>> Lees ook deel 2 >>
I recognize no method of living
That I know
I see only the basic materials
I may use
David Sylvian – Red Guitar
En nu in de praktijk
Hoe gaat dat zonder oplossingen (zie blog gisteren)?
Onwennig.
Als “op de oude manier” iets niet lukte had ik de puzzel verkeerd gelegd.
Dat was dan vervelend, maar ik had de geruststelling dat de goede oplossing ergens bestond.
“Eens zal ik hem oplossen!”
Dat gaf de burger moed.
Nu is het de kunst om niet te denken in mislukte pogingen, maar in waardevolle schakels.
Elk moment een schakel in een prachtige ketting.
En hoewel deze vergelijking in veel opzichten volslagen mank gaat doe ik het hier even mee.
Een sieraad zonder zwakke schakels.
Waarderen van de dingen die ik vroeger af deed met flink wegslikken.
Dat gaat me nog niet altijd goed af.
En dan ook dat waarderen.
Klinkt erg calvinistich als ik het zo schrijf. Maar dat valt dan wel weer mee. Gelukkig kan ik er een beetje mee spelen.
Nu snap ik David Sylvian ook wat beter.
Als ik iets ontdekt heb, is het wel dat je moet oppassen met ontdekkingen.
Zodra je iets door denkt te hebben, ligt het gevaar van de automatische piloot om de hoek.
Hoe waar een “Ah! zo zit dat!” ook is.
Zodra je die zo-zit-dat van toepassing verklaart op iets anders,ontneem je dat andere de kans om zich fris aan te dienen bij jou.
Ah, zeg je nu. Zo zit dat! ik moet dus alles fris, met de nieuwsgierigheid van een kind benaderen.
Nee dus.
Niets is de oplossing.
Alles kan een oplossing zijn.
Ruk je eens los van alle slimme tips, en mooie verhalen.
Want als dit op gaat voor eigen ontdekkingen, hoeveel meer dan niet voor de ontdekkingen van anderen.
Maak je eigen verhaal.
Steeds opnieuw.
Maar let op.
Negeer ook vooral deze tip.
Ken je dat?
ik roep dit vanaf diepe gronden naar boven toe.
voor wie de echo nog kan horen.
Ik heb een afspraak gemist met @Paulusveltman
Die zit al een tijd in Lux op me te wachten.
Ik zat nog even samen met de kinderen en Sacha aan de ontbijttafel , en wilde dan op tijd naar Nijmegen omdat er in mijn hoofd een stevige 14.00 uur verankerd was. Al weken. Zondag 14.00 zie ik Paulus. Heb zelfs al zitten bedenken hoe ik op tijd thuis kon zijn om te koken.
Vlak voor ik vertrek kijk ik nog even op twitter en zie dat hij daar om 11 uur al zit.
Ik heb de auto niet, en dat gaat me met de trein minstens een uur kosten.
Ik bel Paulus.
En begin een door de grond zakkend verhaal met veel excuses.
En Paulus maant me tot rust.
Dat vergissen menselijk is.
Ik hoor erg slecht, maar ik hoor de rust en vriendelijkheid van Paulus wel.
Wat is dat een lieve man.
Dat maakt mijn stommiteit niet minder.
Dat maakt hem wel groots.
Paulus, ik kom je opzoeken. Want nu wil ik je nog meer spreken.
En dan kom ik op de goede tijd, eentje die jij uitzoekt en eentje die ik goed in mijn hoofd ga zetten. En in mij agenda, en in mijn Moleskine, en in mijn Evernote. en ik ga het thuis vertellen, zodat ze me kunnen helpen.
– Hee. Psst.
Ja?
– kan ik je even spreken?
Eh, ja. Maar wacht even. Hebben we de rollen niet omgedraaid? Jij bent toch mijn innerlijke stem? Ik ben toch altijd degene die jou aanroept?
– hm hm
En waarom wil je mij nu spreken?
– Ik wil dat jij zelf benoemt wat je geflikt hebt deze week. Zonder dat je dat aan mij vraagt.
Wat geflikt?
– Nou, je was een tijdje aan het draaien. Je zat in de mist. Was heel hard aan het proberen. Beetje persen leek het wel. Alsof je verstopping had.
Niet zo platsisch.
– Kom op. Het klopt toch gewoon?
eh. Ja.
– Okee. Wat ik nu van je wil is dat je mij vertelt hoe je daar uit gekomen bent.
Maar dat weet je toch al?
– Ja ik weet het. Maar dat is vanuit mijn kant (de binnenkant) niet zo moeilijk te zien. Ik wil dat jij het vanuit jouw kant benoemt. Ontdekt. Zodat je als het ware een kaart maakt. Voor als je weer een keer de weg kwijt bent. Zodat je ziet dat je er ook vanaf de buitenkant bij kan.
En jij denkt dat… Nee wacht. dat hoef je niet te beantwoorden. Jij weet dat mij dit gaat lukken. Goed. Hier komt ie. Ik begin met wat losse flodders.
Een van de dingen die me op viel was dat ik geen echte lol had in wat ik schreef. Zelfs al vond ik ze niet eens slecht.
Wat me ook op viel is dat ik mijn gemoed analyseerde. Meestal ben ik daar erg tevreden mee.
Maar nu niet.
Pas toen ik dat hardop durfde te voelen, kantelde er iets.
Het was niet loslaten wat ik deed. Niet van dat mooie theatrale loslaten, en gezuiverd worden.
Er was niks zuivers aan. Het was nog steeds erg stoffig.
En ergens vond ik de moed om dat goed te vinden. Om mij goed te vinden.
– Zonder dat je mij daar bij nodig had.
Jij bent toch mij?
– Ik bedoel dat je de rijstebrijberg helemaal vanaf jouw kant door geploeterd hebt. Zonder verheven in-je-zelf-kijkerij.
Dus ik heb jou eigenlijk niet nodig?
– … Ja, dat bedoel ik.
Je aarzelde..
– Hee. Gaan we de rollen omdraaien?
Ja, want ik krijg iets door. Jij houdt dit graag in stand. En ik ook. Maar we weten beiden dat dit een soort “onzichtbaar vriendje” gedoe is. En dat ik, als ik er echt voor ga staan, dat niet nodig heb. Dat dit iets is dat ik gewoon altijd en overal kan. Direct. Ter plekke. Zonder in een soort conclaaf te gaan met jou.
– Lieve Dombo. Het wordt tijd dat je zonder veertje gaat vliegen. Ik ben niet alleen altijd bij je, ik ben jou altijd.
Ik zag Helen vandaag.
En ik vind haar mooi omdat ze . . .
. . .het doet met wat er is.
Niet wat er zou moeten zijn.
Niet met wat ze zou willen dat er is.
Niet met wat ze kan visualiseren en daarmee bezweren.
Nee.
Gewoon met de mooie en minder mooie werkelijkheid.
Zoals die zich aan dient.
Zo simpel.
en zo moeilijk.
en zo mooi in al zijn rouwheid.
En daarom is ze wie ze is
en niet wie ze zou moeten zijn.
Want durven wankelen is pas echt stevig zijn.
Wat houd ik toch van Nederland
ondanks alle rotzooi, want
al zijn we vaak pietleuterig,
we blijven lekker kneuterig.
Ik houd van ieder, die in deze dagen
gaat knippen, lijmen, kleuren, zagen
en zachtjes in zichzelf vloekt
omdat hij het juiste rijmwoord zoekt.
Dat is onze beste kant,
wat houd ik toch van Nederland.