soms wil ik dat de woorden schaarser zijn

soms wil ik dat de woorden schaarser zijn

dat ze zorgvuldig worden afgewogen

dat er na de vraag:

mag het een woordje meer zijn?

gewacht wordt op een antwoord

en desnoods

een anders stuk wordt aangesneden

dat er met zorg wordt ingepakt

met zo’n mooie strakke vouw

waarbij de binnenkant van het pakpapier

zich als contrast

naast de buitenkant mag laten zien

en dan zonder strik

 

 

Leven en dood, Verbinding.

Op de fiets, dwars door de colonne van 4-daagse lopers heen, op weg naar een begrafenis.

Leven en dood, Verbinding.

Ik kende haar niet heel erg goed. Wij beiden lid van de remonstrantse gemeente. Ze had een groot hart, dat wist ik wel.

De kerk is voller dan ik ooit gezien heb. Ik sluit achter aan in de rij, en dan schud ik de hand van haar man. Ik voel zijn warmte en zijn rust. Hij doet zijn best om de voor hem onbekende gezichten te plaatsen.

Op zo’n dag zijn het vaak de naasten die de bezoekers troosten, in plaats van andersom.

Haar zoon omarmt een vriendin, één in verdriet, één in liefde. Later als hij spreekt, zie ik hoe krachtig hij is in zijn kwetsbaarheid.

Ik ga achteraf staan, en zet mijn hart open. Ik voel de liefde de kerk door stromen.

Ik luister naar verhalen, en besef opnieuw dat wij mensen elkaar soms zo weinig kennen. Deze vrouw was veel verrassender dan ik ooit wist.

Ik voel me verbonden met de bekenden, maar ook met de vele vreemden. Ik ben even onderdeel van een mensenleven dat in liefde mensen met elkaar verbind.

Ik hoor dat haar laatste woorden waren: “Ik heb ten volle geleefd, en ik ben dankbaar daarvoor”, en ik besef hoe dankbaar ik zelf kan zijn.

Titia, familie, dank je dat ik hier bij mocht zijn, dat ik dit mocht voelen. Dit is waar het in het leven om gaat.

Terug in Wijchen zie ik de laatste wandelaars, die door de toeschouwers klappend worden aangemoedigd. Misschien vragen ze zich af of ze het nog wel halen. Hoe dan ook, ze weten zich omringd.

Verbondenheid, leven en dood,

en dankbaarheid,

dat ik mijn leven steeds vaker hele mooie mensen tegen kom, dat ik steeds vaker de verbinding voel.

Ja dat gaat ook over jou.

Laten we niet te veel tijd verspillen, en nu al van elkaar ontdekken hoe verrassend mooi we zijn.

Ik hou van je.

 

diep uitademen (zelfgesprek)

Pssst. Baal je nog?

– Het is minder. Nog niet over.

Wat heb je nodig?

– . . .

*laat stilte vallen*

– oké, ik heb een schouder nodig, om tegen te leunen.

Hier *biedt schouder aan*. Dat weet je toch? Dat die er is, die schouder? Van binnen. Onvoorwaardelijk. Het enige dat je hoeft te doen is het toe te laten. Ja, ik weet dat daar kracht voor nodig is, voor dat toelaten, voor dat binnen laten komen. Soms moet je eerst iets kwijt. Heel diep uitademen. Dan komt het inademen vanzelf.

*rapen samen de stilte op, en koesteren deze nog even, heel zachtjes*

– Weet je, ik ben blij met je.

Zeg dat nu eens tegen jezelf.

– Maar ik praat toch met mezelf nu?

Ja. Maar zeg dat eens tegen dat stuk zelf dat die fouten maakt.

*paar keer diep uit en inademen*

– Weet je, ik ben blij met me. En dat de onrust nog niet helemaal weg is, doet daar niets aan af.

 

 

Flikker op met je omdenken!

Ik maak fouten.

Behoorlijke, en ik stapel ze nog op ook.

Fouten zijn kansen om iets te leren. 

Als ik meer fouten  maak dan jij dan win ik.

Een fout is een cadeautje.

Als je geen fouten maakt, dan gebeurt er niks.

Fouten bestaan niet, je moet het zien als feedback.

Ja, leuk.

Maar als ik zo moet denken, dan ga ik me dus ook nog eens een keer schuldig zitten voelen dat ik baal van mijn fouten. Ik mag het zelfs niet eens een fout noemen!

Flikker op!

Als ik écht iets leer, iets dat heel dicht bij komt, dan voel ik dat als fout. Als ik dat niet zo voelde, dan was er kennelijk ook niet iets bijzonders te leren. Hoe meer ik leer, hoe harder de klap aan komt.

Dus geef me even de tijd om enorm te balen!

Dat leren, en dat blij zijn om mijn fouten, dat komt straks wel.

 

we draaien er te vaak om heen

gesprek

 

Ik kan niet uitleggen wat ik doe, dacht ik.

En toen besefte ik het.

Ik hoef het helemaal niet uit te leggen.

Want jij weet waar ik het over heb.

Over de gesprekken die we voeren. Op het werk. Op de sportclub. Op een verjaardag.

Vaak zijn ze super oppervlakkig. En dat is goed, dat is de sociale lijm. Als je geluk hebt is het speels, en kun je er van genieten.

Soms zijn ze minder oppervlakkig. Dan zijn ze zinnig. Dan deel je inzichten, kun je iets kwijt wat je belangrijk vindt.

Maar ook dan is de kans groot dat alles wat je zegt, al een keer gezegd is. Door jezelf.

Dan is er nog een derde soort gesprekken.

Die gesprekken waarbij je jezelf verrast. Dat zijn hele bijzondere gesprekken. Daar gaat een luikje open.

Tot die kern komen met elkaar.

Niet omdat het oppervlakkige en het zinnige minder waard zijn. Welnee.  Blijven doen dat. Stel je voor dat al je gesprekken bijzonder worden.

Maar die  kern is ook nodig, en die laten we nu te vaak liggen.

We draaien er allemaal om heen, want het is spannend.

Ook ik vind het spannend. Met mijn eigen buurman durf ik het nog niet aan. Dus ik weet dat er iets voor nodig is om daar te komen, bij die kern.

Ik ben dat iets.

Dat is wat mijn zoektocht naar mijn kern mij heeft gebracht.

Alles wat ik doe

– mijn theater

– mijn verhalen

– mijn blogs

en alle andere diensten die ik aan het ontwikkelen ben.

Ze zijn er voor om bij de kern te komen. Die kern is niet DE waarheid of zo. Die kern is steeds iets anders. Elke nieuwe situatie heeft een nieuwe kern. De kern is wel altijd pure waarheid. Ever changing truth. En daar gaan we te vaak aan voorbij.

Ik hoef dat dus helemaal niet uit te leggen.

Jij weet zelf het verschil.

 

 

Kill your darlings, love your uncertainty

Het zweet stond op mijn voorhoofd.

Ik was een hele scene vergeten.

Dat zweet kwam trouwens van de hitte en de luchtvochtigheid, want mijn hoofd was behoorlijk koel.

Ik speelde donderdag in Rotterdam. Ik had vlak daarvoor een paar nieuwe scenes geschreven. Een daarvan was een mooie voorloper op een scene die aan het eind van de voorstelling zit. Die zou daarmee een mooie inlossing van die eerste scene worden.

Maar daar gekomen besefte ik dat er niks in te lossen viel omdat ik de nieuwe scene helemaal vergeten was.

Snel bedacht ik of het de moeite waard was om hem alsnog in te zetten.

Dat was het, besliste ik. Ik bedacht intussen ook nog even hoe ik dat het beste kon doen. Na die ene zin, daar kan hij vloeiend in, wist ik opeens.

Ik deed het, en het werkte. Dat kon ik voelen. Ik zag het ook aan het publiek. Op het eind is deze scene zelfs sterker dan in het begin!

Hoe cool is dat?

Dat ik zomaar tijdens mijn spel dit soort dingen kan doen.

Ik voel me met terugwerkende kracht een Van Gaal die een briljante wissel in zette.

Jawel.

Er ging ook een penalty mis.

Ik maakte me zorgen om dat zweten. Want er werd gefilmd. Zou ik daar nu  met een bezwete kop op staan? Hoe vaak kan ik mijn hoofd af vegen? Ik was ook de zinnen van mijn nieuwe scenes aan het beoordelen terwijl ik ze uitsprak. Proeven was mooi geweest, maar beoordelen?  Second Guessing? En bezig zijn met hoe je op de film komt is ook niet handig als je speelt.

Maar nu weet ik dat ik de kracht heb om met dit soort dingen te gaan spelen. Zodat ik er helemaal sta, helemaal aanwezig ben. Mijn kwetsbaarheid is mijn kracht, ook op het podium.

Aan de reacties van het publiek te horen stond ik er donderdag al.

Ik ga dus wel door naar de finale.

Het wordt schitterend.

De nieuwe scenes zitten als gegoten. Het geheel is strakker, compacter. Met een hele mooie focus. Ik heb namelijk ook een paar scenes weggegooid.

My bad. Ik wilde er te veel in hebben, toen ik net begon. Het was overvol. Nu draait het meer om Natka en Emma.

En ik heb eindelijk een titel.

SPIEGELS, heet mijn voorstelling. Met dank aan Greta Lugtmeier.

Ik doe nog een paar try outs, en dan in het najaar de première, in Wijchen.

Als je nog wil meemaken hoe ik hier en daar wat sleutel, houd deze website dan in de gaten.

 

PS

De scenes die ik weggegooid heb kun je hier vinden.

Alle scenes over de boeken.

Eén scene over de zorg.

waarom het in de zorg altijd goed gaat

Natka komt in de lift van het verzorgingshuis een jongeman tegen. Dit is wat hij vertelt.

Ik ben kwaliteitsonderzoeker in de zorg.

Kijk, ik heb een multiple choice vragenlijst over alle aspecten van de zorg.

Wetenschappelijk vastgesteld. Zo kunnen we alles toetsen aan een landelijke norm. Liefst een Europese natuurlijk, maar dat komt nog.

Daarom heb ik ook strenge instructies, zodat het over in het land op dezelfde manier gebeurt.

Want dat is de zwakke schakel, de interviewer. Er zijn zo veel valkuilen, daarom heb ik een speciale training gehad.

Ik stel de vraag, hier bijvoorbeeld deze

Bent u op de hoogte gebracht van de veiligheidsinstructies?

Nou dan vragen ze meestal: “veiligheids watte?”

Dan zou je denken “ik vul nee in”, maar dat mag niet! Nee, want  dan kom ik er tussen, dan vervuil ik de gegevens.

En ik mag de vraag niet uitleggen, want dan geven ze antwoord op mijn interpretatie, en niet op de wetenschappelijk vastgestelde vraag.

Ik herhaal de vraag exact op dezelfde manier,

Bent u op de hoogte gebracht van de veiligheidsinstructies.

Nou, dan begrijpen ze het de tweede keer ook niet, maar dán mag ik een klein beetje uitleg geven. Hier staan de hulpwoorden die ik mag gebruiken :

vluchtroute, brand, nooduitgang.

En dan knikken ze want dat bordje hebben ze wel een keer gezien.

Maar ik mag niet een vinkje zetten alleen omdat ze dat bordje wel eens hebben gezien, dus herhaal ik de vraag nog een keer helemaal. Nou meestal blijven ze gewoon knikken, en ja,ja roepen. En dán pas mag ik dat vinkje zetten.

Of ik vraag: “wat vindt u van de versheid van de avondmaaltijd?”

En dan beginnen ze meestal een heel verhaal. In het vorige huis was het eten vreselijk. Alle bewoners klaagden er dan over.

Ik moet ze dan uit laten praten. Stoom aflblazen, noemen ze dat op de training. En dan op het eind vraag ik ze te scoren. Ik leg een kaart op tafel met vijf bolletjes. Aan de ene kant een huilend gezichtje aan de andere kant een lachend gezichtje.

Nou, en dan wijzen ze het lachende gezichtje aan. Dan check ik even, want ik zie die Smiley op de kop, en dat is tricky, natuurlijk. Maar ze willen dan echt dat ik ‘uitstekend’ aankruis, of , als ze het eten echt  heel erg vies vonden vonden, ‘goed’

“Ja, want anders heb ik het weer gedaan! Dan ben ik het weer die zeurt.”, is de uitleg.

Dan zeg ik voor de zekerheid dat het anoniem is, dat nergens haar naam staat. Maar toch blijven ze er meestal bij.

“Ze doen toch allemaal hun best!”, zeggen ze dan.

Dus dan vul ik in dat het eten uitstekend is, ik mag daar niet tussen zitten, want dan vervuil ik de gegevens.

 

Deze scene zat in mijn voorstelling ‘Spiegels’. Ik heb hem er uit geknipt, om het geheel strakker te maken.

Ik heb zelf geïnterviewd in de zorg, (CQ index)en deze tekst is wat er echt gebeurd bij de meting van de kwaliteit in de zorg. En de instellingen maar blij zijn dat ze zulke goed cijfers scoren.

 

Het gaatje is in zicht

En dan komt het moment dat het gaatje in zicht is.

Het afvoerputje gorgelt en ik voel de zuigkracht.

Niet qua persoonlijke ontwikkeling, maar puur financieel misschien. Maar misschien hebben die wel erg vele met elkaar te maken.

Ik wil geld investeren voor een video, een trailer. Omdat ik denk dat het nodig is.

Sacha, ons financiële geweten, spreekt een veto uit. Ik kan dat wel afschuiven op Sacha, maar ze heeft gelijk. Op is op.

Dit jaar wordt al onze kortste vakantie ooit. Een weekje. Nee niet die 6 weken dus. De kinderen verdienen op zijn minst dat weekje. Ga ik ze dat ontzeggen omdat ik wil investeren?

Ik ben aan het schrapen. Want ik wil erg graag die camera er bij. Ook omdat ik een filmpje naar het camarettenfestival wil sturen.

Je moet in jezelf investeren, zeggen de marketeers. Als je jezelf niets waard vind, vinden je klanten je ook niks waard.

Ja, zegt Sacha, maar je bent al ruim een jaar bezig, en je bent nog net zo ver als vorig jaar. Dat is natuurlijk niet helemaal waar, maar financieel gezien heeft ze gelijk. Zo gezien is het nog meer geld in een schijnbaar bodemloze put gooien.

Als ik het Sacha niet kan verlopen, ben ik mezelf dan iets wijs aan het maken? (Ah daar komt ie toch even, de persoonlijke)

Ik weet het nu gewoon even niet.

Goed, morgen eerst maar even knallen. Want daar zitten de twijfels niet meer.

Daar niet.

 

P.S. Dit is een beetje een jammer en zeurstuk. Dat zou ik niet meer doen. Maar aan de andere kant. Dit hoort er ook bij. Ik hoop straks teru te kunnen kijken, en denken:  o ja, toen. Wat goed dat ik toen heb doorgezet.

 

 

 

Scheppen is een mooi, maar zwaar ambacht.

Er zijn van die dingen die je weet. En dan toch net weer anders blijken. Steeds opnieuw. Als babushka poppetjes.

Op zoek naar de waarheid moet je jezelf ook afpellen. Dat is misschien waarom het zo schoksgewijs gaat. Een hele tijd niks, en dan plotseling een inzicht.

En, om het ingewikkelder te maken: dat inzicht moet dan ook nog indalen. Van hoofd naar hart naar lijf.

Maar zo simpel ligt het niet. Ik vermoed dat het weten oneindig meer dimensies heeft dan dat hoofd, hart en lijf.

Goed.

Genoeg vage klets.

Waar gaat het deze keer over?

Houden van mezelf.

Ja, een grote. Niet voor niets dat die zo gelaagd is, natuurlijk.

Het inzicht is dat ik, één keer in de zoveel tijd, mezelf aan mijn eigen haren omhoog moet trekken. Ik heb dat pas nog gedaan, uit de put geklommen. Zelf een touwladder geknoopt, van lucht. Maar hij werkte.

Het was eigenlijk ook geen touwladder, maar een wenteltrap. Want het is een vicieuze cirkel, die twee kanten op gaat. Naar boven en naar beneden.

De buitenste laag van deze waarheid zijn de “fake it untill you make it”, en de “gebeurtenis-gedachte-gevoel” dingetjes. Ik doe daar een beetje schamper over, omdat daar veel klok over lees, en weinig klepel.

Het lijkt zo simpel. Gewoon even een andere gedachte opzetten. Alsof je even op een knopje van je MP3 speler drukt. (Vroeger was de beeldspraak dat je een andere plaat op moest zetten. Daar moest je tenminste nog een beetje moeite voor doen.)

Ik weet inmiddels dat oude gedachten en gevoelens zich niet zo maar laten wegdrukken. Die komen terug totdat je ze accepteert. Nog zo’n woord, dat veel meer lagen heeft dan we beseffen.

Dat haren trekken werkt bij mij alleen als ik ook naar die andere stem luister. Mijn criticus serieus neem. Vraag wat er nu eigenlijk achter zit, achter die pestopmerkingen. (Hoe meer ik hem negeer, hoe gemener de opmerkingen die hij naar mijn hoofd slingert)

Tot zo ver de theorie.

Want hoe het in het echt gaat, blijft voor mij een wonder. De omslag gebeurt vaak zo plotseling, dat ik niet weet wat ik nu eigenlijk gedaan heb. Net zoals het me als kind nooit gelukt is om het moment waarop ik in slaap viel bewust meemaken.

Goed.

Ik ben uit die put, van een tijdje terug.

Maar nu.

Nu dat podium. Daar heb ik al op gestaan, maar het feit dat het zo moeilijk is om zalen te vullen, zegt iets over het geloof in mezelf, vermoed ik.

Leuk dat ik van mezelf houd. Daar ben ik heel blij mee. En het is genoeg.

Maar dat podium wil meer. En ik wil dat podium, dus ik wil meer.

En dan moet ik toestaan dat heel veel mensen van me houden. Niet alleen toestaan, maar ook nog geloven.

En daar zit diezelfde vicieuze cirkel.

Alleen als ik geloof dat zo veel mensen van me kunnen houden, kunnen zoveel mensen van me houden.

In de buitenste laag is dat “fake it till you make it”. In de kern is het scheppen.

Het nieuwe is de acceptatie dat dát nu juist iets is dat voor mij haast onmogelijk moeilijk is. Juist omdat ik zo slim ben. Slim zijn houdt voor mij in: overal vraagtekens bij zetten. Nooit iets zo maar aannemen. Alles kan anders zijn dan het lijkt. Slim is in mijn geval vaak het tegenovergestelde van praktisch. Helemaal niet zo slim dus.

Gelukkig houd ik ook van verhalen.

In die put knoopte ik van lucht een touwladder.

Nu nog mijn eigen rode loper scheppen.

Scheppen is een mooi, maar zwaar ambacht.