anderhalf leven

Jan Jaap Voerman,  
geboren: 1957  en na een paar maanden gestorven.
Vernoemd naar beide grootouders: Jan Voerman en Jacob(Jaap) Rahder.

 

“En nu ben je groot,
en belangrijk en student.
Grote broer je bent nu dood,
ik heb je nooit als vriend gekend.”
Voor de overlevenden, Boudewijn de Groot 

 

Ben ik (Jacob Jan Voerman, 1962) een tweede kans voor Jan Jaap?
Verder lezen anderhalf leven

advies over advies

alles wat je moet doen, juist niet doen

alles wat je moet laten, juist doen

of niet?

Iedere dag bloggen. Doen! ook als je geen zin hebt, ook als je geen inspiratie hebt. Want dan doorbreek je een patroon. En ontdek je verrassende dingen. Maar vooral niet meer doen, als het niet meer werkt.

Alles loslaten. Doen! Je maakt je zelf vrij. Je ontdekt waar je je krampachtig aan hebt vast gehouden. Letterlijk: verlossing! Maar dan ook weer ontdekken dat er dingen zijn waarvan het het waard is om aan vast te houden. Dus vooral lekker vasthouden dat!

Geluk is een beslissing. Doen! Besluiten. Grijp de macht. Ontdek dat de manier waarop je denkt, invloed heeft op hoe je je voelt. En dat je daar wat aan kunt doen. Maar frustreer je niet als je ontdekt dat het leven soms verrassingen in petto heeft. Niet alles is altijd een feestje. Als je dat er per sé toch van wil maken … tja. ..Sta je zelf toe om soms ongelukkig te zijn.

Hack je life! Doen! we verprutsen zo veel tijd. Heel veel slimme tips. Aandachtiger leven. Maar blijf af en toe alsjeblieft aanrommelen. Lekker klooien. Niet omdat je dat in je agenda had gezet, omdat je ergens las dat dat goed was voor de creativiteit. Gewoon omdat je een mens bent.

Weg met je ego. Goed. Je ego zit je soms vreselijk in de weg, om in contact te kunnen komen met anderen. Effe dimmen kan heel gezond zijn . Maar je ego is ook je motor. Daar schreef Richard van Kray al over. Hoef ik niet te doen.

Weg met je interne criticus. Die houd je tegen. Je krijgt niets meer uit je vingers. Dus snoer hem de mond, zodat hij de boel niet kan saboteren. Maar die interne criticus kan je ook helpen. Hij houdt je scherp. Maak er dus ook gebruik van.  Dus perfectionisten: blijf naar perfectie streven, maar niet altijd.

En dit advies? Zet dus overal vraagtekens bij. Kijk of het wel bij je past. Maar neem ook dit advies niet te serieus. Soms moet je ergens voluit voor gaan. Zonder vraagtekens. om te kunnen ontdekken wat het is.

Kijk daar heb je wat aan: aan een advies waar je niks aan hebt.

vragen

Waarom is er een wolk nodig om de zon te laten stralen?
Kan de mist zelf verdwalen?
Als de wind uitrust, is het dan nog wind?
En waarom trekt de boom zijn jas uit als de kou begint?
Waarom trilt in de hitte de lucht
en ik in de kou?
En is mijn kleurloze zucht
straks een deel van dat eindeloos blauw?
Waarom kan de vorst wel zonder dooi,
en kan andersom, de dooi dat niet?
Wat is alles toch raadselachtig mooi,
als je de vagen maar ziet.

onaf

Dat kan ik dus niet goed:

Laten zijn wat er is.

zomaar

Vooral dat zomaar. Ik wil altijd een ‘omdat’. Niet als excuus of verklaring. Maar als verhaal, als lijstje. Ik wil dat HET ingelijst is, met een oogje om het op te hangen, of dat HET een titel heeft, want dan is het af. Ik hou niet van onaf.

Ik had twee brakke dagen op mijn werk. Er kwam weinig uit mijn vingers. Verklaring zoeken: nog niet genoeg gewend aan mijn CI, te veel en te harde geluiden. Sommige stemmen klinken ook niet lekker. Te moe.

En waarom ging het vorige week dan wel goed?

Even oefenen… ik maak het niet af.

iedere dag bloggen: Manna uit de hemel

 De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik zal voor jullie brood uit de hemel laten regenen. De mensen moeten er dan elke dag op uit gaan om net zo veel te verzamelen als ze voor die dag nodig hebben. Daarmee stel ik hen op de proef: ik wil zien of ze zich aan mijn voorschriften houden

Exodus 16

Iedere dag bloggen. Een afspraak met mezelf.

Zelfopgelegde voorschriften. Ik ontdekte iets bijzonders (gisteren tijdens #blogpraat)

Voor mij betekent iedere dag bloggen…

  • Durf er op te vertrouwen dat er elke dag opnieuw inspiratie is.
  • Maak geen plannen, schrijf niet vooruit, laat het elke dag opnieuw geboren worden.
  • Sta stil bij wat er werkelijk is, durf in je hart te kijken. Wat dient zich aan?

Dat is de échte afspraak. Niet dat het elke dag moet. Wel dat het altijd weer vers is. Vertrouwen op de manna uit de hemel.

Boek in hoofd

Boek in mijn hoofd. minder bloggen.

En als ik nu eens over dat boek blog?

Komt er misschien wat helderheid in mijn verhaal.

Ook leuk: ben ik straks beroemd (durven dromen Jacob Jan, durven dromen), heb je hier zo maar de “making of…”.

Ik heb de afgelopen week als een gek geschreven, want ik wilde het eind van het verhaal weten. Het zat half in mijn hoofd en ik wilde dat op papier zien (okee: pixels).

Nu heb ik een verhaal dat barst van de klassieke beginnersfouten. De meeste daarvan kan ik niet eens zien. Hoe bekijk je een eigen verhaal met nieuwe ogen?

Wat ik wel kan zien:

  • te veel tell, en te weinig show, te uitleggerig ook denk ik
  • te snel: geen tempowisselingen: alles in een rotvaart
  • zijn de karakters genoeg uitgewerkt, om de lezers te boeien?
  • te prekerig, ik wil zo graag ook wat dingen kwijt
En toch en toch en toch…
heb ik een sprankje hoop dat de kern de moeite waard is om te blijven herschrijven.

Want mij  ziel en zaligheid zit in die hoofdpersonen, en in hun dilemma’s.  Ik heb hun stem gevonden denk ik. En het verhaal laat me niet meer los.

Ik blijf dus worstelen. Maar eerst tijd voor afstand.

2 proeflezers zijn nu aan de slag met mijn verhaal. Ik ben benieuwd. (niet meer bang, en dat is ook wat waard)

 

Hoe de kameel aan zijn bulten kwam

De Schepper boetseerde de dieren van klei, en blies ze leven in, wees ze hun plek in de wereld en zei:

“Probeer het uit. Kom terug als je iets nodig hebt. Ik zal één keer luisteren naar al je wensen, en je toerusten voor de uitdagingen waar jullie voor staan.”

Toen de kameel terug kwam, wist hij precies wat hij wilde: Lange wimpers zodat het stof van de woestijn niet in zijn ogen zou waaien. Lange benen omdat hij grote afstanden moest afleggen. Brede hoeven zodat hij niet in het zand zou wegzakken. En nooit meer dorst, want in de woestijn was weinig water.

“Weet je het zeker?” vroeg de Schepper nog. De kameel wist het zeker, en zo geschiedde. Toen alle dieren geweest waren stond daar opnieuw de kameel.

“Hoe gaat het?”, vroeg de Schepper

“Nou”, zei de kameel: “de wimpers zijn fantastisch, en ook met mijn benen en hoeven ben ik heel blij” De Schepper wachtte. Hij wist wat er zou komen.

“Ik mis de dorst zo”, zei de kameel: ”Ik mis het moment dat ik met vreselijke dorst bij een oase kom, en dan kan drinken. Dan smaakt het water zo heerlijk. Nu drink ik af en toe nog wel eens, maar het water smaakt me niet.”
de Schepper begreep het.

“Twee bulten geef ik je, daarmee kun je voedsel en water opslaan voor de lange tochten door de woestijn.
Maar altijd zul je terug willen keren naar een oase. En je zult ervaren hoe heerlijk het is om je dorst te laven.”