7 redenen om niet volwassen te willen worden

Ik zit nog even in de ’terugdenkmood’

Hoe was ik als kind?

Eén ding weet ik nog: ik vond volwassenen zielig, en ik vond het een voorrecht om kind te zijn, omdat volwassenen

1. niets spannends beleven;

2. en dan ook nog eens boeken lezen over mensen die niets spannends beleven (én zonder plaatjes);

3. nuttige dingen krijgen op hun verjaardag en daar blij mee zijn;

4. bij bezoek in de kamer moeten blijven zitten op een stoel, en niet alsmaar rond mogen lopen, laat staan buiten spelen;

5. het vieze kersje van de moorkop op moeten eten, en dat van hun kinderen ook;

6. naar het nieuws kijken, en net als het leuk wordt op TV, de krant gaan lezen;

7. niet gek mogen doen.

 

Het enige wat me wel leuk leek aan volwassen zijn was het later naar bed kunnen gaan.

 

 

 

50books vraag 21, van welk boek heb je spijt dat je het gekocht hebt?

Ik  las ooit  84 Charing Cross Road, van Helene Hanff.

Waargebeurde liefdesgeschiedenis die geheel bestaat uit de correspondentie tussen de Amerikaanse Helene Hanff, en een employee van de Engelse boekhandel op Charing Cross Road.

Liefde voor boeken, en voor elkaar.

Ik kan dit alle boekenliefhebbers aanraden. Ik zou ook erg graag de film een keer zien, want ik heb net op IMDB  gezien dat Anthony Hopkins daar in speelt.

De relatie begint met deze brief.

Marks & Co,
84, Charing Cross Road
London, W.C. 2
England

Gentelmen:
Your ad in the Saturday Review of Literature says that you specialize in out of print books. The phrase ‘antiquarian book seller’ scares me somewhat, as I equate ‘antique’ with expensive. I am a poor writer with an antiquarian taste in books and all the things I want ar impssible to get over here except in very expensive rare editions, or in Barnes & Nobles, marked-up schoolboy copies.
I enclose a list of my most pressing problems. if you have clean second hand copies of any of the books on the list, for no more than $5.00 each, will you consider this a purchase order and send them to me?

Very truly yours,
Helene Hanff

Ze krijgt een antwoord dat begint met  “Madame, ” , waarop zij in een vervolgbrief reageert met “I hope ‘madam’ doesn’t mean overthere what it does here.”

Een heerlijke briefwisseling doe zo’n 40 jaar beslaat.

Waarom haal ik dit boek er bij, als het gaat over een spijt aankoop? Want dat is dit boek zeker niet.

Ik doe dit omdat ik moest denken aan een opmerking die Helen Hanff maakt tegen iemand die vraagt of ze wel eens een boek koopt dat ze nog niet heeft gelezen. Ze vindt dat een onbegrijpelijke vraag. “Hoe kan ik dan weten of ik dat boek mooi vind?”

Aanvulling:

Ik heb hem gevonden, de passage (ben het boek weer gaan lezen, leuk 🙂

It’s against my principles to buy a book I haven’t read, it’s like buying a dress you haven’t  tried on.

 

Dat trof me destijds. Hier was een echte boekenliefhebber aan het woord. Die een boek alleen wil bezitten als ze er verliefd op is geworden.

Het zou Helene Hanff nooit overkomen dus, zo’n rotte kies.

Ik koop weinig boeken nieuw. Eigenlijk alleen als ik zeker weet dat ik ze wil hebben. Daarin lijk ik een klein beetje op Helene. Ik wil die boeken dan ook  niet op een e-reader. Ik wil ze écht!

Ik lees nu alle boeken van Willem Elsschot die ik in de bieb kan vinden. En uiteindelijk wil ik ze graag in een mooie band als verzameld werk hebben. Zodra ik het kan betalen ga ik dus ook een boek kopen dat ik al ken.

De enige, wel gekochte en niet gelezen boeken zijn die uit de ramsj. Ik heb bijvoorbeeld net een boek gekocht voor één Euro. “De taal was gans het volk” , een biografie van een schrijver waar ik nog nooit van heb gehoord: Anton Bergman. De titel intrigeerde me, en het boek ziet er mooi uit. Misschien wordt dat wel een rotte kies. Ik ben er nog niet in begonnen. Eerst Elsschot uit.

 

Deze post is een antwoord op de 50books van @petepel

Richting bepalen

Ik zit als kleine jongen achter in de auto. 

Het is een korte rit, dus ik zit in het midden.

(Op lange ritten moet ik altijd bij het raampje, omdat ik snel autoziek ben)

Ik heb uitzicht op het dashboard, en probeer alle knoppen en lampjes te snappen.

Ik zie een lampje, een dubbele pijl: één naar links en één naar rechts.  Dat moet de richtingaanwijzer zijn. Leuk. Dat betekent dat ik kan voorspellen welke bocht we gaan nemen. Ik kan mijn broertjes daarmee verbazen.

(Bij stoplichten proberen we altijd “Groen!” te roepen, precies op het moment dat het licht op groen gaat. Groengroengroengroen, mag niet.)

Ik wacht ongeduldig op een bocht, en eindelijk, daar is ie dan. Mijn vader zet de richtingaanwijzer aan. Ik zie dat de dubbele pijl helemaal gaat branden. De pijl naar links én de pijl naar rechts branden allebei.

Mijn vertrouwen in de logica van de wereld van volwassenen loopt zijn zoveelste deuk op.

 

Kranten lezen, theater schrijven

Twee cadeau abonnementen.

Trouw en NRC.

Fijn, dacht ik.

Nou, half. De kunst en boekenbijlagen zijn fijn. 

Maar nieuws en vooral de columns wil ik niet meer lezen. Daar wordt ik narrig van. Daar kwam mijn blogpost van vanmorgen vandaan. Van die columnisten die het zo goed weten. En wat leuke stijlfiguurtjes uit de kast pakken om het mooi op te dienen. En intussen zitten stoken, in wat nooit meer een dialoog kan worden.

Ojee, daar ga ik weer. Mopper mopper.

En (rust, 1..2..3)  stop.

Okee, want die onrust zit natuurlijk bij mezelf.

Ik ben ben de laatste weken een beetje rondjes aan het draaien over wat nu eigenlijk mijn verhaal is, voor mijn theater. Ik heb zo veel te vertellen, ik heb een kern nodig.  

Hoe dichter ik die probeer te naderen, hoe groter de druk. Tot het me fysiek niet meer lukt om op mijn kruk te blijven zitten.

Oplossing 1:  

Een lekkere stoel neerzetten.

Oplossing 2:

Die druk. Dat is net alsof je een zuiger in een buis wil duwen, als een fietspomp waarvan de slang verstopt zit.

Nee, niet de slang ontstoppen, dan ga ik iets vol lucht blazen. Gewoon de zuiger zelf lek prikken. Het hoeft niet hermetisch dicht geplakt te worden, dat verhaal.

Leuk bedacht Jacob Jan, nu nog uitvogelen hoe dat werkt, dat lucht laten ontsnappen. 

Dit blog is mijn eerste gaatje.

En dan het stukje verder schrijven waarin ik ga zeggen dat het ‘wat-wil-ik-nu-eigenlijk-zeggen’ niet bestaat, aan de hand van badkamerspiegels. En hoe frustrerend dat wel niet is. Misschien begin ik daar wel mee, met dat stukje.

Moeilijk, moeilijk, moeilijk, vind ik het. Schrijven voor theater. Niet leuk meer zelfs, als ik heel erg eerlijk ben.

Een fase die ik door moet. En dat weten helpt niks bij het door moeten. 

 

 

 

zo zit dat

Ik kan niet zo goed tegen normbewakers.

Mensen die weten hoe het moet.

Vroeger kon je die nog makkelijk herkennen aan de zo-hoort-het-blik, compleet met zurig mondje. Dan kon je er tenminste met een wijde boog omheen lopen.

De nieuwe normbewakers verkleden zich als normaanvallers. Ze hakken wild om zich heen, om je uit de klauwen van de oude normbewakers te redden.

Ik snapte in eerste instantie dan ook niet waarom mijn nekharen overeind bleven staan. Ik werd toch gered? Ik hoef toch niet bang voor ze te zijn? Ze vertellen nu toch niet meer hoe het hoort? Ze strijden toch voor vrijheid, en openheid, en allerlei andere nobele zaken?

Nee, ze vertellen niet meer hoe het hoort.

In plaats daarvan vertellen ze hoe het zit.

Ze vertellen wat je niet meer moet willen.

Ze vertellen dat het belachelijk is om te vertellen wat je niet meer moet willen.

De kooi is er gewoon nog. Hij is nu alleen onzichtbaar geworden.

Toch

is hij te herkennen.

Vraag naar het waarom.

De loze riedels

die je terugkrijgt

zijn de tralies.

Buig ze door , die tralies.

Vráág door

en je zult zien

dat de blikken

vertwijfeld opzij gaan,

op zoek naar medestanders,

of een citaat om mee te gooien.

Buk, ontwijk

en vraag door,

net zo lang

tot de verloren gezichten

weer gevonden zijn,

ook de mijne.

 

zonder verhaal

Ik probeer het wel eens hoor.

Dan denk ik bij mezelf:

“Geen verhalen meer,

maak het nou niet mooier dan het is.”

Dan word ik stil.

Ik proef even

 

“Dát is mooi”,

denk ik dan:

“Dat is pas echt,

het pure

het kale

het rauwe.

Blij of droef,

of zelfs niks,

niet blij, niet droef.

Gewoon wat het is.

Dát

is pas een mooi verhaal.”

 
 

waarom ik niks kan op netwerkbijeenkomsten (en op alle andere)

Als je ICT’er bent of zo, dan kun je dit eerste stukje overslaan.

Ik leg even het verschil uit tussen realtime en batch verwerking. Voor een leek, door een leek. Dus als je toch leest, en je ergert je, dan is het je eigen schuld.

Even met een voorbeeldje. Een voorraadsysteem van een winkel.

Batch verwerking:

Dat was vroeger de enige manier om gegevens te verwerken, omdat de computers nog niet zo snel waren. Dus alles wat je verkocht kon je wel registreren met de computer, maar dat werd nog niet meteen verrekend met de voorraad.  Het werd gewoon allemaal netjes bewaard. ‘S nachts ging de computer dan aan de slag om alles te berekenen.

Realtime verwerking:

De kassa is gekoppeld met het voorraadsysteem, en zodra een artikel gescand is, wordt het direct, in het systeem, van de voorraad afgetrokken. Alle gegevens zijn dus altijd meteen aangepast aan de werkelijke situatie.

(Banken zijn slim. Die schrijven het geld eerst realtime af, en later pas, in een batch, ergens anders weer bij. Nou ja, ook realtime natuurlijk, maar pas na een tijdje rente trekken.)

 

Tot zo ver de uitleg.

 

Nu mijn hoofd.

Die kan dus geen realtime verwerking aan.

Te eerste omdat ik slecht hoor.

Dat betekent dat ik nog zit te puzzelen op de vorige zin, als jij al met de volgende bezig bent.

En om je niet te laten wachten, geef ik vaak een antwoord voor alle gelegenheden, of een glimlach.

Die glimlach betekent dat ik je nog niet verstaan heb. Die glimlach is een aanmoediging om nog wat meer informatie te geven. Want ik mis het sleutelstukje, en misschien zit dat wel in de volgende zin. Intussen heb ik dan alle onverstaanbare klanken in mijn hoofd bewaard om te zien of ik daar nog wat van kan maken, samen met dat sleutelstukje.

Heel vervelend als dat stukje uit blijft. Dan moet ik vragen of je het allemaal nog een keer wil zeggen. Nee, nóg verder terug graag. Nee niet zó ver, dat stukje had ik al wel doorgekregen. Het liefst zou ik een knop willen om je voor- en achteruit te kunnen spoelen.

Natuurlijk kan ik assertief zijn, en je vragen of je van te voren eerst de kantjes en hoekjes van de puzzel wil neerleggen. Dat geeft me houvast. Maar je bent zo lekker bezig, en dat remt zo af, dat assertieve.

Stel dat ik dat wél doe. En ik sleep je mee naar een plek waar ik je beter kan verstaan.

Zelfs dán kom ik in de problemen.

Dat komt omdat ik naast die slechte oren ook nog eens een chaotisch, associatief hoofd heb.

Dus, als die puzzel eenmaal gelegd is, en de informatie is binnen, dan gooit diezelfde informatie verschillende deuren open, in mijn hoofd. Als ik geluk heb heeft één van die deuren iets met het gesprek van nu te maken.

Maar  . . . juist wat er achter die ándere deuren zit, is zo de moeite waard.

En alles wat je net verteld hebt, is daar als een hondje aan het snuffelen, plasje¹ aan het doen, en aan het spelen met de andere hondjes.

Terwijl jij zit te wachten op een antwoord, ben ik druk bezig met alles wat jij achter die deuren teweeg hebt gebracht. Jij wil weten wat ik daar vind. Echt vind. Toch? En je hebt al zo veel geduld gehad, met je verstaanbaar maken voor mij. Moet je dan ook nog wachten op wat ik daar mee doe?

Ja dus.  Tenminste als je echte, interessante dingen wil horen.

Anders krijg je tóch nog het antwoord voor alle gelegenheden, zij het met wat kleine aanpassingen.

Voor interessant, en vooral voor echt, is heel veel stilte nodig.

Daarom, ben ik niet zo goed in realtime bewerking. Daar is mijn computer te traag voor.

Ik ben net die bank. Jij bent je verhaal wel meteen kwijt, maar het duurt even voordat mijn verhaal ergens op duikt.

Daarom houd ik zo van twitter en van bloggen.

Dat kan ik alles lekker in de BATCH gooien.

 

DSCN0942

 

Lees ook: Auditie in mijn hoofd

 

¹     Heel soms een drol. Dat heb ik dan pas door als ik er in trap. Nee, nog later . . . pas als ik denk: “Wat ruik ik toch?” En dan komt er van een batch verwerking ook even niks. Dan is het: nagaan waar ik allemaal geweest ben, en poetsen en schrobben. En dan nog blijf ik het een tijd ruiken. Tot die tijd ben ik dan even helemaal offline.

theater maken en de vragen die dat op roept

en de directe link

Dit is het rode draad verhaal van mijn theater. Het verhaal van Emma en Natka.

 

Update, 24 februari 2014:

Intussen heb ik mijn antwoord.

En toch ook weer niet.

Ik heb mijn theater gemaakt en ge try-out. Zoals ik het nu heb, is de vierde wand helemaal in tact. Geen interactie met het publiek. Geen improvisatie.

En toch, voel ik dat er momenten in zitten waar, ik wat mee kan.

En dat wordt koorddansen.

Want lang niet alles wat in mijn hoofd op komt klopt. Sommige ‘leuke’ vondsten zijn door mijn regisseur naar de prullenbak verwezen. Terecht, realiseerde ik me, toen hij het benoemde.

En toch, en toch en toch.

Als de voorstelling helemaal als gegoten zit (en daarvoor moet ik het nog een aantal keren spelen, precies zoals ik het gemaakt heb), kies ik misschien toch voor de vrijheid om te gaan improviseren. Te spelen met wat zich hier en nu aan dient.

 

De vlag op mijn blog

Chris Brogan vraagt in zijn nieuwsbrief 

(ja dat is de enige die ik nog lees)

wat er op mijn vlag staat.

* Your flag states what you stand for. 
* Your flag is also the ideal you strive towards. 
* Your flag isn’t only for you. It’s so others will know why they should gather around you. 
* Your flag represents how you serve the world, not your own needs, as such.

Mijn vlag is theater maken: een mengeling tussen een verhaal, een, TED talk, toneel en cabaret. (Van dat laatste ben ik het minst zeker, en misschien schrap ik dat element wel helemaal).

En ik wil tenminste één kinderboek schrijven.

Maar dat is natuurlijk maar de helft. Want wát is het waar ik het over ga hebben?

(daar duikt ie tóch weer op!)

Wat is mijn rode draad?

En nou even geen “de rode draad dat ben je zelf”. Dat is wel waar, zo doe ik het de afgelopen 17 maanden, en dat bevalt goed. Maar nu komt er een moment dat het voor mij nodig is om mensen te vertellen waar het over gaat, dat theater.

Nu komt het er op aan te weten wie mijn publiek is.

Mijn verhaal is heel erg de moeite waard.

Vorig jaar had ik dat nog arrogantie genoemd, nu weet ik dat ik zonder deze overtuiging wel kan stoppen. En ik ga niet stoppen. Dus is het gewoon waar.

Maar het is natuurlijk niet voor iedereen de moeite waard. Want iedereen is niemand.

Als ik het zelf zou moeten zeggen wat er op die vlag staat, is het zoiets als:

ontwaakt verlegenen der aarde

Ik wil een lans breken voor de mensen die hun mond niet open doen, omdat ze tussen al die anderen die dat te veel doen, de kans niet krijgen.

“De kans niet nemen!” , roepen die anderen dan meteen. Ja, zo zitten die anderen in elkaar. Maar dat is het hem nou net. 

Tegen de tijd dat de verlegenen hun verlegenheid kwijt zijn, zijn ze ook het verhaal van die verlegenheid kwijt.

En zo worden al die mooie verhalen niet verteld.

Zo worden al die prachtige ideeën niet gedeeld.

Zonde.

Nou ja, zoiets zou het zijn dus.

Maar nu heb ik een mooie kans.

Ik word gereviewd in #blogpraat vanavond.

Kan ik eens aan mijn lezers vragen wat zij denken dat mijn rode draad is.

Bij deze dus.