat het plezier vele hoogtes boven de spanning uit steeg (en die waren hoog!)

Het is gelukt omdat ik mooie, ontroerende reacties kreeg.

Het is gelukt omdat ik schitterende mensen heb ontmoet.

Het is gelukt omdat ik springend en struikelend vele drempels genomen heb.

 

Ik heb mezelf los gezongen.

Ik heb het ‘ooit’ en het ‘misschien’ bij de lurven genomen.

Ik heb met mijn oude angsten gedanst.

Ik heb me laten inpakken door nieuwe angsten.

En ik heb mezelf weer uitgepakt.

Ik heb het cadeau ontvangen.

cadeau