hoe mooi lastige mensen kunnnen zijn

Ontdekking van mij uit 1998.

Daarvoor gaf ik (voor het arbeidsbureau) trainingen sociale vaardigheid aan afgestudeerde Wageningers. Enthousiast volk, altijd leuk.

Maar toen ging ik in Den Bosch sollicitatietrainingen geven. Aan mensen die al heel lang een uitkering hadden. Ze kwamen daar niet omdat ze wilden. Ze waren daar omdat ze moesten. Lastig volk.

Lastige mensen

Ze hadden het opgegeven. Sommigen zelfs op advies van het arbeidsbureau zelf. Een man vertelde  dat hij twee jaar geleden nog om hulp had gevraagd. Hij had te horen gekregen dat hij maar een hobby moest zoeken, of een hond moest nemen tegen de eenzaamheid. “En nu moet ik van dat zelfde arbeidsbureau verplicht meedoen met een sollicitatietraining, en zit mijn hond alleen thuis, die blaft vast de hele middag. Krijg ik weer ruzie met de buren.”

Dit was 1998. De arbeidsmarkt trok aan, en de politiek had beslist dat iedereen weer mee moest doen.

Hij was niet de enige die die er niets in zag, in die sollicitatietraining. Ik zag overal zware moedeloosheid. Een vrouw had alle doosjes pillen voor zich uitgestald die ze moest slikken voor haar kwalen. “Wat moet ik nou nog?”

Voor het eerst had ik een lastige groep voor mijn neus, in plaats van een enthousiaste.

Een groep die totaal niet wilde.

De weerzin was compleet. En dat is mijn geluk geweest, denk ik. Anders was ik in de val gelopen om met een enthousiast “kom op! iedereen kan als hij wil!” er tegen in te gaan.

In plaats daarvan heb ik de trainingsdoelen aan de kant gezet. Ik ben gaan luisteren naar de verhalen. Mensen die weg wilden heb ik gevraagd deze eerste bijeenkomst even af te wachten.

Prachtige mensen

Na de eerste bijeenkomst besloten ze allemaal te blijven. Omdat ze elkaars verhalen zo mooi vonden.

Ik ook. Het waren verhalen waardoor mijn respect voor deze mensen groeide. Wat hadden ze veel meegemaakt. En wat zag ik daar sterke mensen zitten.

Mensen die zich op hun eigen manier door tegenslagen hadden gevochten. Mensen die tegen de klippen op hadden gezorgd dat hun kinderen goed terecht waren gekomen.

Iemand die wat klusjes deed voor een voetbalclub, en intussen de voetballende jeugd opvoedde. “Want sommige jonge trainers hebben geen vat op ze”.

Een vrouw die niet alleen haar schoonmoeder op de gesloten geriatrische afdeling eten gaf, maar ook alle andere bewoners maar even hielp.

Prachtige mensen.

Sinds die groep heb ik nooit meer een lastige groep gehad. Sinds die groep zie ik overal mensen die ik bewonder. Als ik maar de tijd neem om ze te leren kennen. In mijn werk kan ik dat. In alle andere situaties leer ik dat steeds beter.

Wat ik nodig heb is ruimte.

Dat is wat er nodig is om het prachtige te kunnen zien.

Dat is wat we allemaal nodig hebben om ons prachtige zelf te kunnen zijn.

 

En de wil van anderen om het te kunnen zien, hoor ik iemand zeggen.

Die wil is er.

Ook die heeft ruimte nodig.

hoe verander ik in mezelf?

Nóg iets wat ik in mijn zoektocht naar inspiratie ontdekte.

Eh, wacht …

Dan moet ik eerst even vertellen wat ik ooit al eerder over mijzelf ontdekte.

Ik ben een bewonderaar. Ik kan ontzettend goed andere mensen bewonderen.

Als ik góed kijk . . .

en dat doe ik lang niet altijd, ook ik leef mijn leven te vaak te vluchtig

Als ik goed kijk zie ik altijd iets om te bewonderen. Iedereen heeft een wow!

Goed, terug naar het kwartje dat vandaag viel.

Die bewonderaar in mij geeft mij kameleon neigingen. Ik zie iemand, krijg mijn wow, en meteen wil ik het ook. Zó moet ik zijn. Dát is mooi. Hoe krijg ik dat ook voor elkaar?

(als je wil weten wie me hier in triggerde.. ik keek deze TED-talk en was verliefd..zo wilde ik ook wel voor een zaal spreken)

Ik ontdekte een spannende uitdaging:

Leren van anderen, uit mijn comfortzone stappen, dingen doen waarvan ik dacht dat ze niet bij me pasten. Dat is nodig. Als ik iets nieuws wil bereiken moet ik iets nieuws leren doen.

Maar dat is niet hetzelfde als anderen nadoen.

Dat is niet hetzelfde als die anderen willen zijn.

Mezelf blijven, terwijl ik anders wordt.

Dat vraagt voor mij dus voortdurend om aandacht.

Bedankje voor Elja

Ik ben bezig met iets nieuws beginnen.

Ik zoek moed.

En vind moed.

Allemaal mooie, inspirerende teksten en filmpjes op internet, maar ook veel dichterbij.

Ons eigen #blogpraat. Gestart met niks, en nu regelmatig trending topic. Maar dat is niet het belangrijkste. Belangrijker is dat Elja een fijne club mensen bij elkaar bracht.

Elja, bedankt voor je voorbeeld.

en de rechtsreekse link

#blogpraat is een twitterchat. Hier kun je zien wat het is en hoe het gaat.

 

Elja heeft intussen vertelt dat het allemaal heel anders ging. Dat kun je hier lezen.

I see stories

Storytelling is niet nieuw. Het is zo oud als de wereld.

Maar zo ver in het verleden hoef ik niet te gaan.

Zijn we niet allemaal opgegroeid met onze helden? Met verhalen over moed, hoop, verlies, en alles herwonnen?

Kinderboeken, films, series, strips.

Allemaal verhalen.

Zoals de verhalen de de dieren aan koning Mansolein vertellen, om zijn hart aan de gang te houden, in “Het sleutelkruid” van Paul Biegel.  De wonderdokter is intussen op weg om het sleutelkruid te vinden waarmee het hart weer kan opwinden. Verhalen die kracht geven. Verhalen die hun ankers in de wereld hebben. Zoals de wonderdokter op zijn tocht de echo’s tegen komt van de verhalen de dieren verteld hebben.

Ik denk dat we meer beïnvloed zijn door de verhalen uit onze jeugd dan we beseffen. In mij zit nog steeds een Tiuri, uit “Brief voor de koning” van Tonke Dragt, die de regels van de officiële ridderceremonie breekt om een échte ridderlijke daad te doen. Of Edu, uit “Torenhoog en mijlenbreed”, ook van Tonke Dragt. Edu is een planeetonderzoeker op Venus die alle regels aan zijn laars lapt en daardoor contact met buitenaardse wezens op Venus maakt.

Ik moest aan Edu denken door een discussie over ‘ontlezen’. In de toekomst waar het verhaal speelt bestaan geen boeken meer. Ook geen e-readers, dit boek komt uit 1969, en toen bedacht de schrijfster dat boeken vervangen zouden worden door oorknopjes. Edu leest toch antieke boeken, en zelfs gedichten. Hij maakt zich daarmee verdacht bij de psychologen, die in de gaten moeten houden of de planeetonderzoekers niet gek worden door het klimaat van Venus.

Helden als buitenbeentjes. Tegen de gevestigde orde. Een sterke boodschap om niet alles voor zoete koek te slikken. Een sterke boodschap om op je eigen oordeelsvermogen ter vertrouwen. En hoewel ik me jarenlang in de luren heb laten leggen, is die kiem nooit dood geweest. Altijd aanwezig, wachtend in de grond tot het juiste moment om te ontkiemen. Als de held die op het juiste moment aan komt om de profetie te vervullen, ook al zo’n thema.

Je zou er een wetenschappelijk betoog over kunnen houden, en misschien is dat ook wel al een keer gedaan. Deze thema’s zitten in onze cultuur. Bevruchten onze cultuur, komen voort uit onze cultuur. Alleen daarom al zijn ze waardevol. Alleen daarom al zijn ze waar.

Ik blijf verhalen zien. Mijn manier om zin te geven aan het leven is mensen verbinden in verhalen. Soms expliciet. Ik heb verhalen gemaakt, gebaseerd op mensen en gebeurtenissen. Maar meestal gebeurt het zonder dat ik het door heb.

En zo leef ik mijn eigen verhaal. Ik breek door de afgesproken standaarden omdat de échte opdracht me roept. En natuurlijk hoop ik, net als Tiuri dat ik aan het eind van het verhaal tóch tot ridder geslagen mag worden.

Buiten de werkelijkheid? Ik denk het niet. Ik denk dat onze verhalen onze werkelijkheid weerspiegelen. Onze ziel aanspreken. Ons verbinden met elkaar en met ons zelf.

Zonder verhaal valt alles uiteen in postmoderne ledigheid.

Ik denk dat het succes van storytelling en van bijvoorbeeld TEDx dat laat zien.

 

 

waar onze snelheid ons brengt

In #blogpraat ging het gisteren over ontlezing.

We lezen sneller, vluchtiger. Worden blogs verdrongen door tweets, of facebook updates?

Korter sneller.

Kan het nog korter dan 140 tekens?

Ja dat kan.

Een pin, een check-in op foursquare, een instagram, en dat kunnen we steeds makkelijker, automatischer en sneller.

Blogs spelen daar al op in.

Blogposts worden scanbaar geschreven.  Veel witregels, tussenkopjes. Korte zinnen.

Waar gaat die snelheid naar toe?

Ik vermoed dat die snelheid uiteindelijk een tegenreactie op roept.

Mensen gaan stukken tekst zoeken waarin ze kunnen wegkruipen.

Mensen gaan verhalen zoeken waarin ze kunnen dwalen.

Mensen gaan de ruimte zoeken waarin ze zichzelf kunnen zijn.

En daar past haast niet bij.

We gaan weer verlangen naar langzaam

Kijk maar naar al die andere snelle dingen die weer langzaam worden.

Onbedoeld, maar toch:

Ik zou de tijdwinst van onze kantoor efficiency wel eens afgezet willen zien tegen de tijd die we met zijn allen meer kwijt zijn aan burn-outs.

 

Maar ook bewust gekozen:

We kunnen steeds sneller reizen (Ja! 130!) , en wat wordt populair?

Juist.

Een voettocht naar Santiago de Compostella.

 

Lieve bloggers, lieve schrijvers.

 

Blijf schrijven, ook lange stukken.

 

De honger ernaar zal groeien.

 

 

Tussen de regels door lezen wordt weer echt een sport als er minder witruimte is.

jij hebt de aandachtspanne van een goudvis

Tenminste dat zeggen ze.

Jij scant dit blog door, en vliegt door naar de volgende tweet.

Deze zin lees je niet want je bent al bij het volgende kopje.

 

Ongeduld of onvermogen?

 

Kun je het nog?

Een dikke pil lezen, of leg je je boek steeds neer om op je tweede, derde of vierde scherm te kijken?

Zelfs TV houd je al niet vol.

Heb je het wel eens geprobeerd? Een hele avond met een boek? Een film uitkijken zonder weg te lopen?

En lukt dat?

 

Zijn we aan het veranderen?

 

Nou, ik doe al mee met de rage.

Ik zit hier een scanbaar blogpostje te schrijven.

En zou versnellen we dat proces wel natuurlijk. Wij bloggers maken je lui. Door ons aan te passen aan jouw luiheid versterken we de spiraal.

 

Is het te stoppen?

 

Moet dat? Echte liefhebbers blijven dat boek wel pakken.

En sneller betekent niet altijd slechter.

Als we maar zinnige dingen blijven vertellen.

Als we elkaars verhalen maar blijven delen.

 

hoe sociaal ben ik in de media?

Ik lees de blog van Jeanet Bathoorn op het blog van Kitty.

Hier staat ie

en daardoor besef ik :

dat doe ik ook helemaal niet.

Alledaagse dingetjes delen.

Ik heb een rubriek huis, tuin en keuken, maar daar staat erg weinig in.

Ik woon in mijn hoofd. En ben dus vooral bezig met verwoorden van mijn gedachten. Daar kun je heel veel van vinden op mijn  blog. Daarin geef ik me bloot.

Ik deel wel beelden. Dat wat ik verpletterend mooi vind wil ik hier graag kwijt.

Maar van dat alledaagse krijg je niet veel te zien.

Net zoals ik niet zo goed ben in het praten over niks, ben ik ook niet zo goed in het delen van het alledaagse.

En nu besef ik pas dat dat een gemis kan zijn.

Of niet natuurlijk, kan ook.

Maar ik bedenk dat ik de Leilinde van Steven leuk vind om te volgen.

En de fietsroute van Ruud Ketelaar  vind ik ook leuk.

En de obeservaties van Hendrik-Jan de Wit.

En gaaf als ik iets van de wereld van Elja ontdek.

Dus hier wat plaatjes van mijn herfstvakantie.

 

 

 

 

 

 

 

Mijn eigen levenslessen

Die levenslessen hebben natuurlijk veel te maken met mij.

Ik heb twee polen.

Ik ben heel erg zeker. Ik voel me verbonden met het leven. Ik kan voluit genieten. Ik voel de zin van het leven door me heen denderen. Dit. Gewoon dit. Niks geen moeilijk gedoe. Zijn. En genieten van dat zijn.

Een basis zekerheid. Die er altijd is. Als trampoline.

Ik ben heel erg onzeker. En dat heeft gek genoeg alles te maken met geld, met waarde. Want hoewel ik mezelf alles waard vind op het gebied van mens zijn, heb ik grote moeite met geloven dat ik iets waar ben in economische zin.

Mijn baan staat op de tocht. Voor wat ik écht goed kan is er te weinig te doen op mijn werk. Mijn functie laat dat niet toe. Ik krijg daar ruimte voor, maar daar kan ik vermoedelijk niet meer dan 50% van mijn uren mee vullen.  Ik moet dus op zoek naar iets anders.

Trainer/caoch. Ik ben het nu. Ik kan het. Uit de reacties van klanten kan ik op maken dat zij vinden dat ik er goed in ben. En toch ligt daar mijn hart niet.

Mijn hart ligt in het maken en vertellen van verhalen. Verhalen die grijpen, ontroeren, een lach op een gezicht brengen. Ik wil mensen raken, niet begeleiden. (En dat laatste zeg ik met schroom, omdat ik vind dat ik dat begeleiden ook moet willen. Alsof ik ook mijn klanten in de steek laat als ik zeg dat dat niet mijn állergrootste passie is.  Maar ik ben er meer één van de eerste zet. Te vluchtig, vind ik van mezelf. Ik sta me dat amper toe, dus daar begint die onzekerheid al)

En dat is pas het begin van die onzekerheid.

Want de vraag is: ben ik wel goed genoeg om als verteller aan de kost te komen?

Want ik vermoed dat ik het kan. Ik vermoed dat ik kan leren. Ik vermoed dat ik hier goed in kan worden.

Goed genoeg om er geld mee te verdienen?

Ik zou hier alles op in willen zetten, maar mijn verantwoordelijkheid voor mijn gezin houdt me tegen.

Niet gokken, zegt die.

Dus dat filmpje van mij over de wet van het touwtje.

Dat ben ik nu.

Hopeloos in de knup.

Ik voel liefde én ik voel angst.

Ik voel zekerheid, en sta tegelijk te beven van onzekerheid.

Springen, wil ik. om maar los te zijn.

En ik durf het aan niemand te laten zien, die innerlijke strijd.

De ik die altijd zo open is, houdt zich potdicht. Geen verwachtingen willen wekken. Geen glazen in willen gooien. En intussen knal ik uit elkaar.

De ik die vind dat iedereen moet zijn wie die is, is bang dat anderen hem een dromer vinden, iemand die nodig eens met zijn voeten op de grond moet komen. Dat is mijn man met de knuppel. Beng! Stop met dromen, en pas je aan. Ben ik zo bang geworden voor die knuppel dat ik alles binnen houd?

Dit is mijn blog voor maandag, en ik gooi hem er nu uit.

 

Lucht.