omdat er geen echte les in zit 22 A.
Kijken of ik nog een tip kan verzinnen morgen.
omdat er geen echte les in zit 22 A.
Kijken of ik nog een tip kan verzinnen morgen.
Met het opzij duwen van de laatste braamstruik had hij een pad vrij gemaakt dat leidde naar een open plek. En daar stond de poort. Toen Doni dichterbij kwam leek de open plek groter te worden, veel groter. De poort torende hoog boven hem uit. Doni moest zijn hoofd achterover houden om de woorden te lezen.
“Reiziger die verder gaat, weet wel dat hier alles bestaat.”
Als Doni dacht, deed hij dat niet in zinnen, maar in plaatjes. Nu sprong het beeld van een grijsblauwe vogel zijn hoofd in. Hij probeerde voor te stellen hoe de vogel langzaam onder de poort door stapte. De lukte niet. De reiger bleef staan, op zijn ene poot. Dus keek hij nog een keer goed naar de tekst.
Reiziger, stond er, zag hij nu. Het beeld veranderde direct. Hij zag zichzelf in een lange jas, met een koffer in zijn hand. “Ik ben helemaal geen reiziger.”, dacht Doni. Hij las de zin nog een keer.
“Waar is ‘hier’ ? Begint dat onder direct onder de poort? En wat bedoelen ze met ‘alles’ ?” . Doni aarzelde, deed een stap onder de poort door en bleef staan om te zien wat er gebeurde.
Niets.
Doni haalde opgelucht adem. Hij was even bang geweest dat de monsters uit zijn dromen tevoorschijn zouden komen. Dromen waaruit hij altijd gillend wakker werd. Niet slim om daar aan te denken, want nu zag hij ze direct in zijn hoofd, net als de reiger en de koffer.
Met een schok ontdekte hij dat ze echt waren, ze zaten ook buiten zijn hoofd. Hij voelde ze zelfs. Die vreselijke klimplant die hem elke nacht opslokte (als het monster niet sneller was), kroop langs zijn been omhoog. De greep van de plant werd sterker. Doni wilde een stap terug doen, maar de plant sleurde hem mee. Hij kneep zijn ogen dicht, en riep tegen zichzelf:
“Wakker worden! Dit is altijd het moment waarop ik wakker word! Toe nou!”
“Je bent wakker”, zei een stem. “Kijk me aan.”
Doni deed zijn ogen open.
2. De oude man
Meestal zat zijn moeder op zijn bed als hij wakker werd uit zo’n akelige droom.
Ze wiegde hem zachtjes en vertelde dat het maar dromen waren. Het wiegen hielp. De mededeling dat het maar dromen waren niet. Op een of andere manier maakte dat het alleen maar erger, maar hij wist niet goed hoe hij dat uit kon leggen aan zijn moeder. Aan geen enkele volwassene kon hij trouwens iets uitleggen. Het was alsof uitleggen iets was dat je pas kon doen als je volwassen was.
Maar nu was het niet zijn moeder die op zijn bed zat, maar een oude man. Tenminste, hij was kaal en had rimpels. Maar hij leek helemaal niet oud. En welke oude man droeg een Mickey Mouse T-shirt?
De oude man keek hem aan, en begon te spreken. En hoewel hij rustig sprak, klonk er haast door in zijn stem, bezorgdheid zelfs.
“Ik snap dat je veel vragen hebt. Ik zal je alles uitleggen, als je me nu niet in de rede valt. Kun je dat?”
Doni knikte. Op dat moment bonkte er iets zwaars tegen de deur.
“Dat bedoel ik.”, zei de oude man: “We hebben niet veel tijd. Nee, niet je ogen dichtknijpen, dat helpt niet. Je bent al wakker.”
De man pakte Doni bij zijn handen.
“Luister. Dit is geen droom. De poort is ook geen droom.” Doni voelde een grote “maar” opkomen. De oude man zag het en legde zacht zijn vinger tegen de lippen van Doni. “Straks mag je vragen stellen. Het mooiste zou zijn als je het zelf zou ontdekken, maar daar is nu geen tijd voor. Het gaat sneller als ik het uitleg. Wat er op die poort staat is waar. Alles bestaat hier. Alles wat je bedenken kunt is er ook. Direct. Jij hebt een levendige verbeelding. Dat is waarom je de poort zo makkelijk vond.”
Op dat moment klonk er glasgerinkel. Door het raam van Doni’s kamer kronkelde een slingerplant naar binnen.
“Een beetje te levendig. Luister goed: we zijn hier nog steeds in het land waar alles bestaat. Dat daar buiten zijn jouw planten en jouw monster. Je hebt ze laten bestaan. Net als deze kamer. Die riep jij op door in je wens om wakker te worden.”
Weer een harde bonk. Nu leek de hele muur te bewegen. Er ontstond een scheur die tot in het plafond door liep. Gruis viel op Doni’s bed. Als dit echt was, wie was die man dan? Waarom deed hij niets? Het leek alsof de man wat van hem verwachtte. Maar wat dan? Hij was hier onbekend.
“Wat moet ik doen?” vroeg Doni.
Er verscheen een grote lach op het gezicht van de man.
“Ik wist het. Wat een reus ben jij. Zo klein en zo abel. Ik ga je een vraag stellen. En ik wil dat je goed over het antwoord na denkt.”
Op dat moment rinkelde er meer glas, de rode bal kwam de kamer binnengevlogen. Doni kromp in elkaar.
“Wil jij deze monsters?”, vroeg de oude man.
Wat een idiote vraag, dacht Doni. Natuurlijk niet. Maar ik heb niks te willen. Ze dringen mijn dromen in, of ik wil of niet. en nu zijn ze hier.
Het was alsof de man gedachten kon lezen.
“Je hebt wél wat te willen. Voel het. Van binnen. Wil je deze monsters en planten?”
Doni voelde. En toen ontdekte hij iets nieuws. Hij voelde iets anders dan buikpijn. Hij voelde kracht. Zonder het te weten had hij zijn vuisten gebald. Hij was boos! Nee! Hij wilde ze niet, die monsters en de planten. Ze hadden hier niks te zoeken. Dit was zijn kamer!
“Nee!” zei hij luid.
Doni voelde een schok. Er klonk een geluid als van een zware kluisdeur die dicht viel. Toen was alles ineens stil. Het raam was weer heel. De scheur in de muur was weg. Doni knipperde met zijn ogen. Even verwachte hij zijn moeder te zien. Maar nog steeds zat daar de oude man.
Dan is even de auto uit de garage halen gewoon een prachtige fietstocht.
Ik kan wel gaan beschrijven hoe fijn zo’n herfst fietstochtje is.
Maar ik kan het ook laten zien.
Heerlijk.
Een stad is leuk, maar ik ben altijd blij als ik weer naar huis mag.
Als je 7 bent kun je er in, in het land waar alles bestaat. Of 14, of 21, of . . . nou ja , je snapt het wel. De poort staat elke zeven jaar voor je open. Maar dan moet je hem wel eerst vinden. Wacht niet te lang met zoeken, de poort is moeilijker te vinden naarmate je ouder wordt.
Doni vond hem al toen hij zeven was, per ongeluk, dat wel.
“Reiziger die verder gaat, weet wel dat hier alles bestaat.”
“Ik ben helemaal geen reiziger”, dacht Doni. Hij was op zoek geweest naar zijn rode bal. Vervelende kleur, want Doni was kleurenblind. Rood-groen, had de dokter gezegd. Stomme dokter. Hij zag heus wel het verschil tussen rood en groen, als ze maar duidelijke kleuren gebruikten, en niet van die vuile. Maar in de schaduw tussen de struiken en de brandnetels, viel zelfs zijn fel rode bal niet genoeg op.
Met zijn voeten trapte hij voorzichtig de brandnetels plat. Hij vervloekte zijn blote benen en sandalen. Ze waren niet alleen onhandig hier. Hij vond ze opeens ook kinderachtig.
De bramen waren erger dan de brandnetels. Ze grepen naar hem, maakten schrammen op zijn blote armen en klampten zich vast aan zijn t-shirt. Het kostte veel werk om ze los te plukken en zo opzij te duwen dat ze niet meteen terug sloegen, zijn gezicht in.
Hij kwam langzaam dieper en dieper het bosje in. Te diep. Zo hard had hij de bal niet geschopt. “En zo groot was het bosje ook niet” dacht hij, “. . . vreemd”. En toen had hij de poort gezien. Vreemder.
Door ruimte voor je zelf te nemen.
Duidelijk te zijn. Voor jezelf. Voor de ander.
Laat je nee een nee zijn, je ja een ja, en je twijfel een twijfel.
Je ‘nu-niet’, ‘dit-niet’, ‘dit-nu-niet’ of ‘ik-weet-het-niet’ schept ruimte.
Ruimte voor jezelf. Ruimte voor wat ontkiemt. Pas gezaaid, niet op lopen.
Ruimte ook voor straks.
Want ‘dan wel’, of ‘dat wel’.
Dan is je ja een JA.
En dan is je ja een wijd open hart voor de ander.
Zet je eigen ruis opzij.
Laat binnen komen, laat je beïnvloeden. Je bent pas echt jezelf als je door elk contact verandert.
Jíj bepaalt hoe je wordt beïnvloed.
Jíj bepaalt wat er gebeurt met dat wat binnen komt. (Maar dan moet je het wel eerst laten binnen komen)
Een nieuwe stroom door jóuw bedding.
Neem daar de tijd voor.
Proef, smaak, maak eigen.
Maak Eigen.
Die ander een deel van jou.
Jij een deel van die ander.
Samen en Eigen.
Individualiteit én collectiviteit.
Best of both worlds.
Jezelf zijn in verbondenheid met elkaar.
Daar gaat het om.
Niet je egocentrische zelf.
Niet je puur-hedonische zelf.
Niet je en-nu-ben-ik-aan-de-beurt zelf.
Niet je ik-heb-overal-lak-aan zelf.
Niet je ik-zal-ze-een-poepje-laten-ruiken zelf.
Niet de ik-zal-ze-laten-zien-dat-ik-geen-kuddedier-ben zelf.
Dat is allemaal schreeuwerige buitenkant.
Daarbinnenin zit …
De verlegen zelf
De ik-snap-het-niet zelf
De eigenzinnige zelf
De stille-genieter-zelf
De en-toch-vind-ik-het-mooi zelf
De waarom-zegt-iedereen-dat-het-niet-kan? zelf
De dat-kan-toch-ook-anders? zelf
De ik-snap-je-niet-maar-ben-wel-nieuwsgierig-naar-je zelf
De ik-wil-je-leren-kennen-maar-ik-durf-niet zelf
Al die zelven vormen één geheel. Juist omdat we anders zijn, vullen we elkaar aan.
Heel veel van die zelven durven niet, of mogen niet.
Jammer, want niemand heeft de waarheid. We hebben met zijn allen de waarheid. Als we ook maar iemand uitsluiten, wordt die waarheid geschonden.
Laten we alle zelven de toestemming geven.
Anders mist er een kleur op het palet.
Ik wil te veel.
Allemaal plannen in mijn hoofd.
Dat is niet goed lees ik in allerlei adviezen. Mij ontbreekt focus.
Ik moet stoppen met het lezen van die adviezen. Want dat maakt de chaos alleen maar groter. Als ik niet op pas haal ik het wat en het hoe door elkaar. Ik moet wel mijn eigen levenslessen volgen natuurlijk.
Goed.
Eerste poging om orde op zaken te stellen.
Dit is een kladversie. Er gaat nog veel veranderen.
Het WAT weet ik wel.
Ik heb er nog geen mooie elevatorpitch voor. Wil ik ook niet.
Ik zit in een boeiende strijd tussen precies en vaag:
Elke keer dat ik het wil vatten, omschrijven, vastpinnen, grijpen, merk ik dat het als zand tussen mijn vingers door glipt. Aan de andere kant: als ik het vaag laat, blijft het zo hangen.
Dus doe ik nu een rondedans. In steeds kleinere cirkels draai ik om de hete brij heen.
Wat is het wat?
Eigenheid.
Dat.
Wow! Eén woord.
En nu die brij:
Aanpassen versus jezelf zijn. Eigenwijs versus Luisteren. Collectief versus Individueel. Woord versus Beeld. Slim inspelen op wat mensen willen, of dat bieden waarvan ik vind dat het nodig is. Klein beginnen of groot dromen. STOP
Daar heb je het al. Het hoe sijpelt er door heen.
Terug naar het WAT.
Ruimte voor ieders eigenheid. Begrensd door respect voor de eigenheid van de ander. Ik schreef daar al een blog over. Die grens is niet zo moeilijk al hij lijkt. Als we maar de tijd nemen om hem te voelen. Als we maar beseffen dat we met respect voor die ander tegelijkertijd een bijzonder deel van ons zelf eren. Vrij maken zelfs.
Maar HOE?
Op zoek naar mijn rol daarin.
Niet als zoveelste coach. Daar zijn er genoeg van.
Wat ik wil is muren afbreken.
Muren die wij met zijn allen om die eigenheid heen bouwen.
En nu het begin van het HOE:
Wat heb ik in huis?
Mijn kwetsbare plek: Mijn allergie voor die muren. Mijn neus voor echtheid.
Mijn Achilleshiel als Instrument.
Dit blog is een reactie op: Bilateraaltje van Ruud Ketelaar.
To: Ruud@DeKetelaartjes.com
From: jacobjanvoerman@gmail.com
onderwerp: wat nu weer?
datum: 13-10-2012 9.00
Even naar je thuisadres. Ik neem aan dat het voor jou niet leuk is als dit op de verkeerde plek op duikt. Voor mij maakt dat inmiddels niet meer uit.
Je doet het weer he? Vrijdagmiddag nog snel even iets op iemand anders bord schuiven. Zodat als het spannennd wordt, jij kunt zeggen dat je in week 41 al actie hebt ondernomen. Compleet in de geheimtaal die je nodig hebt voor het cover-your-ass dossier.
Prima, je doet maar. Als ik maar betaald wordt. Ik snap dat ik weer de olifant in jouw porceleinkast moet spelen. Waar moet ik je nu weer uit redden?
Leuk die toevoeging “smetteloos track record”. Zeker gezien het de vorige keer mijn kop was die moest rollen. Altijd weer verrassend hoe geschiedenis herschreven wordt.
Uiteindelijk is het voor mij een blessing in disguise geweest. Wat heerlijk dat ik nu de tent uit ben. Ik heb inmiddels ook zo veel opdrachten dat ik ook niet meer van jullie club afhankelijk ben. Misschien is dat laatste juist de reden dat je mijn hulp in roept. Zoals gezegd. Dat gaat kosten. Geld speelt geen rol weet ik uit ervaring. Liever een politiek correcte oplossing dan een goedkope. Liever reputaties sparen dan geld. En dat kleine beetje effectiviteit dat jij er uit wil slepen door mij er bij te halen mag dus iets kosten. Ik neem aan dat jij daar een plek voor kunt vinden in je begroting.
Ter zake.
Voordat ik begin even wat dingen duidelijk maken.
Lees ik het goed dat al mijn voorstellen die de vorige keer gesneuveld zijn alsnog ingevoerd gaan worden? Als dat zo is ben ik je man.
Maar het directeurenoverleg doet mij het ergste vrezen.
Die bezuinigingsoperatie is natuurlijk gewoon snijden op de werkvloer. En jullie willen een hoop toeters en bellen die moeten verbloemen hoe daarmee de service achteruit gaat.
En jij verwacht dat de markt daar pas in 2016 achter gaat komen? Jaja ik weet dat jij veel vertrouwen hebt in die apps en andere social media tools die we ontwikkeld hebben. Je kunt daar een paar mensen heel lang mee voor de gek houden en een grote groep een tijdje. Maar niet de hele markt tot 2016. Ik bedoel: hoeveel stories kun je tellen, totdat het echte verhaal naar buiten komt?
Ik vermoed dat je op de pensioenering van Miedema en de Bruin mikt. Wat weet jij over de opvolging? Laat even weten hoe groot de kans is dat de juiste mensen aan het roer komen. Wie weet is het interessant om een schaduw-lijn op te zetten als het ons lukt die tijd te overbruggen.
Oja. Leuk bedacht die titel. SRO. Voor mij om mee te zwaaien neem ik aan. Die paar mensen die daar niet in trappen zijn verstandig, daar kan ik wel mee werken. Dat moet lukken.
Geef nog even door hoe groot de kans is dat ik deze hele klus weer voor niks ga zitten doen. Geld is leuk, maar ik wil graag ook iets doen dat ergens toe dient.
P.S.
Jij checkt mij rapportages wel op het juiste managementbabbelgehalte toch?
Daar ben je goed in.
Een opmerking maar: Kritische succesfactoren moeten natuurlijk kritieke succesfactoren zijn.