ik ga niet trainen, maar verhalen vertellen, dacht ik

Natkanenflipover

Als je zegt dat je iets NIET gaat doen, is de kans erg groot dat je het gaat doen.

– dag Jacob Jan, wat is het nu weer dat je niet ging doen?

Trainen

– oh, en dat ga je toch doen?

ja

– voordat je vertelt waarom je het nu wel gaat doen, en hoe dat komt, zeg eerst eens even waarom je niet meer wilde trainen

eh . . . nou er is dat gedoe met opdrachtgevers, die van alles van de deelnemers willen, terwijl ik alleen aan de gang wil met wat er op dat moment speelt. Meestal als ik een opening had gedaan, een verhalenronde, was er al zo veel gebeurd, dat ik dacht: laat dit eerst maar even zakken, er gaan nog wat kwartjes vallen, nu niet het proces in de weg zitten met leerdoelen die per se gehaald moeten worden.

– juist, en heb je er wel eens aan gedacht om trainingen te geven waarbij de deelnemers zelf de opdrachtgever zijn?

Ja, maar waar vind ik mensen die daarvoor zelf gaan betalen?

– dat is niet de goede vraag, en dat weet jij ook, de vraag is wat houdt je tegen om die trainingen aan te bieden?

Ach weet je, er zijn  al zo veel trainers en coaches

– en weer draai je er om heen, je weet donders goed dat jij iets te bieden hebt wat andere trainers en coaches niet doen

eh . .

– is dat het? valse schaamte?

Ja, als ik eerlijk ben wel. Het is nog als wat om te zeggen dat je iets bijzonders kunt met mensen

– en als het waar is?

Ik weet niet of het waar is, dat is het punt!

– maar daar is nu iets in veranderd, toch? vertel eens

Nou, ik was woensdag bij Xandra (Jacob Jan praat over Xandra van Hooff, gaaf mens red.) en toen ging het kriebelen, ik geloofde er wel in, sterker nog, ik zag het helemaal voor me

– en wat maakt dat het nu anders is?

Ik durf nu resultaten te beloven.

– wacht even, je bent theater gaan maken omdat je juist geen resultaten wilde. Theater was jou manier van training geven. Mensen aanraken, iets in gang zetten, en dan loslaten. Mensen naar huis sturen met een vol hart en iets om over na te denken. Dat was het toch? Geen begeleidende rol voor jou. Niet verder weken naar een resultaat. Wat maakt dat het nu anders is?

De samenwerking met Xandra. Kijk ik denk dat ik bang was voor de verantwoordelijkheid van dat proces. Maar samen met Xandra durf ik die verantwoordelijkheid wel aan. Je moet namelijk ongelofelijk veel schakelen in zo’n proces. Daar is ruimte voor nodig. Die ruimte is er als je met iemand traint die op dezelfde golfengte zit. Dan kun je wisselen van rol. Dan kan ik kiezen om ergens op in te zoomen omdat ik weet dat Xandra het overzicht heeft, of andersom.

Het is verschrikkelijk cliché maar samen is echt veel meer dan de som der delen. Er ontstaat iets magisch als we samen bezig zijn.

– je voelt krachtig hè?

Ja, het is alsof ik een slapende leeuw wakker maak, of zelfs een draak. Iets dat ik slapend hield omdat ik bang was voor zijn kracht. En het werkt door. Ik weet nu dat ik die kracht ook op het podium kan gebruiken, en voor de vertelsessies.

– je hebt mij eigenlijk helemaal niet nodig om dit verhaal te doen hè? Ik zit hier een beetje aangever te spelen, maar je hebt het zelf allemaal al op een rij.

Ja, dat is waar. Kijk, ik heb al heel lang geleden twee workshops gedaan bij meesterverteller/trainer/therapeut, Wibe Veenbaas, over het werken met verhalen en metaforen. Ik ben aan de slag gegaan met verhalen maken en vertellen, ik wist dat ik mensen kon aanraken en ontroeren, en daar wilde ik het bij laten. Geen verdere verantwoordelijkheid, vooral omdat ik zelf nog zo veel te leren had. Toen al zei Wibe dat ik die verantwoordelijkheid maar eens moest op pakken, omdat ik veel te bieden had. En nu pas neem ik die handschoen op. Nu pas weet ik dat het feit dat ik zelf een wandelaar op het pad ben, geen belemmering is om ook gids te zijn.

– zeg dat eens hardop, want dát is vandaag je echte ontdekking, dat je jezelf een gids durft te noemen

ik ben een gids

dank Xandra dat je dit hebt wakker gekust, en wat gaan we samen mooie dingen doen

– je mag ook jezelf bedanken, dat theater heeft je sterk gemaakt

Ja, dat is wat ik helemaal alleen durf te doen, dat is waar ik ook mee door ga, en ik zie nu hoeveel krachtiger dat nog kan worden, en daarnaast ga ik dus trainingen geven, met Xandra.

 

Ik begeleid ook vertelgroepen, waar mensen via hun verhalen met hun levensthema aan de slag kunnen. Ik vond een tijdlang dat ik dat aan de meester over moest laten. Ik weet nu dat ik het ook kan. Op 18 juni doe ik een pilotgroep. Die zit al vol. Mail me als je aan een volgende groep mee wil doen: jacobjanvoerman@gmail.com

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

wat een nieuwe plek je kan leren

Al vanaf de eerste keer dat ik een theater zag wist ik het: ik wil op dat podium.

DSCN3774

Bij elk theater gaat mijn hart harder kloppen, vooral als ik zelf op het podium mag, achter de coulissen mag komen.

Het vooraf bezoeken van een theater waar ik ga spelen, geeft me al vleugels. Zelfs de zenuwen die ik heb voor een voorstelling worden al gesust door er rond te lopen op mijn speelvlak.

lichtgron

lichteninhangen

 

Dat lege podium.

Daar gaat een heel speciaal soort magie van uit.

Dat is een plaats van schepping.

 

Mijn eerste vier try outs waren in een echte theaterzaal. De choreografie die mijn regisseur (Maarten Vonk) samen met mij maakte, vroeg om een groot podium. Bovendien had ik zelfs iemand die voor mij een lichtplan maakte. (Dank Bob Roos)

lichttecniek

 

Maar dit jaar, speel ik in kleinere zalen. Veel mensen die mijn tocht naar het podium gevolgd hadden, en nieuwsgierig waren, hebben me intussen al zien spelen. Een heel nieuw publiek aanboren gaat langzaam. Kleine zalen dus.

Weg choreografie.
Weg lichtplan.
Weg tolken (behalve in Amstelveen, daar speelt Ramon Fluitman, gebarentolk weer mee)

Dan sta ik bijvoorbeeld in een heel intiem zoldertheater.

DSCN4230

Of op de vertelplek van Boudewijn Betzema

DSCN4295

 

Compleet andere plek.

Compleet andere sfeer.

Niet de magie van het grote lege podium, maar een ander soort magie.

De magie van de vertelplek. De magie van een verhaal dat je deelt met een select gezelschap van toehoorders. Heel anders, maar minstens net zo mooi.Ik beweeg me niet alleen op een speelvlak, maar ook op een vertelvlak.

Wat ben ik blij dat ik deze intiemere magie ontdekt heb, want het maakt me losser. Ik hoef niet iets neer te zetten, ik laat het nu ontstaan.

Een groot verhalenmeester leerde me ooit: ‘Het verhaal is er. Altijd! Als je daar op vertrouwt geef je het de ruimte.’

En ik heb het ervaren, dat het verhaal er is, juist in die kleinere zalen. Daar heb ik het gevonden, en het mooie is, ik kan het meenemen.

En terwijl ik dit schrijf besef ik:

Elke nieuwe plek leert je iets nieuws, maar wat je daar vindt kun je in je hart meenemen naar andere plekken.

 

Kijk in de agenda hiernaast waar ik speel, en beleef het mee. Jouw aanwezigheid en aandacht neem ik weer mee naar de volgende voorstelling, want

schepper

 

deze blogpost is geschreven in het kader van #kommaarop

 

wat je zoal niet doet om er bij te horen

Ze kwam na de voorstelling naar me toe.

Of ik proefpersoon wilde zijn voor haar cursus biografiewerk. Dat wilde ik wel, en zo vertelde ik vanochtend mijn levensverhaal, (mijn tweede periode van zeven jaar 7-14, we begonnen vorige week al). Ik vertelde, en er rolde zomaar een inzicht uit over mezelf.

Ik heb nooit ets gedaan om er bij te horen, maar wat heb ik een boel gelaten om er bij te horen.

Het was geen echte verrassing voor me, maar zo samengepakt in één zin, en samengevoegd bij alle beelden die ik had opgeroepen tijdens het vertellen, kwam het wel binnen.

Ik was zo op het oog niet eens zo’n heel erg buitenbeentje, ik werd niet gepest.  Ik had zelfs best een goede vriend, en een paar vriendschappelijke contacten maar diep van binnen was ik eenzaam.

Want het verschil tussen getolereerd worden en gezien worden is levensgroot.

In de 6e klas van de lagere school had ik een meester die me zag, mijn grapjes leuk vond, me ruimte gaf, me aanmoedigde. Wat een verschil met de middelbare school, waar alles één grote saaie eenheidsworst was, en ik mijn grapjes voor me hield omdat toch niemand ze snapte.

Vertellend over die periode voel ik weer de grauwheid van de schooldagen. Dagen waar geen ruimte was voor mijn creativiteit.

Creativiteit die er met een gitaar, alleen op mijn kamer, nog wel eens smachtend uit kwam. Hier en daar nog wel eens een gedicht waar ik niet tevreden over was, en voor de rest ging het achter slot en grendel, omdat het niet gewenst was. Getolereerd misschien, maar dan eventjes, en niet te lang, en dan gauw weer gewoon doen.

Ik heb nooit mijn best gedaan om ergens bij te horen, omdat ik wist dat ik toch wel door de mand zou vallen.

Maar man! Wat heb ik een boel gelaten om er bij te horen.

 

masker

Nieuwe boeken, en een liedje

DSCN3845

Weer een try out.

Want ik blijf nieuwe dingen uitproberen. De extra stukken tekst die ik schreef en in Alkmaar uitprobeerde waren goed. Dus die houd ik er in.

Nu weer nieuwe stukken tekst. Nieuwe boeken mee. En misschien kort ik andere boeken wel in.

Ik had alles samen met mijn regisseur toch goed sluitend in elkaar gezet? Is het dan wel slim om dingen aan te passen?

Nou eerlijk gezegd, vind ik het spannend. Het voelt ook bijna als verraad aan wat i samen met Maarten heb neergezet. En toch blijf ik het doen, uitproberen.

Ik wil ontdekken wat wel en wat niet werkt. Dus steeds een paar veranderingen.

Ik speel vandaag voor het eerst helemaal zonder tolken. Ook dat is nieuw.

En helemaal bijzonder wordt een liedje. Zelf geschreven, op een bestaande melodie. En gelukkig, voor mijn publiek, niet zelf gezongen. Boudewijn Betzema, de oprichter van de vertelplek waar ik vandaag speel, kan wel zingen.

echte helden blijven op het schip

Natkanenflipover

“Je hebt niet voor niks ontslag genomen!”

Dat werpt Natka mij toe, in mijn theatervoorstelling.

ik heb haar niet altijd even goed in de hand, en soms pakt ze de regie

En het komt aan, steeds weer.

Want soms heb ik het gevoel dat ik het zinkende schip te snel verliet.

Dat ik best wat harder had mogen proberen om . . .

nee dat is niet waar,

niet harder,

slimmer, met meer zelfinzicht.

Nou ja, het is gebeurd.

En ik ben niet gezonken. Ik houd nog steeds vast aan wat me drijft, en ik maak steeds mooiere dingen, theater bijvoorbeeld.

nietzinken

En toch houd ik grote bewondering voor mensen die op het schip blijven, en daar het verschil maken.

Mensen die zich niet laten inpakken door systemen. Die blijven knokken voor waar ze in geloven. En die stappen zetten. Soms twee vooruit en dan weer één achteruit. Maar er verandert onmiskenbaar iets. Die hele grote oceaanstomer verandert van koers. Het kán dus!

Die mensen, daar kunnen we wat van leren.

Dus daar ga ik een boek over schrijven.

De eerste die ik gesproken heb is Steven Gort, een man die op een Lutheriaanse manier stevig schudt aan de bureaucratische palen waarop de belastingdienst staat: hier sta ik, ik kan niet anders. En hij krijgt dingen voor elkaar.

Wat is het geheim van hun succes?

Daar ga ik een boek over schrijven.

Ik weet nu al dat het geen recept zal worden voor succes,

maar dat het behoorlijk inspirerend wordt, weet ik ook,

een aanmoediging om je eigen recept te maken.

 

(Als je mensen weet die ik moet interviewen, hoor ik het graag. Ik heb al een lijstje, maar er kan nog meer bij.)

in het nu zijn

Als ik rusteloos ben,

omdat ik vind dat ik

een prachtig blog zou moeten schrijven,

en een mooi gedicht,

nieuwe teksten voor mijn theater,

een verpletterend inzicht voor een spreuk,

of op zijn minst heel erg van het NU zou moeten genieten,

ontken ik iets groots:

mijn plezier in niks doen.

Mijn spelletjes met kijken bijvoorbeeld.

En mijn getiebel.

Kennelijk,

als ik niet op let,

spelen mijn hoofd, en mijn lijf prachtige spelletjes,

waar ik helemaal in op ga.

Hoezo, mijn best doen om in het NU te zijn?

Gewoon laten gebeuren.

Onderstaand filmpje is een voorbeeld van mijn getik (waar de rest van het gezin gek van wordt). Voor mij van heel wezenlijk belang. Omdat muziek met mijn CI’s niet meer zo mooi klinkt, zijn tikjes takjes, plofjes, en allerlei andere geluiden, fijn om mee te spelen.

 

 

waarom je de verwachtingen juist niet moet waarmaken

Er viel een pijnlijke stilte.

Ik keek vragend naar de deelnemers,

en de deelnemers keken vragend terug.

Nee, erger!

De meesten hadden een verveelde  zeg-jij-het-maar blik.

Daar ging mijn interactie.

Het was mijn allereerste training. Ik introduceerde een communicatiemodel, en ik wilde de deelnemers daar bij betrekken. Want alleen zenden is niet goed. Interactie, daar gaat het om bij trainingen. Ik was toch niet zo maar een leraar die een lesje af draaide, ik was een heuse trainer.

Dus ik stelde vragen aan de deelnemers bij het invullen van een communicatiemodel.

En ik ging trekken.

Ja, precies, dat vreselijke naar de bekende weg vragen dat veel leraren op de middelbare school nog steeds doen. Tenminste, dat hoor ik van mijn dochters.
“Ja, ik weet dat antwoord echt wel, maar ik ga dat niet zeggen hoor! Ben ik weer de uitslover.”

Dat is wat ik gedaan had met mijn deelnemers. Mijn benadering had ze omgetoverd in een middelbare-school-klasje. Als dwarse pubers gingen ze achterover hangen, terwijl ik ze juist actief had willen betrekken bij mijn verhaal.

“Hoe wordt ik nou een heuse trainer?” was mijn vertwijfelde vraag aan mijn mentor.

En zij vertelde me dat het juist díe vraag was, die me in de weg zat.

Het heuse trainer willen zijn.

Alle verwachtingen waarvan ik vond dat ik ze waar moest maken, zaten me zwaar in de weg.

De meest waardevolle les die ik ooit leerde.

doewatjekunt

Die eerste training was meteen de laatste training waar ik dat nog deed, valse verwachtingen najagen. Vanaf dat moment was trainen een feestje. Omdat ik er open in durfde te gaan. Omdat ik durfde te vertrouwen op wat ik kon.

Het is een les die steeds terug komt bij alle nieuwe dingen die ik uitprobeer.

Want steeds zijn daar de verwachtingen.

Verwachtingen over hoe het zou moeten. Verwachtingen die me steeds opnieuw verlammen. Omdat het imaginaire verwachtingen zijn, gebaseerd op een of ander ideaalbeeld.

Pas als ik een tijdje bezig ben, een paar keer flink gevallen ben, en strompelend weer verder ga, besef ik het weer.

Oja..

Het gaat om wat ik kan. Niet om al die andere dingen.

Zelfs als ik nieuwe dingen leer, zijn er altijd de dingen die ik kan. Ik alleen kan. Omdat ik ben wie ik ben.

Daar zit mijn kracht.

Daar kan ik verwachtingen op baseren.

Die verwachtingen kan ik altijd waarmaken.

 

schuld en schaamte

Ik krijg een mailtje.

Is er iets? We hadden je verwacht. We zijn een beetje bezorgd.

En dan schiet het door mijn hoofd.

Ik zou een rustpunt-bijeenkomst van mijn kerk leiden. Een soort meditatief moment.

Vergeten. En ik had nog niet eens zo lang geleden mailcontact gehad.

Het stond niet goed in mijn agenda, want ik had geruild. (Dat is geen excuus, trouwens)

Ik heb mensen in de steek gelaten, die op mij vertrouwden.

En nu?

Wat gaat er in mij om?

Schaamte. Diepe diepe schaamte. En schuld.

Hoe scheidt ik die twee van elkaar?

Mijn neiging is om van alles te doen om het maar goed te maken. Maar dat is niet om de schuld in te lossen. Dat is om de schandvlek weg te poetsen.

Dit zijn de momenten waarop ik het moeilijk vindt om van mezelf te houden.

Dit zijn de momenten waarop mezelf geestelijk gesel.

Dit zijn de momenten waar het op aan komt.

Want hier komt ‘wie ik ben’ los van dat wat ik graag wil zijn in de ogen van anderen.

Dit is mijn kans om mezelf écht te accepeteren.