pikorde

“Jij durft niet je piemel te laten zien!”

Nou durfde ik als klein jongetje een heleboel niet: niet tot helemaal boven in de boom, niet van garagedaken afspringen,

maar een piemel laten zien, dat was toch zo eenvoudig als wat?

En kennelijk had ik er succes mee, want er kwamen kreten, aanmoedigingen en nieuwe uitdagingen.

Over je vingers plassen en aflikken.

Ook daar had ik geen problemen mee, het smaakte net zo zout als uit je neus eten.

Wereldvreemd was ik.

Ik vermoedde wel dat piemels-en-zo verboden terrein waren, maar ik snapte het niet. Geen idee waarom iedereen daar zo moeilijk over deed.

Ik dacht dat het stoer was om iets verbodens te doen, dat het zoiets was als belletje trekken.

Ik had geen flauw benul van taboes.

En ik dacht dat ik de held van de dag was.

Want ik had ook geen flauw benul van de machtsspelletjes die er gespeeld werden. Al was ik onbewust wel zo slim om het bij die ene keer te laten.

Pas toen het echt niet meer anders kon, ben ik de regels van het spel gaan leren. Gesnapt heb ik ze nooit. Het was een kwestie van heel goed afkijken, en vooral heel voorzichtig zijn.

Toen intimiteit een rol ging spelen, kreeg het piemel-en-zo taboe een waarom. Daar kon ik wel iets mee. Ik snapte nu waarom ik mijn piemel niet meer wilde laten zien. Dat wil zeggen, ik voelde het. Ik ontdekte, nu bewust, het wezenlijke verschil tussen durven en willen.

Als je van taboetje breken een spelletje maakt, schieten we er niets mee op. Dat voegt alleen nog maar mee regels toe.

Taboetje breken is geen echte openheid creëren.

De echte openheid kom van mensen die zich in alle kwetsbaarheid laten zien.

Zoals dit blog en dit blog en dit blog en dit blog en dit blog , en dit blog nou ja, zo kan ik nog wel even doorgaan.

Allemaal blogs van mensen die zichzelf bloot geven zonder exhibitionisme.

Aan die mensen heb je écht wat.

Het zijn allemaal mensen waardoor ik ook mezelf durf te laten zien.

Mensen waardoor ik geleerd heb dat het juist mijn kracht is, dat ik de regels niet snap, de regels zonder waarom.

De regels mét waarom, zijn de regels van het leven zelf. Die hoef je niet te snappen, die kun je voelen.

De regels zonder waarom staan echt in hun nakie.

Dat zijn de keizers zonder kleren.

Dus ik laat die regels nooit meer in de weg staan bij het maken van echt contact.

Mijn piemel krijg je niet te zien.

Mij wel.

Mijn kracht, mijn onzekerheid, mijn fouten, mijn kronkels,
mijn uit de blog vliegen, mijn onhandigheid en dus ook mijn pracht.

Met dank aan mijn medebloggers.

 

 

 

 

waarom bloggen zo leuk is.

DSCN4232

Ik zit op de WC.

Als je een leesbril hebt die om de haverklap van je voorhoofd valt, is het beter om zittend te plassen, in plaats van staand.

Bovendien kweek ik op die manier een hele hoop goodwill bij mijn drie dochters en mijn vrouw. Zodat ik weer wat potjes kan breken.

De WC is net gepoetst door mij (op aandringen van mijn vrouw, daar gaat het eerste potje). De tegeltjes glimmen. Ze spiegelen, maar ze zijn een beetje bobbelig, alsof ze uitgezakt zijn, net als oude ramen.

Achter mij is het WC-raampje. In de vensterbank staat een gele fles chloor met een rode dop. Ik zie die weerspiegeld in de tegeltjes.

Als ik mijn hoofd naar beneden beweeg, komt de rode dop in een lachspiegelbult, en het is net alsof hij uit de fles omhoog schiet. Ik kijk of ik effect kan herhalen. Dat kan.

Ik blijf dit spelletje een tijdje spelen. Ik krijg een ‘hee, heb je dat gezien? ‘ gevoel, maar besef dat dit niet iets is dat ik kan delen.

Zie je het voor je? Ik zet iemand op de pot, wijs het tegeltje aan waar de dop van de chloor in gezien moet worden, en geef dan aanwijzingen hoe het hoofd bewogen moet worden. Ik heb wel dochters die daar de lol van inzien maar die  puberen, maar die moeten al zo veel van dit soort dingen van mij zien en horen. En mijn vrouw gaat alleen maar zien dat ik een tegeltje niet goed schoongemaakt heb.

Nah, dat gaat hem niet worden. Dit is een ervaring die ik voor mezelf moet houden.

Maar wacht eens,

Ik heb een blog.

Die wordt gelezen door mensen die net zo gek zijn als ik.

Daar zit vast iemand tussen die het snapt.

Dát is waarom bloggen zo leuk is.

 

 

 

leren is jezelf wijd open zetten

Leren is los durven laten.

of zo

Tenminste, dat vermoed ik.

Het helpt natuurlijk ook dat ik niet alleen ontdekte wat beter kan, maar ook ontdekte wat er goed was.

Nee, lulkoek!

dat is het niet.

Tenminste niet alleen.

Want ik heb in trainingen eindeloos van die goedbedoelde sandwich feedback gehad, waarin de “tips” verpakt moeten worden in “tops”.

En dat werkt niet, wat voor leuke namen je er ook voor verzint.

Die “tip” is gewoon regelrechte kritiek die keihard binnenkomt, en die “top” een lullig doekje voor het bloeden.

Maar nu was dat helemaal anders.

Dus wat ik precíes goed deed, weet ik niet eens, maar gisteren vielen duizenden kwartjes.

Ik trad op. In een heel intiem zoldertheater. In een compleet andere setting dan ik gewend was.

DSCN4230

Kijk, dat is heel anders, dan de zalen waar ik mijn eerste voorstellingen deed:

lichteninhangen2

Het dwong me om van alles los te laten.

Daarmee kreeg ik de ruimte om ook weer dingen toe te voegen.

En om weer een stapje losser te worden.

En toen hoorde ik achteraf van mensen wat er mooi was.

En waar het beter kon.

Het dat laatste voelde totaal niet als kritiek, maar als AHA-erlebnis.

Alles wat gezegd werd, viel meteen als kwartjes in een ouderwets spaarvarken, of als zaadjes in goede aarde.

Het hielp ook dat het commentaar kwam van Geert van Diepen van het zoldertheater waar ik speelde.

Iemand met theaterervaring, en een hele mooie man.

Het gaat niet om de naam waarmee je je lessen verpakt, maar om de intentie waarmee je ze geeft.

En om het feit dat ik nog helemaal open stond, dus.

Wat ik precies geleerd heb?

Kom maar kijken in mijn volgende try outs, want dit gaat nog lang doorwerken.

Elke voorstelling wordt beter.

waarom je nog lang niet sociaal onhandig genoeg bent

Stel, je past niet.

Stel, je was ooit heel goed in aanpassen, maar je mooie, ietwat onhandige echte ik, komt tussen de kieren door naar buiten zetten.

Ook als je dat niet wilt.

Ook al houd jij je mond, non-verbaal is er kennelijk van alles te beleven.

Want er gebeuren sociale ongelukjes.

Je aanpas-energie is op. De automatische piloot werkt niet meer, en zie!

Je kunt niet goed meer tegen onechtheid. Als een lakmoespapiertje ga je kleuren. Ook al houd jij je mond (je wil geen gedoe), het is toch merkbaar.

Soms moet de boel juist niet gesmeerd lopen.

Dat gedoe komt er toch, natuurlijk.

En dat is goed, want dan klaart de lucht.

Pas als de lucht geklaard is kun jij je weer vrij bewegen.

In plaats van lastig, is dat juist mooi!

Je bent de kanarie in de kolenmijn.

Nog voordat iemand het merkt, gaan bij jou de signalen al af. Het enige dat je hoeft te doen is stoppen met verstoppen. Dat lukte toch al niet zo geweldig.

Je omgeving zou je  moeten koesteren! Met al je sociale onhandigheid, zorg jij voor meer lucht voor iedereen.

Je redt levens, als jij jezelf durft te laten zien, juist in al je onhandigheid!

 

 

Zei ik hier nu al hetzelfde? en hier?

 

praatgroep

Ik zit in een praatgroep voor mensen die zo bezeten zijn van op tijd komen dat ze veel te vroeg klaar zijn, en dan iets anders gaan doen waardoor ze de tijd vergeten, vervolgens zo haasten dat ze toch weer te vroeg zouden zijn gekomen, ware het niet dat ze in de haast het adres, of de routebeschrijving thuis hebben laten liggen, wat minstens een kwartier scheelt, waardoor ze niet een uur, maar 45 minuten te vroeg zijn, omdat ze zich in de tijd hebben vergist.

Tegen de tijd dat de begeleider er is, zijn we eigenlijk al weer uitgepraat.

Over de zin en onzin van citaten

Ik lees een boek, en tranen prikken in mijn ogen.

Wat ik lees komt rechtstreeks binnen, omzeilt al mijn gedachten, en verdedigingsmechanismes, en raakt mijn hart.

Zo snel dat ik niet eens door heb wat er gebeurt.

Nee, dat is niet waar, ik weet precies wat er gebeurt; wat me verwart is de heftigheid en de snelheid waarmee het gebeurt.

Het boek is “De kant van Swann” van Marcel Proust.

Als je Proust googelt kom je deze tegen:

De ware ontdekkingsreis is geen speurtocht naar nieuwe landschappen,
maar het waarnemen met nieuwe ogen

Die was ik al eerder tegen gekomen, meerdere keren zelfs (ik heb twitter én facebook, dus aan citaten geen gebrek).

Ik ben een beetje citaten-moe. Ik krijg daar het “been there – done that” gevoel bij.

Neem nou bovenstaand citaat.

Ik wandel vaak dezelfde wandeling, en vaak bekijk ik datzelfde stuk met nieuwe ogen. Je hoeft niet eens ver weg om zoiets moois te zien, denk ik dan. Ook al een cliché.

Dus toen ik dat citaat las, dacht ik: ‘Check, die past. Verder.’

Maar die tranen van herkenning, toen ik het eerste hoofdstuk van “De kant van Swann” las (over de binnenwereld van een uiterst gevoelig jongetje), dat was óók een ontdekkingsreis. Dat was ook met nieuwe ogen kijken. Of was het met nieuwe ogen bekeken worden?

Zo krijgt dat afgekauwde citaat een veel diepere lading.

Zo’n citaat, daar kun je dus kennelijk even aan likken (nee ik bedoel niet liken . . . hoewel . . .),
maar je kunt het dus ook écht proeven.

De betekenis die je kunt bedenken is niet hetzelfde als de betekenis die je kunt voelen.

De kaart is niet het gebied . .

. . schoot door mijn hoofd, om nog maar eens een afgezaagde uit de kast te halen.

Daar maakte ik zelf een eh… ding van Hoe heet het ook al weer? Als je het zelf verzint is het (nog) geen citaat of quote, toch?

betekenis

Ik twitterde mijn aforisme (ja dat is het, dank je), en kreeg meteen antwoord.

Ja, dat is ook weer waar natuurlijk. Dat heb je met korte bondige teksten. Die zijn soms te bondig.

Het maakt denk ik veel uit wie de betekenis geeft.

Bij de tranen die het boek op riep, gaf mijn hart de betekenis, en mijn hart vertrouw ik.

Soms geven mijn gedachten ook betekenis, en die maken er wel eens een potje van, weet ik uit ervaring. Dat is denk ik wat Sonja bedoelt.

Het mooie is dat ik mijn ‘rant-blog’, dat ik wilde schrijven over de overvloed aan citaten, niet meer hoef te schrijven. Laat maar lekker komen, die citaten, wie weet hoe ze bij iemand binnen komen.

Tip aan mezelf : laat ze voorbij gaan, of lees ze met je hart.

 

 

De echte kracht van social media

Als je denkt dat social media tegenwoordig schering en inslag is, heb je het mis.

Social media is de inslag.

De schering, die was er al.

DSCN4131

Die schering is de buurt waarin we wonen, werken, naar school gaan, boodschappen doen.

Die schering had ooit een andere inslag, maar die is versleten. Verzuiling, noemden we die inslag. Vaste waarden en normen bepaalden waar je bij hoorde.

Verbondenheid was iets dat ingebakken zat. De prijs die we betaalden was de individuele vrijheid.

Resolute uitsluiting als je niet mee wilde doen.

Toen we die vrijheid bevochten, gooiden we wel een kind met het badwater weg. Vrije individuen, werden we, maar niet zo goed meer in verbondenheid.

Resolute uitsluiting als je niet mee kunt doen.

Daar kan ik heel maatschappijkritisch over doen, over hoe we elkaar voorbij lopen, maar ik kan het ook gewoon bij mezelf houden.

En als ik dan heel eerlijk ben, heeft die vrijheid nogal wat beperkingen.

Wat ik écht dacht en wat ik écht voelde hield ik mooi binnen. Uit angst om niet begrepen te worden. Heel af en toe had ik het geluk iemand tegen te komen die me zag, herkende, begreep.

Wow, wat een bevrijding. Ik was niet de enige.

Maar ja. Wé waren dan wel weer de enigen. Een mini klein minderheidje.

En toen kwam social media.

Dat was een positieve inslag op mijn leven.

Toen ontdekte ik niet één, niet twee, maar hopen mensen die me snapten, aanvoelden, begrepen , waardeerden. Ik durfde steeds meer te laten zien, en de kring werd steeds groter.

Social media heeft mij geholpen om mezelf te durven zijn. Omdat ik de steun voelde van de mensen die ik daar tegen kwam.

(NOTE van vijf jaar later: wat ik nog niet wist toen ik dit schreef, was dat dit uiteindelijk zelfs tot mijn transitie zou leiden)

Nu is het tijd om die verbondenheid die ik daar voel, die inslag, in te weven in de schering.

Want online is mooi.

Maar offline, dáár moet het gebeuren.

En niet in steats2meat zaaltjes samen met met online maatjes (ook leuk!), maar met mijn buren, met de mensen waarmee ik dezelfde openbare ruimte deel.

Online en offline communities kunnen elkaar zo ongelofelijk versterken.

Weet je wat het mooie is?

Ze hoeven me in mijn eigen buurt niet meteen te snappen, want ik voel me door mijn online achterban al gesnapt.

Mijn online community geeft mij de kracht om mijn offline community open en kwetsbaar tegemoet te treden.

Aansluiten 

En dan nog even iets:

Ken je dat? Die neiging om met mooie initiatieven de wereld te verbeteren? Ik kom ze overal tegen. Dan zie ik weer een ontroerend viral filmpje van een prachtig inititatief, en dan denk ik, dat moet ik ook.

Goed, en mooi.

Maar  . . .

Er bestaat ook al heel veel.

Waarom sluiten we niet aan bij wat er al is?

Dat is in ieder geval de beslissing die ik zelf neem.

Ik hoef in mijn eigen buurt niet zo nodig mijn ei kwijt. Dat ei kan ik kwijt in mijn blog, en in mijn theater.

In mijn eigen buurt ga ik gewoon aansluiten bij wat er is. Helpen de wereld wat mooier te maken, gewoon anoniem, samen met die vele geweldige mensen die dat al heel lang doen, zonder dat ze daarvoor beloond worden met een viral filmpje op het net.

Dát is de echte kracht van social media.

Niet twitteren facebooken en bloggen dat het een schande is dat wat we bejaarden en zieken aandoen, maar online de kracht vinden om die bejaarde en die zieke te helpen die één straat verderop woont.

de cirkel is rond

En toen sprak ik Xandra.

Dat moest even, want al die plannetjes die ik er uit hadden geknikkerd, kwamen zo maar opeens hardop in mijn hoofd spoken. “Maar wat als de kaarten nu heel anders liggen?”, zeiden ze.

 

Previously on Jacob Jan Voerman:

In 2013 heeft JJV alle mooie ideeën uit zijn hoofd geflikkerd om nog maar aan één ding te werken: theater maken. Dat lukte. Maar de verkoop van de kaarten blijft achter, en het geld raakt op. Wat nu? Dat was de spannende seizoensfinale.

Het nieuwe seizoen begon met plannen om kleinere theaters te zoeken, en om naast theater maken(=vertellen), ook “het luisteren” aan te bieden aan bedrijven.

Maar de geldkwestie was niet zo maar opgelost, dus greep JJV, als een ex-verslaafde weer naar oude wilde plannen. Bij wijze van AA-meeting zocht hij Xandra van Hooff op.

 

Het fijne van Xandra is dat ze goed kan luisteren, alles binnen kan laten komen en snel kan schakelen.

Dat betekent dat ik die plannetjes niet uitvoerig hoefde uit te leggen. Als dat wel had gemoeten was ik de verdediging in gegaan, en in een soort van loopgraaf terecht gekomen.

Dat die plannetjes mooi waren, dat was duidelijk. Daar hoefden we geen tijd aan vuil te maken.

Daarom was er alle ruimte voor de vraag, wat ik daar mee moest, welke rol ik daar in kon spelen. Welke rol ik daar in wílde spelen.

En toen die vraag eenmaal op tafel kwam, kon hij dus ook rechtstreeks bij me binnen komen. (Ik zat immers niet in die loopgraaf?)

Xandra stapte, samen met mij, mijn hoge-snelheids-gedachten-trein uit. En daar stonden we, op het perron van gevoel. En daar was ook het antwoord.

Als iemand je eigen woorden terug geeft, en er komen tranen op, weet je meteen wat er wél klopt, geloof me.

Het vertellen klopt.

Het luisteren klopt.

De wilde plannetjes zijn voor iemand anders.

 

De woorden die de tranen brachten waren:

Jij wil voorkomen dat mensen in hun werk gefrustreerd raken in hun goede bedoelingen, en daardoor ofwel afgebrand raken, ofwel cynisch worden.

De tranen kwamen natuurlijk omdat dat precies is wat er met mij gebeurd was. Meerdere keren. En omdat ik nu pas besef wat ik toen nodig had.

Gezien worden. Echt gezien. Zodat er ruimte ontstaat om kwetsbaar te zijn.

En dat is iets waarvan ik weet dat ik het kan geven. Aandacht. Onvoorwaardelijke aandacht. Randvoorwaarden scheppen om kwetsbaarheid een plek geven.

Brené Brown heeft al aangetoond hoe belangrijk dat is. Ik weet hoe je het de ruimte geeft.

Dat gaan mijn luistersessies worden, voor bedrijven.

En die luistersessies zijn de voedingsbodem voor mijn verhalen, voor mijn theater, zoals mijn huidige theatervoorstelling ook is voortgekomen uit mijn aandacht voor de mensen die ik ooit tegen kwam.

De cirkel is rond.

Xandra Van Hooff ontdekt het/de gave in mensen. Als vroedvrouw, of als tuinman helpt ze je om het zelf te koesteren.

Je kunt haar hier vinden: Gave mensen

(Geen affliate link)