onhandige gedachten over geld
Geld.
Daar ben ik een kluns in. Ik draai driemaal in de rondte en bijt in mijn eigen staart.
Wat ik duidelijk heb is wat dat ik een paar onhandige gedachten over geld heb:
Er wordt voor mij gezorgd.
Rijke ouders, die me niet bewust verwenden, erg weinig poeha bij ons thuis, maar toch: wel verwend natuurlijk. Deze gedachte heb ik ooit een keer bewust weg gegooid.
Ik ben het niet waard.
Dat komt van een leven lang stuntelen in beroepen die het nét niet waren. Altijd het gevoel gehad dat het beter kon. Deze kleeft nog aan me.
Ik heb niet genoeg.
Deze heb ik meegetrokken het fysieke leven in. Regelmatig weigeringen bij pinnen, en dan weer zoeken hoe we de rest van de maand door komen. Ook deze leeft nog.
Er zijn er vast meer, maar dit pakt de essentie wel.
Spannend, want ik ga volgende week met mijn werkgever overleggen over (deels) beëindigen van mijn werk.
Daardoor vertalen deze gedachten zich in:
Het is slecht om een afkoopsom te vragen van je werkgever.
Het is slecht om je WW te gebruiken als gedeeltelijke financiering voor je theaterplan. (Naast slecht, misschien zelfs niet eens mogelijk)
Je kunt mensen niet om geld vragen als je nog niks hebt laten zien. (En als je die WW én die afkoopsom niet gaat gebruiken, moet je wel aan heel veel mensen geld vragen.)
Rond alles maar flink af naar beneden, gewoon een jaartje heeeel zuinig doen, want die grote bedragen zijn zo schrikken.
Je kunt niet zomaar in het diepe springen en er op vertrouwen dat het wel komt.
Ze roepen zo hard dat ik die andere gedachten bijna niet kan horen:
Heb vertrouwen.
Wat je nu gaat doen is het wel waard.
Daarnaast is er nog een praktische: Ik heb geen enkele buffer. Een misser betekent direct huis verkopen.
Die twee moedgevende gedachten gaan er voor zorgen dat ik de stap hoe dan ook ga zetten. Maar ik heb nog geen idee hoe ik de onderhandelingen in ga. En ook mijn ideeën over crowdfunding slingeren heen en weer. En hoewel ik terug kan vallen op mensen die me willen en kunnen adviseren, is het mijn beslissing.
Eng.
Doodeng.
Maar niet eng genoeg om me tegen te houden.
Boneland van Alan Garner
Deze blogpost is een antwoord op de 5e vraag van 50Books van @petepel
Dit boek is op een bijzondere manier naar me toe gekomen.
Het begon met . . .
Een boek waarvan ik noch schrijver, noch titel wist.
Wat ik nog wel wist was de bijzondere sfeer. Oude en nieuwe magie. Zo geschreven dat het leek of ze daadwerkelijk deel uit maakten van onze wereld. En een monster, dat me destijds als kind de stuipen op het lijf joeg. Dat was mijn enige houvast in mijn zoektocht op internet, de naam van dat monster: de Brollachan.
Het boek bleek “The Moon of Gomrath” te heten, het vervolg van “The Weirdstone of Brisingamen”. Ik heb beide boeken besteld en opnieuw gelezen.
In las als kind deze versie
Ze lazen niet lekker weg. De tweeling, Suzan en Colin, komen als karakters bijvoorbeeld niet echt uit de verf, en het eerste boek is niet veel meer dan een lange achtervolging.
Toch hebben beide boeken iets bijzonders.
De verbondenheid met het land, en oude mythes, bijvoorbeeld. Alles speelt zich af in de buurt van Alderley, Cheshire, waar de schrijver woont (en zijn familie al eeuwen). Je kunt op Google maps alle plaatsen van het verhaal terug vinden. (daar moet ik dus nog een keer naar toe).
En dan is daar de manier waarop de magie beschreven wordt. Nieuwe magie, de strijd tussen goed en kwaad, en de oude magie die helemaal buiten goed of kwaad staat. De magie voelt echt. In veel kinderboeken is magie vaak iets wat alleen de kinderen zien en aanvoelen. Hier voelt het aan als onlosmakelijk onderdeel van het land. En ook de volwassenen krijgen hun portie. Niets is veilig.
Al schrijvend voor de eerste vraag van 50 books, keek ik weer eens op internet en kwam er achter dat in 2012 een derde deel is verschenen. Zo’n 50 jaar na het verschijnen van deel 2.
Die bestelde ik voor mijn verjaardagskorting van Bol.com
In Boneland is de Colin uit de vorige boeken volwassen. Hij is aan de rand van een zenuwinzinking, en op zoek naar zijn tweelingzus. Hij weet niet eens of ze echt bestaat, want hij is alles dat voor zijn 12e gebeurde vergeten.
Boneland is een moeilijk toegankelijk boek. De magie is versluierd, misschien alleen maar aanwezig in Colin’s hoofd. Toch zijn er genoeg aanwijzingen om de makkelijke ‘het was maar een droom’ oplossing uit te sluiten.
Naast het verhaal van Colin wordt het verhaal van een Sjamaan uit de oertijd verteld. Deze hoofdstukken zijn meer poëzie dan proza.
The Grey Wolf struck the damp earth and ran, higher than the trees, lower than the clouds, and each leap measured a mile; from his feet flint flew, spring sprouted, lake surged and mixed with gravel dirt, and birch bent to the ground. Hare crouched, boar bristled, crow called, owl woke, and stag began to bell. And the Grey Wolf stopped.
Het is een boek dat binnen komt op een manier die mijn verstand te boven gaat, en onder mijn huid is gaan zitten. Niet toevallig dat ik in mijn andere blogpost van vandaag schrijf over niet toegankelijk willen schrijven.
Dit boek raakt aan wat ik wil raken. De grens van werkelijkheid en magie. Dat wat zich immer buiten het rijk van verklaring bevindt, en toch zo ontzettend echt aanvoelt.
Nu wil ik ook alle andere boeken van Alan Garner lezen, want in alle boekbesprekingen lees ik dat hij dit in al zijn boeken teweeg brengt. En daarmee geef ik alsnog een antwoord op vraag 4.
de perfecte blogpost, en waarom ik die niet schrijf
Ik kan het wel.
Een perfecte blogpost schrijven.
Maar ik doe het niet.
@KittyKilian (wel 2 t’s en geen 2 l’s) van de Blogacademie leerde mij dat, een perfecte blogpost schrijven.
Mijn eindexamenstuk was DIT .
en dat leverde dit op:
Ja, die balk daar, bij 21 januari.
Dus het werkt, die blogcursus van Kitty. Laat ik dat gezegd hebben. En verder deugt Kitty tot in haar tenen, ook daar ligt het niet aan.
En toch doe ik het niet meer, een perfecte blogpost schrijven. Kijk maar naar de balkjes daarna.
Kitty zei al tegen me dat ik te eigenwijs was.
Mijn motor draait op een ander soort perfectie. (En die eigenwijsheid is daar een onderdeel van, denk ik.)
Mijn hele leven zie (maar vooral voel!) ik een wereld die parallel loopt met de onze. Nee, niks geen fantasy of SF gedoe. Het is meer een soort van tussen de regels door leven. Het voelt wel magisch. Dat dan weer wel.
Die magie een stem geven, een gestalte geven. Het onnoembare een naam geven, het ongrijpbare als een vogeltje even op mijn hand houden. Daar zit mijn perfectionisme.
Ik wil mij dus niet aanpassen aan jouw manier van denken, zodat mijn blogposts lekker weg lezen. Ik wil niet de logica van een goed opgebouwd argument.
Ik wil die licht verontrustende verschuiving bij jou. Ik wil dat je iets begrijpt waarvan je nog niet wist dat je het niet begreep, en dan zonder dat je het ook echt begrijpt.
Die doen we nog een keer:
Ik wil dat je iets begrijpt waarvan je nog niet wist dat je het niet begreep, en dan zonder dat je het ook echt begrijpt.
Met dat laatste bedoel ik dat ergens iets, buiten jouw alles analyserende gedachten om, op zijn plek valt. Zodat je het ook ziet, voelt. Misschien is het iets anders dan ik zie, maar het is onmiskenbaar ‘het’.
Dat bereiken, is voor mij perfectie.
“Maar dan moet je wel gelezen worden”, hoor ik Kitty al zeggen.
Dat klopt.
Maar ik blijf eigenwijs nog wat ‘fouten’ maken. Totdat de boel vanzelf op zijn plek valt.
Ik schrijf elke dag een blogpost. Daardoor beperk ik mijn mogelijkheden tot redigeren, de mogelijkheid om helderder te verwoorden wat ik nou precies bedoel. Maar die flow van elke dag schrijven levert me iets anders op: elke dag mezelf dwingen om woorden te geven aan wat ik voel/denk/zie levert verrassingen op, voor mezelf. Schrijven en laten liggen om het te verbeteren werkt voor mij niet. Dan blijft dat liggen en gaat het roesten.
Ik schrijf daardoor niet zo helder dat er geen speld tussen te krijgen is. Ik gooi mijn gedachten soms ‘onaf’ mijn blog op. (zeg sorry: vaak ook nog met nasmeulende typ-, schrijf- en stijlfouten) Dat is een noodzaak voor mij. Het moet er uit. Publiceren is voor mij afstand nemen. Pas als ik gepubliceerd heb, kan ik als lezer naar mijn eigen gedachten kijken. Pas dan weet ik wat ik precies bedoel.
Dat ietsje meer schaven meer lezers oplevert is waar.
Ik zoek nog naar balans, want ik wil natuurlijk wel veel lezers maar het ‘rauwe’ bloggen, wil ik niet verlaten.
Kies ik nu voor waarheid boven lezersaantal?
Iets zegt me dat dat geen of/of is. Dat iets ga ik vinden.
niet in de weg lopen, dat is alles
Vanmorgen (je leest dit later, dus ik zeg er even bij dat dit 8 februari 2013 was) vanmorgen dus, was ik getuige van zo’n 40 huilende pubers van ongeveer 14, op station Nijmegen.
De dramajuf van mijn dochter organiseert elke jaar een uitwisseling met een school in Rouen. Een week toneelspelen met elkaar, en dan al elkaar zo missen. Het roerde mij.
Er gebeurt zo veel moois op deze wereld, en er is zo weinig voor nodig. (Wel een diepe buiging voor mevrouw Bosma, rechts op de foto, staand in lange zwarte jas, maar ik denk dat je haar nu kunt opvegen).
Misschien hoeven we de wereld niet op grote schaal te verbeteren.
Misschien moeten we alleen beter kijken.
En niet in de weg lopen, als iemand een mooi plan heeft.
(in dit geval: niet moeilijk doe over de lessen die de kids een week missen, de school in de avond beschikbaar stellen. )
En helpen, als je wil .. ja natuurlijk
(in dit geval: kijken of er ergens nog een beetje budget is, lessen overnemen van docent die het regelt)
de rechtstreekse weg naar succes
Kijk.
Je kunt natuurlijk heel goed al die blogs en e-books lezen over succesvol worden. Je kunt naar seminars en trainingen gaan.
Je laat daar wat sleutelen aan je mindset. En hoppakkee. Ook jij bent succesvol.
Dat bedoel ik niet eens zo heel sarcastisch. Want ze werken. Die cursussen, de semninars, de e-books, de webinars, de nieuwsbrieven. Tenminste als ze van de echte komen. (Er zit vast heel veel rotzooi tussen, dus let op!)
En dan heb je succes. Je verdient eindelijk het geld dat je verdient. En je kunt leuke dingen gaan doen. Genieten van het leven.
Maar waarom zo’n omweg?
Want het echte succes, en dat ga je geheid ontdekken, zit in jezelf. Niet in wat je doet. Maar in wie je bent.
En dan kom je terug bij wat echt belangrijk is.
Dat succes ligt elke dag voor het oprapen. Daar heb je geen seminars voor nodig.
De mensen die dat weten zijn de mensen die de deur van het leven met een harde knal in hun gezicht hebben gekregen. Dat zijn de mensen die vanuit een diep dal zijn opgeklommen. Dat zijn de mensen die een andere deur geopend hebben.
Dat zijn de mensen die ons kunnen leren hoe we kunnen zijn, in plaats van doen.
Dat zijn de mensen die je kunnen leren hoe mooi het is om stil te staan bij zo’n ontluikende krokus in de smeltende sneeuw. Niet zo maar omdat het schattig is. Maar omdat zo’n moment er één is van grote schoonheid. Volledig.
Waarom geven we die mensen niet de plek die ze verdienen? Dat zijn onze leermeesters. We hebben er heel veel van. Gebruik ze, geef ze een podium. Zij weten de weg die rechtstreeks naar ons hart en onze ziel gaat.
Marloes Juffermans is er zo eentje.
En die omweg? Die maak je dan omdat die uit zichzelf de moeite waard is. Niet omdat je ergens wil komen. Dat hoeft dan niet meer. Je bent al ergens.
konijn in de koplamp
Ik wilde heel mooi poëtisch schrijven over het konijn in de koplampen. Maar laat ik gewoon dicht bij huis blijven.
Ik heb me ziek gemeld. De spanning werd te groot. Tussen wie ik ben, en wat mijn werk is.
En nu ik afstand neem zie ik pas hoeveel ik mij geforceerd heb.
Als een konijn in de koplampen heb ik het afgelopen jaar geprobeerd mijn werk zo goed mogelijk te doen. Kleine aanpassingen te maken. Een beetje nieuwe dingen leren, en een beetje bevechten dat ik andere dingen op mijn manier mag doen. Maar dat was allemaal gefrommel in de marge.
Pas als je uit die koplampen bent, zie je dat het donker helemaal niet donker is. Pas als je uit de koplampen bent zie je dat het koplampen zijn. En dat ze verblinden.
Nu zie ik bijvoorbeeld dat ik als beeldhouwer met een nagelvijltje een groot blok marmer bewerkte. Eindelijk pak ik de grote bijtel om de ik er uit te halen die er in verborgen zit.
Waar het om gaat is jezelf kunnen zijn in je werk. Ik wilde dat voor mijn klanten voor elkaar krijgen. Nu zie ik dat het mijn taak is om dat voor me zelf te doen. Helemaal. Geen half werk meer.
Ik heb even tijd nodig om bij te komen. Ik heb wat typisch slechthorende waarschuwingssignalen. Tinnitus is luider, en ik voel sneller duizeligheid. Ik heb meer energie verspild dan ik door had.
Vreemd want ik ben al vaker uit de koplampen gesprongen. Dat is kennelijk geen garantie dat je ze de volgende keer makkelijk herkent. (Hoewel ik nu een stuk eerder spring dan toen)
En dan. Doorgaan met het werk creeëren dat al heel lang op me wacht. Het podium. Theater. Alles op een rij aan het zetten. Begroting maken. En financiering binnen halen. Daar ga ik jullie hulp bij vragen. Want ik wil niet langer in de ziektewet dan nodig is. Het geld moet binnen komen omdat ik het waard ben, niet omdat ik zielig en uitgeteld ben.
horen, luisteren en invullen
Gisteren hoortestjes gedaan, omdat ik mee doe in een onderzoek naar het effect van 2 CI’s.
(hier leg ik uit wat een CI is)
De zin de aangeboden wordt is
De veerboot ligt in de haven.
Ik hoor : De weerwolf…
En meteen zie ik een weerwolf voor me. Die ligt of zit (beiden dezelfde klank in het midden).. in het bos, vermoed ik. Maar dan hoor ik een klank die daar niet bij past. Ik hoor een AA en een Uh. Haven, maak ik daarvan, en meteen weet ik dat die weerwolf niet klopt. Veerboot moet dat natuurlijk zijn. Dat gaat allemaal bliksemsnel. Dat moet ook, want het volgende zinnetje komt er al weer aan.
Dus ik zeg keurig:
De veerboot ligt in de haven.
En dat is goed.
Maar dat heb ik niet gehoord. Dat heb ik bij elkaar gepuzzeld. Razendsnel.
De Amerikanen hebben een gezegde :
Assume makes aan ASS of U and ME
Dat gaat er over dat je niet moet invullen. Niets moet veronderstellen.
Tja. Als ik die raad zou volgen, zou ik weinig meer verstaan.
Er zijn wel nadelen:
Het kost bergen energie.
Het gaat soms flink mis.
Is mee te leven.
want voor alles is een app
door door
slimmer, sneller
levens hacken
door door.
Want voor alles is een app,
en voor alles een methode.
Door door
slimmer, sneller, creatiever,
door door.
Want voor alles is een app,
en voor alles is een platform.
We maken borden vol met mood
slaan onze onze geest plat in een map,
of we draaien letterlijk
een prezi in elkaar.
We instagrammen de werkelijkheid
zodat ie nog wat lijkt,
en we pinnen onze vreugde vast.
Op zoek naar zingeving
quoten we maar wat aan.
Door door
slimmer, sneller, creatiever, overal,
doen we digitaal een plasje.
(killroy zou jaloers zijn)
Bang om de link te missen
schermen wij wat af
touché bij elke klik.
Door door
slimmer, sneller, creatiever, overal,
tot er geen nergens meer bestaat.
de manier om te doen wat je niet durft te doen
Is te zijn wie je niet durft te zijn.
En daar kan ik het eigenlijk bij laten. Maar dan is dit niet meer dan een tweet. En dat vind ik te vluchtig. Want voor mij is dit een grote waarheid.
Zijn wie ik niet durf te zijn.
Daar zitten nog wat andere werkwoorden aan vast, behalve dat durven. Vinden, willen, moeten, het is een rommeltje van van alles. Allemaal gedachten en gevoelens over wat en wie ik moet zijn. Schaamte. Doe die er ook maar bij. (Say big big.)
Wat zijn dan die dingen die ik wil verstoppen?
Snel afgeleid zijn, want voortdurend een gedachtenstroom in mijn hoofd. Dat gevoel dat je een kamer binnen loopt en niet meer weet wat je wilde doen. Dat gevoel. Meerdere momenten per dag. Een boek even wegleggen, omdat wat je net gelezen hebt, een nieuw stroom gedachten op gang brengt. Maar schaam, schaam: ik wil soms ook mijn gesprekspartner even weg leggen. Niet omdat die saai is, maar juist omdat die zulke interessante dingen zegt, dat mijn hoofd er mee van door wil.
Ik bewandel duizend verschillende paden, zelden tot het eind. De zijpaden trekken mij, en meestal verdwaal ik.
Bergen energie heb ik besteed om dat een beetje te verdoezelen. Toch iets zinnigs terug zeggen. Toch proberen wat uit mijn handen te laten komen. Honderd keren opnieuw proberen systeem aan te brengen. Honderd keren mislukt.
Dat ben ik. Die man die de hele dag naar zijn bril loopt te zoeken, die alles om zich heen in chaos kan veranderen, de man waarbij maar niets uit zijn vingers wil komen.
Als ik accepteer dat ik dat ben, kan ik ook een andere definitie maken van “uit mijn vingers komen”.
Als ik accepteer dat ik die dromer ben kan ik ook zien dat ik doel en afleiding moet verwisselen.
Als mijn afleiding mijn doel wordt komt er erg veel uit mijn vingers,
elke dag opnieuw.
En daar begint het durven.
Een baan op te zeggen om daar werk van te maken, bijvoorbeeld.
Nóg enger: hardop zeggen waar je goed in bent.
Nóg enger: daar geld voor vragen.
Nóg enger: dat voorfinancieren via crowdfunding.
Mij laten betalen voor wat ik straks op de planken ga brengen. Geloven dat dat goed genoeg is, om een inkomen uit te krijgen. Dat zijn de stappen die ik ga zetten.
Dat komt voort uit het lef om te zijn wie ik ben.
Hoezo lef? Nu ik het van deze kant bekijk, snap ik niet eens meer hoe het anders zou kunnen.





