druk hebben, druk zijn, mijmeren en vertrouwen (en nog steeds geen goede titels kunnen verzinnen)

Ik heb het druk.

En dat is fijn. Want de “ik-doe-niet-genoeg” knaagde twee jaar lang.

Dat was al beter dan de  “ik-doe-niet-waar-ik-bedoeld-voor-ben-knaag” van de jaren daarvoor, maar toch.

En nu knaagt er niks. Daar is ook helemaal geen tijd voor. Ik slok bijna elk moment op.

Maar ik mis de mijmer.

Dus was het erg fijn om in Zeeland te zijn.

DSCN6040

 

Ik vind mijn nieuwe ritme wel weer.

Want ik heb het wel druk, maar ik ben niet druk.

Ik ben wel vol.

Nu nog vertrouwen dat ik de goede vorm vind, om het er weer uit te laten stromen.

Stapje terug is niet hetzelfde als zoek het maar uit

Steeds opnieuw ben ik verbaasd wat er gebeurt als je een stapje terug doet.

Ik had als sinterklaassuprise zelf een electro gemaakt. Die heb ik meegenomen naar de Vallei, om te zien of kinderen interesse hadden om er iets mee te doen. Ze mochten hem slopen.

Johan ziet meteen hoe het werkt en gaat aan de slag.

Sep, die vorige week nog hevig geïnteresseerd was in lampjes en batterijen, heeft nu andere interesses. Prima! Dat kan. Hij heeft even aan techniek geroken, en als hij de geest krijgt komt hij wel weer terug. Of niet. Dan heeft hij iets anders gevonden, kan ook.

Geert sluit aan. Hij wil zelf ook eentje maken. Ik aarzel heel even. Geert is een stuk jonger dan Johan, en ik heb al eerder meegemaakt dat kinderen wel het resultaat willen, maar niet zo’n zin hebben in al het gedoe dat je daar voor moet doorstaan.

Ik leg uit dat het een flinke klus is, en dat we misschien vandaag niet klaar zijn. Geert knikt. In zijn gezicht en houding lees ik zeer serieuze concentratie.  Daarom besluit ik hem mijn volle vertrouwen te geven. Niet vanuit een laf soort “Ik zie wel”, maar in de verwachting dat hij door gaat pakken. (Zou Geert dat vertrouwen uit mijn non verbale houding lezen? Ik denk het wel.)

En werken doet hij. Niet impulsief maar planmatig.

Ik doe een stap terug, en geniet.

Af en toe help ik even. Dan laat ik iets zien, of doe ik iets voor. Een stap terug doen is niet hetzelfde als zoek het maar uit . . .

. . . nou ja, letterlijk gezien wel natuurlijk . . .

. . . maar niet alles hoeft zelf uitgezocht.

Ondanks zijn zorgvuldige aanpak blijkt er iets  niet te passen. Dat betekent dat Geerts tekeningen overnieuw moeten. Dat vindt hij niet erg. Geen spoortje ongeduld. Hij leert nu meteen dat niet alles in één keer goed hoeft te gaan.

En het wordt beloond! In één ochtend komen we een heel eind. Verder dan ik hoopte.

DSCN5956

DSCN5968

DSCN5970

DSCN5972

DSCN5975

 

namen zijn verzonnen

 

 


 

Dit stuk beschrijft mijn ervaringen in het onderwijs, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

De eerste blogger

Ken je dat?

Dat een boek je roept?

Ik heb een boekenbon gekregen. Yes! Ik mag een boek kopen, een echte nieuwe.

Ik zag hem al een tijdje terug bij Dekker van de Vegt, en ik zag hem weer bij Adriaan Heine.

mm

Michel de Montaigne, de uitvinder van het essay.

Ik was alleen de naam weer vergeten. Goed dat ik een dochter heb die cultuurwetenschappen studeert. Ze wist het, had er zelfs college over gehad!

Ik was verkocht toen ik de eerste zin las:

Dit lezer, is een eerlijk boek. Het waarschuwt u al direct dat ik het uitsluitend voor privé-doeleinden en huiselijk gebruik bestemd heb.

Wow! een blogger!

Ik heb het opgezocht. Wat ik in de recensies lees is dat dit boek een goede vriend wordt. Een boek dat je steeds weer even op pakt.

Ik wil hem.

Hij trekt.

Er zijn andere boeken die ik wil. Zo zou ik graag nog

De Toverberg van Thomas Mann hebben, en
de verzamelde werken van Elsschot,
De Thibaults van Martin du Gard,
Ideas,  History of thought and Invention van Peter Watson,
de Watch-serie van Prattchet,
en nog een aantal werken van Stephen King.

Die stonden al op mijn wensenlijstje voordat ik Montaigne zag.

Maar ja.

Een vriend die er er steeds weer even bij pakt, die 500 jaar geleden al schreef als een goede blogger …

Een bijzondere verjaardag

Mijn moeder had zo haar plekjes om cadeautjes te verstoppen, en helaas kende ik ze allemaal.

Het was januari 1982 en ik keek bovenop de kast in de slaapkamer van mijn ouders.

Daar lag een walkman.

Wow!

Ik was overdonderd. Een echte walkman. Die waren nog maar net op de markt. Mijn hart klopte, en tegelijk was ik verdrietig, omdat ik wist dat mijn ouders mijn opwinding hierover nu misten. Ik heb zo goed mogelijk toneel gespeeld. De verrassing dan, mijn blijdschap hoefde ik niet te spelen.

Die blijdschap was genoeg, denk ik, want ze hadden zorgen.

Ik had Hodgkin, mijn milt was er uit gehaald en ik zou bestraald worden. Dat was waarom ze mij de walkman gaven. En ze hadden niet beter kunnen kiezen. Het was mijn houvast in het ziekenhuis.

Mijn oudere broer had een bandje gemaakt. Een awesome mix.  Yep! Mijn walkman was exact dezelfde als die uit de Guardians of the Galaxy.

walkman

Mijn broer heeft me opgevoed in de muziek. Aan zijn hand heb ik alles leren ontdekken. Geen idee waar hij het vandaan haalde.

Ik was inmiddels zelf op kamers, studeerde en had mijn eigen muziek. En toch, een bandje van mijn broer was speciaal.

Mooiste nummer?

Will You van Hazel O Conner, met een mooie saxofoon.

Een jaar later zag ik de film Breaking Glass. Mijn hart sloeg over toen bleek dat dit nummer een cruciaal onderdeel was van de soundtrack, op het meest ontroerende moment.

Gisteren was ik in Friesland, in het dorp waar ik opgroeide.

Ik draai muziek in de auto. In mijn hoofd. Op de terugweg stond dit nummer op repeat.

Peter, kus!

WILL YOU – HAZEL O’CONNOR from Mario Velazquez on Vimeo.

te weinig brieven

Er is maar één ding dat me niet lekker zit, op de Vallei.

Al die andere kinderen die ik nog niet zie.

Mijn grootste plezier op de Vallei is getroffen worden door de kinderen. Door wie ze zijn, en hoe ze dat laten zien.

Ik schrijf daar graag over, en wat ik in mijn blog niet kwijt kan, schrijf ik in een brief die ik aan ze mee geef.

Het liefst geef ik alle kinderen zo’n brief. Maar dat kan ik niet systematisch aanpakken. Ik kan pas schrijven als ik geraakt wordt. En dan nog heb ik niet altijd de juiste woorden.

Het is een proces dat ik niet kan sturen.

Maar intussen voel ik me wel een beetje schuldig ten opzichte van die andere kinderen.

Dat ik ze niet zie is gedeeltelijk een logistiek probleem. Alles loopt door elkaar op deze school, en er komen nog regelmatig nieuwe kinderen bij.

Maar het heeft ook te maken met wie ik ben.

Ik zie dingen sneller als ik ze in mezelf herken.

Ik zie dingen ook als ze juist helemaal niet bij me passen.

Maar daar tussenin zit ook nog van alles, en dat alles heeft meer tijd nodig om gezien te worden. En nog meer tijd om daar de juiste woorden bij te vinden.

Ik weet dat het niet anders kan, maar intussen is er dus dat schuldgevoel.

Een geruststelling heb ik.

Ik ben maar een klein onderdeel van een heel mooi team.


 

Dit stuk beschrijft mijn ervaringen in het onderwijs, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier

 

Inspiration shot

Ik was maandag bij Inspiration shot Nijmegen, om sfeer te proeven, te kijken wat het is, want ik ga er ook spreken.

5 mensen krijgen ongeveer 8 minuten om hun verhaal te doen.

Daarnaast pakt een aantal mensen in de pauze 1 minuut.

Mooi, was het.

Fijne  sfeer. Een zaal die het de sprekers gunt. Dat kon ik voelen.

Bijzonder wast het ook vanwege 2 sprekers.

Gé, die op de ex-school van mijn kinderen het ‘uitburo’ beheert. Een zachte lieve man die kinderen de ruimte geeft. Hij sprak over vergeving en liefde. Hij heeft de twee scooterrijders, die zijn levenspartner aanreden met dodelijke afloop, kunnen vergeven.

En iemand die vertelde over zijn periode met Hodgkin. Hij was al opgegeven, maar in een laatste hele zware wanhoopschemo heeft hem bijna gedood, en zijn kankercellen helemaal.

Ik heb zelf Hodgkin gehad. (Dat staat hier) Totaal niet vergelijkbaar, want in een heel vroeg stadium ontdekt. Ik was klaar met een maand bestralen. Toch werd ik even teruggebracht tot de broosheid van het leven.

Jasper zanger/gitarist/liedjesschrijver vatte de sprekers samen met een lied. Dat deed hij mooi. Zelfs met mijn CI’s, die normaal garant staan voor een muziekervaring die het best te beschrijven is met ‘bagger’, vond ik het mooi klinken.

Ik heb ook 1 minuut gepakt.

Ik heb het gedicht uit dit blog  gebracht.

Volgende keer de hele 8 minuten

8 minuten

Ik heb wel 1000 dingen te zeggen.

Mooie uitdaging.

we staan niet machteloos, we zoeken het alleen op de verkeerde plek

Ik blijf graag buiten dat hele meningen gedoe.

Maar af en toe wil ik het uitschreeuwen. En daar heb ik dan mijn blog voor.

Ik kan nu wel een heel mooi artikel schrijven over vrijheid van meningsuiting.

Maar dat heeft geen donder zin.

Want het zijn alleen de gekken die die vrijheid willen inperken, en de gekken lezen mijn blog niet.

Dat is het lullige van al die mooie meningenblogs. Ze preken voor eigen parochie. Of ze gooien van achter hun eigen veilige barricades met bommetjes naar de overkant.

Als ik hier iets schrijf moet het niet iets zijn waar jij het al mee eens bent. Daar houd ik niet van, van dat elkaar nog eens lekker bevestigen in onze mening. En roepen naar de overkant, dat doe ik niet meer.

Weet je, het voelt zo machteloos.

Maar dat zijn we helemaal niet, machteloos. We hebben eindeloos veel macht. We zoeken het alleen op de verkeerde plek. We zoeken het buiten ons zelf.

Ja, die heb je al eerder gehoord. Weet je hoe snel dat gaat? Hoe snel jij beslist dat je iets al weet, en dus niet goed meer leest en luistert?

Doe me een lol, en lees toch even mee. Ik durf te wedden dat er nog stappen te zetten zijn voor jou.

Tenminste, als je het meent. Dat over Charlie zijn, over die betere wereld.

Charlie Hebdo had moed.

Die betere wereld heeft ook moed nodig. Jij kunt hier en nu beslissen dat je die moed in gaat zetten. De moed om je zelf te zien. Doe moed om je eigen duivels te confronteren.

Want dat is waarom de wereld zo’n onveilige plek is. Omdat we onze eigen duivels projecteren op de anderen. Omdat we, als we pijn voelen, heel hard gaan vechten. Sterker nog, we vechten aan een stuk door om de pijn niet binnen te laten.

Geweldloze communicatie is geen techniek.

Geweldloze communicatie is het lef hebben om geraakt te worden. Om de ander binnen te laten. Om te stoppen met vechten en te beginnen met voelen.

Het begint allemaal met compassie voor jezelf.

Zoek je innerlijke fan.

Hou van jezelf. Maak je hart groter, zodat er meer in past.

Dat is wat we moeten doen om de wereld beter te maken. Zo veel van jezelf houden. Die stukken die jij vreselijk vindt van jezelf, in je hart sluiten, zodat je geen reden hebt om de karaktertrekjes die daar mee te maken hebben in anderen te veroordelen.

Alles waaraan jij je ergert is een kans om jezelf meer lief te hebben.

Dat is hoe je vrede maakt.

En zelfs als je dit allemaal al wist, en dat kan heel goed, want ik vertel hier helemaal niks nieuws,

zelfs dan,

wat doe je, met die wetenschap?

Ik weet dit ook al heel lang, en toch er zijn hele periodes dat ik leef alsof het niet voor mij geldt.

Ik heb af en toe een wake-up call nodig.

Jij ook?

Dan is dit hem.

Mooi dat je op een plein hebt gestaan, de volgende plek waar je moet zijn is niet een stille tocht of een demonstratie, of een fel stuk op je blog. De volgende plek waar je moet zijn is je hart.

 

 

Misschien vindt je dit artikel ook interessant:
http://jacobjanvoerman.nl/hoe-de-discussies-op-internet-ontploffen/

JesuisCharlie Ik weet niet of ik op een plein ga staan

Als ik nu straks met een potlood op een plein ga staan,  wat betekent dat dan?

Doe ik dan mee met symboolpolitiek?

Doe ik dan mee doe met het gebral van idioten die alle moslims over één kam scheren?

Ik weet nu nog steeds niet of ik daar moet gaan staan.

Ik weet alleen dat ik niet door anderen laat bepalen of ik daar wel of niet sta.

Ik wil niet moreel verplicht zijn daar te staan.

Maar ik wil ook niet wegblijven uit angst dat ik daar een antimoslim statement mee maak.

Ik weet alleen dat als ik daar ga staan, ik mezelf verplicht om nóg meer liefde de wereld in te sturen.

Dat ik mezelf verplicht om nooit voor een kamp te kiezen maar altijd voor mensen.