waarom een groot event net een kinderfeestje is

Onze beste kinderfeestjes waren de eenvoudigste kinderfeestjes:

  • Met een stel 10-jarigen aan tafel, een role play fantasy spelen (Oog des Meesters). Met alleen een verhaal, wat dobbelstenen, ranja en een schaal chips.
  • Een speurtocht, met als spannende opdrachten: Rijdt met de step van een heuvel af, en kijk hoe ver je komt. Of: Richt de ruimte onder de treurwilg in als huis.
  • Een klimboom in het Kronenburgpark. (We hadden een afspraak met een sterrenkundig museum in de kruittoren, maar de eigenaar was ons vergeten). En verder helemaal niets! (Nou ja, we hebben nog het labyrint op de Waalkade gelopen voor we weer in de auto stapten.)
  • Spelletjes in de tuin. Levensgrote versies gemaakt van o.a. Rivercrossing. En verder een beetje hangen op de schommel en kletsen met elkaar.

Dit waren de feestjes waarbij we als afscheid te horen kregen: Dit was het leukste feestje ooit!

Tevreden met niks?

Nee.

Tevreden met elkaar. Tevreden met het feestelijke gevoel.

De deelnemers maken het feestje zelf. De blije verwachtingen die ze mee nemen, en het onbevangen plezier kunnen hebben. Mijn kinderen hadden leuke vriendjes en vriendinnetjes.

Hadden wij als ouders hierin dan helemaal geen rol?

Jawel, een onzichtbare, maar hele belangrijke. Zorgen voor een goede sfeer. Een groot welkom voelen en uitstralen. De organisatie zo simpel houden dat we alle rust en aandacht hadden voor onze gasten.

Ons vertrouwen dat het hoe dan ook leuk zou worden, werkte als magie.¹

En zo is dat ook bij die mooie grote events waar je een boost van krijgt.

Het is niet eens het programma (zelfs als dat in de soep loopt, kun je er nog wat van maken. kijk maar naar de klimboom die de plek in nam van het sterrenmuseum)

Het is de energie van de mensen die het organiseren. De mensen die jou voorgegaan zijn, het lef hebben gehad. Daar de vruchten van plukken, waar jij nu een beetje van mag proeven.

Gebakken lucht? Ik dacht het niet. Het echte succes van die events zit hem in de levens van de organisatoren, die er aan vooraf zijn gegaan. De verliezen die genomen zijn, de mislukkingen die overwonnen zijn, de angst die getemd is.

Dát, en dat wat jezelf mee brengt, maakt zo’n dag tot succes.

 

zo: nu nog even een waarschuwing:

Zorg dat je uit de buurt blijft van events die op de automatische piloot varen. Het gaat niet om een leuk nieuw programma, of om een leuk nieuw jasje. Het gaat om elke keer je ziel er in stoppen, elke keer weer blanco durven beginnen. Ga naar events van mensen die dat door hebben, en doen. (m.a.w. events van mensen die in contact blijven met hun idee, als dat je iets zegt.)

 

¹) Voor de mensen die me beter kennen: had ik helemaal geen stress? Liep ik niet te mopperen op die museum-man, die de boel in het honderd gooide? Vast wel. Maar ik had Sacha bij me, die op zulke momenten rots in de branding is, zodat ik daar niet lang in bleef hangen. Ere wie ere toe komt.

Waarom we van de regelaars af moeten

Deel drie, en voorlopig einde van de ideeën cyclus.

Wat vooraf ging:

Ideeën zijn levende wezens. Ze worden pas zichtbaar als je met je gevoel contact met ze maakt. Zonder die band, sterven ze, en worden antideeën. Antideeën lijken op ideeën, maar uiteindelijk vormen ze de gevangenis die paradigma heet, en een snelle dood betekent voor jonge ideeën.

Kunstenaars
zijn mensen die in nauw contact staan met ideeën. Kunstenaars maken ideeën zichtbaar, en voelbaar. Hiermee zorgen ze voor een atmosfeer waar ideeën zich vrijer kunnen bewegen, en makkelijker contact kunnen maken met mensen. In onze maatschappij noemen we ze kunstenaars of idioten. Sporters zijn ook kunstenaars. Zolang het winnen ten dienste blijft staan van het idee.

Bouwers
zijn mensen die ideeën een fysieke gestalte kunnen geven.  Geïnspireerd door kunstenaars, maken ze contact met hun eigen idee, en geven dat vorm. Bouwers hebben respect voor hun eigen idee, maar ook voor dat van anderen. In onze maatschappij noemen we ze ondernemers.

Ambachtslieden
zijn mensen die goed zijn in hun vak omdat ze nauw contact hebben met hun idee over dat vak. Omdat ze daar naar durven luisteren, voelen en kijken. In onze maatschappij gaan ze schuil onder vele namen, die bijna nooit de eer bewijzen die de dragers er van verdienen.

Leiders
zijn mensen die weten hoe ze het contact tussen mensen en hun eigen idee kunnen versterken. Leiders weten hoe meerdere kleine ideeën verbonden zijn met grotere ideeën. Leiders scheppen een voedingsbodem waar ideeën kunnen groeien. Ze bouwen bruggen waardoor ideeën zich met elkaar verbinden. Als we meer leiders hadden, waren er geen coaches nodig.

Leraren
zijn leiders voor jonge mensen, of hele goede ambachtslieden die hun vak doorgeven.

Zorgers
zijn mensen die het oeridee in anderen zien en respecteren, en er aan willen werken dat dit oeridee zich naar buiten kan manifesteren, contact kan maken met anderen. Ook al werken lichaam of geest niet altijd even hard mee. In onze maatschappij noemen we ze verzorgenden, artsen, verpleegkundigen, therapeuten.

Regelaars
zijn mensen die geen contact hebben met hun ideeën. Omdat ze hierdoor geen anker in hun leven hebben, zoeken ze houvast. Dit doen ze door zich te richten op de antideeën.  Ze zijn goed in het maken en bewaken van regels en procedures. We noemen ze in onze maatschappij managers of ambtenaren, of docent.

Zijn er dan geen managers, ambtenaren of docenten die in contact staan met hun ideeën? Jawel, dan zijn het leiders, ambachtslieden of leraren. en natuurlijk regelen die wel eens wat. Maar dat is niet de essentie van wat ze doen.

Pure regelaars hebben we helemaal niet nodig.

het ontstaan van paradigma’s, en hoe je ze aan kunt pakken

Een antidee¹ is geen gestolen idee.

Levende ideeën kun je niet stelen. Die willen gedeeld worden. Het hele concept van ideeën voor jezelf houden, omdat jij er dan winst mee kun maken, past niet bij ideeën. Het past wel bij antideeën.

Antideeën zijn ideeën die gestorven zijn doordat alleen het zichtbare gedeelte is overgenomen. In eerste instantie met goede bedoelingen, maar  als je de levende ziel niet mee neemt, worden ideeën groemerig. (Marten Toonder zou hier een mooier woord voor weten).

Antideeën zoeken elkaar op en gaan klonteren. Vervolgens stolt dit geheel. Zo’n gestolde set antideeën vormt een paradigma. Een giftige omgeving voor levende ideeën.

Paradigma’s zijn vooral zo gevaarlijk omdat ze zo groot zijn dat je er in wandelt, zonder dat je er erg in hebt. Zou je ze van buitenaf, van een afstand kunnen bekijken, dan zou je ze zo herkennen.

(Ken je die scene uit Star Wars, waar de Millenium Faclon de keel van een groot monster in vliegt? Zoiets)

Je weet wanneer je midden in een paradigma zit, als jonge ideeën een snelle dood sterven. Maar zelfs als je het door hebt, is het bouwwerk moeilijk af te breken. Vooral omdat je tegen gehouden wordt door allen die bang zijn dat ze het dak op hun hoofd krijgen.

De enige manier om paradigma’s aan te pakken is op zoek gaan naar de verloren zielen van de antideeën. Als de antideeën met hun oorspronkelijke levengeest worden verenigd, ontstolt het paradigma, en krijgen jonge ideeën hun kans. Ontgroemen, heet dat proces, niet te verwarren met ontgroenen! Dat is zo’n beetje het tegenovergestelde.

1) zie deze blogpost

 

 

Dit is  een ode aan iemand die druk bezig is de belastingdienst te ontgroemen. @Stevengort.

De enige echte Don’t

Lijstjes maken met don’ts, over social media.

Dat moet je niet doen. Echt niet.

Om twee redenen.

EEN

We mogen al zo veel niet. Helemaal niet nodig om daar nog iets aan toe te voegen.

 TWEE

Voor wie schrijf je eigenlijk?

Of ze snappen het al lang, en je zit voor eigen parochie te preken. Niet nodig. Webvervuiling. Zelfbelangrijkmakerij.

Of ze snappen het nog niet. Wat wil je in dat geval? Dat ze braaf gaan doen wat jij zegt? Maakt ze dat tot originele social mediagebruikers?

 

Neem nou deze blogpost. Volslagen overbodig. Mijn lezers zitten heftig mee te knikken, of halen hun schouders op. Ik durf te wedden dat er geen eentje tussen zit die nu denkt: “Oei! Dat moet ik niet meer doen, dan.”

 Wat ik hier dan zit te doen? Zelfbelangrijkmakerij. Niks mis mee. Maar noem het niet iets anders.

ik schrijf een verhaal en floep! epiphany!

Mijn verhalen die ik bouw. . .

Liefst zet ik ze direct op mijn blog: instant satisfaction, als ik de reacties lees.

Maar nu bouw ik aan iets groters. Een one man theatershow. Cabaret wil ik het niet noemen. (lachen, dat weer wel, geen treurigheid, wel ontroering)

Mijn opdracht om een veelheid aan verhalen en losse gedachten aaneen te smeden.

Dus dingen bewaren voor straks.

Een klein tipje van de sluier. (en ik doe even geen moeite om het tot een mooie verhaal te maken hier, heb ik even geen energie voor. dus wat dat betreft een stuntelblog. Lees toch nog even verder svp)

Omdat een verhaal dat ik schreef mij zomaar een verbijsterend inzicht gaf over mezelf. Wie ik ben.
Dat sluiertipje gaat over ideeën.

In mijn verhaal zijn ideeën levende wezens.

Ze zoeken naar contact met mensen. En alleen als mensen met hart en hoofd verbonden zijn aan ideeën worden ze zichtbaar.

Mensen moeten verbonden blijven met hun ideeën.  Want het idee wil in contact blijven met wat het realiseert. Ideeën zijn eigenwijs, en je moet goed naar ze blijven luisteren, ze blijven voelen.

Sommige mensen zien wel de ideeën, maar voelen ze niet. Als ze er mee aan de haal gaan, zonder contact te houden, zonder te voelen, sterft zo’n idee. Het zichtbare omhulsel is een antidee.

Jammer dat wij in onze wereld zo gebrand zijn op alles dat zichtbaar is, en zo weinig voelen.

Ik heb contact met vele ideeën. Ik werd erdoor geplaagd, omdat ik ze geen vorm kon geven.  Dat kwam omdat ik altijd gedacht heb dat ik er iets mee moest doen. Dat heb ik verkeerd begrepen. De ideeën hebben me uiteindelijk ingefluisterd dat dat niet mijn taak is, bouwen. Wel contact houden, zichtbaar maken en delen. Zorgen dat andere mensen daardoor meer open staan voor contact met hun eigen ideeën. Mensen die wel goed zijn in bouwen.

Dat is mijn opdracht. Niet bouwen, maar delen. Het onzichtbare zichtbaar maken, én levend houden. Voelbaar maken. Voelbaar houden.

Goh, zou ik dan toch een kunstenaar zijn?

 

 

 

 

stop met het oplossen van mijn problemen

Beste aanbieders van producten en diensten.

Willen jullie stoppen met het oplossen van mijn problemen?

Die heb ik niet.

En als ik ze heb . . .

. . . los ik ze graag zelf op. Op mijn manier.

Daarom wil ik producten zien en vergelijken. Geen oplossingen. Gewoon je product of dienst. Ik wil geen verhalen en beloftes. Ik wil duidelijkheid. Ik wil zien wat je biedt.

Ik wil serieus genomen worden. Ik wil dat je ziet dat ik zelf mijn eigen keuzes maak. Ik draai zelf zelf mijn eigen oplossing in elkaar, en misschien heb ik van jou maar een klein radertje nodig.

Nu zijn jullie met zijn allen net zo irritant als die stomme wizzards in Windows, die denken dat ze mijn problemen op kunnen lossen met het stellen van standaardvragen. Als ik een probleem heb, is dat zelden standaard.

Wizzards zouden niet nodig zijn als het besturingssysteem zijn werk deed. Doorzichtiger was.

Dit gaat misschien allemaal recht tegen de boodschap van de reclame en marketingmensen in. Die vertellen jou dat je niet moet vertellen wat jij allemaal doet, maar wat dat betekent voor mij. Ze hebben het fout. Ik bepaal wat het betekent voor mij, niet jij, en al helemaal niet jouw communicatie experts.

Ik weet niet op welk cijfer we al zitten voor die punt nul. Maar wat mij betreft ga je gewoon terug naar de 1.

maar ja.

Ik ben geen expert. Ik ben maar gewoon een klant. Waarom zou je naar mij luisteren?

 

vraag 3 van #50books favoriete leesplek

Dit is het antwoord op vraag  3 van @petepel #50books

Ik heb geen favoriete leesplek meer.

Die had ik wel, vroeger.

Het huis uit mijn kinderjaren was de directeurswoning van Lyndenstein. (kinderrevalidatiecentrum)

It Merkelân 41, Beetsterzwaag.

beetsterzwaag

 

Schandelijk verwend was ik als kind in zo’n huis. En ik had het niet eens door. Later wel. Toen begon ik me er voor te schamen. Die schaamte voorbij nu. Hier heb ik gewoond. 

En daar was die favoriete leesplek. In de verwarmingsruimte, waar ook de vakantiematrassen en de slaapzakken lagen. Op een paar matrassen en kussens tegen de verwarmingsketel aan, met een stapel strips. En dan helemaal van de wereld zijn.

In de zomer was het op een matrasje op dat gigantische grasveld. Met zo veel bomen, dat er altijd wel een schaduwplekje was.

 

zeker weten

Er zijn dingen  die ik zeker weet, zonder het te snappen.

Er zijn dingen die ik weet omdat ik ze geleerd heb van mezelf.

Er zijn dingen die ik  zo’n beetje weet omdat ik ze geleerd heb van anderen.

Er zijn dingen die ik denk te weten omdat mijn angst ze influistert.

Vertrouwen geeft mij de moed om op de eerste twee te bouwen, en de laatste de mond te snoeren.

De derde maak ik dienstbaar aan de eerste twee.

Beter dan de derde, zijn de dingen die ik vermoed.

Daarmee spelen is scheppen.

De deur naar geluk

Hij was er eindelijk achter waar die moest zitten.

De deur naar geluk.

Dat hij daar niet eerder aan had gedacht. Natuurlijk in dezelfde muur waar hij al zo lang zijn hoofd tegen stootte.

En dus stond hij nu voor die eindeloze muur. Zoekend. Want dat het een verborgen deur was, dat was hem ook duidelijk.

Hij deed een stap naar voren, en betaste de muur met zijn vingers. Het duurde lang voor hij het vond: een onzichtbare naad. Hij probeerde de naad naar boven te volgen, maar was die al snel weer kwijt. Ook naar beneden hield hij eerder op dan hij verwachtte. Terug, naar de plaats waar hij het laatst iets voelde. Voorzichtig voelde hij links en rechts.

Ja! Daar was het.

Toen hij de vorm helemaal gevolgd had, snapte hij waarom die eerst niet had kunnen vinden. Het was wel de vorm van een deur, maar liggend, in plaats van staand. Zwevend in het midden van de muur.

Het mechanisme kostte hem minder moeite. Hij duwde met beide handen licht tegen het midden van de deur. De bovenkant klikte zacht open. Met zijn vingers aan de bovenrand, trok hij de deur als een luik naar beneden open.

Het was schemerig daarachter. Net toen hij zijn hoofd naar voren wilde buigen om beter te kijken, deinsde hij geschrokken weer achteruit. Iemand kwam uit die schemerige ruimte door de deur getuimeld, en viel voor zijn voeten op de grond.

Toen de figuur op stond zag hij tot zijn verbazing dat hij het zelf was. Hij was zo verbaasd door deze verschijning dat hij amper opmerkte dat daarachter de muur langzaam oploste in het niets.

Zijn andere ik keek hem aan. De ogen flikkerden van herkenning.

Zijn andere ik kwam naar hem toe, en omhelsde hem.
“Natuurlijk ben jij het!” zei deze: “Bedankt! Ik wist dat het je zou lukken. De deur naar het geluk is open. Bedankt dat je me eruit hebt gelaten.”
Daarna keek deze nieuwe ik in het rond.
“En het is nog mooier dan ik had gedacht! Wat een vrijheid, wat een geluk.”
Zij andere ik draaide zich om en liep van hem vandaan. Eerst aarzelend, daarna soepel. Hij huppelde zelfs een stukje. Toen bleef de nieuwe ik staan een draaide zich nog één keer om. En zwaaide.
“Prachtig is het. Wat een mooie wereld. Nogmaals bedankt!”

Bijna automatisch zwaaide hij terug, verbaasd kijkend naar zijn nieuwe ik en de wereld.