Gisteren verklaarde ik het netwerken dood.
Mijn betweter aan het woord. En ja. Natuurlijk. Helemaal gelijk. Het was projectie. Aan alles wat ik noemde heb ik me zelf bezondigd. Nog soms.
Maar ik weet ook hoe het voelt om dat niet te doen. Hoe er échte contacten ontstaan.
En die ontstaan pas als ik helemaal geen agenda heb. Die agenda zit mij gewoon in de weg. en ik weet ook waarom.
Mijn agenda is nog niet af. Ik weet nog onvoldoende wat ik wil. Laat staan dat ik er voldoende in geloof. En dat wat er allemaal nog niet is probeer ik dan ergens vandaan te hengelen.
De beste manier om netwerken te verzieken is dus om heel hard bevestiging te zoeken. Pas toen ik daar mee stopte stond ik open voor echte contacten. Mijn manier was (is) mijn agenda weg gooien.
De andere manier is om gewoon heel erg in je agenda te geloven. Ook dat schept ruimte. Als je écht gelooft, dan hoef je niet te hengelen. Dan heb je vertrouwen. Dan weet je dat het wel komt. Nu niet, dan misschien een andere keer. Dan wordt dat niet meer allesomvattend belangrijk. En dán kun je ruimte geven aan de ander.
Dan ontstaat die ruimte voor het verhaal van de ander, ruimte om je zelf op een anderen manier te zien, ruimte om te scheppen.
En nu?
En als ik dan toch mijn netwerken aan wil spreken? En het nog niet zeker weet? Mijn netwerken wil gebruiken voor het maken van mijn agenda? Gevaarlijk! Want wat geef ik uit handen?
Wie heeft daar antwoorden voor?
Inspiratie: Richard van Kray die me liet inzien dat je best je ambitie mag tonen!
Lees ook: Geheim van succes.



