de poort

Als je 7 bent kun je er in, in het land waar alles bestaat. Of 14, of 21, of . . . nou ja , je snapt het wel. De poort staat elke zeven jaar voor je open. Maar dan moet je hem wel eerst vinden. Wacht niet te lang met zoeken, de poort is moeilijker te vinden naarmate je ouder wordt.

Doni vond hem al toen hij zeven was, per ongeluk, dat wel.

“Reiziger die verder gaat, weet wel dat hier alles bestaat.”

“Ik ben helemaal geen reiziger”, dacht Doni. Hij was op zoek geweest naar zijn rode bal. Vervelende kleur, want Doni was kleurenblind. Rood-groen, had de dokter gezegd. Stomme dokter. Hij zag heus wel het verschil tussen rood en groen, als ze maar duidelijke kleuren gebruikten, en niet van die vuile. Maar in de schaduw tussen de struiken en de brandnetels, viel zelfs zijn fel rode bal niet genoeg op.

Met zijn voeten trapte hij voorzichtig de brandnetels plat. Hij vervloekte zijn blote benen en sandalen. Ze waren niet alleen onhandig hier. Hij vond ze opeens ook kinderachtig.
De bramen waren erger dan de brandnetels. Ze grepen naar hem, maakten schrammen op zijn blote armen en klampten zich vast aan zijn t-shirt. Het kostte veel werk om ze los te plukken en zo opzij te duwen dat ze niet meteen terug sloegen, zijn gezicht in.

Hij kwam langzaam dieper en dieper het bosje in. Te diep. Zo hard had hij de bal niet geschopt. “En zo groot was het bosje ook niet” dacht hij, “. . . vreemd”. En toen had hij de poort gezien. Vreemder.

2 thoughts on “de poort”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

CommentLuv badge