slechte schoenmaker ben ik

Want ik heb een beetje moeite om me bij mijn leest te houden.

Mijn theater, de planken, het podium, het verhaal, de inspiratie.

Dat alles blijft mijn kern, en daar ga ik niet meer van af.

Dat gaat minder hard dan ik wil. In ieder geval minder rechtstreeks dan ik wil. Dus doe ik nu af en toe even mijn oogkleppen af. Want er moet geld binnen komen. En ik ga breder kijken.  En dat is gevaarlijk. Dan zie ik weer heel veel waar ik me mee wil bemoeien.

Ik schreef daar deze post al over. Dat gaat over focus, oogkleppen, de weg, en het doel. Maar die was een beetje te filosofisch. Dat was mijn hoofd. Vandaag schrijf ik over het gevoel daarbij.

Het voelt nogal  . . .

niet te beschrijven

de woorden heftig en wanhopig, maar daartussendoor zit ook een toefje enthousiasme, en hoopvol.

Misschien is verwarrend wel een goede beschrijving.

Want wat er nu bij me op komt zijn oude grote ideeën van mij, in een nieuw jasje. Groter dan op een podium staan. Dat podium zou daar onderdeel van kunnen zijn. Maar ik zou daar gewoon af moeten blijven, want dat podium schiet ook nog niet erg op, dus wat moet ik nu met iets dat nóg groter is?

(En, vraagt een kritische stem in mij, mij af, is dit niet afleiding zoeken, om weg te kunnen blijven bij je gevoel van mislukking? Moet je niet 110% energie in dat theater van je gaan steken, in plaats van deze zijweg? En ja, stamel ik dan terug. Maar ik sta nu echt even droog met ideeën over marketing. Ik heb een goed theater, de recensies zijn mooi, het wordt straks alleen maar mooier, maar hoe kom ik aan publiek? Roepen helpt niet, weet ik nu. Mag het alsjeblieft allebei? Ook aan de slag me dat andere idee? Al was het maar om in beweging te blijven, vertrouwen op te bouwen?)

Ik was al bijna begonnen aan een blog te schrijven over een ontwikkeling die ik aan zie komen, en die ik nodig vind.

Dit blog van mij is krabben, aan die jeuk.

Misschien niet handig om te krabben, maar ja, dat heb je met krabben, dat kun je soms niet laten.

Misschien moet ik niet krabben, maar wonden likken, en opstaan.

Ik heb meer dan een jaar lang geen last gehad van dit soort gewiebel. Mijn focus was heel helder. Aaarg. Ik wil dat klikje, waarmee alles op zijn plaats valt. Ik wil voelen dat alles past. Ik haat het als het zo wiebelt. Ook al weet ik dat het er bij hoort. (Maar ja dat was mijn hoofd, die dat wist, in dat blog)

Ken je die tuimelaar?

tuimelaar

 

Die komt altijd weer overeind. Maar als je hem een hele grote zwieper geeft kan hij aardig rond tollen.

Dat doe ik nu, en ik ben er duizelig van.

En dan lees ik een oude blogpost terug.

Die me waarschuwt, maar tegelijkertijd ook gerust stelt.

De waarschuwing: Niet opgeven! (nee doe ik niet) en Focus houden (eeh… ja en dan zonder oogkleppen.. waar is de balans?)

De geruststelling: Ik ben een jaar verder, en heb al zo veel geleerd op het podium. De onzekerheid die ik daar nog had is voor een heel groot deel verdwenen!

Ik geloof in mensen, niet in stanties

Instanties.

Daar heb ik het niet zo op.

Daar zit het woord instant in, omdat ze denken dat er instant oplossingen bestaan.

Of ze heten zo omdat ze alles in stand willen houden, dat kan ook.

En dan kun je na dat ‘instant’, nog een sie-klank horen. Dat moet een ‘cie’ zijn. Dat staat namelijk voor commissie.

In commissie zit het woord missie. Dat heeft iets te maken met het opdringen van de eigen mening aan anderen.

Want in het woord missie zit het woord mis.

Het idee is: “We hebben het misschien wel mis, maar als we er nu voor zorgen dat we het allemaal samen even mis hebben, is er niks aan de hand.” Vandaar dat ‘co’ er voor.

Dat is de bedoeling van instanties: Alles in stand houden, ook de misstanden.

 

 

 

 

 

We willen zo graag een oplossing

oplossing

Stel je wil iets bereiken.

Dan is het handig om een doel voor ogen te houden, toch?

Vastberaden, en niet opgeven. Je hebt duidelijk voor ogen waar je heen gaat, en niets kan je nog tegen houden.

Dat werk.

Hier kwam ik het nog tegen:

 

Meanwhile in the same universe:

Het is goed om niet te star te zijn in je doelen. Je wilt iets, maar als je jezelf helemaal vastpint op de manier waarop dat gerealiseerd moet worden, loop je de kans te missen wat je al bereikt hebt. Gewoon omdat het zich op een andere manier aandient dan je had verwacht.

Dat laatste ontdekte ik door terug te kijken, en te zien wat ik allemaal al had bereikt. Toen ik mijn zegeningen ging tellen, kon ik wel bezig blijven.

Twee waarheden.

Vasthoudend zijn en los kunnen laten.

Het doel is belangrijk, de weg is belangrijk.

Tevreden kunnen zijn met wat je hebt, en genoeg onvrede voelen om de creatieve machine te voeden.

Balans.

Alles is balans.

De kunst is om niet te blijven hangen. Want er is geen oplossing.

Dat is nog lang niet eenvoudig.

Want alles in ons hunkert naar de oplossing, naar  een status quo. We willen dat klikje horen en voelen, waarmee alles op zijn plaats valt. Dat palletje, dat in de uitsparing schiet, waardoor we weten dat we precíes ver genoeg zijn.

Heerlijk wat een rust. Die hebben we ook nodig. We zouden het niet volhouden, voortdurend de balans in evenwicht houden, zonder hulp van dat palletje.

Als we maar weten dat er ook weer een tijd komt dat we de rust weer verlaten, omdat het niet het één is, of het ander. Het is het één én het ander, we blijven pendelen, tussen de rust en het eeh . . . nou, eigenlijk tussen de rust en het pendelen.

Ze zijn alle drie nodig, de balans, de rust en de onbalans. En dáár moeten we de balans in zien te vinden.

(Ja, dat is het Droste effect.)

Als we ons daar nu eens bewust van waren, zou dat het niet wat makkelijker maken?

Of ook dat niet?

Want bewust zijn is zo overschat.

Probeer maar eens heel bewust te genieten. Dat is net zoiets als hardop zeggen: “mooi hè, die stilte.”

Dus is het misschien wel goed dat we vergeten dat het zo werkt. Zelfs als we daardoor te lang in de rustpositie verkeren, of te ver doorschieten in één van de uiteinden.

Goh, wie had dat gedacht.

Dat we het allemaal, door gewoon maar wat aan te klungelen, precies goed doen.

En die geluksgoeroes, en lifehackers dan? Die dit hele proces eindeloos willen tweaken? Hebben die het mis?

Nee, die hebben het niet mis. De adviezen kloppen.

Maar er zijn geen shortcuts. De adviezen werken alleen als je er klaar voor bent.

 

 

naschrift:

Waarom gaat het dan toch zo vaak mis?

Ik vermoed omdat het een delicate balans is, die balans, tussen balans, rust en onbalans.

En omdat er in ons leven nogal eens wat mis gaat. Er gebeurt van alles waar we niet meteen tegen opgewassen zijn.

En dan heb je hulp nodig, van vrienden, en soms ook van professionals.

Om de balans terug te vinden, of de rust, of om kracht te vinden om de onbalans vol te kunnen houden. Als we één van die drie weer te pakken hebben, kunnen we weer gaan schakelen. 

 

 

 

 

 

Elke keuze is goed, als de reden maar klopt.

Ga ik het doen?

Meedoen aan het Camarettenfestival?

Meedoen, zei ik?

Inschrijven bedoel ik, want meedoen lukt alleen als mijn filmpje goed genoeg is.

Het idee kwam ooit ergens uit mijn wishfull thinking hoed. Want als Camaretten lukt, zou het lekker snel gaan. (durf ik dat hardop toe te geven? ja dat durf ik)

Er zijn geen shortcuts, dus áls ik me in ga schrijven voor het Camaretten is het niet omdat ik stiekem toch hoop op een shortcut.

Dan is het om mezelf te pushen, en om iets nieuws te leren.

Ik heb wel een paar grappen zitten, in mijn theater, maar de grapdichtheid is niet hoog.

Hoe zit dat eigenlijk met grappen. Hoe werkt dat? Hoe werkt timing?

Dingen die ik uit wil uitvinden.

Dus ik ga nu al wat ruimte maken in mijn  try outs om daar mee te spelen.

Ik ben geen cabaretier, heb ik gezegd, en ik geloof dat dat nog steeds klopt. Maar misschien kan ik een eigen vorm vinden die wel aan sluit bij het Camaretten festival.

Ik heb nog tot augustus. Dan moet er een auditie-filmpje liggen.

Ik ga spelen met het idee, letterlijk.

Ik weet nog niet of ik mee ga doen. Beide keuzes zijn goed, als de reden maar klopt.

Als ik mee doe is het niet vanwege het snelle succes.

Als ik niet mee doe is het niet vanwege de angst voor mislukking.

jezelf zijn op je werk. Wat is dat dan?

Kun jij jezelf zijn op je werk?

Ik kon dat niet, in ieder geval niet genoeg, en verliet dus mijn werk.

Kan dat wel? jezelf zijn, op je werk? en wat houdt dat dan in?

Ik stelde die vraag, en kreeg direct een aantal reacties.

Gelukkig! Het kan! Mensen die zichzelf voelen op hun werkplek. Daar werd ik blij van.

Ik heb de eerste reacties via de mail binnen, en heb ze op een rijtje gezet.

Ik ga niet te veel verklappen, alles komt straks samen in boekvorm, maar wat ik in alle reacties lees, en waar het denk ik ook op neer komt is:

gezien worden

En dat is niet alleen op je werk van levensbelang.

 

 

durf ik stil te zijn met jou?

Durf ik stil te zijn met jou?

Zonder het mom van wat dan ook?

Alleen mijn aanwezig zijn

in deze ruimte

deze tijd

te laten tellen?

Dat ik naar je kijk

en jij niet naar mij

en andersom.

En soms juist wel.

Dat onze blikken kruisen,

zonder knikje.

Misschien sluit ik als een kat

even mijn ogen

en bewegen zacht jouw lippen

omdat we weten.

Niet wat ik voel

of wat jij voelt,

maar dát ik voel

en dát jij voelt.

In deze tijd en deze ruimte.

Durf jij stil te zijn met mij?

 

 

pijn

Ik wilde dat de pijn gewoner werd.

Niet,

uit angst voor onvoorzichtige vingers,

op de bovenste plank verstopt,

of achter in de la.

Niet,

uit angst voor tere magen,

een kinderveilige sluiting.

 

Deed ik dat maar,

in mijn vingers snijden

mijn wonden likken

en van het bitter proeven. 

 

Ik wilde dat de pijn gewoner werd.

 

Geen onbekende wachter,

die iedereen op afstand houdt,

maar een oude vriend

die ik binnen kan laten,

om over liefde te vertellen.

 

 

 

geschreven geluid

De lippen van de man en de vrouw raken elkaar bijna, en dan lees ik opeens:

“Aanzwellende violen.”

En weg is de romantiek van de scène.

Vroeger kon ik het zonder.

Heel stoer roepen:”Goh, was de ondertiteling weg? Niks van gemerkt!”
Zo goed was ik in Engels.

Tegenwoordig hoor ik te slecht om zonder ondertiteling te kunnen. Ik versta veel, maar dan doen ze er een spannend muziekje onder, of wat geluidseffecten, en dan ben ik weg.

Dus als het voorhanden is, pak ik de ondertiteling er bij. En als die speciaal voor doven en slechthorenden is, dan krijg je er dus ook alle andere geluiden bij.

Daar kan ik nog niet echt aan wennen.

Mijn taaltrots laat me nog wel eens de Engelse ondertiteling van een DVD kiezen, en dan krijg ik ook alle geluiden te lezen.

Dichtslaande deuren, telefoons die af gaan en heel veel sighs en chuckles.

Voor doven bruikbare informatie, hoewel ik me dat in veel gevallen af vraag, want die sigh en die chuckle zijn echt wel te zien.

Wie beslist dat eigenlijk? Welke geluiden onmisbaar zijn? Want ze doen maar wat, vind ik. Er zou zoiets moeten bestaat als een geluidsondertitelaar. Die van elke film de geschreven geluidsband maakt. En dan liefst een dichter, zodat je een beetje mooie verrassende omschrijvingen te lezen krijgt.

“Ja hoor, zeurpiet!”, zei mijn dochter. Jij wil zeker aparte ondertiteling voor slechthorenden. En zo verzon ze de

 Adaptieve Ondertiteling

Dat werkt zo:

Elke gehoorverlies is anders, en dat is te beschrijven met een audiogram. Dat is een grafiekje waarin voor elke toon is aangegeven hoe luid die moet zijn, voor je hem hoort.

Stel nu, dat je van te voren je eigen audiogram kunt invoeren, en dat de ondertiteling op basis daarvan alleen laat lezen wat je NIET kunt horen. Mooi toch?

Mijn dochter beschreef voor mij de afdeling ondertiteling die dat moet realiseren.

Stel je een rij mensen voor, met koptelefoons, een beetje zoals in een ouderwetse telefooncentrale. Al die mensen hebben de geschreven geluidsband voor zich, en een rode pen. Allemaal luisteren ze naar de echte geluidsband van de film, maar elk met een ander filter, voor elk audiogram één. En allemaal strepen ze door wat ze wel kunnen horen.

Met zo’n fantasievolle dochter heb ik helemaal geen film of serie meer nodig. 

 

suffe acties van bestuurders, ze bestaan nog steeds

Ik kan net als Elja heel blij worden van bedrijven “die het door hebben”.

En net als Elja wordt ik ook erg verdrietig van bedrijven die het nog steeds niet snappen.

Stel, je bent een grote stichting, voor een goed doel.

Met een hoofdkantoor, en verspreid over verschillende plekken, een aantal beroepskrachten die met veel enthousiasme heel veel vrijwilligers aansturen.

Is het dan slim om die beroepskrachten tijdelijke contracten te geven, waarbij ze elke 3 jaar er 3 maanden uit moeten, om te voorkomen dat dat vaste contracten worden¹? Wat voor boodschap geef je ze daarmee?

En dan heb je het goede idee om als hoofdkantoor af en toe een roadshow te doen, om de nieuwe vrijwilligers te leren kennen.

Maar is het dan slim om die roadshow te vullen met
alle-neuzen-dezelfde-kant-op powerpoints
deze-procedures–hebben-we-op-het-hoofdkantoor-bedacht-powerpoints
sorry-maar-deze-bezuinigingen-zijn-echt-nodig-powerpoints
(en by the way, wat vinden jullie van de nieuwe glossy die naar alle donateurs gaat?)

En dan als hoofdkantoor snel weer weg, want we hebben het te druk om alle nieuwe vrijwilligers echt te ontmoeten.

Zucht.

Het is vanwege de beroepskrachten en de vrijwilligers dat ik nog donateur blijf, en vanwege het doel natuurlijk.

Disclaimer:
Ik was er zelf niet bij. Ik ken één van de vrijwilligers. En misschien is het een beetje gechargeerd. Wat zeker klopt is dat de vrijwilliger met veel plezier naar de bijeenkomst ging, en de bijeenkomst bepaald niet met een feel-good gevoel verliet. En alleen al daardoor zouden deze bestuurders zich even over de kop moeten krabben.

 

¹
Ik heb 3 jaar als ontslagambtenaar gewerkt. Ik weet dat deze schijnzekerheid onzin is. Als je iemand in vaste dienst hebt, en je hebt een goede reden om hem/haar te ontslaan, is de ontslagprocedure niet lastig. Andersom, als je iemand op deze lullige manier aan het lijntje houdt, en je hebt géén goede reden om het contract niet te verlengen, kan een rechter je tegen houden. Ook al staat er op papier dat je een tijdelijk contract hebt. Rechters houden namelijk niet van bedrijven, die doorzichtige truuks gebruiken om de bedoeling van de wet te omzeilen.
Ik heb ooit medewerkers van een thuiszorgorganisatie geholpen, die op deze manier werden afgescheept, en met succes. De organisatie heeft ze toen alsnog allemaal een vast contract gegeven.

 

Ken je die? de er-bestaat-geen-mislukking bullshit?

Die NLP bullshit, hè?

Ik noem er zo maar even eentje:

Er bestaat geen mislukking, alleen feedback.

Dat is mooi makkelijk praten.

Maar om dat echt te ervaren, dat is dus andere koek. Dat is wel even hard werken hoor!

Eerst moet je het lef hebben om grandioos te mislukken.

En dan moet je dat op een heel andere manier gaan zien. Niet alleen maar roepen hè? Er ook nog zelf in geloven.

Het is mij gelukt!

Ik had de kleine zaal van de Vest in Alkmaar geprikt, voor 10 mei. 250 stoelen! Een prachtige zaal. Van die mooie rooie stoelen. En dan heel hard roepen dat ik daar ga spelen, en dat ik op weg ben naar Carré.

Veel tweeten en zo.

Kortingscodes bedenken.

Op pad, om mensen warm te krijgen.

Kranten benaderen.

Nog meer tweeten, weet je wel? Lekker zenden!

En dan 18 kaarten verkopen. Van de 250.

Ja, ik weet wel dat het niet slim is om dat openlijk te vertellen. Dan ziet iedereen je als een loser. En ze willen alleen maar bij de winnaars horen.

Maar ik zou eerlijk zijn. Deze real life soap zou echter dan echt worden. En wat is een soap zonder een mooi drama?

En als ik dáár eerlijk over ben, geloof je misschien ook dat mijn ego niet eens zo’n hele erge deuk kreeg, toen ik de Vest cancelde, en op zoek ging naar een kleinere zaal. Er kunnen er nu 45 in. En er komen er nog wel een paar bij hoor, bij die 18. Het is nog geen 10 mei. 

Het geeft rust, in kleinere zalen spelen. Het maakt de planning flexibeler. (Geloof je het zelf? Ja, ik geloof dit zelf. Sterker nog, ik voel het zelf.)

Ik ga mijn voorstelling blijven spelen, maar dan in de ‘light’ versie. Als intiem verteltheater. Minstens zo mooi.

Kleine, intieme zalen, en goedkoper. Ook belangrijk, want er mag best een beetje geld gaan binnenkomen hier. De deuk in mijn portemonnee is groter dan de deuk in mijn ego.

Er is wel een ego-dingetje dat ik wat lastiger vind:

Ik had heel hard geroepen dat mijn theater zo bijzonder was, vanwege mijn spel met de tolken. Maar die tolken passen niet altijd even goed in die zalen. Dus ik ga nu pas tolken inzetten als er publiek is, die ze nodig heeft.

Ja, die doet wel even au!

Ik heb het lef gehad om te mislukken. Dus nu ook het lef om daar van te leren, en door te gaan.

En weet je. Dan werkt het echt.

Om te zeggen: “Oké, dit was hem niet. Op met de volgende aanpak.”

Er bestaat geen mislukking, er is alleen feedback. Ik vind dat ik dat nu mag roepen.

Dus als ik een beetje wispelturig lijk  . . .

Ik wil nog steeds naar Carré. En ik blijf net zo lang proberen tot ik het gevonden heb. En steeds dezelfde dingen proberen heeft niet zo veel zin.

De enige constante is dat theater. Ik kan nu overal komen spelen. Zelfs in hele kleine zaaltjes.

Gewoon zoals het moet, natuurlijk. Heel veel spelen in kleine zaaltjes, om heel veel beter te worden. In een bibliotheek, in een kerkje of buurthuis. En voor een huiskamer heb ik nog wel een paar verhalen liggen. Dan maak ik er maatwerk van.

Dus.

Crowdbooking
Als je ergens een zaaltje weet, en je kunt wat mensen bij elkaar brengen, dan kom ik naar je toe.

Mail me: jacobjanvoerman@gmail.com