Ik voel me geweldig.
En tegelijkertijd doodsbenauwd.
Wat ik steeds aan mijn klanten leer doe ik gelukkig zelf ook.
Goed luisteren naar mijn lijf. Grenzen aangeven.
Ik heb gisteren mijn twijfels over mijn baan aangeven op mijn werk.
Bepaalde aspecten van dat werk vind ik fantastisch. De training die ik gisteren gaf bijvoorbeeld. Jobcoaching, waarbij ik klanten zie groeien.
Er zijn ook dingen waar ik me niet lekker bij voel. Omdat ik vind dat ik er niet goed genoeg in ben. Omdat ik het niet leuk vind om er goed genoeg in te worden.
Het hele krachtenveld rond re-integratie vind ik spannend. Bepalingen, en belangen geven me niet genoeg armslag om de dingen te doen waarvan ik vind dat ze nodig zijn. Er zijn mensen die dat spel goed kunnen spelen. Ik zou dat kunnen leren. Maar het voelt niet goed.
Ik groei een andere kant op. Die wel goed voelt. Waar ik wél mijn energie in wil steken. Waar zelfs mijn extra vrije uurtjes in gaan zitten.
Ik ben slechthorend. Ik moet zuinig zijn met mijn energie. Ik kan niet op safe spelen. Ik kan niet overdag mijn baan heel goed doen, en dan ’s avonds aan iets nieuws werken. (Mijn baan eventjes minder goed doen, kan niet. Ik werk met mensen)
Dus er moet iets. En daarom moet het er uit. Benoemen op mijn werk.
Niet benoemen is niet eens een optie. Een van mijn kwaliteiten is dat ik niet toneel kan spelen.
Maar dus ook niet doorsudderen, en mezelf ziek maken.
Ik voel me geweldig. Ben trots op mezelf.
Maar ook doodsbenauwd.





















