Er was eens een verhaal dat niet verteld mocht worden.
Dit is dat verhaal.
Niks gezien?
Dat denk je.
Het verhaal zit nu in je hoofd, en gaat daar een eigen leven leiden.
Wat voor leven?
Dat weet jij alleen.
Vertel het me . . .
Er was eens een verhaal dat niet verteld mocht worden.
Dit is dat verhaal.
Niks gezien?
Dat denk je.
Het verhaal zit nu in je hoofd, en gaat daar een eigen leven leiden.
Wat voor leven?
Dat weet jij alleen.
Vertel het me . . .
Er is iets veranderd.
Ik schrijf niet meer zo makkelijk over mijn onzekerheid.
Is die er dan niet meer? Tuurlijk wel, angst! in alle 7 kleuren. Maar er bij stil blijven staan is geen optie meer. Dus dan maar net doen of dit gewoon “buiten de comfortzone treden” is. Dat staat wat stoerder.
Gisteren probeerde ik iets uit, en ik was niet tevreden.
Teammiddag. Rondleiding over SRIJP-S , het oude Philipsterrein, waar ons kantoor staat. En ik wilde ook nog even een dingetje doen. Op het laatste moment bedacht.
Body percussion. Ritmes maken me je lijf als instrument. Als je nieuwsgierig bent, dit filmpje op ongeveer 5 minuten.
Het was leuk, maar niet goed genoeg. Professioneel gezien kon dit stukken beter.
Ik zat te vast aan wat ik bedacht had, en had eerder moeten stoppen. Het laatste stuk was te lastig om in zo’n korte tijd te doen.En dat zag ik pas achteraf. Wat ik ook pas achteraf zag, is dat dit nog veel meer mogelijkheden bood. Dat er nog veel meer ui te halen is.
Mooie ontdekking toch? Dat is toch ook waarom ik dit uitprobeer? Met eigen collega’s?
Ja.
Allemaal winst.
Waarom dan toch een kater?
Simpel:
Ik wil wow, applaus en laaiend enthousiasme. (he was a egotripper, one way ticket yeah).
Ik wil zo vrij zijn, dat ik meteen iets doe met de dingen die ik voel. (Want eigenlijk heb ik het stemmetje dat zei: “het is genoeg zo”, genegeerd)
Aha. Dat is de kern van het antwoord op vasthouden en loslaten. (Zie blog van gisteren)
Oja, afterthougt:
Dit hoort erbij als je leerstijl die van de ontdekker is. Daarom vind ik het zo lastig om “aan mijn product te schrijven”. Uitproberen en leren. Hoe pijnlijk ook is mijn manier. En leren heb ik gedaan, gisteren. Nou en of.
Nagekomen stukken:
mail van een collega:
Jij ook bedankt voor de ontzettend leuke percussieles. Compliment voor hoe je dit doet en vooral ook voor wat je uitstraalt. Dat maakt het extra leuk om er deel van uit te maken!
Hoi Jacob Jan
Hoi
Wat ben je aan het doen?
Kijken of ik met jou in gesprek kan komen.
Altijd
Vind je het goed dat ik dit op mijn blog zet?
Ik denk dat je die vraag moet omdraaien: durf je het zelf?
Eh, ja. Denk ik.
Okee. Wat wil je weten?
Het is meer dat ik zoek naar inspiratie. Ik ben een beetje leeg geschreven. Nu kan ik wel een dag over slaan, maar ik kan ook kijken wat dit op levert.
Dus je weet nog niet waar dit heen gaat?
Nee, ik had gehoopt dat jij het wist.
Je weet dat het zo niet werkt. Maar maak je niet ongerust, ons samenspel levert vast iets op. Laat het eerst maar eens los, dat idee dat dit ergens heen moet gaan.
. . .
Vertrouw op dat wat er is. Dat is toch wat je zelf zegt? Dat is toch waar jij straks mee aan de slag gaat?
Ja, maar dat heb ik van jou. Ik moet eerlijk bekennen dat ik daar lang niet altijd op durf te vertrouwen.
Laten we daar nog eens naar kijken dan.
Ik wil straks wel waarde bieden, niet onvoorbereid ergens op af gaan.
Woah. Denkfout eerste klas dit!
Hoezo?
Vertrouwen op wat er is, houdt niet in dat je niks hoeft voor te bereiden. Het betekent niet dat jij zo maar ergens op goed geluk ergens in kan duiken.
En net zei je nog dat ik het los moest laten.
Daar heb jij dus nog iets te leren: over loslaten en vasthouden. Ik geef je vast een tip. Laat dit nu los. Ik beloof dat je aan het eind van de week weet wat het is dat je vast moet houden. En als je zin hebt maak je daar maar een mooie levensles van. Of niet.
(met dank aan @Caro_Geurtsen die me op het idee bracht)
John trok een vies gezicht toen ik met mijn voorstel kwam om verhalen te gebruiken.
John is onze nieuwe directeur.
Hij had alle managers gevraagd mee te denken. Over de invulling van de strategieontwikkeling.
Tenminste, zo blijft hij het hardnekkig noemen. Wij noemen het gewoon de hei-dagen.
John:
Wat een flauwekul. Ik dacht dat we af waren van dat softe gedoe. Wil je dat ik dit serieus neem?
Ik:
Het is niet soft. Reclame- en PR bureaus buitelen over elkaar heen om Storytelling aan hun klanten te verkopen als het nieuwste hebbedingetje.
John:
Is dat wat je bedoelt? Daar moet je het dan maar een keer met de jongens van marketing over hebben. Die zijn nu bezig met social branding.
Ik:
Wat ik bedoel, is: zíj kennen de kracht van verhalen, waarom jij nog niet?
John:
. . .
Ik:
Kijk, verhalen spreken het creatieve deel van de hersenen aan. Het scheppende in plaats van het analyserende.
John:
O gut, nu krijgen we het rechter- en linkerhersenhelftverhaal.
Ik:
Precies. Als die rechterhersenhelft actief is, staan mensen meer open voor wat er binnen komt.
John:
Komt dit straks nog een beetje in de buurt van iets dat evidence based is?
Ik:
Dát is wat ik bedoel. Zo’n reactie van jou. Die krijg je dus niet als je een verhaal vertelt. Ja, jij doet nu zo defensief, maar de lezers van onze dialoog doen dat niet. Die worden gegrepen door het verhaal. Die zitten nu even niet in hun ‘cynische modus’.
John:
Wacht even! Wat bedoel je precies met: lezers van onze dialoog?
Ik:
Ik bedoel dat jij een verzonnen personage bent. Ik gebruik je om mijn lezers iets duidelijk te maken. Ik gebruik een verhaal om de kracht van een verhaal te laten zien.
John:
Dat gaat je toch niet lukken, want je hebt net een cruciale fout gemaakt. Jij hebt mij laten twijfelen aan je bewering, en daarmee heb je de twijfel bij de lezer wakker gemaakt.
Ik:
Dat hoort er bij. Ik gebruik jou om de twijfels van de lezer te benoemen, en ze weg te nemen. Het leuke is dat mijn truc werkt. Zelfs als ik hem verklap, zoals nu.
John:
Als jouw lezers net zo slim zijn als ik kom je daar niet mee weg.
Ik:
Juist omdat ze slim zijn vinden ze het leuk. Ze worden geprikkeld door mijn meta-constructie. Ze zijn nieuwsgierig naar hoe het verder gaat. Ik heb ze meegenomen en nu willen ze de plot.
John:
En nu laat je mij als kritische muggenzifter overstag gaan, zeker? Zodat ze denken: “Als John de waarde van verhalen ziet, waarom ik dan nog niet?”
Ik:
Dat maakt niet eens meer uit. De magie van het verhaal doet zijn werking al. In verhalen wint het goede. De lezers willen dat het goed af loopt, willen aan de goede kant staan. Ze zijn er in hun hoofd al mee bezig. Ze denken nu in openingen, niet in problemen. Dat is precies waar ik ze wil hebben.
John:
Mooi. Je lezers weten nu dat ze makkelijk te manipuleren zijn. Nou snap ik waarom die jongens van marketing zo enthousiast zijn. Maar hoe gaat dat helpen op onze strategieontwikkeling? Ik wil mijn managers niet manipuleren. Ik wil ze juist origineel en creatief hebben op die dagen.
Ik:
Om origineel en creatief te zijn, moeten ze het wel aandurven om zichzelf te zijn.
John:
Ik mag toch hopen dat ze dat kaliber hebben. Ik heb niks aan hielenlikkers.
Ik:
En jij gelooft dat ze zichzelf kunnen zijn? Dat ze niet geïmponeerd raken door jou? En dat ze zich onderling niet willen bewijzen?
John:
…
Ik:
Dat is ook allemaal defensief gedrag. En je weet net zo goed als ik dat het erg lastig uit te roeien is.
John:
En daar kun jij met verhalen doorheen prikken? En nou niet aankomen dat het je bij mij ook gelukt is. Je hebt me verzonnen, dat was makkelijk.
Ik:
Je onderschat mijn lezers. Zij kunnen zich al lang voorstellen hoe dit zou kunnen werken. Wat je kunt voorstellen, kun je ook realiseren. Nóg een reden om ook intern aan de slag te gaan met verhalen.
Kunstsubsidie is veel te subjectief.
“Dat kan niet anders”, was vroeger misschien een excuus, maar nu niet meer.
We kunnen met onze technologie verbazend veel tegenwoordig. Kijk maar eens naar deze TED-talk over beeldherkenning. (als je geen zin hebt om te kijken: het gaat om augmentend reality apps voor de smartphone)
Die techniek kunnen we koppelen aan alle informatie die beschikbaar is: alles wat ooit gezegd is over kunst. Alle aspecten van kunst: van de simpele schoonheid tot het verontrustende en wereldveranderende. Daar is over geschreven, dus is het te vinden op internet.
Algoritmes (de regeltjes die we toepassen op deze kennis) zijn tegenwoordig steeds beter. Kijk maar eens naar Google, die steeds betere en relevantere zoekresultaten weet te krijgen.
We kunnen straks van elke kunstuiting bepalen hoeveel waarde die heeft voor de maatschappij. Alleen kunstuitingen met een ARTSCORE van boven de 65 krijgen subsidie.
Technisch mogelijk en eerlijk.
“Flauwekul!”, zeg je?
“Onzin om op deze manier een meetlat langs kunst te leggen!”, zeg je?
Dat ben ik met je eens.
Maar waarom doen we dat dan wel met mensen?
Waarom is ons onderwijssysteem dan wel op deze manier ingericht? En vervolgens alle andere systemen: sollicitatieprocedures, functioneringsgesprekken.
Wij vinden het kennelijk heel gewoon om mensen te beoordelen op meetbare, relevante (voor wie?), overal en altijd geldende criteria.
Zelfs in de media die wij sociaal noemen zijn we al weer scores aan het bedenken.
Weten we dan nóg niet hoeveel we daarmee missen?
Deel 3 van de hype.
Het is te dik. Stopt niet lekker weg in een tas. Het is te zwaar om lekker vast te houden in bed. Lastig in combinatie met dunne kaft. Dit is vooral bij het begin en eind van het lezen belangrijk. Dan heb je niet een ‘setje’ bladzijden die ter ondersteuning kunnen dienen van de kaft. Dit is het eerste minpunt.
Paperback, met een te dun kaft. Komen erg snel ezelsoren aan. Inkijkexemplaar in de winkel was al behoorlijk gedeukt. Ook een rug die snel ‘breekt’ als je hem open neer legt, met de rug naar boven.
Nietszeggende illustratie, met maar zeer weinig tinten grijs.
Lelijke stikker met schreeuwerige tekst prijs er op. Stikker is moeilijk te verwijderen. Als je je hier mee laat zien (in de trein bijvoorbeeld), verraad je dat je een ‘late adapter’ bent van deze hype.
En dan ook nog zo’n vervelend ‘bandje’ er om. Dat vastgeplakt zit door het prijsje op de achterkant.
Het papier is redelijk.
Maar dan:
Het ergste is: het boek ruikt vies. Een van de laatste unique selling points van papieren boeken: die lekker geur. Een hele grote #fail dit. Het boek ruikt chemisch.
Het enige positieve dat ik kan zeggen is dat de letters netjes recht op het papier staan, en nergens te dicht op de kantlijn komen. Lettergrootte en font zijn standaard. Niets bijzonders.
En weer geen plaatjes !
conclusie: en hoop ophef om niks.
Ik leg het beoordelingsexemplaar dus gewoon ongelezen weer terug op de stapel in de winkel.
En wederom blijkt hij perfect bij de #WOT te passen.
Getriggerd door dit stuk van Elja.
Ik wordt gecoached op afstand , lijkt het wel 🙂
Stappen die ik zet, en dingen die ik tegen kom. Her zijn ze . . .
Stap 1:
Met werkgever onderhandelen. Dat is nu in gang gezet. We gaan een beëindigingsovereenkomst opstellen die mij een beetje ruimte moet geven. Ik blijf overigens voor de helft werken bij GGMD, want er blijven erg leuke dingen om te doen.
Stap 2 :
De beslissing om geld uit te geven aan een coach. Dat wordt spannend, want dat geld heb ik niet. Flinke gesrekken met Sacha, want die wordt hier heel benauwd van, en dat snap ik. Maar hoe dan ook: dat geld komt er.
Stap 3:
Praten met mensen in het vak. Inmiddels met Wim Wolbrink gesproken, die mijn oude liefde voor vertellen weer helemaal heeft aangewakkerd. Ik voel weer helemaal hoe geweldig en krachtig vertellen is.
Hier ook wat hobbels. Mensen die niet reageren op mijn mail. Wat te doen? Nog een keer mailen. Zouden ze me dan opdringerig vinden? Zucht. Om leren gaan met dit soort onzekerheden, want ik heb de info nodig.
Stap 4
Bedenken wat mijn ‘product’ is. Einddoel weet ik (het theater in), maar ik heb tussenstappen nodig om daar te komen. Zo’n tussenstap is een ‘social media verteltheater’. een luchtig, teambindend evenement voor bedrijven. Om “in the mood” te komen voor werken met social media. Dus niet de strategie naar buiten, maar werken aan de echtheid en de eigenheid van binnen. Door middel van verhalen met humor en met kwetsbaarheid.
En dan ontdekken dat dat al bestaat.
Akelig of juist goed? Akelig omdat ik niet origineel ben. Auw ! But i’ll live. Goed omdat het bewijst dat ik niet gek ben. Of is het beter om wel een beetje gek te zijn. Vragen, nog geen antwoorden.
Stap 5. Beter worden. Beter leren schrijven, en een cursus in vertellen. Of is het “eerst beter willen worden” een vorm van uitstellen? Gaat met beter schijven met spontaniteit er af? Vragen, nog geen antwoorden.
Stap 6. Vast oefenen. Verhalen maken en vertellen. Ik heb vorige week een verhaal gemaakt over vertrouwen, en een try out gemaakt. Hier staat die.
Stap 7. Intussen mijn werk goed blijven doen, en alle puin ruimen die overgebleven is van het badkameravontuur.
Gewoon lekker blijven doorakkeren.
Wat zij ze mooi nu,
en wat zal ik ze haten straks.
Want vanaf nu zuigen ze hun betekenis op,
uit donker, kou en nattigheid.
Straks zie ik niet meer,
het ragfijne netwerk,
het gave lijnenspel,
messcherp afgetekend tegen mijn grote lieve lucht.
Even nog weten ze me te beroeren,
als ze met hun donkere dunne tengels
de witte sneeuw vasthouden.
Even maar.
Dan zullen ze de eindeloze grijsheid omlijsten.
Dan, als ik genoeg heb
van knusheid,
de speculaas mijn neus uit komt,
een kaars het slappe aftreksel wordt
van het licht waarnaar ik verlang.
Dan ga ik ze haten.
En zie
daar zullen dan de knoppen zijn.
Eigenlijk is er maar één les.
Al die andere zijn er om deze te illustreren.
Die les is:
Neem de tijd en de ruimte om de ander te verstaan.
Want de ander is alles.
Alles wordt geboren in het moment dat jij contact maakt met een ander.
Alles wat de moeite waard is.
Jij bestaat niet eens zonder die ander.
Ik kan maar één ding bedenken waar ik die ander niet voor nodig heb: Genieten van de natuur. Dat is het enige dat niet gemaakt is door een ander. En zelfs dat wil ik kunnen delen. Met een ander.
Niet de ene bijzondere.
Iedereen kan de ander zijn. Iedereen zal de ander zijn.
Als je tenminste de ruimte neemt om hem of haar te ontmoeten.
Hack je leven als je wil, maar hack nooit de tijd die je een ander geeft.