Balans is niet het midden

Ik ben doodmoe, na twee dagen Vallei.

En toch mis ik het.

Als introvert is het alleen zijn, met mijn gedachten, mijn natuurlijke habitat.

Mijn gedachten, gevoelens en fantasie lijken een eindeloze bron.

Maar in het jaar dat ik aan mijn theater werkte, en niet zo heel vaak mensen ontmoette, merkte ik dat zelfs die bron kan opdrogen.

Ik heb het contact ook nodig. Ik moet leven, meemaken, voelen. Op de Vallei herontdek ik mijn speelse kant. Het voelt alsof ik wakker gekust wordt, daar. Maar ik heb de rust en de stilte ook heel hard nodig.

Die balans ben ik nu aan het ontdekken. Niet het midden, maar het heen en weer gaan tussen de uitersten.

En dus toestaan dat ik soms de neiging heb helemaal weg te kruipen. Verdwijnen in een boek. In beslag genomen worden door niets. De horizon opzoeken in een wandeling.

Ik krijg zelfs weer zin in programmeren. Dat was een nerdy hobby van mij. Helemaal in beslag genomen worden door de uitdaging om een spelletje te programmeren. Die lekker makkelijke wereld waar alles voorspelbaar is, waar alles precies zo gaat als jij dat wil.

Een beetje zoals dit. (Lezen! dit is één van mijn mooiste hink-stap-sprongen)

Ik weet nu dat ik beide kanten van mezelf moet koesteren.

 

 

 

 

 

drie vormen van leren

Leren zonder de basis kwijt te raken, hoe doe je dat?

Dat is de #kommaarop vraag van deze maand.

Mijn vraag is, hoe kun je met leren de basis ooit kwijtraken?

Is het dan nog wel leren?

Agnes verduidelijkte het door aan te geven dat de theorie die ze leert haar weg haalt bij haar gevoel.

Oh.

Ja.

Theorie.

Maar theorie is maar een onderdeel van het leren.

De school waar ik nu ervaringen op doe heeft een pracht systeem.

De Vallei onderscheidt drie soorten leren.

 

– spelend leren

Leren zonder van te voren bedacht doel. Gewoon doen. Spelen, het liefst.

Want je kunt natuurlijk niet niet leren. En als je doet wat je leuk vindt leer je over wat jou interesseert. En omdat je het leuk vindt, sta je helemaal open en leer je je te pletter.

 

– onderzoekend leren

Leren gericht op een onderwerp. Dus wel met een uitgangspunt, een idee. Maar het proces is belangrijker dan het doel. Dus mag je gerust afdwalen. Misschien kom je onverwacht iets tegen dat nóg leuker is. Focus, maar geen oogkleppen.

 

– meesterschap leren

Leren met een vooropgesteld doel. En dat doel staat nu voorop. Het proces is nu ondergeschikt aan het doel. Hier komt de discipline om de hoek. Die kun je ook vol houden, want je hebt een doel voor ogen. Afzien mag ook, hier.

 

Uitsluitend bij die laatste vorm van leren kan ik me voorstellen dat de theorie je af leidt van je gevoel. Maar de basis kwijt raken….? Die basis was er toch toen je je doel formuleerde? Dat doel draagt toch bij aan die basis?

Ik kan me een leertraject voorstellen waarbij ik tijdelijk kwijt ben waarom ik de dingen leer die ik leer. Dat er kennelijk tussenstappen nodig zijn waar ik niet direct het nut van zie. Zo’n leerpoces vraagt heel veel vertrouwen van de begeleider. Want die begeleider neemt mijn verantwoordelijkheid tijdelijk over.

Die begeleider moet dan wel weten

– wat mijn doel is
– wat ik nodig heb om daar te komen (dus niet: wat er nodig is om daar te komen)

Dat is geen kattepis.

Zoek voor meesterschapsleertrajecten dus een begeleider/leraar/coach uit, die snapt welke verantwoordelijkheid hij op zich neemt.

En blijf spelen.

Want spelen is leren.

 

heb ik het nog nodig, mij speciaal te weten?

Er bij willen horen en toch uniek zijn. En dan ook nog leuk uniek zijn, natuurlijk.

Dat het een troost is dat je merkt dat andere mensen net zo uniek zijn als jij.

Maar ook een domper.

 

normalen

Het wordt tijd dat ik de verbondenheid die ik soms kan voelen wat breder maak.

Dat ik de verbondenheid niet beperk tot de mensen waarbij ik herkenning en erkenning kan vinden.

Dat ik mijn “uitgesloten voelen” heel.

Want vanuit dat “uitgesloten voelen” bouwde ik mijn eigen vesting. Om de pijn niet te voelen maakte ik er een speciale plaats van. Als een kind die zich een hut bouwt. Alleen toegankelijk voor zij die het geheime wachtwoord kennen.

De vraag is, heb ik het nog nodig, mij speciaal te weten?

Mag ieder ander net zo speciaal zijn, zonder dat mijn speciaal zijn daar onder lijdt?

Ik denk dat ik er aan toe ben om dat te kunnen voelen.

Het is immers niet meer dan het inzetten van de gave van het plaastvervangend genieten.

Als ik mij verbonden voel met jou, dan is jouw gave ook mijn vreugde. Met de kinderen op de Vallei lukt dat al.  Maar het kan nóg breder. Ik kan trots zijn op alles wat er in de wereld gebeurt, omdat het mijn wereld is.

En waarom niet?

Mijn hart is ruim genoeg.

Dit is een nieuw soort bescheidenheid die voorbij gaat aan de zelfontkennende bescheidenheid.

andere kant

 

Dat is heelheid voelen.

 

 

Dramatiseren is niet nodig

Ik heb een nieuwe leeshobby.

Biografieën.

Heel bescheiden nog hoor.

Het begon met die van van Willem Elschot. Bijzonder, omdat zijn leven synchroon loopt met de boeken die hij schrijft, én omdat hij in zijn privé leven de commerciële schurk is die hij zo meedogenloos portretteert.

Het is niet alleen de geschiedenis die me boeit, ook niet het feit dat het echt gebeurd is. Dus wat dan nog meer?

Een soort voyeurisme? Ik lees nu een biografie over Anton Bredius. Een zonderlinge man die in kasteel Hernen  woonde, en boeken en ikonen verzamelde van en over Byzantium. Ik kom vaak langs dat kasteel, het ligt hier vlakbij, en ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen toen ik ontdekte dat er een boek geschreven was over een man die in zijn eentje in dat kasteel woonde (van 1966 tot 1982).

Of is het de speurtocht, waar de biograaf verslag van doet? Het feit dat die verhalen, vaak met veel moeite, geconstrueerd zijn met behulp van een onwaarschijnlijk aantal feitjes uit vele bronnen. Mooi ook om te lezen hoe de biograaf de leemtes probeert in te vullen met educated guesses.

Dat allemaal, en nog iets anders . . .

 

Ik ben beelddenker.

Daar kwam ik pas laat achter. Ik hou zo veel van taal dat ik dacht, ‘Ik kan nooit een beelddenker zijn’ Wel dus.

Die biografieën zijn verhalend geschreven, maar het zijn geen romans. Dat betekent aan de ene kant dat het verhaal soms wordt opgehouden door te veel feiten. Maar aan de andere kant gaat het verhaal sneller, omdat het niet opgehouden wordt door allemaal dramatische scenes.

Ik mis dat drama helemaal niet, ik bedenk dat er zelf allemaal wel bij. De levens waar ik over lees zijn spannend genoeg. Een tip van de sluier, een paar gegevens, geven mij genoeg stof voor een film in mijn hoofd.

Al dat drama zit mij soms in de weg. Ik wil zelf mijn beelden maken. En mij niet alleen. Een leerling (ook beelddenker) verwoordde het ooit zo: “Ik heb niks met boeken. Ik lees iets, en krijg daar direct allemaal beelden bij. Dan lees ik verder, en ontdek dat de beelden die de schrijver oproept niet passen bij de beelden die ik in mijn hoofd heb. En voor beiden heb ik geen plek in mijn hoofd. Ik dwaal gewoon te veel af om mijn gedachten bij het boek te houden.”

Ik ben zelf geen schrijver.

Ik ben wel verteller. Ik maak zelf verhalen, en ik heb zelf de neiging om de toehoorder alleen die informatie te geven die ze nodig hebben om zelf het verhaal te construeren in hun hoofd. Die informatie wil ik niet altijd inpakken in mooi geschetste scènes. Zoals ook de biografieën die ik lees heel zakelijk verhalend kunnen zijn.

Ik wil niet te veel voorkauwen. Dat de lezer/luisteraar zelf zijn verhaal moet kunnen maken.

 

P.S.

In een eerder versie van dit blog had ik het over “show don’t tell” in plaats van dramatiseren. Maar dat dekt de lading niet Show don’t tell kan heel klein, zonder dramatisering. Waar het mij om gaat dat verhalen voor mij best kaler mogen zijn.

Denk ik.

Ik heb wat meer input nodig, dus nu ga ik niks meer aan dit blog veranderen. Eerste de reacties afwachten en dan een vervolgblog.

 

P.P.S.

Deze (autobiografieën las ik)

Willem Elschot

Anton Bergman

Marten Toonder (autobiografie)

Karel van de Woestijne 

Anton Bredius

op wensenlijsje

Marten Toonder biografie

 

Over bloggen en focus

En datti er niet hoeft te zijn, die focus.

Datti soms goed is en soms ook helemaal niet, die focus.

Datti je een tijdje richting geeft, maar dat je soms ook wel eens dat andere paadje in wil, en die focus een keurslijf wordt.

 

Een korte geschiedenis van het voorafgaande, ofwel mijn gezwabber op mijn blog, in Tante Betje stijl:

Het begon allemaal met bloggen over mijn werk: slechthorenden begeleiden op het werk.

Toen wilde mijn baas dat ik stopte met bloggen, want ik schreef te persoonlijk. (Ja, echt waar)

Toen ben ik elke dag gaan bloggen, over alles wat me bezig hield.

Toen vond ik dat mijn blog me moest helpen met geld verdienen, theater, verhalen en communicatie.

En daar was die focus voor nodig. En het mocht ABSOLUUT GEEN Tante Betje zijn, niet qua stijl, én niet qua inhoud. Dus alleen als ik iets groots en meeslepends meemaakte, mocht het in mijn blog; en alleen in prachtige zinnen.

Toen baalde ik daarvan, van dat keurslijf en ging ik weer lekker overal over bloggen.

Toen vond ik een democratische school waar ik verliefd op werd. En een tijdlang blogde ik amper over iets anders.

En daarmee kroop die focus er weer in, en zei het stemmetje in mijn hoofd: Als je nu over iets anders gaat bloggen, raak je de lezers die in onderwijs geïnteresseerd zijn kwijt.

 

Ja daag!

Dat wil ik dus niet meer, op die manier denken.

Dit blog is wie ik ben, en ik heb soms focus, en soms helemaal niet. Dat dat een contradictio in terminis is, kan me helemaal niets schelen.

Ik blog over wat ik leuk vind. Punt.
Dat is nog steeds heel veel over het onderwijs.
Dat gaat straks ook weer over vertellen en theater.

Maar het is soms ook keukentafelklets. (Nee, geen borrelpraat, in een kroeg kom ik niet, want daar versta ik niets)

Dus nu ga ik een blog schrijven over lezen, en een vreemde nieuwe liefde daarin.

 

zomaar

Stel nou dat

Stel nou dat zomaar

stel nou dat zomaar zonder

Stel nou dat JIJ zomaar zonder

Stel nou dat jij zomaar zonder dat je er wat voor doet

Stel nou dat jij zomaar, zonder dat je er wat voor doet, welkom bent op deze wereld.

 

Kan dat bij jou binnen komen?

Ik zeg het je, nu.

Jij bent welkom op deze wereld.

Wat fijn dat je er bent.

 

Komt dat binnen?

In je hart?

Of spelen je hersens poortwachter?

Omdat die je vertellen dat ik zomaar iemand ben die dit tegen je zegt.

 

Dan heb ik een vraag aan die hersens.

Hoe komen ze er bij dat ik zomaar iemand ben?

Hoe komen ze erbij dat ik dit zomaar tegen je zeg?

Hoe komen ze erbij dat ik jou moet kennen, om de boodschap waar te laten zijn?

(Moest je er tóch iets voor doen dan?)

En wat is de wortel van 9801?

 

Terwijl de hersens daar mee bezig zijn

open jij je hart

want dat verstaat:

Wat fijn dat jij er bent

Zomaar zonder dat je er wat voor doet is het goed dat jij er bent.

 

 

Voorbij de etiketten

Iemand heeft met een permanent marker op een whiteboard zitten schrijven.

En je hebt niet zo’n flesje met glassex-achtig spul. (Die flesjes werken trouwens helemaal niet zo goed).

De truuk: met een wihiteboardstift over de tekst schrijven en dan meteen vegen. Dat werkt, want in die whiteboardstift zit oplossmiddel.

Stift weghalen met een stift.

Soms heb je ook etiketten nodig om etiketten weg te halen.

‘Dyslectisch’  is een stuk beter dan ‘dom’.

‘ADHD’  is beter dan ‘druk’ en ‘irritant’.

‘Introvert’ is beter dan ‘verlegen’ of ’teruggetrokken’

Etiketten, diagnoses, typeringen kunnen bevrijdend werken.

Reframe

Met andere ogen kijken naar jezelf. Het etiket krijgt niet alleen een andere naam. Je kunt met die nieuwe naam op een heel andere, minder veroordelende manier naar jezelf kijken.

(H)erkenning

Je bent niet de enige. Er zijn meer mensen zoals jij. Deelgenoten. Herkenning. En Erkenning. Eindelijk word je gezien. Alleen mensen die de ontroering gevoeld hebben bij deze ontdekking snappen waar ik het over heb.

Taal en handvatten

Het feit dat het een naam heeft, geeft je een taal om uit te leggen hoe je in elkaar zit. Anderen worstelen met dezelfde dingen, en kunnen je dus handvatten geven om er mee om te gaan.

Soms is er nog een andere reden voor een etiket, maar die vind ik het twijfelachtig: iemand een etiket te geven, alleen omdat er dan financiering is voor begeleiding.

 

Er zit wel een grens aan het nut van de etiketten. Omdat een mens meer is dan zijn etiket. Maar ook voor al die mensen die van alles een beetje hebben, nergens bij horen, en dus steeds opnieuw tegen onbegrip oplopen omdat ze geen woorden hebben om uit te leggen hoe ze zich voelen.

 

Wat zou het mooi zijn als we de volgende stap konden zetten.

Dat we ook zonder een etiket op een andere, mildere manier naar ons zelf kunnen kijken.

Dat we ook zonder etiket gezien worden, ons verbonden weten.

Dat we ook zonder een etiket een taal vinden waarmee we kunnen uitleggen wie we zijn.

Dat we altijd en overal iemand als uniek kunnen zien.

Dat we altijd en overal op zoek blijven naar wat goed voelt in de omgang met elkaar.

Dat we nooit meer uitgaan van een one size fits all.

 

Ik hoop dat we het whiteboard kunnen vervangen door een schilderdoek.

 

 

over rechts Nederland, iets met splinter en balk

Ik las een stuk van the Post Online.

Ja zo heel af en toe doe ik iets politieks.  Het is gezonder dat ik er buiten blijf maar ik kan het niet laten. Ik wil zó graag de nuance terug. 

Die nuance is niet alleen ver te zoeken. De nuance is persona non grata in de discussie op internet. Zodra je in één van beide kampen vraagtekens zet bij wat daar de gangbare mening is, behoor je bij de vijand.

Dit is het stuk: “Waarom zijn er zoveel Gutmenschen in Nederland?”.

Een diepgewortelde reflex bij links om elk verdacht geluid uit rechtse hoek in de kiem te smoren? ….. Dieperliggende vraag: hoe kan deze reflex zó doorschieten?

En daar zit wat in. Dat ‘links’ een kliek is. Die de rijen sluit.

Maar lees de reacties onder het stuk eens.

De linxe kerk heeft veel geleerd van de vorige bezetting; met staatspropaganda kun je alles doen. En slim als ze zijn, hebben ze ook de scholen en universiteiten in handen en daarmee de volgende generatie staatspropaganda veilig gesteld. De volgende stap is dat ze het min of meer vrije internet ook kunnen dicteren en uiteindelijk vinden we s avonds een krantje op de mat, met daarin het echte nieuws. Net als tijdens die andere bezetting. We leven in een tijdperk van hebzucht en al onze vrijheden en verworvenheden sneuvelen.

Daar is de nuance al weer zoek. Ook hier praten gelijkgestemden elkaar weer naar de mond. Ook hier springen mensen weer achterop bij anderen, omdat het veilig is je ergens bij aan te sluiten.

De reflex tegen de reflex is ook al weer aan het doorschieten. Hier bij The Postonline valt het reuze mee. Er wordt geargumenteerd, (soms wel erg kort door de bocht) en de toon is redelijk.

Maar bij GeenStijl zijn de grenzen al lang zoek. Daar is zelfs een zeer strakke censuur aanwezig.

Ook de ‘rechtse’ kliek sluit de rijen.

 

Om die rijen aan beide kanten open te breken is moed nodig.

Moed om naar jezelf te kijken.

Want als ik de reacties lees kan ik heel scherp aantonen waar ze te kort door de bocht gaan. Het wemelt er van de drogredenen. (Zie ze hier op een rijtje).

Maar nu.

Als ik heel eerlijk ben.

Zie ik die drogredenen ook zo snel als ik iets lees waar ik het hartgrondig mee eens ben?

Ik vind dat mensen te weinig naar elkaar luisteren, en te vaak in de verdediging schieten.

Maar nu.

Als ik heel eerlijk ben.

Luister ik wel, als ik iets hoor waar ik het heel erg niet mee eens ben?

Neem nu deze reactie (ook te vinden bij dat stuk van The Postonline)

Zou het onderbuik-volk de Islam omarmen, dan werd de Islam een bedreiging. Zou het volk van Sinterklaas en Zwarte Piet af willen, dan zou dat als anti-Nederlands gedrag worden veroordeeld.

Ik kan dat heel makkelijk af doen als drogreden, het lijkt namelijk veel op het gebruik van het Hellend Vlak.

Maar luister ik dan naar wat de schrijver er mee wil zeggen?

Nee.

Ik heb een excuus gevonden om dit niet te horen.

De werkelijkheid is dat ik natuurlijk ook selectief kijk.

Dat ik ook mijn triggers heb.

Dat ik daarmee ook rijen sluit.

Dat ik inderdaad Gutmensch trekjes heb.

(Ik wil daarbij wel even zeggen dat ik lang niet alle Gutmensch trekjes negatief vind)

 

Dat is waarom ik af en toe een politiek stukje schrijf.

Omdat ik vind dat we ons zelf moeten durven blijven bevragen.

Omdat we het gesprek weer op gang moeten krijgen.

Die rijen moeten open.

 

 

Als het allemaal niet lukt

Dat het allemaal niet lukt zoals je wil.

Er zitten drie blogs in mijn hoofd, en ze willen er niet uit.

Ik heb ideeën voor lessen op de Vallei, maar ze komen net niet uit de verf.

Ik maak een verhaal voor iemand, maar ik mis dat gevoel dat het ‘klopt’

En daar dan vrede mee hebben. Dat is nog een hele opgaaf.

 

Mijn dochter is in paniek omdat ze voor haar studie een essay moet inleveren, en ook zij zit vast.

Ik kon er voor mijn dochter zijn.

En even voelde ik hem zelf.

De zachte, helende “Het is goed, ook als het niet goed is.”

En toen kwamen de tranen.

acceptatie

 

ouwe meuk

ouwemeuk

Een oud familieverhaal.

Mijn moeders kant van de familie is Drents. Ik hoorde van mijn moeder dat die op een heel praktische manier gierig kunnen zijn. Alle Drenten, of alleen mijn familie, dat weet ik tot op vandaag niet. Mijn oma heeft ooit tegen een familielid gezegd: “Ik zie dat je die mooie schaal die ik je op je verjaardag gaf nooit gebruikt, mag ik hem terug?” En dat werd heel gewoon gevonden.

Toen mijn moeder na mijn geboorte in het ziekenhuis lag, nam mijn oma lekkere bonbons voor haar mee. Hele dure. Uit de sjiekste lekkernijenwinkel van Groningen.

Dat gierige is bij mijn moeder gestopt, denk ik, want het eerste wat ze deed was de hele doos bonbons meegeven aan de verpleegsters voor bij hun koffiepauze.

Toen ze later vroeg of het lekker was, vertelde de zuster (die heetten toen nog zo) dat ze heerlijk waren. Maar ze was nog wel even terug geweest, om de doos te ruilen. Alle bonbons waren wit uitgeslagen. Tssss! had de zuster gezegd. Moet je voorstellen. En dat voor zo’n winkel. Gelukkig was het personeel van de winkel net zo geschokt geweest, en werd de doos direct omgewisseld.

Mijn oma werd toch een klein beetje rood om de kaken toen ze het verhaal hoorde. Die bonbons waren een verjaardagscadeautje geweest, ooit. Heel lang geleden. Zonde om op te eten, en dus hadden ze al die tijd onder in de kast gelegen, wachtend op een gelegenheid om een keer cadeau te doen.

 

Voor Sint Maarten sloeg mijn moeder altijd speciaal groots in.