Samen niks doen is samen heel veel laten gebeuren

DSCN2464

Ik heb een maatje.

Via het maatjesproject.

Vandaag hebben we voor het eerst samen iets gedaan.

We hebben gewandeld in het prachtige landelijke Leur.

En al die tijd ben ik maar bezig in mijn hoofd.

“Vindt hij het wel leuk?”

“Moeten we niet ergens over praten?”

“Welke onderwerp zal ik eens aansnijden?”

Ik vertel over de dingen die ik weet.

Mijn maatje zegt dan enthousiast en stevig “Ja!”

Maar wat vind hij, denkt hij?

We drinken een kop koffie bij het bezoekerscentrum en dan gaan we weer terug.

We maken een afspraak voor volgende week. Dan gaan we wandelen bij Kasteel Hernen.

De begeleider van de woonvorm, zegt me dat mijn maatje glundert, en het dus leuk heeft gehad. Ik ken hem nog niet genoeg om dat zelf te zien.

En dan besef ik dat dat genoeg is. Gewoon wandelen. Een kop koffie drinken. Ieder op zijn eigen manier genieten. Af en toe zeggen”Kijk, zwarte koeien”, of “Mooie wolken.”

Dat is voor mezelf ook genoeg. Waarom zou dat voor mijn maatje niet genoeg zijn?

Gewoon er zijn. Jezelf als gezelschap geven. Genieten van het gezelschap van een ander.

Genoeg is genoeg.

Bijzonder om te ontdekken.

Ik ben genoeg.

Goed voor mij. zo’n maatje.

Je moet me raken

HET GESPREK stap 2

De eerste stap ging over jou.

De tweede stap gaat over de ander.

De eerste stap ging om wat er uit moest.

De tweede stap gaat over datgene wat ook nog eens ergens moet aankomen.

Je moet die ander wel zien te bereiken. 

Zonder die ander is er geen gesprek. Dat is zingen onder de douche. Heerlijk, en het maakt niet uit hoe vals het is.

Maar zingen onder de douche is een monoloog, en geen gesprek.

Voor een gesprek heb je die ander nodig.

Laten we even doen alsof ik die ander ben.

Jij wil iets van mij, met mij. Dat is waar ons gesprek over gaat. Als je mij onberoerd laat, als je mij, mij  speciaal, niks te zeggen hebt, als je alleen maar even stoom af wil blazen, dan heb je mij gemist als schip in de nacht.

Jij moet me raken.

Dus richt je pijlen, doe het met eerbied, en doop ze alsjeblieft niet in het gif.

 

Jacob Jan, dit is een veel te abstract verhaal. Wat moet ik hier mee?

Ja, dat is een beetje zo.  Dat komt omdat de verschillende stappen in elkaar over lopen. En toch is het onderscheid handig. Daar kom ik straks nog op terug.

We zijn nu bezig met de drie stappen van het ‘praten’. 

Straks volgen de drie stappen van het luisteren, en die komen natuurlijk precies overeen met de drie stappen van het praten. En dan wordt veel duidelijker wat het verschil is tussen stap 1 en 2.

Nu is het even genoeg dat je weet dat bij stap 1 de spreker vooral iets over/voor de spreker zelf zegt, en dat bij stap 2 de spreker iets over/voor de luisteraar zegt. Want bij alles wat we over een ander zeggen, zeggen we altijd iets over ons zelf. En altijd als we iets over ons zelf zeggen zit daar een boodschap voor die ander in.

 

Dit is deel 2 van de serie: Het gesprek

<< Hier staat de inleiding

< deel 1                                             deel 3>

Doorbreken van vooroordelen, daar houd ik van.

Vooral als het bij mezelf gebeurd.

Mijn wereld word er groter door.

Ik keek net het laatste stukje DWDD. En daar zat Louis van Gaal.

Ik heb moeten Googelen of ik het goed had. Ik heb namelijk helemaal niets met voetbal. Dus ik wist dat eerlijk waar niet helemaal zeker.

Hij zat er om over spierziekten te praten, over wat hij daar voor deed. Maar gek genoeg was dat het niet waar hij me mee verraste.

Dat was toen hij over voetbal ging praten.

Allereerst gaf hij een prachtig antwoord op de vraag van Matthijs of voetbal niet een beetje in het niets verdween, vergeleken bij spierziekten. Van Gaal merkte terecht op dat je die twee grootheden niet met elkaar kunt vergelijken.

En toen begon hij ter vertellen over een prachtige goal. Nederland maakte een goal vanuit balbezit. Hij gebruikte nog wat termen die ik niet ken, maar zelfs als buitenstaander begrijp ik wat hij bedoelde.

Geen ‘gestolen goal’, geen mooi gebruik maken van een plotselinge kans, maar een goed opgebouwd goal. Een aanvalsplan, dat zo goed uitgevoerd wordt dat de beloning een goal is.

Ik hoorde het, maar vooral, zag het hem vertellen.

En ik wilde het zien.

Ik.

Was nieuwsgierig geworden naar voetbal. Ik wilde die goal zien.

Wat mooi, om je eigen grenzen over te stappen. En opeens te snappen waarom zo’n spelletje mooi kan zijn.

En nee, ik ga nu niet opeens voetbalwedstrijden kijken.

Zo, is het wel even genoeg, maar toch . . .

Waarom zeg jij dat?

HET GESPREK Stap 1

Je afvragen waarom je iets zegt is de eerste stap in een goed gesprek.

Of de laatste, want de gesprek-cirkel is rond. praten-luisteren-praten-luisteren

Luisteren is zelfs een beter begin.

Maar dat is te moeilijk voor velen. (nee niet voor jou natuurlijk)

Daarom begin ik bij wat iedereen graag wil: ergens iets over zeggen.

 

Waarom ZEG jij dat?

Waarom zeg JIJ dat?

Waarom zeg jij DAT?

Allemaal goede vragen. Voordat je je mond open doet. Voordat je op ‘send’ of ‘enter’ drukt.

Je moet alleen iets zeggen als je op alle drie vragen een antwoord hebt.

 

Vooral die middelste is belangrijk.

Als je alleen maar een doorgeefluik bent van andermans opinies, heb je niets toe te voegen in een gesprek.

Want het gaat om jou.

Ik wil weten wie jij bent, wat je voelt, wat je denkt.

Dat is waarde.

Elke keer als jij jezelf laat zien voeg je waarde toe.

Elke keer als je zelf buiten schot blijft, ben je lucht en leegte, en is je bijdrage slechts ruis op de lijn.

Ik hoor slecht, ik heb een hekel aan ruis.

 

He ho!

Moet ik nu overal over gaan nadenken? Kan ik nooit meer iets spontaan roepen? En waar blijft het grapjes maken en keten? En het slap ouwehoeren?

Dat is opwarmen, opvulling, en cool down. Soms is er ook een beetje lucht nodig.

Hoort er allemaal bij.

Hoewel je ook daar . . .

Nee, wacht.

Daar kom ik nog op terug.

 

Oh, en dan natuurlijk wel doen wat ik zelf zeg:

Waarom zeg ik dit hier?

Ik hoop zo vreselijk dat we met zijn allen weer gaan praten, in plaats van over elkaar heen vallen.

Bijna alle discussies, op internet, in debatprogramma’s, in praatprogramma’s, en zelfs in de politiek doen me zeer. Zo veel geroep, en zo weinig geluister.

Ik had deze serie eerder geschreven. Op een ander blog.

Dus waarom nu weer?

Omdat ik toen een andere intentie had.

Toen gaf ik trainingen. Ik wilde laten zien hoe slim ik was, en hoeveel ik wist over communicatie. 

Dat was lucht en leegte.

Dat wilde ik niet meer. Ik heb twee jaar lang gewacht om het te herschrijven. Omdat ik mijn motivatie niet vertrouwde. 

En nu weet ik het. 

Nu moet het er uit.

Ik wil hier niks anders mee dan laten zien hoe het kan. Hoe het mooier kan.

Ik ben een roepende in de woestijn, en een preker voor eigen parochie. Maar heel misschien komt dit ergens goed terecht. Alleen al vanwege die hele kleine kans, is het voor mij de moeite waard om hier betweterig te zitten doen.

Het model dat ik met deze zes stappen laat zien, geeft een mooi inzicht in waar we de mist in gaan.

Dan kunnen we daar iets aan doen.

 

Dit is deel 1 van de serie: Het gesprek

<< Hier staat het begin

deel 2 >

 

 

Waarom discussiëren een zinloze bezigheid is

HET GESPREK, een serie in 6 stappen

Inleiding

We discussiëren wat af.

En het levert geen ene moer op.

We zakken alleen nog maar dieper de loopgraven in.

We gooien oneliners als handgranaten over de rand, en zoeken meteen weer dekking met de handen op onze oren.

Discussie-sites en praatprogramma’s moedigen dit aan, want dat levert veel bezoek en hoge kijkcijfers op.

Maar de sfeer wordt er niet beter op.

En het kan ook anders.

Door te stoppen met discussiëren, en te beginnen met een gesprek.

In een gesprek is er ruimte en respect voor alle deelnemers. In een gesprek gaat het niet om het eigen gelijk, maar om de grotere waarheid. Een waarheid die groter wordt, naarmate je meer gezichtspunten een kans geeft.

Een gesprek heeft voldoende aandacht voor elke inbreng.

Elke inbreng doorloopt zes fases, en elke stap is even belangrijk.

Als alle stappen goed doorlopen worden, betekent elke inbreng toegevoegde waarde voor het gesprek.

Zo weet je zeker dat iedereen er beter van wordt.

Zo simpel kan het zijn.

De volgende posts ga ik je meer vertellen over de zes stappen.

 

Dit is de inleiding van de serie:  Het gesprek

>hier staat het vervolg

 

Hier is het ding

Oké . .

hier is het ding.

Ik heb me voorgenomen,

min of meer dan,

om alleen nog maar blogposts te schrijven die goed zijn,

die de moeite waard zijn.

Ik stap dus af van het iedere dag bloggen.

Hè niet doen!

Ja, wel doen.

Dat iedere dag bloggen was de Johannes in mij. Me overgeven aan wat er is. Mooi is dat. Maar nu even genoeg.

Nu wil de Jacob in mij het woord. Richting geven. Heft in handen. Regie. Bloggen met een doel. Bloggen omdat ik iets te zeggen heb.

Bloggen voor publiek, in plaats van bloggen voor me zelf.

En daar was ik altijd zo tegen. Ik was van het spontane. Ik wilde ruig, onaf, puur.

Dat is allemaal niet weg. Ik gooi er heus nog wel eens een ruig blog tussendoor. Vooral als ik wil delen hoe mooi de wereld is. Want dat kan niet vaak genoeg. Maar ik wil nu ruimte.

Iets meer ruimte voor een blogpost. Iets meer redactie. Iets meer voorwerk. Iets meer polijsten. Iets meer ambacht.

 

De preken op zondag blijven voorlopig staan. Ik ben nog niet klaar met de bijbel.

 

En verder . . .

. . .verder wil ik iets gaan vertellen over communicatie.

Want dat is nodig.

We praten zo ongelofelijk langs elkaar heen.

En ik weet hoe het wel kan.

Daar heb ik een tijd lang mijn mond over gehouden. Want het is allemaal zo theoretisch, wat ik weet. En daar wilde ik niemand mee lastig vallen.

En bovendien schrijf ik voor eigen parochie. Daar waar het écht nodig is, daar wordt mijn blog natuurlijk niet gelezen.

En nog bovendiener: wat ik weet, heb ik niet van mezelf. Ik heb het ergens gelezen.

Dus dan maar niet, heb ik twee jaar lang gedacht.

Maar nu zegt een stem in mij: kom op. Deel het. Wie weet hebben mensen er wat aan. Wie weet komt iets er van ooit een keer op een goede plek terecht.

En ook al is het niet allemaal van mezelf, ik heb het me wel eigen gemaakt. Ik heb het intussen ook geleefd. Dus heb ik er wat over te vertellen. En ik zal keurig bron vermelden.

Dus ga ik zoeken naar een vorm.

 

En dan wil ik wat meer doen met verhalen. Ik wil schilderijtjes gaan maken van woorden.

 

Maar dat is allemaal dus min of meer.

Dat heeft allemaal wat tijd nodig, en nachtjes slapen.

 

 

 

 

Johannes

Mijn andere naamgever. Jan is afgeleid van Johannes.

(Lees hier over Jacobus)

Er zijn minstens drie Johannesen. Misschien meer¹, ik ben niet zo’n bijbelkenner. Ik ben een beginner.

Johannes de doper.

Johannes de evangelist (één van de vier)

Johannes van de openbaringen.

Wat hebben ze alle drie gemeen?

De ‘bezetenheid’.

Johannes de doper trok de woestijn in en at sprinkhanen met honing.

Johannes de evangelist is de meest mystieke van de vier evangelisten.

Johannes van de openbaringen lijkt wel een slechte trip gehad te hebben.

Allemaal roeren ze iets aan dat buiten het verstand om gaat. Ze zijn ook allemaal behoorlijk one-track minded, alles of niets.

Vorige week schreef ik dat ik schommelde tussen zelf het heft in handen nemen en de overgave.

Jacob was degene die het heft in handen nam, en Johannes is dus degene die zich overgeeft aan het hogere.

Ik las het al, ooit, ergens: In de bijbel is je naam je programma.

Jacob Jan

Voor het eerst ben ik blij met het feit dat ik een dubbele naam heb. Ik vind het boeiend om te laveren tussen deze twee.

Mooi dat mijn Jacob me met beide voeten op de grond houdt, en dat mijn Jan me open laat staan voor wat van boven komt.

Ik zal ze geen van beiden loochenen.

 

¹  Het blijken er minder te zijn. Zie reacties.

cadeau

Spreeuwen

(maar zo noemen ze zich zelf niet)

springen zenuwachtig van boom naar boom

Als een collectief ADHD’ers

(maar zo noemen ze het zelf niet).

 

Vliegend vormen ze

spichtige silhouetten

tegen een

leistenen lucht.

 

Prachtige performers zijn het.

Volkomen verrast

ben ik, door dit schouwspel.

En zoals vaker bij onverwachte schoonheid

ben ik prettig van mijn stuk.

 

Vreemd,

als ik hier

een kaartje voor had betaald

zou ik volle teugen zuigen

achterover leunend in mijn  stoel.

Nu

zo maar,

besef ik

net op het nippertje

pas het cadeau.

 

Netwerken

nbiverhaal
Ik vertel op verzoek een verhaal als onderdeel van de presentatie van een van de deelnemers. (foto: Ivan Bartholomeus)

Goh, stap ik zo maar in een voor mij onbekende wereld.

Een wereld die ik zelfs een beetje van me af gehouden had.

Omdat het ruikt naar tupperware party’s.

Ik was vanmorgen op uitnodiging bij een netwerkbijeenkomst.

Niet zo maar eentje, maar een vaste club mensen die (volgens mij naar Amerikaans model) elke week bij elkaar komen, en elkaar actief leads en opdrachten toespelen.

Deze: http://bni-utrecht.nl/utrecht-noviomagum/index.html

Ik heb daar vragen bij.

Vragen, geen bedenkingen. Want ik heb mijn (voor)oordeel opgeschort.

Wat ik er goed aan vind:

– Het is een plaatselijke club. Ik houd erg van mijn netwerk op twitter en via mijn blog. Wil niet zonder. Maar wat ik mis is een plaatselijk netwerk. Mensen met wie je binnen de regio zelf aan de slag kunt. Dat is ook één van de redenen dat ik me in geschreven heb voor het maatjesproject , en het coachproject.  Dat zijn, zeg maar, de participatiemaatschappij dingen. En nu ga ik dus ook de zakelijke kant binnen de regio maar eens op pakken.

– De club mensen steekt er energie en tijd in, om elkaar goed te leren kennen. Want je kunt natuurlijk niet zo maar iemand doorverwijzen. Mooi, dat commitment. Elke  week elkaar zien.

Mijn vragen:

– Ga ik nu mijn andere netwerk, een netwerk dat bestaat uit vrienden (en waarbij ik de naam netwerk helemaal niet vind passen), lastig vallen met verzoeken uit dit zakelijke netwerk?

– Hoe zit het met dat aanbevelen? Dat doe je toch alleen als je als klant zelf goede ervaringen hebt gehad? Of is het alleen in contact brengen? Of ..?

Ik denk dat ik er wel uit ben.

Dit netwerk gaat alleen werken als het vrienden worden.

Dat betekent dat het alleen gaat werken als ik volledig mezelf kan zijn, daar.

En als dat kan, dan kunnen het allemaal vrienden worden. De een wat beter dan de ander misschien, maar mijn overtuiging is dat iedereen de moeite waard is, als je de ruimte neemt om hem/haar beter te leren kennen.

En als het vrienden zijn, dan is dat ‘in contact’ brengen ook geen probleem meer.

Dat dacht ik. Maar ik stokte bij het schrijven van die zin.

Want daar zit iets.

Wat?

Geef me even tijd. Want ik zit al schrijvende te onderzoeken.

*Staart even uit het raam naar prachtige wolken*

Het heeft te maken met belangen. Met iets van iemand willen. Met daar naar vragen.

En dat is mijn achilleshiel.

Want ik besef nu dat ik dat nooit doe. Iets vragen. Tenminste niet als ik het kan voorkomen.

Ik heb nog een heel oud en vreselijk niet-werkend systeem in mijn hoofd en handelen. En oude systemen slijten langzaam.

De weegschaal.

Die altijd een beetje uit moet slaan in een ’tegoed’.

Hoe werkt dat?

Nou, niks vragen dus. In plaats daarvan geven. Aardig zijn. Als je het lelijk wil zeggen: “krediet op bouwen”. Dat krediet zorgt er voor dat ik me niet schuldig voel als mensen aardig naar mij zijn. Maar dat betekent wel, dat ik na ontvangst van zo’n aardige actie natuurlijk hard aan de slag moet om dat krediet weer aan te vullen.

En als ik een keer met een domme actie het krediet verspeel, heel diep door de grond zakken. Stilletjes achter in gaan zitten, hopend dat niemand je ziet. Wachten tot het ‘weer kan’. En dan proberen een paar goede beurten te maken.

Ik beschrijf het nu overdreven. Maar als ik heel eerlijk ben naar mezelf is dat hoe het werkt.

Werkte.

Want hier en nu neem ik ter plekke een besluit.

Als ik mezelf iets waar vind, dan kan ik ook ergens om vragen.

Dan wordt mijn geven steeds meer een geven om te geven, in plaats van geven om een krediet op te bouwen.

Ho!

“Niet al te streng zijn voor jezelf!”, spreek ik mij nu toe. Want mijn geven is al een tijd niet berekenend meer, zelfs niet onbewust . . .  Durf ik dat met droge ogen te zeggen? Ja. Dat kan ik namelijk merken, aan het plezier dat ik er in heb.

Goed dan. Misschien ben ik dan ook klaar voor het weg gooien van dat laatste restje weegschaaldenken. Het niet durven vragen.

En misschien past zo’n zakelijke club, waarbij dat geven en nemen heel erg expliciet gemaakt wordt, daar wel goed bij.

En ook wel goed: expliciet maken wat je van elkaar wil. Duidelijk. (Nee niet doorzichtig, dat is zo’n troebel woord aan het worden.)

En nogmaals: ik ga daar erg mezelf zijn.

Ik heb als aangekondigd dat ze allemaal duidelijker moeten gaan praten.

En waar ik het al snel over zal gaan hebben, is of zo’n club niet wat maatschappelijks kan gaan betekenen voor de regio. Niet om krediet op te bouwen. Maar gewoon omdat het klopt, omdat het dan helemaal een fijne club mensen is, een club waar ik me bij thuis kan voelen. (Misschien doen ze dat al hoor, en weet ik het alleen nog niet.) In ieder geval is het een fijn netwerk voor de jongere die ik straks ga coachen.

*benieuwd wat ik hier morgen van vind*

Oja, en lieve vrienden. Als jullie een keer lastig gevallen worden met zo’n netwerkverzoek uit die club… gewoon nee zeggen, als het je niet bevalt. Wij blijven hoe dan ook even goede vrienden.

(Als je tot hier toe gelezen hebt, hoor je daar wel bij, bij die vrienden vind ik.)

 

 

 

 

 

Design is belangrijk

Cor Noltee vroeg een tijd terug in zijn blog “Van welk merk hou je? Welk merk zou je missen?”

Ik heb daar lang over nagedacht, en ik kon geen merk verzinnen. En dat is helemaal niet omdat ik anti-merk ben. Maar echt missen? Nee, ik kan geen merk verzinnen.

Maar dat is niet waar, natuurlijk. Ik zou merken die mooie dingen maken erg missen. Ik hoef ze alleen niet zelf te hebben. Maar ik wil ze wel tegen komen, de mooie dingen.

De maakt-niet-uit-als-het maar-werkt in mij voert strijd met mijn maakt-niet-uit-als-het-niet-werkt-als-het-maar-mooi-is. 

Tja beiden, is vaak onbetaalbaar. Maar wel heaven.

Misschien moet ik daar toch maar eens mijn aankoopgedrag aan aanpassen. Alleen nog maar mooi en functioneel. En alle rotzooi links laten liggen, of rechts, mag ook.

Maar het kan ook gratis, dat mooi.

Ik geniet bijvoorbeeld elke keer opnieuw van zo iets simpels als deze stoeltjes. ¹

 

design

 

In de regen stralen ze. Maken ze van mijn sombere tuin een mooi schouwspel.

’s Nachts lichten ze op, omdat ze het licht van een straatlantaarn plukken.

 

DSCN2394

 

Ik houd van het licht dat weerspiegeld wordt in die stoeltjes . Ik houd er van dat ze de kleur van het daglicht overnemen, en vermengen met hun eigen zilver.

Ik houd van de mooie lijnen.

Ik had ze zo als beelden in mij tuin kunnen zetten, zelfs als je er niet op zou kunnen zitten.

Ik sta er vaak naar te kijken. En dan ben ik elke keer opnieuw een klein beetje ontroerd, door dat beeld van die stoeltjes in mijn tuin.

We hebben ze gekregen. Afdankertjes. Ik zou niet weten van welk merk ze zijn. Maar ik zou de ontwerper wel willen bedanken.

Design is erg belangrijk.

Schoonheid is erg belangrijk.

Ook zonder merk.

 

stoel1

stoel2

stoel3

 

 

¹ Nu nog zoeken naar een goede tafel. Die is natuurlijk helemaal niks, bij die stoeltjes. Komt. Volgende lente.