De kleren van de keizer zijn nog net zo nieuw als toen

Hans Christiaan Andersen zag het al. Hoe wij ons zelf elke dag zand in de ogen strooien.

Maar hij was te optimistisch.

In zijn sprookje luisterden de mensen naar het kind, toen het riep: “Hij heeft helemaal geen kleren aan!”

In het echt was er natuurlijk een vader die direct ingreep, en het jongetje de mond snoerde. Een vader die later aan dat jongetje uit zou leggen hoe het nou eenmaal werkt in de wereld. En op school zou het jongetje leren, dat je niet voor je beurt mag praten.

Een vrouw die het jongetje hoorde, werd wakker geschud, en begon het ook te roepen. Maar ja , dat was een vrouw, en die reageren nu eenmaal wat emotioneel.

Er was ook een man die het zag, en die was natuurlijk verstandiger dan de vrouw. Dus dacht hij goed na over hoe het het zou aankaarten. Hij overlegde met zijn vrienden.

Maar de vrienden zeiden: “Natuurlijk weten we dat. Maar is het zo erg om mee te juichen? Moet je kijken, het volk is blij! Wil jij dat geluk verstoren, voor een waarheid waar niemand iets aan heeft?”

En de man hield wijselijk zijn mond, hij was immers verstandiger dan de vrouw?

Het verhaal van de nieuwe kleren van de keizer komt uit 1837.

Het mechanisme is al ouder, en werkt nog steeds.

Nog steeds zijn er kennelijk voldoende redenen om niet te luisteren naar mensen die zeggen dat de keizer geen kleren aan heeft.

Is er niets veranderd?

Misschien

Politiek gezien hebben we nu een clubje dat standaard roept “Hij heeft geen kleren aan, hij heeft geen kleren aan!” Maar die gebruiken gewoon hetzelfde mechanisme. Want dat roepen ze ook als de keizer wel kleren aan heeft. Het is het enige dat ze ooit roepen. Dus op die club hoef je niet te rekenen.

Maar gelukkig zijn er blogs.

Ik bedoel niet zo maar blogs.

Niet de rondzingblogs, maar de blogs van de mensen die het lef hebben om naar binnen te kijken en te schrijven over wat er daar gebeurt. Want alleen in die blogs kun je de wereld bekijken door de ogen van een ander.

De enige manier om alert te blijven op wéér een stel ‘nieuwe’ kleren,
van de keizer, of van jezelf,
(ja, jij draagt ze ook!),
is om uit je eigen waarheid te durven stappen.

De enige manier om uit je eigen waarheid te stappen, is kijken door de ogen van de ander. En dankzij blogs kunnen we dat nu op veel grotere schaal.

En heel misschien gaan we het daardoor in het echte leven ook weer wat vaker doen.

Want dáár moet het gebeuren, het echte aankleden van de keizer.

 

 

Kennis delen is aardig, maar daar gaat bloggen helemaal niet om!

Kennis delen via je blog.

Leuk hoor, maar dat is net zoiets als je I-pad als fotolijstje gebruiken.

Verkeerde vergelijking, geef ik helemaal toe.

Want die I-pad doet het nog behoorlijk als fotolijstje.

Terwijl kennis die verdeeld is over al die blogs op zijn zachtst gezegd wat onoverzichtelijk is.

En overvloedig. Redundant, zeggen automatiseerders over dezelfde informatie die op meerdere plekken staat. Het is niet alleen overbodig, het neemt ook risico’s met zich mee.

Wat nu als er die kennis veroudert? Aangevuld wordt, of erger, weerlegd? Dan loop je nog steeds het risico dat je op allerlei plekken die oude kennis tegenkomt. Want elke website heeft wel zo’n lullige “wij gebruiken cookies” melding, maar nergens zie je iets over houdbaarheid.

Maar dat is nog steeds niet waarom het doodzonde is om via je blog kennis te delen.

Een I-pad kan meer dan fotootjes laten zien.

Een blog kan meer dan kennis delen.

Een blog kan jou delen.

Niet je mening.

Dat is alleen maar opgewarmde kennis met een sausje. En je weet nooit precies wat je eet.

Bovendien, bloggen is iets willen willen delen, en  je mening bloggen is iets willen krijgen.

Gelijk krijgen.

Niet je mening wil ik lezen, maar jou!

Jouw ervaringen, jouw gevoelens, jouw openbaringen.

Dát is delen.

Je hoeft nooit gelijk te krijgen want alles wat je vertelt is waar.

Dus bewaar je blog voor de belangrijke dingen.

Openbaringen.

Bijvoorbeeld dat als je een paaseitje eet, en direct daarna je tanden poetst, dat je dan After Eight proeft.

Dát is bloggen.

(natuurlijk kun je ook over je openbaringen op je vakgebied bloggen, als het maar je eigen openbaringen zijn)

 

 

het is goed als

Het is goed als je met regelmaat denkt: “Hoe kon ik ooit zo stom zijn?”

Omdat het betekent dat je blijft leren.

Het is goed als je een hekel hebt aan het idee dat de wereld een leerschool is.

Omdat die hekel jou zegt dat je goed bent ,zoals je bent, en dat is waar.

Het is goed als je het heel zeker weet.

Het is goed als je aarzelt, als je twijfelt.

Het is goed als je zonder oordeel kunt zijn.

Het is goed als je voor je mening op komt.

Het is goed als je geen zorgen voelt.

Het is goed als je domweg gelukkig bent.

Het is goed als je boos bent, of verdrietig.

Het is goed als je dit leest en denkt: “Dat kan niet, dat alles goed is.”

Daarom is het goed dat je ook fouten maakt.

 

 

het misverstand over jezelf zijn

De ware.

Zo eentje uit een romantische komedie.

Die ware is natuurlijk degene die op het eerste gezicht helemaal niet ideaal leek.

En de ideale man uit het begin bleek een ongelofelijke hufter, of in het gunstigste geval, wel aardig maar . . .

. . . nou ja, gewoon niet de ware.

Ooit was ik daar naar op zoek, de ware,

de ware in mezelf dan hè?

Omdat ik me een beetje begon te ergeren.

Aan de ideale

de ideale echtgenoot
de ideale vader
de ideale zoon
de ideale werknemer

Als dat hem niet was, moest hij ergens anders zitten toch? Diep verstopt in mijn binnenste.

Dus ik verslond boeken, deed workshops, verslond nog meer boeken.

En zo kneedde ik de ware. Toen was ik eindelijk mezelf,

dacht ik.

Ik heb heel lang niet gesnapt waarom dat geen happy ever-after op leverde. Tot ik begreep de ware niet bestaat. Niet als persoon.

Er is hooguit HET ware.

HET ware is geen ever-after.
HET ware verandert voortdurend.
HET ware is af en toe ook de ongelofelijke hufter.

Steeds als ik dat laatste ontdekte, was er direct de Pavlov reactie, de zoektocht naar DE ware.

En daar had ik een hele slimme techniek voor.

Je kent hem wel.

“Je gevoel is niet afhankelijk van de situatie, maar van hoe jij denkt over die situatie”

Die mooie denktechniek kun je namelijk ook verschrikkelijk goed misbruiken. Ik dacht die ongelofelijke hufter gewoon weg uit mijn bestaan. Want denken, daar ben ik een meester in.

Maar nu had ik de boeken gelezen, de workshops gevolgd. Ik geloofde niet meer in romantische komedies. Ik wist dat elk verhaal een veel diepere laag had. Ik wist nu wat me te doen stond.

Ik omhelsde mijn ‘hufter’.

Die hoorde natuurlijk bij me! Dat ik dat nooit gezien had! Wat een bevrijding! Ik voelde me herboren. (Het geluid van aanzwellende violen op de achtergrond is een hint)

Ik was KLAAR.

Eindelijk écht mezelf!

Maar ook KLAAR bestaat niet.

Ik had het toch gezegd, van die violen?

Ik zat gewoon weer in een film. Het was wel een artistiek verantwoorde film, maar even goed.

Die film heb ik nu zo langzamerhand ook wel gezien.

En nu omarm ik mijn “hufters” elke keer opnieuw. En dat is lastig. Want de Pavlov reactie is sterk. Dus het lukt niet altijd. En zelfs het omarmen van het feit dat het soms niet lukt, is moeilijk.

Er is geen eindelijk, er is geen klaar.

Er is nu.

Het nu heeft geen grote woorden nodig, het nu is wel het ware, maar dan zonder de hoofdletters.

er is

ik ben

 

leven vanuit je passie, dat hebben we nu toch wel gehad hè?

Hebben we het daar nou niet een beetje mee gehad?

Authenticiteit.

Leven vanuit je hart.

Je passie achterna.

Dromen, durven doen.

Tijd om het stof te laten dalen en te zien wat daar nu helemaal van over blijft.

Het gaat een beetje rondzingen, en dan krijg je zo’n hele harde piep. Dat komt er van als je de microfoon te dicht bij de boxen houdt. Als alle quotes, adviezen rechtstreeks overgenomen worden, doorgestuurd, geretweet, geliked.

En daar komt weer het zoveelste feel good filmpje.

Onzin?

Welnee, alleen een beetje veel stof.

En als dat gezakt is kun je zien wat daar nog van overeind blijft.

Geen roze wolk en eeuwigdurend geluk.

Maar wel het besef dat we niet alles kunnen regelen via systemen, hoe slim we die ook maken.

Wel beseffen dat we niet allemaal in de mal passen.

Dat hebben we gezien in die filmpjes. Daar werden we toch zo warm van, daar kregen we toch tranen van in de ogen?

Maar hoe zit het met je buurman? Je collega? Met jezelf?

Kun jij met andere ogen kijken naar de mensen aan wie jij je ergert? Durf je het contact aan met mensen die je uit de weg gaat? Durf jij jezelf te laten zien in plaats van je te verschuilen achter een mening die lekker in de markt ligt? Durf jij de confrontatie aan?

De wrijving die dat op levert, kost misschien wel energie, maar levert ook energie op.

Ik hoop dat je het lef hebt om waar te maken waar we ons zo good bij feelen.

Waakzaam zijn op je oordelen over anderen.

(en niet net doen alsof je die niet hebt)

Ruimte maken om het verhaal van de ander te horen

ook als het niet via een ontroerend youtube filmpje tot je komt, maar in een vorm die minder goed bevalt.

Vertrouwen geven, zonder je in te dekken met de valse meten-is-weten zekerheden.

Het mogen kleine stapjes zijn, als het maar stapjes zijn.

En een like of RT is leuk, maar telt nog niet als eerste stapje.

Ja, ik heb het vooral tegen mezelf, maar je mag je best aangesproken voelen.

RT of like pas als jij de echte stap ook zet, liefst vandaag nog. 

Een buiging  voor jou als je dat al deed.

 

wat nou, jezelf zijn?

Dat is natuurlijk zo vaag als wat!

Jezelf zijn.

Wanneer ben je nou niet jezelf dan?

Het bestaat niet eens jezelf zijn!

Begrip van niks, dus dat jezelf-zijn.

Toch is dat de kern van mijn theater.

Mensen die tegen de muren op lopen omdat ze niet geaccepteerd worden zoals ze zijn.

En andere uiterste: Natka, die zo zichzelf is dat ze daarmee haar relatie op het spel zet.

“Je kunt niet jezelf zijn, in een organisatie”, roept Natka. “Vroeg of laat loop je met je kop tegen de muur!”

Ik deed dat meerdere keren, dat met die kop en die muur.

Dus ook al bestaat het niet jezelf zijn, er is toch iets aan de hand. Want dat met je kop tegen de muur lopen doet pijn, en laat wonden na.

Dus tijd voor een onderzoek.

Kan het ook anders?

En wat is dan anders?

Daar ga ik naar op zoek.

En dan ga ik ook ontdekken wat dat nou wel en niet is, jezelf-zijn.

Ik ben op zoek naar mensen in loondienst die het gevoel hebben dat ze zichzelf kunnen zijn op het werk, dat ze gezien worden, dat ze hun ei kwijt kunnen.

Dat ze het misschien af en toe heel zwaar hebben, fouten maken, slechte dagen hebben, maar dat dat allemaal niet op weegt tegen het diepe vertrouwen dat ze werk doen wat bij ze past. In een omgeving waar ze gezien worden.

Nou ja, zoiets. En ik ga ze dan ook vragen, wat dat voor hen betekent, jezelf-zijn.

Ik ga ze vragen naar het geheim.

Ik ga uiteenrafelen waar dat uit bestaat: jezelf-zijn.

Ik ga ontdekken wat de succesfactoren zijn.

En daar ga ik over schrijven.

 

Als jij ‘jezelf bent’ in je werk, in loondienst¹, zou ik je graag via email willen interviewen.

En als je niet in loondienst bent, dan hoor ik ook graag van je:

– wat is voor jou jezelf zijn?
– wanneer kun je wel jezelf zijn?
– wanneer kun je niet jezelf zijn?

mail dan naar jacobjanvoerman@gmail.com

 

 

¹ Ja, hoor eens. Als je voor jezelf bent begonnen, dan was dat toch omdat je niet helemaal jezelf kon zijn, op je werk, of niet?

 

 

Ha fijn dacht ik, ik heb iets speciaals! Maar nee hoor.

Met Natka bij Noord Hollands Dagblad

Ik ben verlegen.

Dat is waarom ik theater maak.

Onhandige combinatie.

Niet op de planken hoor. Daar verdwijnt mijn verlegenheid, omdat ik daar lol heb. Daar heb ik de ideale setting om mijn gedachten los te laten, daar voel ik me net zo vrij als op mijn blog.

Maar zorgen dat ik op die planken sta, en publiek heb. Daar heb ik nog wat minder lol in.

Daar heb ik er dan ook stevig last van.

Van die verlegenheid.

Tegenwoordig hoor je veel over introverte mensen. Dat het geen verlegenheid is, maar een andere manier van omgaan met de wereld. Dat het juist een hele mooie eigenschap is, die veel toe voegt.

Ha fijn, dacht ik. Dat is het. Ik hoef me nergens voor te schamen. Ik heb juist iets speciaals.

Maar nee hoor.

Ik ben misschien wel introvert.

Maar ik ben ook nog steeds verlegen.

Dat weet ik, omdat er bij contact met vreemden steeds een stemmetje in mijn hoofd speelt. Ze vinden je niks aan, hebben geen boodschap aan je. Ze vinden je alleen maar lastig, of vreemd.

Ik ben een originele denker. En origineel betekent niet altijd meteen “leuk”, of “slim”.

Origineel is ook: “Waar heeft dat nou mee te maken?”

Origineel is vaak ongemakkelijk, zeker in het begin.

Dat ongemakkelijke is wat mij overkomt bij eerste contacten. (Behalve als de setting helemaal klopt, maar dat is niet vaak.)

Dat heeft zich in de loop van de tijd in mijn hoofd omgevormd tot het stikkertje “ongewenst”. En dat is natuurlijk een self-fulfilling prophecy.

Dat ik daar niet zo maar 1-2-3 vanaf ben, ontdekte ik gisteren. Toen ik mezelf  face to face ging verkopen.

Ik was zo opgelucht door het feit dat ze me niet vreemd vonden, dat ik genoegen nam met welwillend luisteren.

Welwillend is niet genoeg. Ze moeten laaiend enthousiast zijn.

Dat kan.

Dat weet ik, want dat lukte twee van de acht keer wél.

Laat ik nou net die twee keer in mijn hoofd gedacht hebben: “dat kan hier ook niet anders”. Daar was de setting beter.

Daar heb je hem weer. De kracht van gedachten.

Die gedachte dat het wél anders kan, dat ik met één verkeerde beweging in het vakje ’te vreemd’ terecht kom. Die gedachte ben ik nog niet kwijt. Daarom houd ik mezelf nog te veel in.

Daar heb ik nog werk te doen.

Dan raak ik ook eindelijk die verlegenheid kwijt.

Gisteren heb ik daar de eerste stap voor gezet, en dat vind ik knap van mezelf.

 

Vaders en dochters deel 2

Danique en ik bloggen over een weer.

Ik ben een vader, en zij is een dochter.

Danique vroeg:  Begrijpen jouw dochters jouw goede bedoelingen altijd of hebben jullie daar ook wel eens een misverstand over?

Ze schrijft ook: Mijn vader ziet dat soort momenten anders. Mijn vader is namelijk iemand die denkt in oplossingen.

Ahum. Herkenbaar.

Nu heb ik een hele slimme dochter, die me haarfijn door heeft.

Die me helpt om mijn onhandige vader gedrag eindelijk eens af te leren.

Je bent altijd zo vreselijk je best aan het doen om het ons naar de zin te maken, pap! Dat is niet zo handig.

Ten eerste, vul je daar mee in wat wij willen, en probeer je rampen te voorkomen die helemaal geen rampen zijn.

Ten tweede, en dat is erger. Als het niet lukt wordt je sjaggerijnig en boos. En je vindt ons dan nog ondankbaar ook.

oo – kee . . .

Ze heeft gelijk.

Ik denk dat het handig is om als vader wat minder bedoelingen te hebben.

Ik denk dat het genoeg is dat ik onvoorwaardelijk van ze houd. En ze dat laat weten. En dat doe ik natuurlijk niet met ingevulde goede bedoelingen die nog vaak de mist in gaan ook.

Hoe ik dat wel doe?

Door het te zeggen.

Vaak.

En door ze los te laten.

En ik denk dat ze het ook aan me kunnen zien. Omdat ze me laten gloeien van trots, die dochters.