En ik was mijn blog

Reflecteren, dat is zo’n beetje mijn natuurlijke staat.

Daarom vind ik bloggen ook zo leuk.

Niets doen, mijmeren, indrukken voorbij laten komen, omdraaien en nog eens voorbij laten komen, andere belichting kiezen en nog eens voorbij laten komen.

Daar heb ik tijd voor nodig, daarom noem ik mij een introvert, dan snapt de buitenwereld dat ook. Een beetje.

En het dan zo druk hebben, dat er helemaal geen tijd is voor mijmeren. Nou ja, die tijd is er wel, maar dan ben ik zo moe en vol dat alle beelden door elkaar lopen.

Vreemde gewaarwording.

Nog vreemder is dat ik kennelijk prima functioneer. Dat ik ook kan handelen zonder dat ik weet waarom ik zo handel. Dat ik kan improviseren. Dat mijn hoofd daar helemaal niet bij nodig is. (Ja dit is een uitleg van mijn blog van eergisteren)

Het werkt, maar ik weet niet hoe het werkt. Maar nu heb ik vakantie. En dus veel tijd om daar eens lekker over te mijmeren.

Het heeft te maken met overgeven en vertrouwen, dat weet ik intussen wel. Daar komt nog een blog over.

wees je blog

Heel mijn wezen leert, ervaart voelt en weet.

Dat er geen woorden zijn schijnt mijn wezen niet te deren.

Ik sla het wel op, ergens in het lijf.

Weten kan kennelijk ook zonder het te weten.

Het hoofd heeft daar als archivaris wel wat moeite mee.

“En je blog dan?”, roept het vertwijfeld.

Laat je lijf maar schrijven, fluistert het wezen. Morgen ben jij gewoon je blog, in alles wat je doet, oké?

 

 

Lieve Dion

Dion

Lieve Dion,

Weet je het nog? Je eerste schooldag op de Buizerd? Het was carnaval, het schoolorkest speelde buiten, en je vond die drukte maar niks. Kleine introverte jongen met je blonde krullen en een grote dosis fantasie. Fantasie waar jij niet alleen je zussen bang kon maken, maar ook jezelf.

En nu je Master. Ik ben daar supertrots op. Maar veel trotser ben ik op jou als mens. Zo heerlijk jezelf gebleven. Daar sta je dan, uit te leggen wat je in je stage hebt gedaan. Zwaaiend met je handen scheikundige modellen uitbeeldend, met een energie alsof je ons de spelregels van Munchkin Adventure Time aan het uitleggen bent.

Je gaat zo prachtig je eigen gang. Zo ontzettend geniet je van alles. Klimmen, de gekke studentenavonturen (zoals the battle of the sacs). Het feit dat je elk moment aanpakt om iets gaafs te gaan doen. Een vriend opzoeken in Boedapest. Een stage in Spanje, niet omdat die universiteit zo prestigieus is, maar omdat je dat land zo heerlijk vindt.  Mens wat geniet jij van het leven, en wat geniet ik met je mee!

 

 

Ik kan niet begrijpen wat sommige mensen bezielt

Maar dat is niet waar.

De vreselijke werkelijkheid is dat ik me dat wel kan voorstellen. Levendig zelfs. Zo levendig dat ik dat uit heb gezet, omdat ik daar niet wil gaan.

Maar ik kan het wel, besefte ik laatst opeens.

Ik kan in de huid kruipen van mensen die de meest vreselijke dingen zeggen en doen. Ik kan me voorstellen vanuit welk wereldbeeld, vanuit welke woede, vanuit welke angst mensen tot vreselijkheden in staat zijn.

Ik kan me zelfs voorstellen dat ik een IS strijder ben, en alleen nog maar mijn eigen waarheid kan zien.

En dat is vreselijk.

Niet alleen omdat ik het niet wil begrijpen.

Niet alleen omdat ik helemaal niet wil weten waar ik zelf toe in staat ben.

Maar ook omdat ik daardoor weet hoe ver afgesloten van de wereld dat is, gevangen zijn in een ‘heilig’ gelijk.

Als een enge droom zou ik het af willen schudden.

Maar hoe krijg je het de wereld uit?

kies je verhaal zorgvuldig

Die praktische onzekerheid van mij (zie vorige post) heeft te maken met het feit dat ik geen enkele groot verhaal geloof.

Dat is een afwijking van mij.

Bij elk verhaal dat mij aanspreekt zie ik direct het tegenoverliggende verhaal. Ik zie ze samen, als twee zonnen die aan de horizon staan. (Ja dat bestaat wel!)

Elk verhaal is waar.

Geen enkele verhaal is helemaal waar.

De kunst is om een verhaal te kiezen, en net zo lang vast te houden dat je er verder mee komt, maar niet zo lang dat het je dwars gaat zitten. Een verhaal kan met je meegroeien, maar soms heb je gewoon een ander verhaal nodig.

Zo’n verhaal kiezen is een kwestie van vertrouwen.

Dat begin ik nu te leren. Kiezen en vertrouwen.

 

Vertrouwen

Vanaf het moment dat ik daar bewust over na ging denken (mijn puberteit, vermoed ik) weet ik dat ik een oervertrouwen heb. In het leven zelf.

Ik wist al dat ik hem had, voordat ik hem een keer dwars door me heen voelde gaan. (die ervaring beschrijf ik hier)

En gek genoeg helpt dat oververtrouwen me in de praktijk niet veel verder.

Dat komt omdat er verschillende lagen vertrouwen zijn. Tenminste, bij mij dan.

Dat oervertrouwen, dat is de basis. Ik weet dat als ik heel diep val, dat vangnet van het oervertrouwen er is om me op te vangen. Altijd. Stevig in plaats.

Maar dan is er nog steeds ruimte om te vallen.

Vooral op zakelijk gebied heeft me dat veel dwars gezeten. Het gebrek aan praktisch vertrouwen. Het vertrouwen dat ik een klus kan klaren. Het vertrouwen dat ik fouten mag maken. Dat soort dingen.

Heel langzaam begint ook dat vertrouwen te groeien. En niet eens doordat ik zelf zo’n enorme groeisprong maak, maar gewoon omdat het van buitenaf gevoed wordt.

Op de basisschool de Vallei ben ik vooral mezelf. Ik doe niet wat ik denk dat moet, maar wat ik denk dat ik kan. Niet meer niet minder. En ik krijg te horen dat het gewaardeerd wordt. Dat ik waardevol ben.

Dat soort dingen zijn soms gewoon nodig. Het is soms nodig dat anderen het vertrouwen in jou uitspreken, zodat je zelfvertrouwen kan blijven groeien.

Dat praktische vertrouwen heb ik nodig om mijn oervertrouwen in te kunnen zetten, want dat heeft ruimte genoeg voor anderen.  Het is de kracht die er voor zorgt dat ik anderen kan accepteren zoals ze zijn.

Het was de “wie ben ik nu helemaal om te pretenderen dat ik wat te bieden heb” onzekerheid, die me te vaak deed inhouden. Daarom is het mooi dat ik me laat voeden met het vertrouwen van anderen.

 

Ik schreef daar ooit al dit verhaal over:

De Schepper boetseerde de dieren van klei, en blies ze leven in, wees ze hun plek in de wereld en zei:

“Probeer het uit. Kom terug als je iets nodig hebt. Ik zal één keer luisteren naar al je wensen, en je toerusten voor de uitdagingen waar jullie voor staan.”

Toen de kameel terug kwam, wist hij precies wat hij wilde: Lange wimpers zodat het stof van de woestijn niet in zijn ogen zou waaien. Lange benen omdat hij grote afstanden moest afleggen. Brede hoeven zodat hij niet in het zand zou wegzakken. En nooit meer dorst, want in de woestijn was weinig water.

“Weet je het zeker?” vroeg de Schepper nog. De kameel wist het zeker, en zo geschiedde. Toen alle dieren geweest waren stond daar opnieuw de kameel.

“Hoe gaat het?”, vroeg de Schepper

“Nou”, zei de kameel: “de wimpers zijn fantastisch, en ook met mijn benen en hoeven ben ik heel blij” De Schepper wachtte. Hij wist wat er zou komen.

“Ik mis de dorst zo”, zei de kameel: ”Ik mis het moment dat ik met vreselijke dorst bij een oase kom, en dan kan drinken. Dan smaakt het water zo heerlijk. Nu drink ik af en toe nog wel eens, maar het water smaakt me niet.”
de Schepper begreep het.

“Twee bulten geef ik je, daarmee kun je voedsel en water opslaan voor de lange tochten door de woestijn.
Maar altijd zul je terug willen keren naar een oase. En je zult ervaren hoe heerlijk het is om je dorst te laven.”

druk hebben, druk zijn, mijmeren en vertrouwen (en nog steeds geen goede titels kunnen verzinnen)

Ik heb het druk.

En dat is fijn. Want de “ik-doe-niet-genoeg” knaagde twee jaar lang.

Dat was al beter dan de  “ik-doe-niet-waar-ik-bedoeld-voor-ben-knaag” van de jaren daarvoor, maar toch.

En nu knaagt er niks. Daar is ook helemaal geen tijd voor. Ik slok bijna elk moment op.

Maar ik mis de mijmer.

Dus was het erg fijn om in Zeeland te zijn.

DSCN6040

 

Ik vind mijn nieuwe ritme wel weer.

Want ik heb het wel druk, maar ik ben niet druk.

Ik ben wel vol.

Nu nog vertrouwen dat ik de goede vorm vind, om het er weer uit te laten stromen.

Stapje terug is niet hetzelfde als zoek het maar uit

Steeds opnieuw ben ik verbaasd wat er gebeurt als je een stapje terug doet.

Ik had als sinterklaassuprise zelf een electro gemaakt. Die heb ik meegenomen naar de Vallei, om te zien of kinderen interesse hadden om er iets mee te doen. Ze mochten hem slopen.

Johan ziet meteen hoe het werkt en gaat aan de slag.

Sep, die vorige week nog hevig geïnteresseerd was in lampjes en batterijen, heeft nu andere interesses. Prima! Dat kan. Hij heeft even aan techniek geroken, en als hij de geest krijgt komt hij wel weer terug. Of niet. Dan heeft hij iets anders gevonden, kan ook.

Geert sluit aan. Hij wil zelf ook eentje maken. Ik aarzel heel even. Geert is een stuk jonger dan Johan, en ik heb al eerder meegemaakt dat kinderen wel het resultaat willen, maar niet zo’n zin hebben in al het gedoe dat je daar voor moet doorstaan.

Ik leg uit dat het een flinke klus is, en dat we misschien vandaag niet klaar zijn. Geert knikt. In zijn gezicht en houding lees ik zeer serieuze concentratie.  Daarom besluit ik hem mijn volle vertrouwen te geven. Niet vanuit een laf soort “Ik zie wel”, maar in de verwachting dat hij door gaat pakken. (Zou Geert dat vertrouwen uit mijn non verbale houding lezen? Ik denk het wel.)

En werken doet hij. Niet impulsief maar planmatig.

Ik doe een stap terug, en geniet.

Af en toe help ik even. Dan laat ik iets zien, of doe ik iets voor. Een stap terug doen is niet hetzelfde als zoek het maar uit . . .

. . . nou ja, letterlijk gezien wel natuurlijk . . .

. . . maar niet alles hoeft zelf uitgezocht.

Ondanks zijn zorgvuldige aanpak blijkt er iets  niet te passen. Dat betekent dat Geerts tekeningen overnieuw moeten. Dat vindt hij niet erg. Geen spoortje ongeduld. Hij leert nu meteen dat niet alles in één keer goed hoeft te gaan.

En het wordt beloond! In één ochtend komen we een heel eind. Verder dan ik hoopte.

DSCN5956

DSCN5968

DSCN5970

DSCN5972

DSCN5975

 

namen zijn verzonnen

 

 


 

Dit stuk beschrijft mijn ervaringen in het onderwijs, op een bijzondere basisschool, de Vallei.

De andere stukken staan hier