de wereld is een wonderlijke plek

De wereld was voor mij als kind een wonderlijke plek.

De ‘grote mensen’ hadden bizarre, geheime redenen voor hun handelen. Codes die ik niet kon ontdekken.

Toen mijn leeftijdgenoten die codes wel ontdekten, voelde ik me alleen, en werd ik verlegen, want ik snapte ze nog steeds niet.

Uiteindelijk heb ik heel erg goed geleerd om te doen alsof. Ik werd daar een meester in. Ik wist precies wat ik in welk gezelschap mooi moest vinden bijvoorbeeld. Ik wist wat in welk gezelschap als verstandig gezien werd, en ook wanneer ik  geacht werd daar wel of niet iets over te zeggen.

Ik werd daar zo goed in dat het volautomatisch werd, en zelfs helemaal niet meer door had dat ik dat deed. Wel bleef ik verlegen, want dit mechanisme zorgde niet echt voor stevige grond onder mijn voeten.

Ik hield dat vol tot 1995. Dat is lang , ik ben van ’62.

Pas toen knalde het, en kwamen mijn voeten op de grond:

Dat mijn verlangen
af kan hangen
van de dingen om me heen.
Dat ik de wereld
kan behangen
en mezelf van top tot teen.

Dat ik me buiten
op kan sluiten
en de tralies niet kan zien.
Dat ik niet zing
maar sta te fluiten
en het applaus niet eens verdien.

Dat hard proberen
alle keren
op dezelfde muren stuit.
Dat blauwe plekken
mij niet deren.
ik houd het zo al jaren uit.

Twijfel zaaien,
rondjes draaien.
Ik bijt mezelf weer in de staart.
Maar als de winden
zo hard waaien,
dan is houvast wel wat waard.

Vastgebonden zweef ik.
Losgelaten beef ik,
voel ik, leef ik.
Ik stort mezelf in vrije val,
recht omhoog vanuit het dal.
Ik pak mijn uitgestoken hand
en voel mijn voeten in het zand.

Nu ik de dingen
weer voel zingen
en mezelf van top tot teen,
weet ik weer:
ik moet soms springen
maar durf dat niet altijd meteen.

Langzaam komt terug wie ik ben, wat ik wil. Licht schijnt door de spleten.

Vanaf die tijd vallen regelmatig schillen, maar zo’n mechanisme is moeilijk helemaal weg te gooien. De omgeving houdt de boel graag op zijn plaats.

Hier en nu is het tijd om weer te springen, voel ik.

En elke sprong is opnieuw eng.

Want

Je rekent nooit voor altijd met iets af

Er is altijd weer een diepere laag

En die hoge prijs, blijkt in verhouding,

maar helaas altijd pas achteraf,

zo ongelofelijk laag.

Bloggen heeft me wel enorm geholpen. Want via bloggen ontmoet ik mensen die me snappen. Ik ontdek dat ik niet de enige ben die er niks van snapt, van de ‘grote mensen codes’.

Ik ben op mijn blog niet verlegen. In het echt nog vaak wel. Daar wil ik die volgende stap zetten, in het echt. (alsof bloggen niet echt is … maar je snapt me wel)

Wat altijd gebleven is:

De wereld is een wonderlijke plek.

 

 

 

 

 

vraag aan coaches over burn-out

Ja, voor dit soort vragen heb je linked-in groepen. Maar dat gaat vaak alle kanten op zo’n groepsdiscussie. Daarom houd ik dat graag zelf in de hand.

Dus doe ik het hier, want hier ben ik de baas, de koning, zelfs.

 

https://twitter.com/Raaphorst/status/247770233589354496

 

Daar komt ie:

 

Ik leer mijn slechthorende klanten om eerder grenzen aan te geven.

Hard nodig. Want slecht horen kost energie, en bijna al mijn klanten gaan veel te ver over hun grenzen heen.

Eerst ontdekken waar die grens ligt. En dan leren op de rem te trappen, anders kom je in een burn-out terecht.

Dat is allemaal wel duidelijk.

Maar nu komt de spannende vraag.

Als je écht op tijd op de rem trapt, is aan de buitenkant nog niets te zien.

Dus hoe geef je aan je baas aan dat je nu een time out nodig hebt?

– Je bent toch niet ziek?

– Nee dat probeer ik juist te voorkomen.

– Ja, hoor eens dat kunnen we allemaal wel zeggen. Ga maar gewoon weer aan het werk.

 

Zijn er mensen die dit op een slimme manier hebben opgelost?

Mijn klanten zijn al heel ver als ze hun grens ontdekken.

Nog verder als ze hier iets mee gaan doen.

Maar hier tegenop kunnen is wel heel pittig.

Zelfs ik vind dat moeilijk. Veel van mijn vakantiedagen gaan op aan ‘even afstand nemen’.

Graag voorbeelden.

Zeer veel dank.

Hink stap sprong 6

aanloop

Mierzoet.

Maar mooi. Ik ben meer McCartney dan Lennon. Hoewel ik altijd liever meer Lennon wilde zijn. Dat is stoerder. 

Nou, dan maar niet stoer.

Dit is lang niet McCartney’s mooiste. 

Maar wel geschikt als voorbeeld van de zoetigheid die ik bij tijd en wijle heerlijk vindt.

Paul legt een tapijt van muziek neer, waarop ik me zacht kan neervlijen. Ik zak er zelfs in weg.

Muziek waar je tegen aan kunt leunen. Een melodielijn die je als een veilig paadje met voorspelbare kronkeltjes, brengt waar je wil zijn.

 

hink

Zo zacht als de onderkant van de blaadjes van vrouwenmantel.

 

 

Als je heel goed kijkt zie je de haartjes.

Jammer dat er geen douw op zit. Dan is het een plaatje, vrouwenmantel.

 

stap

Plaatje, Verkadeplaatjes. Mijn opa: Jan Voerman jr. De zoon van de wolkenschilder.

In plaats van grootse wolken zocht hij het in het kleine.

 

 

Voorkant van Verkadealbum Herfst.

 

En dit schilderij heb ik zelf:

 

 

Deze kreeg ik op een familiefeest. We mochten allemaal een schilderij kiezen. Ik koos nu juist niet voor het zoete, (bloemen) maar voor het kwetsbare. De onrijpe hazelnoten, en de herfstbladeren.

De tekst achterop zegt:

Onrijpe hazelnoten. Nog juist gered voor de eekhoorns die ze in dit stadium al schoonafzoeken en ze niet rijp laten worden.

 

 

 

sprong

Ik heb mijn grootvader niet heel goed gekend.

Ik kan me wel heel goed zijn atelier herinneren. Een prachtige, heilige plek. Met mooi licht, bijzondere geuren. 

 

 

 

 

Een plek waar de tijd stil staat. Alle wervel van de wereld verstomt. Waar alleen schoonheid en weten is. Jammer dat ik altijd maar heel even mocht kijken, en niks aan mocht raken.

Ik had daar eindeloze zondagen in door kunnen brengen.

Wegdromen in verstilde schoonheid, zoals wegzakken in een tapijt van muziek.

 

 


wegdromen

Het valt me op dat ik een boek, een schilderij, muziek en alles wat ik mooi vind, gebruik als veilige schuilplaatsen. Weg van de waan van alle dag. 

Duiken in dromen? Escapisme?

Ja en nee.

Escapisme is voor mij een spannend boek, een spannende film. Mooie en bijzondere dingen grijpen mij op een heel andere manier.

Een duik in die dingen brengt de wereld juist dichterbij. Schoonheid voelt veel echter aan dan die jachtige realiteit. Een mooie wolk is veel meer waarheid dan een verkiezingsuitslag.

Dus laat mij maar lekker af en toe uit de gekte stappen en in de schoonheid.

Ik kom altijd wel weer terug. Ik probeer dan wat mee te nemen, maar het meeste overleeft de sprong over de grens niet.

Ik kan niet tekenen. Ik moet het met wat woorden doen. Meer dan een echo oproepen van wat ik daar, aan de andere kant, tegen kom, kan ik niet. Maar als dat lukt ben ik tevreden.

 

Als de dierbare blik

van de knuffel uit mijn jeugd

waar ik met mijn liefde

leven in geblazen had,

zo voel ik de haast fysieke aanwezigheid

van de ziel van de wereld. 

En nu ben ik het 

waar leven in geblazen wordt.

 

kermis is . . .

Ik ben opgegroeid in Beetsterzwaag.

Nee, niet dat van Balkenende IV.

Dat van mij.

Ik woon nu al langer in Wijchen dan ik in Beetsterzwaag heb gewoond, en toch gaat het er nooit uit, dat Friese dorp.

Neem nu de kermis. Die snap ik hier nog steeds niet.

Kermis in Beetsterzwaag was:

  • botsauto’s
  • ‘de zweef’ (de topattractie!)
  • oliebollen
  • touwtje trekken
  • zuurstokken, snoepgoed en speelgoedkraam.

 

En dat was het. Op het veldje van Bauke de boer.

 

 

 

In Wijchen is dat compleet anders.

 

En ik bedoel niet alleen moderner en groter.

Ik liep vanmorgen even over de kermis, die straks van start gaat hier.

 

 

 

 

 

Nee, het is een cultuurverschil.

Want in Wijchen is de kermis niet de kermis.

De kermis is de tent.

 

 

En dan vooral dit, natuurlijk:

 

Een soort voorproefje van Carnaval, vermoed ik. Ik weet het niet. van Carnaval begrijp ik ook niet veel.

 

Ik begreep er iets meer van toen een vriend uit Brabant me vertelde hoe fijn het was om op zo’n moment (carnaval, kermis) iedereen weer te zien uit zijn oude dorp.

Dus dat is het.

Een sociaal media event 1.0

Van wie ik leer: Richard van Kray

Ik denk deze dagen vaak aan Richard.

Als voorbeeld.

Want hij doet dat dus gewoon.

Zichzelf verkopen.

Zonder kunstjes. Zonder valse schaamte. Zonder dubbele bodems.

Wat ik het mooiste vind, is dat de boodschap die ik kende van esoterisch Nederland, uitgedragen wordt door een simpele Brabo.

Iemand die meer weg heeft van Andre Hazes, dan van de Dalai Lama.

Wat ik nóg mooier vind is dat hij geen Emile Ratelband wordt.

Dat gevaar ligt op de loer. Maar Richard keert dat doordat hij pauzes inlast. Af en toe de zaak helemaal stil legt. Ik lees dan op zijn blog dat hij elke keer weer bij zichzelf terug komt. Zichzelf durft te bevragen.

Dat laatste leer ik trouwens niet van hem, dat kan ik wel. Ik vind het wel erg mooi dat hij die twee dingen, die in mijn hoofd uitersten lijken, combineert.

Dat andere, dat verkopen, dat wil ik heel graag leren. En ik ben al op weg. Ik ben al verder dan ik ooit geweest ben. Ik begin bijvoorbeeld door te krijgen dat die ‘uitersten’ aan elkaar gelijk zijn. En ik heb geeneens een training bij hem gevolgd.

 

mooie verkiezingsuitslag

Ben ik heel naïef, als ik zeg dat dit een mooie uitslag is?

Kennelijk hebben we in Nederland een hoop “rechtse” belangen en een hoop “linkse” belangen. 

Dan is het toch goed dat die twee belangen in één regering vertegenwoordigd zijn?

En mooi dat die andere partijen er zijn om ze scherp te houden? Niet door statistieken, stemmen of zetels…maar door inhoudelijk goed debatteren (en liever nog de dialoog zoeken). 

Dan kun je denigrerend doen ver ‘one-issue partijen’, maar die zijn kennelijk nodig om die issues op de agenda te krijgen. En dan verdwijnen ze gewoon weer.

Ook dat is democratie.

 

Wat wel naïef is, en bijna tegen beter weten in:

Ik hoop dat PvdA en VVD in plaats van vechten enof uitruilen van belangen,  de dialoog met elkaar aan gaan. Want beiden hebben een kant van de waarheid.

Neem nou marktwerking in de zorg. Daar komen hele mooie dingen uit voort, maar ook hele lelijke dingen.

Dus niet: lekker in hoog tempo doorgaan (VVD)

En ook niet: stoppen (PvdA)

Maar kijken naar best of both worlds.

 

Ik krijg steeds meer de neiging om daar niet op te gaan wachten. Maar om zelf aan de slag te gaan, om de verandering te zijn die ik wil zien.

er is meer tussen wal en schip

Ja ik weet het.

Iedereen heeft het vandaag natuurlijk alleen maar over verkiezingen.

Maar misschien moeten we niet wachten op de politiek.

Misschien moeten we gewoon zelf aan de slag, want . . .

 

Steeds opnieuw.

Steeds opnieuw schrik ik er van.

Steeds opnieuw schrik ik er van dat wij als samenleving mensen tussen wal en schip laten vallen.

Vooral als dat niet nodig is.

Afgelopen tijd heb minstens vier klanten ontmoet die hun studie hebben gestaakt.

Gehoorverlies is alle vier keer rechtstreeks van invloed geweest.

Onvoorbereid het diepe in gegooid met hun oren.

Ik mag ze niet helpen. Er is geen instantie die dat vergoed, want er is geen instantie die dat ergens op terug verdient. 

Ik mag ze een advies mee geven. 

Maar ze hebben meer nodig.

Veel meer.

Zelfvertrouwen gedeukt.

Ambities weggeslagen.

Doelloos, en daardoor krachten kwijt geraakt.

Talent dat niet ontdekt wordt. 

Ik zou zo graag een uitzendbureau willen beginnen voor deze mensen.

Een uitzendbureau dat als eerste stap op zoek gaat naar wat er in zit, en vervolgens op zoek gaat naar een plek waar dat er uit komt.  Helemaal gericht op groei en ontwikkeling van de werknemers.

Ook voor ‘gewone’ (horende) vroegtijdige schoolverlaters. Daar kwam ik er nog al wat van tegen toen ik anti-spijbeltrainingen gaf. Pubers die niet in het schoolsysteem passen.

Die moeten eerst lekker ergens aan de slag. Bijvoorbeeld in de schoonmaak. Gewoon, handen uit de mouwen, geld verdienen. En intussen ontdekken waar je motor op draait. En dan pas weer leren, omdat je dan weet waar je het voor doet.

Uitzendbureau / school / academie voor persoonlijke groei ineen.

Kleinschalig. Want de WSW bedrijven waren ook ooit bedoeld om mensen werk te bieden dat bij ze paste, en ik heb het gevoel dat dat hier en daar uit het oog verloren is gegaan.

Geen subsidies, want dat leidt tot papierwerk.

Een groot netwerk van opdrachtgevers, die mensen een kans willen bieden. En die met hun neus bovenop dit broeinest van talent wil zitten.

 

Maar ja.

Ik ben geen ondernemer.

Ik zou niet weten hoe ik moest beginnen.

 

Wat ik wel weet:

 

Er is meer mogelijk tussen wal en schip.

en

Wal en schip moeten daarvoor bewogen worden.

 

Ik vond al googelend een zelfde soort idee voor ex-gedetineerden. Misschien moet ik daar gaan vragen hoe ze dat doen, en dan zelf iets in gang zetten.

Want ook dat weet ik zeker:

Je moet niet gaan zitten wachten op de politiek

Hink stap sprong 5

aanloop . . .

Het lijkt nog volop zomer, als ik deze aflevering schrijf. Zelfs de buien doen zomers aan.

En toch.

Ik heb de eerste mist al geproefd, de frisheid in de lucht al een keer gevoeld.

Ik loop altijd op de seizoenen vooruit, de herfst heeft al bezit van me genomen.

Herfst is vreemd. Er staat van alles in de startblokken. Shoolseizoen, nieuwe boeken, potloden en agenda’s, nieuw TV seizoen, nieuwe mode. En tegelijkertijd is herfst het begin van het einde. De laatste scene voor de winter valt.

Herfst is bos voor mij.

Aarde.

Oergeuren.

Eikelmannetjes maken. Ik zie de prachtige kleurenprenten van Paulus weer voor me:

 

 

En herfst is Tonke Dragt.  Naast Paul Biegel is zij mijn favoriete kinderboekenschrijver. Veel van haar verhalen spelen zich af in bossen. Maar de herfst zelf behoort aan de zevensprong.

(illustratie is een tekening van Tonke zelf.  van zevensprong.net een site helemaal gewijd aan boek en TV-serie)

Door mijn moeder voorgelezen. Aan mijn kinderen voorgelezen. En als student, vanuit nostalgische redenen gevolgd op de TV. Met Erik Engerd als koetsier.

Dit boek zit in mijn poriën, als ik door herfst-bossen loop. Alle wegen die ik bewandel zijn wegen die ooit op de zevensprong zullen uitkomen.

Herfst en bos, en het kind in mij.

 

hink ….

Wie er ook in dat bos wonen zijn Pooh, Piglet en Eyoor.

Ook al vrienden uit een ver verleden.

En oh wat had ik de pest in, toen eerst Disney er mee vandoor ging, en vervolgens een of andere idioot die er TAO mee ging uitleggen. Míjn Pooh. Mijn soort humor. Mijn jeugd. Pooh-stokjes spelen: stok in het water gooien, en kijken welke als eerste onder de brug door komt.

 

Mijn manier van tegen de wereld aan kijken, te grabbel gegooid in een managementboek.

Ik zal niet zo bezitterig doen. Ik mag nog blij zijn dat Tim Burton er met zijn poten afgebleven is.

“Winnie the Pooh” en “The House at Pooh corner”  zijn even bijzonder als “Alice in Wonderland”, maar veel prettiger van sfeer.

Karaktervaste personages om van te houden.

Impulsieve Tigger klimt in een boom en durft er niet meer uit. Vanaf de grond is hij niet goed te herkennen, en Pooh bedenkt dat het wel eens een Jagular kan zijn. Piglet heeft als kleine bangerd niet veel meer nodig om direct bezorgd te raken.

 

“What do Jagulars do?”, asked Piglet, hoping that they wouldn’t.

 

Wie daar dicht bij in de buurt komt , bij die sfeer, bij die humor, is Hannah Kraan met haar verhalen van de boze Heks.

boze heks

Ik lees het terug en denk nu: “Ach wat! Dicht in de buurt? Ze zijn er al!”

Hannah Kraan en Annemarie van Haeringen. Net zo’n sterk koppel als Milne en Sheppard.

 

Ook hier die plezierige sfeer van een nooit eindigende herfstmiddag.

Ook hier mooi geschreven, prachtige tekeningen, en personages om van te houden.

Boeken om in te wonen, zoals je ook in een mooie herfstdag veilig weg kunt kruipen.

 

 stap . . .

 

Die tekeningen van Annemarie van Haeringen zijn prachtig.

Nog eentje, kinderboekenweekgeschenk:

Ik hou van de kleuren. Annemarie van Haeringen durft, zeggen ze. Dat kan ik niet helemaal controleren, want ik ben een klein beetje kleurenblind. Dat gedurfde is voor mij dus gewoon lekker duidelijk.

Ik houd ook van het ‘slordige’.  Dat niet precies binnen de lijntjes kleuren. Die combinatie van tekenen en schilderen.

En bij Annemarie komt daar nog iets bij.

Kijk eens naar de tekening hierboven. Die is al bijna het hele verhaal. Die twee lijven zeggen alles.

 

 

 

sprong . . .

 

Sprekende lijven.

Daar zijn er meer van . In films en TV series.

Eerst de meest voor de hand liggende.   Uit de tijd van de ‘stomme film’ natuurlijk.

 

En nu even graven in mijn geheugen, naar karakters die met hun lijf uit konden drukken wie ze waren.

 

Archie en Edith Bunker in “All in the family”

 

En nog een acteur in een macho rol.  Niet overdreven geacteerd, maar toch voor mij onmiskenbaar qua lichaamshouding.

Officer Renko uit Hill Street Blues

 

Nog een met een zeer karakteristieke houding.

      

Columbo

 

Het zijn wel oude klassiekers die ik hier laat zien.

Zou ik in mijn eigen herfst zijn aangeland?