groot zijn en klein maken

Ik voelde me lekker, die twee dagen gebarentaalcursus vorige week.

Een collega zag dat aan me.

Wat straal jij hier veel meer uit dan op kantoor!

Tja. Wat ik op kantoor doe is verslagen schrijven voor het UWV en andere opdrachtgevers. Mijn uren schrijven in een systeem. En andere dingen waar ik niet goed in ben.

Als ik onzeker ben in wat ik doe, maak ik me klein. Afwezig, bijna. Dat gebeurt steeds als ik mijn best doe om de dingen te doen zoals men ze hoort te doen.

Zodra ik stop met me af te vragen

Hoe hoort het eigenlijk?”

ben ik mezelf.

Ook dan kan het zijn dat ik dingen nog niet weet. Zoals in die cursus (want ik ben helemaal niet zo’n kei in gebarentaal). Maar de vraag is dan anders. De vraag is dan:

Hoe krijg ik dit voor elkaar?

Het verschil is letterlijk levensgroot.

Die eerste vraag komt voort uit angst voor afwijzing, de laatste vraag komt voort uit mijn eigen motivatie.

Thema.

Veranderen, leren, aanpassen. Allemaal natuurlijke groeiprocessen.

Maar vreselijk contraproductief als ze ingegeven worden vanuit angst.

Als ik me klein voel, duurt het soms even voor ik dat weer door heb.

 

gewoon iets niet kunnen, dat kan ik dus niet.

“Ik weet wel hoe dat moet, lekkere teksten schrijven”

had ik met veel bravoure geroepen.

De OPCI (landelijk platform CI gebruikers) had een webredacteur nodig.

Ik met mijn stomme kop,

en mijn grote mond.

Ik had gezegd dat dit beter kon.

Daar waren ze het bij de OPCI mee eens. Ze zochten niet voor niets een webmaster.

Nu is een groepje mensen druk bezig aan het schrijven. En ik moet morgen mijn stukje inleveren.

Maar ik kan dat dus helemaal niet. Informatie overzichtelijk brengen.

Dus nu maar gewoon eens toegeven dat er dingen zijn waarvan ik wel zie hoe ze beter kunnen, maar waar ik verder met mijn poten van af moet blijven. Gewoon omdat ik het niet kan, dat beter doen.

Gewoon iets niet kunnen. Niet zo moeilijk toch?

Waarom doe ik er dan een half jaar over om dat toe te geven?

Levenslessen 28, tijd om zaken op een rij te zetten

Iemand vroeg naar aanleiding van mijn cursus gebarentaal om wat meer gebaren te gebruiken. Bij deze.

Let op dit is geen gebarentaal (NGT). bij gebarentaal verandert de woordvolgorde, om het plaatje sneller duidelijk te krijgen.

Dit is NmG, Nederlands met gebaren. Gewone Nederlandse zinnen, met hier en daar ondersteuning met een gebaar.

 

en de directe link

kerken moeten hun functie als community weer oppakken

In 2006 ben ik lid geworden van een kerk.

Ik wilde me aansluiten bij een gemeenschap die zich op eenzelfde manier met levensvragen bezig hield als ik.

Wat er al aan social media was, wist ik toen nog niet te vinden, dus deed ik dat IRL.

Nu pas, achteraf, besef ik dat wat ik toen zocht, nu een “community” heet.

En dat de kerk daar al heel lang een woord voor heeft:

gemeente.

Waarom heeft het mij zo lang gekost die gemeente te vinden (ik was 44), en waarom vinden mensen die gemeentes nu nog steeds niet?

Omdat de kerk de mensen verjaagd heeft.

Door voor hun leden te bepalen wat ze moeten geloven en denken.

Doordat de kerk zich niet als community heeft gedragen maar als despoot.

Ja, dat is allemaal kort door de bocht, en DE kerk bestaat niet, maar het is wel het algemene beeld. En kerken doen te weinig om dat beeld recht te zetten.

Ze zijn er gelukkig wel.

Kerken die niet beweren dat hun geloof het beste geloof is.

Kerken die hun leden zelf hun geloofsbrieven laten schrijven.

Vrijzinnigen, worden ze genoemd.

Van zo’n gemeenschap ben ik lid geworden. De Doopsgezinde-Remonstrantse gemeente in Nijmegen.

Daar komen mensen samen om met elkaar het jachtige leven even te ontvluchten. Om stil te staan bij wat wezenlijk is. Luisteren naar binnen. Contact maken met het hogere, hoe dat er dan ook uit ziet. Contact maken met elkaar. En vandaaruit handelend de wereld in. Oppakken wat je hart in geeft, om een mooiere wereld te scheppen.

Niet zo heel veel anders dan al die mooie initiatieven die ik op de social media tegen kom. Waarmakerijen, instawalks, blogpraten, TED-talks. Een groeiend aantal virtuele gemeentes waar mensen elkaar vinden, zichzelf vinden, en zich opnieuw vanuit hun eigenheid verbinden met de wereld.

Dat is de oorspronkelijke kracht geweest van de eerste christelijk gemeentes. Dat is de rol die kerken weer op moeten pakken.

Waarom kerken? Die zijn toch uitgespeeld?

Omdat het zonde zou zijn om wat wij in onze cultuur hebben opgebouwd aan manieren om ons te bezinnen op het leven, weg te gooien.

We hebben mooie verhalen, mooie rituelen. Het feit dat we ze eeuwenlang misbruikt hebben als dwangbuis, betekent niet dat ze geen waarde meer hebben.

Mijn kerk wil graag in die andere rol stappen. Niet de waarheid in pacht. Wel veel moois te bieden.

De site van onze gemeente begint met:

Onze gemeente wil een open gemeente zijn, waar mensen zich thuis voelen en mogen zijn zoals ze zijn.

Dat is nog eens een boodschap.

Vanmorgen heb ik vergaderd over hoe we de website van de kerk daar voor in kunnen zetten.

Het zal nog even duren voordat daar iets van te zien is, maar ik krijg het gevoel dat het heel mooi gaat worden.

verhalen vertellen doe je met je lijf

Alle verhalenvertellers zouden een cursus gebarentaal moeten doen.

Gebarentaal is beeldend.

Dat heb ik twee dagen lang weer kunnen ervaren.

Lange Nederlandse zinnen, die veel woorden nodig hebben om een situatie duidelijk  te maken veranderen in:

– gebaren

– wijzen

– mimiek

Je ziet alles voor je neus gebeuren. Veel bijvoeglijk naamwoorden, voorzetsels en woordjes als heel en erg.  Ze kunnen allemaal weg!

Als ik het ooit durf zal ik eens wat laten zien.

Mooi om te zien, en lekker om te doen.

Ik voel mijn lijf ook meer,  wordt losser.

Moeten meer mensen doen.

Dan wordt er ook niet zo vaak meer verstoppertje gespeeld met gevoelens.

het leuke van pubers

“Foto momentje.”

Zei mijn dochter gisteren.

Sacha en Wies waren al naar boven en wij zaten beiden met de laptop naast elkaar op de bank.

Fenna zat koortsachtig te werken aan haar boekverslag dat de volgende dag af moest, en ik typte mijn blog.

Af en toe keek ik mee met Fenna. Om mee te denken over een zin of een woord.

Ze heeft “Pride and Prejudice” gelezen, van Jan Austen. En hoewel Fenna meer van film houdt dan van lezen, heeft ze genoten van het boek. Ze houdt van het Engels, van de subtiele humor. Ze vertelt hoe veel uitgebreider het boek is, maar ook dat ze bewondering heeft voor de keuzes die de scenarioschrijver van de film gemaakt heeft.

Ik bewonder haar verslag, prachtige Engelse constructies.

“Dat ging helemaal vanzelf!” roept ze: “Ik was er zelf verbaasd over dat dat uit mijn vingers kwam.”

Ze heeft dus onbewust de stijl van de schrijfster opgepakt.

Daarnaast heeft ze een ingewikkeld verhaal verbazingwekkend knap samengevat. Want: “die samenvattingen van internet zijn niks waard.”

En ik zie een dochter stralen in wat ze kan: de essentie oppakken van iets moois, waarderen en benoemen van . . . nou ja, van kunst dus.

En wat heerlijk dat ze dat met mij deelt.

Fenna verslindt series en films. Mocht ik ooit denken dat dat lui en consumptief pubergedrag is, dan moet ik deze blogpost nog eens nalezen.

“Nou. Ook wel lui consumptief pubergedrag hoor!”, zegt ze, als ze dit leest.

Ik mag het plaatsen van haar.

note to self

Behind the scenes… het schrijven van een blogpost

niet de eindversie maar alle losse gedachten die naar die eindversie moeten leiden

 

gedachten bewaren om verhaal van te maken.

 

deze gedachte centraal:

pas vanuit vrede met wat is kun je veranderen wat is.

of

als het niet per se moet, lukt het pas

 

Beeld:

 

Het nu als object waar hoofdpersoon tegen vecht maar geen grip op krijgt.

Pas als hoofdpersoon een wordt met dat nu, heeft hij zijn aangrijpingspunt.

 

Zoiets als wegwillen van de grond waar je geboren bent, reizen en er achter komen dat wat je zoekt nergens te vinden is. Pas als je stil staat en de aarde voelt, besef je dat die aarde draait en jou elke keer weer een nieuwe dag geeft. (nee das niks)

Ik moet nu denken aan Indianen en ander natuurvolk die hun prooi vragen of ze geofferd willen worden. Dat brengt me op het idee van het in gedachten vooruit zenden van dankbaarheid. Alleen vanuit een staat van dankbaarheid kun je werkelijk iets bereiken.

Hm. Dat gaat dus verder dan acceptatie. Dankbaarheid.

ik schreef net vooruit sturen…. bedoel ik daarmee dat je ook van te voren al dankbaar bent voor het resultaat dat je gaat bereiken? In welke vorm dat zich ook aan dient?

Dit is wel heel erg anders dan  de westerse plannen > uitvoeren > evalueren > bijsturen mentaliteit.  De meten is weten.

Die hebben toch niet met zijn allen een vreselijk potje ongelijk?

dat moet te combineren zijn: die westerse aanpak: duwen, trekken en kneden aan de werkelijkheid, en de meer oosterse manier van meevloeien met dat wat is. (want het woord ‘werkelijkheid’ vind ik daar weer minder passen.)

oh. dan kom ik uit op de creatiespiraal. die combineert die twee …heb ik dan hier een wiel opnieuw uit zitten vinden?

los laten nu

 

andere keer verder

 

PS mooie Freudiaanse typfout in de titel “Not to self”

contact maken

Dit wordt een “Lief dagboek, wat mij nou overkwam gisteren” blog.

Gisteren gaf ik een lezing.

Fijn zo’n ouderwets woord in een wereld vol events, bootcamps, tweetups en seminars.

Over slechthorendheid.

Daar heb ik een heel blog over vol geschreven (www.earopeners.nl) dus daar kan ik best een avond over praten.

Slechthorend zijn heeft een vergaande, vaak onverwachte invloed op je leven. Niet alleen onbekend voor horenden, maar soms ook nog onbekend voor de slechthorende zelf.

Naast veel herkenning, dus ook veel eye-openers voor het publiek gisteren.

Een paar van de opmerkingen achteraf:

– Wat ben ik blij dat ik hier naar toe ben gegaan. Ik twijfelde, ik hoor al zo lang slecht, ik dacht ‘wat kan ik daar nog voor nieuws over horen’. Ik heb dingen gehoord die ik niet wist, en waar ik veel mee kan.

– Dus het ligt niet aan mij. Mijn omgeving snapt het soms niet, en ik zie nu waarom.

– Ik dacht iets te gaan horen over technische aanpassingen. Maar dit verhaal is veel belangrijker.

– Wat fijn dat ik u ontmoet heb.

En dan nog deze tweet, waar ik erg blij mee ben.

Die herkenning had ik wel verwacht. Maar die verbinding voelde ik ook. En dat was mooi. Er zaten ook prachtige mensen gisteren.

Fijn dat die verbinding gezien en benoemd is.

Ik wist gewoon dat dit een verhaal was waar veel mensen wat aan zouden hebben.

Fijn dat ik ervaren heb dat de manier waarop ik het vertel ook nog eens voor verbinding zorgt.

Ik heb daar niets speciaals voor gedaan. Dat is wie ik ben, vermoed ik. dat is mooi om te weten.

Daar ben ik blij mee.

dat wilde ik even kwijt, lief dagboek.

 

Als vrouwen beter leerden praten zouden mannen beter luisteren

Nou niet meteen boos worden, vrouwen.

Dat mannen niet kunnen luisteren heb ik al toegegeven.

Hier.

But is takes Two to Tango.

Als jullie nu eens probeerden wat logica aan te brengen in je verhaal, help je daar ons mannen enorm mee.

Jullie maken twee grote fouten.

 

FOUT 1: Denken dat het niet aan komt, als jij dat niet kunt zien.

Wij mannen doen niet aan uitvoerige “aahs” en  “ooh’s”, “wat erg’s” en “nou, meid’s”.

Een biertje aanbieden is onze manier om te laten zien dat we luisteren. Een korte knik ook.

 

FOUT 2: Een web spinnen waarin we verstrikt raken.

Jullie willen twee dingen tegelijk van ons.

We moeten jullie serieus nemen en we moeten het ons aantrekken.

En die twee spelen jullie heel handig uit.

Als we zeggen: “Wat wil je nou van mij?”, is het: “Het gaat helemaal niet om jou! Zie je wel? Je wil me gewoon niet snappen!”

Als we zeggen: “Ik pak even een wijntje voor je.” (let op! we doen ons best: wijn, geen bier), dan roepen jullie : “Probeer er maar niet zo makkelijk van af te komen. Ik heb het over jou, hoor.”

TIPS

A. Leer herkennen hoe wij aandacht geven.

en als dat niet genoeg is:

B. Zeg wat je van ons wil. En zeg er bij hoe. Als je dat aan onze fantasie over laat . . . zie A.