niks plichtmatig!

Dat je iets heel doms doet.

Dat voor anderen niet leuk is. Een virus op facebook bijvoorbeeld, en direct de dag er op nog iets dommers.

Dat je door de grond gaat.

Je excuses aan biedt, maar dat voelt zo ontoereikend.

En dat je dan leest dat je excuses aanvaard zijn.

Tranen.

Geen ‘plichtmatige’ uitwisseling dus, die excuses, en al helemaal niet de acceptatie daarvan.

Geraakt worden, en dan beseffen dat die mensen dus echt iets voor je betekenen.

Dat voelen.

 

Is er toch nog iets moois uit voortgekomen.

(maar degene die vandaag tegen me zegt dat fouten maken goed is krijgt een klap!)

kun je vrede sluiten met je eigen onvrede?

Ik heb gisteren voor het eerst een verhaal verteld op een woonvorm voor mensen met een verstandelijke handicap.

Ik vond dat spannend, want er waren lessen te leren daar.

Het liefst zou ik hier willen vertellen hoe ontroerend mooi het was, en welke overdonderende inzichten ik gisteren kreeg.

Maar het was gewoon heel gewoon.

Het was goed. Het kon allemaal veel beter, maar het was al goed. Geen prachtige fouten waar ik van kan leren. Geen openbaringen.

Het was ook fijn om daar te zijn. Het was goed om mee te gaan in een lager tempo, in een sfeer waarin niet zo veel hoeft. Dat was goed toeven. Dat was ontspannen, zelfs al deed ik iets spannends.

Tevreden?

Ja, tevreden.

En toch.

Het schuurt.

Ondanks de rust, ondanks het plezier.

Die wetenschap.

Dat het allemaal beter kan.

Ik weet het wel, het hoort er bij. Ik kan alleen maar iets leren door het te doen. Alles wat ik doe wordt pas echt goed als ik het veel vaker doe. En dat betekent dat ik vele keren iets moet doen dat goed genoeg is, maar dat eigenlijk niet aan mijn eigen eisen voldoet. Dat is ongemakkelijk.

Maar als ik dat weet, dan kan ik daar toch vrede mee sluiten? Met de wetenschap dat het altijd beter kan?

Kan dat?

Vrede sluiten met je eigen onvrede?

Of ontneem de je onvrede daarmee ook zijn creatieve kracht?

 

 

 

 

 

ruimte geven aan kwetsbaarheid

Wat zeg je?

Ik zeg dat nog al eens. Soms zelfs meerdere keren achter elkaar.

Dat kan irritaties oproepen.

Maar dat heb ik zelf in de hand natuurlijk.

Als ik er zelf last van heb dat ik iets niet versta, neem ik de irritatie het gesprek mee in.

Dat gebeurt ook als ik plaatsvervangend last heb. Als ik bang ben dat de ander het vervelend vindt dat ik steeds maar wat zeg je roep.

Het is dus mijn werk om daar mee om te gaan. Met dat ‘wat zeg je’. Als ik niet kan accepteren dat het er bij hoort, hoe kan ik dat dan van anderen verwachten?

Ik weet dit wel natuurlijk. Ik heb er trainingen in gegeven.

En toch. Steeds als ik me in nieuwe situaties begeef is, speelt dit mee.

Ik schrijf dit nu omdat ik zaterdag ga vertellen op de woonvorm van mijn maatje. Vertellen voor mensen met een verstandelijke handicap. Spannend voor mij. Want het gaat geheid interactief worden. En ze praten niet allemaal even duidelijk.

Ik ga goed voorbereiden en dan alles loslaten. Ik ga zaterdag mee op de flow. Tenminste, dat is mijn wens.

Dat is open staan in kwetsbaarheid. En ik snap nu ook weer heel goed waarom we dat zo weinig doen.

Oefenen moeten ik, moeten we allemaal.

Want er komt zo veel moois uit voort, als je durft te laten gebeuren wat er gebeurt. Als er ruimte is voor onhandigheden. Als het er allemaal mag zijn. Ik hoop dat zaterdag weer eens te beleven. Als er één plek is waar dat kan dan wel op de woonvorm van mijn maatje.

Ik ga het niet alleen daar doen. Ik ga mijn onhandigheid vaker een plek geven. Ik wil als een wig ruimte gaan scheppen voor alles dat we nu nog krampachtig voor elkaar willen verstoppen.

Vanmiddag ga ik met Xandra een workshop voorbereiden die daar over gaat. Hoe doe je dat nu in het dagelijks leven? Ruimte geven aan kwetsbaarheid?

En kom  25 september naar MNL14. Ook daar ga ik bewust spelen met mijn gehoor, om de boel open te breken.

Het is tijd voor de acceptatie van onze onhandigheid (want daar zit onze pracht).

 

Hoe hokjes denken ruimte kan scheppen

En dan komt er een mail met een tip.

Als ik de link open lees ik dat een groot deel van mijn ideeën opeens in een hokje blijkt te passen.

Een hokje met een officieel goedkeuringsstempel nog wel.

Volgens systemen waar ik niet helemaal in geloof, maar het helpt natuurlijk wel om anderen te laten zien wat ik kan. Het legitimeert als het ware mijn kwaliteiten voor mij. Makkelijk 🙂 Zou ik lekker op kunnen meeliften.

Ik zou mijn best kunnen gaan doen om dat hokje in te gaan.

Als dat zou lukken zou dat een boel rust geven. Structuur ook. En ook wat financiële zekerheid.

Zou dat hokje, en dan vooral de rust en structuur die het geeft, er voor zorgen dat ik ruimte creëer voor mijn andere plannen?

Of zou dat hokje me juist gaan opslokken? Al mijn energie aftappen, zodat er niets meer overblijft voor mijn vrije geest?

Het is geen aanbod. Het is lang niet zeker of ik dat hokje überhaupt in kan. En toch speel ik met het idee.

Maar er is iets bijzonders aan de hand.

Dit soort keuzes heb ik eerder gehad. En altijd werd ik daar onrustig van. Het gevoel dat alles er van af hangt van zo’n keuze. Dat het een gewetensvraag was, en dat ik vreselijk fout zou kunnen kiezen. Dat een verkeerde keuze zoiets zou zijn als mijn ziel aan de duivel verkopen.

Gek genoeg speelt die spanning nu helemaal niet.

Ik heb het gevoel dat ik met deze keuze kan spelen. Dat het me zelfs scherper maakt. Ik ben kortom nog al blij met dit dilemma. Het helpt me mijn koers duidelijk te krijgen. Het zet mijn vragen net even in een ander licht.

Ik ben er nog niet uit, maar dat is helemaal niet erg. Ik speel nog even door.

Intussen geniet ik even van de ruimte die het schept.

 

 

levensangst

Het klinkt heel groot, als iets dat niet bij me past, levensangst.

Vooral niet omdat ik het leven zo mooi kan vinden. Zo ongelofelijk mooi!

En toch.

Toch is er die angst.

Als kind dacht ik dat het over zou gaan als ik groot zou zijn.

Als volwassene deed ik een tijd lang alsof het er niet was. Totdat dat niet meer kon, en ik er mee ging stoeien.

De eerste keer dat ik er mee stoeide, dacht ik dat ik er voorgoed me afgerekend had.

De tweede keer dacht ik dat het ging om restjes die er nog zaten, en moesten worden opgeruimd.

De derde keer (of was het de vijfde of zevende?), begon het te dagen dat het bij me zou blijven. Als een monster in de kelder, dat af en toe de kop op steekt.

Ik dacht dat ik er vrede mee kon sluiten en ik schreef er mooie gedichten over. Maar de aard van het beestje is niet vrede. De aard is onrust. De wetenschap dat die onrust nodig is, doet niets af aan het gevoel dat me soms besluipt.

Soms geef ik te veel gas bij het voelen en, net als bij een oude auto, verzuipt dan de motor.

Hardop uitspreken dat het bij me hoort, en dat dan niet als bezwering, maar als acceptatie. Zou ik dat kunnen?

Ja, ik denk dat ik dat zou kunnen.

 

 

 

communicatielessen

Ik was er klaar mee

met communicatietrainer zijn

communicatie is niet te te trainen, niet echt.

Het gaat om de juiste intentie.

Stop er liefde in, en geduld.

Thats it. Dat is alles wat je moet weten over communiceren.

En toch. Ik zie een hoop planken mis slaan. En ik merk dat sommige dingen die ik geleerd en ontdekt heb over communicatie, lang niet voor iedereen gesneden koek zijn.

Daarom een serie.

Misschien toch niet zo heel overbodig als ik dacht.

Ik knip het in kleine stukjes, en ik hoop dat er ook een beetje plezier aan te beleven valt.

Hier komt deel 1

 

 

weg met de sociale criticaster

Wat is dat eigenlijk?

Een soort superioriteitsgevoel?

Dat jij gelukkig niet zo bent?

Niet zoals die

– mensen in de trein

– de buren op de camping

– die mevrouw in de winkel

Ja, ik weet dat ze allemaal vreselijke dingen doen, maar laat ze alsjeblieft.

Erger je in stilte, en bedwing alsjeblieft je neiging om via social media je ongenoegens te uiten. Ik wil het niet meer lezen.

En áls je het dan doet, vertel me dan alsjeblieft wat het met jou doet. Doe een beetje zelfonderzoek, en deel dát, in plaats van de spotlicht op de ander te richten.

Jajajajaja ik doe het zelf ook hier nu, mijn ergernis spuien.

Tijd dus om dat spotlicht op mezelf te zetten.

Waarom erger ik me aan die updates?

Omdat ik me plaatsvervangend bekeken voel, denk ik.

Mijn achilleshiel: niet voldoen.

Dat is wat ik lees in al die berichten: mensen die niet voldoen aan de norm van de zelfbenoemde social criticaster.

Het maakt de openbare ruimte onveilig. Kennelijk sta ik voortdurend op een podium, en mag iedereen me recenseren. Natuurlijk kan ik leren om me daar niks van aan te trekken. En dat lukt soms best aardig. Maar dat aantrekken, dat is diep geworteld, en makkelijk weer te activeren. Door die social media berichtjes bijvoorbeeld. Ergens in mijn hoofd zit een automaatje met een notitieboekje: ‘dat mag dus ook niet meer in het openbaar, check!’

Dus stop dat commentaar, anders ga ik sandalen met witte sokken aan doen!

Kijk, als mensen te ver gaan, spreek ze dan persoonlijk aan. En als je vrienden iets doen wat je niet bevalt, zeg het gerust. Ga in gesprek.

Maar hou op om onbekenden langs jouw meetlat te leggen.