(met dank aan @Caro_Geurtsen die me op het idee bracht)
Storytelling, alleen leuk als speeltje voor de jongens van marketing?
John trok een vies gezicht toen ik met mijn voorstel kwam om verhalen te gebruiken.
John is onze nieuwe directeur.
Hij had alle managers gevraagd mee te denken. Over de invulling van de strategieontwikkeling.
Tenminste, zo blijft hij het hardnekkig noemen. Wij noemen het gewoon de hei-dagen.
John:
Wat een flauwekul. Ik dacht dat we af waren van dat softe gedoe. Wil je dat ik dit serieus neem?
Ik:
Het is niet soft. Reclame- en PR bureaus buitelen over elkaar heen om Storytelling aan hun klanten te verkopen als het nieuwste hebbedingetje.
John:
Is dat wat je bedoelt? Daar moet je het dan maar een keer met de jongens van marketing over hebben. Die zijn nu bezig met social branding.
Ik:
Wat ik bedoel, is: zíj kennen de kracht van verhalen, waarom jij nog niet?
John:
. . .
Ik:
Kijk, verhalen spreken het creatieve deel van de hersenen aan. Het scheppende in plaats van het analyserende.
John:
O gut, nu krijgen we het rechter- en linkerhersenhelftverhaal.
Ik:
Precies. Als die rechterhersenhelft actief is, staan mensen meer open voor wat er binnen komt.
John:
Komt dit straks nog een beetje in de buurt van iets dat evidence based is?
Ik:
Dát is wat ik bedoel. Zo’n reactie van jou. Die krijg je dus niet als je een verhaal vertelt. Ja, jij doet nu zo defensief, maar de lezers van onze dialoog doen dat niet. Die worden gegrepen door het verhaal. Die zitten nu even niet in hun ‘cynische modus’.
John:
Wacht even! Wat bedoel je precies met: lezers van onze dialoog?
Ik:
Ik bedoel dat jij een verzonnen personage bent. Ik gebruik je om mijn lezers iets duidelijk te maken. Ik gebruik een verhaal om de kracht van een verhaal te laten zien.
John:
Dat gaat je toch niet lukken, want je hebt net een cruciale fout gemaakt. Jij hebt mij laten twijfelen aan je bewering, en daarmee heb je de twijfel bij de lezer wakker gemaakt.
Ik:
Dat hoort er bij. Ik gebruik jou om de twijfels van de lezer te benoemen, en ze weg te nemen. Het leuke is dat mijn truc werkt. Zelfs als ik hem verklap, zoals nu.
John:
Als jouw lezers net zo slim zijn als ik kom je daar niet mee weg.
Ik:
Juist omdat ze slim zijn vinden ze het leuk. Ze worden geprikkeld door mijn meta-constructie. Ze zijn nieuwsgierig naar hoe het verder gaat. Ik heb ze meegenomen en nu willen ze de plot.
John:
En nu laat je mij als kritische muggenzifter overstag gaan, zeker? Zodat ze denken: “Als John de waarde van verhalen ziet, waarom ik dan nog niet?”
Ik:
Dat maakt niet eens meer uit. De magie van het verhaal doet zijn werking al. In verhalen wint het goede. De lezers willen dat het goed af loopt, willen aan de goede kant staan. Ze zijn er in hun hoofd al mee bezig. Ze denken nu in openingen, niet in problemen. Dat is precies waar ik ze wil hebben.
John:
Mooi. Je lezers weten nu dat ze makkelijk te manipuleren zijn. Nou snap ik waarom die jongens van marketing zo enthousiast zijn. Maar hoe gaat dat helpen op onze strategieontwikkeling? Ik wil mijn managers niet manipuleren. Ik wil ze juist origineel en creatief hebben op die dagen.
Ik:
Om origineel en creatief te zijn, moeten ze het wel aandurven om zichzelf te zijn.
John:
Ik mag toch hopen dat ze dat kaliber hebben. Ik heb niks aan hielenlikkers.
Ik:
En jij gelooft dat ze zichzelf kunnen zijn? Dat ze niet geïmponeerd raken door jou? En dat ze zich onderling niet willen bewijzen?
John:
…
Ik:
Dat is ook allemaal defensief gedrag. En je weet net zo goed als ik dat het erg lastig uit te roeien is.
John:
En daar kun jij met verhalen doorheen prikken? En nou niet aankomen dat het je bij mij ook gelukt is. Je hebt me verzonnen, dat was makkelijk.
Ik:
Je onderschat mijn lezers. Zij kunnen zich al lang voorstellen hoe dit zou kunnen werken. Wat je kunt voorstellen, kun je ook realiseren. Nóg een reden om ook intern aan de slag te gaan met verhalen.
Scoren!
Kunstsubsidie is veel te subjectief.
“Dat kan niet anders”, was vroeger misschien een excuus, maar nu niet meer.
We kunnen met onze technologie verbazend veel tegenwoordig. Kijk maar eens naar deze TED-talk over beeldherkenning. (als je geen zin hebt om te kijken: het gaat om augmentend reality apps voor de smartphone)
Die techniek kunnen we koppelen aan alle informatie die beschikbaar is: alles wat ooit gezegd is over kunst. Alle aspecten van kunst: van de simpele schoonheid tot het verontrustende en wereldveranderende. Daar is over geschreven, dus is het te vinden op internet.
Algoritmes (de regeltjes die we toepassen op deze kennis) zijn tegenwoordig steeds beter. Kijk maar eens naar Google, die steeds betere en relevantere zoekresultaten weet te krijgen.
We kunnen straks van elke kunstuiting bepalen hoeveel waarde die heeft voor de maatschappij. Alleen kunstuitingen met een ARTSCORE van boven de 65 krijgen subsidie.
Technisch mogelijk en eerlijk.
“Flauwekul!”, zeg je?
“Onzin om op deze manier een meetlat langs kunst te leggen!”, zeg je?
Dat ben ik met je eens.
Maar waarom doen we dat dan wel met mensen?
Waarom is ons onderwijssysteem dan wel op deze manier ingericht? En vervolgens alle andere systemen: sollicitatieprocedures, functioneringsgesprekken.
Wij vinden het kennelijk heel gewoon om mensen te beoordelen op meetbare, relevante (voor wie?), overal en altijd geldende criteria.
Zelfs in de media die wij sociaal noemen zijn we al weer scores aan het bedenken.
Weten we dan nóg niet hoeveel we daarmee missen?
boekrecensie Vijftig tinten vrij
Deel 3 van de hype.
Het is te dik. Stopt niet lekker weg in een tas. Het is te zwaar om lekker vast te houden in bed. Lastig in combinatie met dunne kaft. Dit is vooral bij het begin en eind van het lezen belangrijk. Dan heb je niet een ‘setje’ bladzijden die ter ondersteuning kunnen dienen van de kaft. Dit is het eerste minpunt.
Paperback, met een te dun kaft. Komen erg snel ezelsoren aan. Inkijkexemplaar in de winkel was al behoorlijk gedeukt. Ook een rug die snel ‘breekt’ als je hem open neer legt, met de rug naar boven.
Nietszeggende illustratie, met maar zeer weinig tinten grijs.
Lelijke stikker met schreeuwerige tekst prijs er op. Stikker is moeilijk te verwijderen. Als je je hier mee laat zien (in de trein bijvoorbeeld), verraad je dat je een ‘late adapter’ bent van deze hype.
En dan ook nog zo’n vervelend ‘bandje’ er om. Dat vastgeplakt zit door het prijsje op de achterkant.
Het papier is redelijk.
Maar dan:
Het ergste is: het boek ruikt vies. Een van de laatste unique selling points van papieren boeken: die lekker geur. Een hele grote #fail dit. Het boek ruikt chemisch.
Het enige positieve dat ik kan zeggen is dat de letters netjes recht op het papier staan, en nergens te dicht op de kantlijn komen. Lettergrootte en font zijn standaard. Niets bijzonders.
En weer geen plaatjes !
conclusie: en hoop ophef om niks.
Ik leg het beoordelingsexemplaar dus gewoon ongelezen weer terug op de stapel in de winkel.
En wederom blijkt hij perfect bij de #WOT te passen.
stappen zetten
Getriggerd door dit stuk van Elja.
Ik wordt gecoached op afstand , lijkt het wel 🙂
Stappen die ik zet, en dingen die ik tegen kom. Her zijn ze . . .
Stap 1:
Met werkgever onderhandelen. Dat is nu in gang gezet. We gaan een beëindigingsovereenkomst opstellen die mij een beetje ruimte moet geven. Ik blijf overigens voor de helft werken bij GGMD, want er blijven erg leuke dingen om te doen.
Stap 2 :
De beslissing om geld uit te geven aan een coach. Dat wordt spannend, want dat geld heb ik niet. Flinke gesrekken met Sacha, want die wordt hier heel benauwd van, en dat snap ik. Maar hoe dan ook: dat geld komt er.
Stap 3:
Praten met mensen in het vak. Inmiddels met Wim Wolbrink gesproken, die mijn oude liefde voor vertellen weer helemaal heeft aangewakkerd. Ik voel weer helemaal hoe geweldig en krachtig vertellen is.
Hier ook wat hobbels. Mensen die niet reageren op mijn mail. Wat te doen? Nog een keer mailen. Zouden ze me dan opdringerig vinden? Zucht. Om leren gaan met dit soort onzekerheden, want ik heb de info nodig.
Stap 4
Bedenken wat mijn ‘product’ is. Einddoel weet ik (het theater in), maar ik heb tussenstappen nodig om daar te komen. Zo’n tussenstap is een ‘social media verteltheater’. een luchtig, teambindend evenement voor bedrijven. Om “in the mood” te komen voor werken met social media. Dus niet de strategie naar buiten, maar werken aan de echtheid en de eigenheid van binnen. Door middel van verhalen met humor en met kwetsbaarheid.
En dan ontdekken dat dat al bestaat.
Akelig of juist goed? Akelig omdat ik niet origineel ben. Auw ! But i’ll live. Goed omdat het bewijst dat ik niet gek ben. Of is het beter om wel een beetje gek te zijn. Vragen, nog geen antwoorden.
Stap 5. Beter worden. Beter leren schrijven, en een cursus in vertellen. Of is het “eerst beter willen worden” een vorm van uitstellen? Gaat met beter schijven met spontaniteit er af? Vragen, nog geen antwoorden.
Stap 6. Vast oefenen. Verhalen maken en vertellen. Ik heb vorige week een verhaal gemaakt over vertrouwen, en een try out gemaakt. Hier staat die.
Stap 7. Intussen mijn werk goed blijven doen, en alle puin ruimen die overgebleven is van het badkameravontuur.
Gewoon lekker blijven doorakkeren.
ik ga ze haten
Wat zij ze mooi nu,
en wat zal ik ze haten straks.
Want vanaf nu zuigen ze hun betekenis op,
uit donker, kou en nattigheid.
Straks zie ik niet meer,
het ragfijne netwerk,
het gave lijnenspel,
messcherp afgetekend tegen mijn grote lieve lucht.
Even nog weten ze me te beroeren,
als ze met hun donkere dunne tengels
de witte sneeuw vasthouden.
Even maar.
Dan zullen ze de eindeloze grijsheid omlijsten.
Dan, als ik genoeg heb
van knusheid,
de speculaas mijn neus uit komt,
een kaars het slappe aftreksel wordt
van het licht waarnaar ik verlang.
Dan ga ik ze haten.
En zie
daar zullen dan de knoppen zijn.
communicatie les 2
Eigenlijk is er maar één les.
Al die andere zijn er om deze te illustreren.
Die les is:
Neem de tijd en de ruimte om de ander te verstaan.
Want de ander is alles.
Alles wordt geboren in het moment dat jij contact maakt met een ander.
Alles wat de moeite waard is.
Jij bestaat niet eens zonder die ander.
Ik kan maar één ding bedenken waar ik die ander niet voor nodig heb: Genieten van de natuur. Dat is het enige dat niet gemaakt is door een ander. En zelfs dat wil ik kunnen delen. Met een ander.
Niet de ene bijzondere.
Iedereen kan de ander zijn. Iedereen zal de ander zijn.
Als je tenminste de ruimte neemt om hem of haar te ontmoeten.
Hack je leven als je wil, maar hack nooit de tijd die je een ander geeft.
illustere zaken op je blog
Illustraties, daar heb ik het dan over.
Vanavond (dat was 5 november 2012, als je dit later leest) gaat #blogpraat daar over.
En ik wil nu vast iets duidelijk maken dat niet in een tweet past.
Daarom een kort blogje.
Een afbeelding in je blog. Mooi, prima.
MAAR …..
Niet koste wat het kost, en dan de afbeelding er met de haren bij slepen.
Geen afgezaagde poppetjes. Deze zie ik overal, en hij komt me de keel uit.
Als ik die zie, ben ik snel weer weg.
Oh, en als je het over carriere hebt of zo, en je laat een foto van een stapel stenen zien, dan ben ik ook weg.
Doe me een lol.
En gebruik afbeeldingen alleen als je iets moois wil laten zien.
En als je dan toch per se symbolische beelden wil gebruiken, maak ze zelf.
Schiet met je mobieltje overal waar je komt leuke plaatjes. Leg een verzameling vast. Kijk om je heen. Er zit vast wel iets bij dat je later kunt gebruiken.
voorbeelden genoeg.
Voor als je het naadje van de kous wil weten.
Nou, daar kun je heel wat blogposts over schrijven, denk ik.
Leuk blogje over kansen grijpen?
Of over de lange weg die je moet gaan? En dat je daar waterdichte schoenen voor aan moet trekken?
Dat je soms even terug moet, om je leven weer op te pakken.
Over de noodzaak van onderhoud. Aan je blog, aan je lijf, aan je psyche.
Blog over huidproblemen?
Of wil je laten zien dat die vernis, die buitenkant nooit een levenlang mee gaat, en je dus beter je pure zelf kan laten zien?
Of deze insectenkast. Bouw een thuisplek voor je lezers met je blog. En ze zullen komen.
communicatieles deel 1 welkom
Ik ga het toch doen. Communicatie les geven.
Duizend redenen had ik om het niet te doen. De beste, op een rijtje:
- Ik maak er zelfs vaak een potje van, dus wie ben ik om anderen de les te lezen?
- Het is theoretisch, wat ik te vertellen heb. Breng ik het zelf wel in de praktijk?
- Iedereen weet het allemaal al.
- Wil ik wel de betweter uithangen?
Om met die laatste te beginnen. Ja, daar heb ik lol in. Mijn levenslessen hebben me de drempel over geholpen. Want onder de vlag van parodie durf ik daar alles. Zelfs de waarheid vertellen.
Want wat begon als parodie op alle coaches van Nederland, werd natuurlijk een parodie op mezelf. En terwijl dat gebeurde slopen er hele zinnige ontdekkingen in. Ontdekkingen voor mezelf. Dus wie weet wat een serie communicatielessen me gaat brengen.
Iedereen weet alles al.
“Alles is al een keer gezegd.” zei de pessimist. “Maar er is nog nooit geluisterd”, zei de optimist.
Freek de Jonge.
Het is te theoretisch.
Dat was de hardnekkigste. Want hij klopt voor een groot deel. Ik gebruik als basis twee boeken van Ferdinand Cuvelier. “De stad van Axen”, en “Tussen jou en mij”. Iedereen heeft zo zijn favoriete eye-openers boeken. Meestal de boeken waarbij hij/zij zelf de eerste keer het licht zag. Dit zijn de mijne. Als sinds 1991.
Maar het is al lang niet meer theoretisch. Als ik mezelf observeer, ontdek ik dat ik het al lang toe pas. Met succes. (Ja daar komen we straks op terug). Vanmorgen nog een ‘hakketak’ met Sacha omgezet in een gesprek. Pas achteraf had ik door hoe ik dat gedaan heb.
Ik ben zelf een knoeier
En al die andere keren dat het gewoon geknoei blijft? Ik verpruts het vaak genoeg.
Klopt. En dat mag.
Dat is een van de wijze lessen van Cuvelier. Je hebt altijd een kans om opnieuw te proberen. Als de communicatie mislukt, herneem je poging.
Dat is meteen de eerste les.
Ik ga er een serie van maken.
Ik weet nog niet hoe.
Blog of Vlog?
Serieus of met een knipoog?
Van alles wat, vermoed ik. En verhalen natuurlijk. Verhalen vormen mijn lievelings instrument.
Stay tuned.
Levenslessen 24 versla het geniep
oja, levenles 12 gaat over de interne critucus en hoe je daar mee kunt praten
BELANGRIJK! aanvulling . . . .












