waarom het zetten van elke stap steeds opnieuw spannend is

Iets weten en iets meemaken zijn twee verschillende dingen.

Iets meemaken en iets nóg een keer meemaken ook.

Ik zat al weken aan te hangen tegen een moeilijke beslissing. Bijna alles raakte er door verstopt.

Het dilemma. Welke zaal en welke datum prik ik voor een try out?

Kiezen..

oh kiezen is zo moeilijk.

Even een uitstapje.

Toen ik nog student was, had mijn grote broer al een zoontje. Mijn moeder was als oma dol op haar kleinzoon/mijn neefje.

Ik vond het ook geweldig, zo’n klein mooi mens. Ik was thuis bij mijn ouders en zag hoe oma haar kleinzoon verwende (oma’s mogen dat, deze oma was ook oppas oma, maar in haar eigen huis mocht ze verwennen). Dus was de koekjestrommel weer rijk gevuld.

De trommel ging open,en mijn neefje mocht kiezen. Koekjes, chocolaatjes, snoepjes.. alles zat er in.

Daarom kon mijn neefje niet kiezen. Ik zág het aan zijn gezicht. Hij zag alle koekjes en snoepjes die hij níet zou hebben als hij zou kiezen.

“Je mag er twee”, zei oma. Dat hielp natuurlijk niet. Nog steeds was de hoeveelheid afvallers enorm.

Dat speelde mij parten met mijn keuze. Elke keuze vóór iets betekent dat andere mogelijkheden afvallen.

Dus duwde ik alles vooruit, alle opties met me mee slepend, als een blok aan mijn been.

Vandaag (woensdag, ik schrijf mijn blogpost altijd voor de volgende dag) hakte ik de knoop door.  Niet met ééntje beginnen, en dan wachten op meer publiek voor een volgende zaal.

Gewoon overal in het land naar zalen zoeken. Gebaseerd op woonplaatsen van de mensen die zich al hadden ingeschreven.

En dan ook écht gaan reserveren. Investeren.

En die beslissing doet me goed.

Het maakt ruimte.

Nu heb ik weer energie.

Dat wist ik al, natuurlijk. Dat dat zo werkt. Ik had het al een keer meegemaakt zelfs. Meerdere stappen had ik zo al gezet. En elke stap is een bevrijding.

Vreemd genoeg kost ook elke stap opnieuw tijd en gaat er een periode van frustratie aan vooraf. Dat van te voren weten is geen wapen tegen die frustratie, en de moeite.

En eigenlijk is dat maar goed ook. Want het zetten van die stap zou er een stuk minder spectaculair van worden.

 

P.S

En toen zat Waanzinnige plannen in de brievenbus. Daar sta ik in, dat was mijn allereerste stap. Hardop zeggen dat er dit jaar een try out zou komen. Ik had dat op mijn eigen site al gedaan, maar dit was weer een stap verder. Bedankt Marcel.

 

P.P.S.

Ik ga deze en volgende week een aantal datums vastleggen.

De inschrijvers hebben al bericht gehad. Zodra het concreter wordt, zal ik het hier melden.

gedachten over gedachten over gedachten

Andere bloggers zullen dat herkennen.

Dat je boven jezelf in de lucht hangt, en mee leest terwijl je schrijft.

En misschien zelfs dat dáárboven weer een andere versie van jezelf hangt, die gedachten heeft over degene die daarboven hangt.

En nu is er een derde die zich af vraagt wat die twee er van vinden dat ze hier zo open en bloot worden voorgesteld op dit blog.

Als ik lekker bezig ben, ga ik in no time meerdere lagen diep. Ergens stuit ik op een laag die de eerste laag weer in de staart bijt.

Soms heb ik lol met dat spelletje, dan stijg ik tot grote hoogten, en zitten er geweldige vondsten in, die ik jammer genoeg ook zo weer kwijt ben.

Andere keren werk ik mezelf er flink mee de grond in.

Het is er altijd. Het is iets dat ik niet uit kan zetten. Terry Pratchett schrijft in “The wee free men” over second-thoughts en third en fourth thoughts. Wat een feest van herkenning. (Aanrader!, de hele Tiffany serie, het zijn er vier)

 Ik kan me dus uitstekend met mezelf vermaken (of me zelf vreselijk goed in de weg zitten).

En ik kan dus ook een beetje afwezig over komen. Eh.. dat is niet overkomen, dat is dus gewoon afwezig zijn, bedenk ik nu. Ik schreef daar hier ook al over, en hier.

“Okee, waar wil je nu naar toe?” vraagt de tweede gedachte.

“Is het handig om de vraag van de tweede gedachte er in te zetten?”, vraagt de derde gedachte.

“Je blijft hangen bij de vraag van de tweede gedachte, merk ik” zegt de vierde gedachte.

“Dit is een beetje je handelskenmerk aan het worden. Wil je dat?” vraagt de vijfde gedachte?

“Weet je zeker dat hier een hiërarchie in zit? Zijn dit niet gewoon gedachten ná elkaar in plaats van over elkaar? ” zegt de zesde gedachte.

“Misschien ben ik wel niet de zesde gedachte, maar gewoon weer de tweede gedachte”,  zegt de zesde gedachte.

“Hé je blijft me stugweg de zesde gedachte noemen!”, zegt de tweede gedachte.

De zevende gedachte zegt: “Als jij aan geeft dat de vorige zin gezegd wordt door de tweede gedachte, dan geef je daarmee de zesde gedachte gelijk,  dat hij eigenlijk de tweede gedachte is. En dus geef je de tweede gedachte gelijk, want de zesde bestaat niet. “

De achtste gedachte zegt: “Dit snapt geen hond meer, zou je niet stoppen?”

De negende gedachte zegt: “Jij bent niet de achtste, want de zesde bestaat niet, dus ben je de zevende. O, verrek dan ben ik zelf ook niet de negende gedachte. . . . Hah! Ik was je voor. Jij wilde een tiende  gedachte (die geen tiende gedachte is) in stelling brengen om te zeggen dat ik dan ook geen negende gedachte ben, en nu heb ik het zelf al  gezegd. Ik ben in ieder geval de snelste gedachte.”

Ik ben de tel kwijt, maar ergens is er iemand die zegt dat het zo wel genoeg is geweest, en die heeft gelijk.

Kon je het niet volgen?

Ik kan het altijd perfect volgen.

Tot het stopt.

Dan raak ik met terugwerkende kracht het overzicht geheel kwijt. 

Ik stop met schrijven. (Ik heb nog niet eens alles geschreven wat er in me op kwam)  

Misschien ben jij al eerder gestopt met lezen.

(Nee joh, anders zouden ze dit niet lezen.)

Maar mijn hoofd stopt bijna nooit. Dit soort cirkels draaien meerdere malen per dag door mijn hoofd.

Vroeger had ik daar dan nog weer oordelen over. Dat ik te veel in mijn hoofd zat. Dat ik mijn hoofd moest leeg maken. Niet denken. Nee niet niet denken … wel denken maar dan ook weer laten gaan. Aarden. Nee niet denken aan aarden, maar gewoon doen. Nee niet gewoon, doen. 

Tegenwoordig heb ik er gewoon lol mee, behalve die enkele keer dat het op hol slaat.

 

als de verpakking boodschap wordt

New age.

Bestaat dat nog?

Volgens mij is het inmiddels mainstream, dat new age.

Steeds vaker zie ik oude new age termen voorbij vliegen in nieuwe oude kruiken.

Dat klinkt kritisch, cynisch bijna. Maar dit wordt geen cynisch stukje. Want er zit veel moois in dat new age gedoe. Veel waarheid.

Het probleem is de verpakking.

Heel vaak is de verpakking het probleem.

Want er zijn vele mooie waarheden.

Die mooie waarheden willen doorgegeven worden, en daar heb je die kruiken voor nodig. Stel je voor dat het water uit de bron van handpalm tot handpalm werd doorgegeven. Mooi puur, maar kruiken zijn handiger.

En toch zijn die kruiken het probleem. Want die kruiken gaan een eigen leven leiden. Kruiken krijgen etiketten. Met mooie woorden, en meestal zonder houdbaarheidsdatum of E-nummers.

Systemen, theorieën, modellen, grote verhalen.

Prachtig, allemaal. Ze zijn dragers van grote waarheden. Maar ze zijn niet de waarheden zelf.

De échte waarheid is een ervaring, die pas ontstaat als jij je lippen aan de rand van de kruik zet en proeft. Die waarheid ontstaat doordat de inhoud van de kruik zich mengt met je eigen inhoud. De waarheid ontstaat steeds opnieuw, en is steeds anders.

Systeem, lijstjespost, theorie, model, groot verhaal, boodschap . . . de taal zelf.

Als ze hun werk goed doen, zijn het dragers van een waarheid die een grotere waarheid in jou wakker kust. Als ze hun werk goed doen zijn ze dienstbaar, en niet leidend.

Leidend ben jij zelf.

Altijd.

Los zand als rode draad

Dat was mijn eigen ontdekking,

gisteren.

Dat los zand oké is.

Los zand als rode draad.

Want hoeveel water mijn kinderen ook in de zandbak wilden, er moest altijd los zand overblijven. Liefst van dat hele dunne.

Zuurs zand, noemden mijn kinderen dat. Het stroomt zo lekker tussen je vingers door. Als poedersuiker op de zandbollen, of als sneeuw op de zandkastelen. Of gewoon omdat het zo zacht is, en zo warm in de zon, of juist zo koel in de schaduw.

Los zand als bouwsteen, wilde ik zeggen. Maar juist dat, is het niet. Dat impliceert dat er iets te bouwen valt. En ik ben geen bouwer.

Los zand als verbindend element.

Klinkt als contradictio in terminis.

En dat klopt. Want zodra ik mijn kern probeer te vangen, waait hij weg. Omdat ik twee termen wil verbinden die elkaar bijten: het bevatten van het ongrijpbare, het vastleggen van de vrijheid, het catalogiseren van de stroom, het benoemen van het onnoembare.

En eindelijk, eindelijk krijg ik daar heel langzamerhand vrede mee. Je zult me nog wel eens zien stuiteren, maar toch, die vrede komt er aan.

Die vrede vraagt mij iets onder ogen te zien.

Die vrede geeft een diepere betekenis aan wat mijn blogvrienden mij al vertelden: 

De rode draad ben jijzelf, Jacob Jan!

Niet het bouwwerk dat ik neer wil zetten, maar het organisme dat ik ben. Niet die ene volzin, maar steeds opnieuw mijn zinnen zetten.

Er op vertrouwen dat ik de moeite waard ben.

Weet je wel hoe diep dat zit?

Zo diep besluit ik nu te gaan.

En dan eerst maar eens in gesprek met die stem die vanuit die diepte ‘egotripper!’ schreeuwt.

 

 

 

 

 

 

laat je mee voeren

Neem mijn hand.

Want we gaan verdwalen, daar kun je zeker van zijn.

We nemen de zijpaadjes, en als ik democratisch was mocht jij ook een keer kiezen.

Maar nu niet.

Afhaken mag je, natuurlijk, dat mag. Best kans dat het niks is, voor jou.

Anders gewoon volgen.

Waarheen is mij nog niet bekend. Ik wil je iets laten zien van het grote alles dat ik vandaag voelde. Net was het nog hier, maar het is verdwenen toen ik op jou wachtte.

Geeft niet, het grote alles laat zich niet kennen. Alleen voelen kun je het, in het voorbijgaan.

Daarom gaan we, zo maar, op goed geluk, lopen.

Hier linksaf, we gaan eerst even het bos uit,

en verrassing . . .

. . . we staan plotseling op een strand.

Nee, geen zee. Zo’n prachtig bosmeer, met een zandstrand.

Dat witte, zachte zand.

Doe je schoenen uit. Voel het losse zand tussen je tenen.

Als er ooit weer iemand moppert dat iets van los zand aan elkaar hangt, dan herinner je dit moment. Het is niet echt gebeurd, en toch herinner je het. En je weet dat er niks te mopperen is, dat los zand prima is, omdat je je tenen nog voelt wiebelen.

Het water doen we later,

misschien,

nu gaan we terug het bos in.

Bos.

Dus doe weer even je schoenen aan. Dennenappels zijn scherp, als je er met blote voeten op stapt.

Van de felle zon gaan we de schaduw in. Doe net als ik je ogen dicht.

We ruiken zoete hars.

Zo blijven we even staan. Misschien horen we vogels. In ieder geval voelen we de koelte.

We doen onze ogen open en zien dat de zon een schitterend spel speelt met de bladeren. Donkergroen, lichtgroen, doorschijnend groen, en snippers blauwe lucht.

Dit is het bos uit onze kinderboeken. Dit is het bos uit onze jeugd. Kijk maar, de bomen zijn groter.

Woud.

We wandelen over de kleine, kromme paadjes, ver van het grote pad. Bij elke stap wordt het gevoel sterker. Ruik de hars.

Voel dat de lucht zwanger is van mogelijkheden. Voel dat je met je gedachten iets kunt scheppen. Alles kunt scheppen. Wat jij maar wilt. Als je het maar wilt.

Als je dat hier in het woud kunt voelen, kun je het overal voelen.

En natuurlijk is er de open plek. Hier houdt het woud zijn adem in.

We gaan zitten in de schaduwrand, en wachten.

Als het avond wordt en stil,

als de maan de open plek verlicht,

dan lopen we naar het midden.

We kijken rond, en omhoog.

Aanwezig aan de wereld, zijn we. Van aangezicht tot aangezicht.

Doe net als ik je armen wijd, en dan naar boven en . . .

en voel . . .

dat hier alle troost is die je ooit nodig had.

Voel hoe welkom je bent. Voel hoe alles zachtjes, zonder woorden, fluistert over je huid.

Dat wat je niet kon horen komt nu binnen.

Je bent aanwezig

hier, op deze plek,

hier

nu.

Nu

voel nu

weer hoe je zit.

Dit zijn weer woorden.

Als je zonet een reis gemaakt hebt

is het precies dat:

jij, schepper,

hebt iets gemaakt,

een reis.

 

Calvinist ontmoet levensgenieter

Mijn calvinist en mijn levensgenieter gingen vandaag hand in hand.

Mijn calvinist had gezegd: “Beste Jacob Jan. Leuk hoor, dat theater, maar je bent nu al 4 maanden een luxe leventje aan het leiden.  Wordt het niet eens tijd dat je je nuttig maakt?”

Mijn levensgenieter zei: “Lieve Jacob Jan. Je gaat soms teveel je hoofd in. Je durft niet eens te genieten van dat luxe leventje. Vraag: Durf je het leven te nemen zoals het is? Durf je te zijn? In plaats van te doen? Durf je gewaardeerd te worden voor wie je bent, in plaats voor wat je pres(en)teert?”

Aangespoord door mijn Calvinist kwam ik terecht op de website van vrijwilligerswerk in Wijchen. Ik bladerde door de vacatures. Niet mopperen op de regering, dacht ik. Niet roepen wat er wel en niet moet. Maar actief iets doen!

Toen ik de lijst langs liep, fluisterde mijn levensgenieter: “Daar! kijk daar eens!” Hij verstaat de kunst om te fluisteren met een uitroepteken.

Daar stond een vacature voor het maatjesproject van het GVO Nijmegen.

Het maatjesproject wil mensen met een (verstandelijke) beperking (deelnemers) één-op-één verbinden met  mensen die geen beperking hebben (vrijwilligers).

“Gewoon leuke dingen doen en verder niks”, zei mijn levensgenieter: “Niet nadenken over wat je allemaal moet doen. Niet je deskundigheid en je ervaring inzetten. Gewoon. Er zijn. Dat zal je goed doen.”

En zo maakte ik vandaag kennis met de coördinator van het GVO. Het was een fijn gesprek. Na de vakantie ga ik kennis maken met een deelnemer. Om te wandelen en koffie te drinken. Meer stond er niet op het formulier.

“Dat is vaker zo”, zei de coördinator: “ze zien soms zo weinig anderen, dat ze niet kunnen verzinnen wat je nog meer met je tijd kunt doen. Meestal vinden vrijwilliger en deelnemer samen nog andere dingen om te doen.”

Na de zomer dus. Eén keer per week. Er zijn. En meer niet.

 

 

To be or not to be

Een avondje theater.

“To be or not to be”, In de stadsschouwburg van Utrecht.

Een cadeautje van @ruudketelaar , waarvoor dank !

Ik vond het geweldig, want ik verstond sommige flarden wel.

Dat klink heel drastisch, maar zo was het. De versterking matchte niet lekker met mijn CI’s en wat ik hoorde was een beetje overstuurd. Ik voelde me bijna schuldig dat ik met die oren een theaterstoel naast Ruud bezette. Daar had ook iemand in kunnen zitten met betere oren. Dat was meer woorden per euro geweest.

(Schouwburgen, zorg nu eens voor standaard ringleiding. Zo moeilijk is dat niet)

Een beetje schuldig maar, want ik heb wel genoten. Er was veel te zien. Slapstick-achtige scenes, dansjes,  maar dat niet alleen. Ik vond het fascinerend om te zien hoe een regisseur een podium vult. Hoe mensen bewegen, hoe de belichting is. Waar de stiltes vallen (die hoorde ik heel goed).

Overhoor me niet, ik kan het verhaal niet precies navertellen, maar de emoties en de energie kon ik goed volgen.

Ik zag bijvoorbeeld dat Ellen ten Damme veel meer energie uit straalde toen ze haar liedjes mocht doen, compleet met verleidingsspel.

En Raoul Heertje beweegt ook als Nazi als Raoul Heertje.

Ik vond het mooi om weer eens in een theater te zijn.

Ik vond het fijn om Ruud weer te zien (te kort, vraagt om herhaling).

Ruud bedankt voor een mooie avond.

 

 

PS

Dit was een last minute beslissing, het heeft me wel geleerd om voor een volgend theaterbezoek heel goed uit te zoeken waar ik zit en welke mogelijkheden er zijn.

update

Even een dagboek-achtig blogje, in tante Betje stijl 

Ik ben vandaag naar het Mozaïek Theater geweest. Onze Wijchense schouwburg.

Half in mijn achterhoofd had ik daar graag een try out gedaan, maar de zaal is te groot. 

Ik sprak Nancy van Nuland, die dit theater eigenhandig vanuit het niets succesvol heeft gemaakt. Het bestaat nog niet zo heel lang, en ze heeft een programmering waar ze trots op mag zijn. Ze heeft bijvoorbeeld Youp van ’t Hek en Freek de Jonge in het try out circuit. (Hoewel iedereen hem schijn te verguizen is Freek nog steeds mijn held)

Nancy wil graag op de hoogte blijven. Als het me gaat lukken, wil ze graag praten om me in haar programmering voor het volgende seizoen op te nemen (2014/2015).

Ik heb een boel gehoord over de theaterwereld. Bijvoorbeeld dat het aanbod gigantisch is, en dat je er niet makkelijk tussen komt.

Daar lig ik niet zo heel wakker van.

Want ik ga eerst een jaar lang try-outen.

Ik ga de kleine, intieme zalen opzoeken dus. En dan hopelijk het hele land door.

Hoe ik daar publiek voor ga vinden, daar ga ik jullie (ja, jij,  vaste lezer) nog een keer hulp bij vragen. Want ik heb niet alleen theater nodig, maar ook publiek.

De allereerste try out wil ik wel heel graag hier in de buurt houden. Dus dat wordt waarschijnlijk Nijmegen. Omdat er zo veel leuke bekenden komen, wordt dat ook een beetje een tweet-up, dus wel even zoeken naar een zaal waar we het ook gezellig kunnen hebben.

En toen heb ik maar eens voor een camera staan oefenen.

Ik heb hem aangezet, en hem 15 minuten lang door laten lopen. Kijken wat er gebeurt. Helemaal zonder script. Zelfs helemaal zonder enig idee wat ik zou gaan zeggen. En dan komt er toch iets. Fijn is dat, ga ik vaker doen.

En ooit worden dat mijn ‘basement-tapes’.  (Ja, zo onbeschaamd ben ik daar over aan het denken. En weet je wat? Dat is nodig)

Ik heb weer wat te doen, en heb meer richting. Daar kan ik mee aan de slag.

Oja.

Als jullie leuke kleine zalen in de buurt weten, laat me even weten. Zo rond de 50 stoelen.

Oja Oja.

Voor als je het gemist hebt: Ik heb een PDF gemaakt van mijn ongebundelde gedichten. Die kun je downloaden via mijn startpagina

 

 

 

 

 

terug gaan naar de bron

Terug gaan naar de bron

is de verleiding weerstaan

om al die andere zijstromen

die je links hebt laten liggen

(en die nu aan je rechterhand verschijnen)

niet alsnog te nemen.

 

Terug gaan naar de bron

is alles van de andere kant bekijken.

 

Terug gaan naar de bron

is vooral

tegen de stroom op roeien.

 

Of  is terug gaan naar de bron juist:

jezelf mee laten voeren met de stroom

naar zee.

En daar verdampen?