mezelf nóg serieuzer nemen

Gek.

Ik heb heel hard gewerkt om mijn eigen tekst uit het hoofd te leren.

En dan werk ik met Linda, mijn schrijftolk, en ontdek ik dat ik sommige zinnen niet letterlijk in mijn hoofd heb.

Dat ik die steeds iets anders zeg.

Is dat erg?

Ja.

Want wat ik ter plekke verzin klinkt minder mooi dan wat ik geschreven heb. De zinnen lopen net iets minder lekker. Soms gebruik ik een woord twee keer in dezelfde zin. Soms gebruik ik een woord dat net niet zo mooi de lading dekt, als ik zou willen. ja dat luistert precies. Taal is magie.

En ik dacht dat ik het helemaal kende.

Hoe zit dat?

Want ik ben degene die teksten juist wél letterlijk in zijn kop heeft zitten. Die het opvalt als een zin uit een boek letterlijk zo in de film zit. Die hele flarden van gedichten en boeken uit zijn hoofd weet. Woord voor woord. Die zelfs van toneel of film nog exact weet hoe de intonatie was.

En dan mijn eigen tekst niet?

Ik heb een vermoeden hoe dat komt.

Ik neem mezelf nog niet serieus genoeg.

Als die andere teksten zijn van grootheden die ik bewonder.

Kennelijk vind ik onbewust dat mijn eigen tekst niet in de categorie hoort.

Die knop ga ik nu omzetten.

Ik ga mijn eigen teksten net zo zorgvuldig behandelen als die van de mensen die ik bewonder.

 

 

geschiedenis is een golfbeweging

De M&M’s met pinda’s willen een afscheidingsbeweging.

“Wij hebben tenminste pit!” is de leuze.

Ze schreeuwen luid, en discrimineren de gewone M&M’s. Ze lopen rond met armbandjes met TREETS FOREVER erop.

Op twitter is er een actie Tweets for Treets.

En dan worden de acties grimmiger. “Als je geen pit hebt, donder je maar op!”. Graffiti op de schaaltjes waar de M&M’s in gepresenteerd worden. “Wij willen niet met jullie in dezelfde schaal!” wordt er geroepen als de M&M’s zakken open gaan.

Dat is natuurlijk allemaal minderwaardigheidscomplex. Want toen er nog niet één groot  M&M merk bestond, heetten de gewone M&M’s nog Bonitos. En toen waren het de Bonitos die zich superieur voelden. Toen werden de Treets gediscrimineerd. Toen was het Bonitos against stupid peanuts.

 

Geschiedenis is een golfbeweging.

 

 

Er in getrapt? nog een keer over de GGZ

Omzeil in in mijn theater de valkuil van het makkelijke succes, en trap ik er op mijn blog toch in.

Ik schreef deze post. Over ambtenaren die met een korte cursus de GGZ indicatie overnemen van professionals.

Ik speelde daarmee in op de actualiteit. En nu ben ik misschien zomaar ongemerkt onderdeel geworden van een lobby.

Lees het commentaar van mijn broer onder die post maar eens even.

Peter is niet iemand die overal samenzweringen ziet. Hij is ook niet iemand die psychische aandoeningen bagatelliseert. Hij is vooral iemand die heel erg beide kanten van een zaak kan zien, en wil zien. Ik neem zijn commentaar serieus. Vandaar dat ik er hier nog een post aan wijd.

Was ik uit op makkelijk succes?

Zat ik er vreselijk naast?

Niet helemaal.

Het proces van ambtenaren die buiten de praktijk staan, en toch de beste stuurlui aan wal spelen, was een eigen ervaring, en is van alle tijden, en overal. Het is ook een sluipend proces. Ik had het niet in de gaten, toen ik er nog midden in zat. Via twitter hoorde ik dat dit meer gebeurt. Er wordt met trainingen aandacht aan gegeven, las ik. Fijn.

Dat stuk staat dus nog steeds. Dat gevaar is reëel.

Hier staat nóg een blog over dat mogelijke gevaar.

Het is wel eenzijdig belicht, omdat ik in mijn eigen blog maar een heel klein zinnetje gebruik om te vertellen dat er ook veel goede dingen gebeuren. Dat ik vergeet te vertellen dat veel ambtenaren écht proberen meerwaarde te bieden, en wel oog hebben voor alle kanten.

Bij deze dus.

Ik heb ook de overindicering van de GGZ niet genoemd. Want ook daar geloof ik Peter. Dat er soms te snel een etiket geplakt wordt. Misschien goed om de waarschuwing van Hans Achterhuis in “De markt van welzijn en geluk” nog eens ter harte te nemen.

En dan daar weer een tegenverhaal op. Een blog van een psychiater. Het is allemaal veel genuanceerder dan het lijkt.

Kortom dit verhaal heeft meerdere kanten.

Daarom ben ik blij met Peters commentaar.

Nu laat ik het los. Laten de mensen die er echt verstand van hebben maar met elkaar in dialoog gaan. Zodat we goede hulp kunnen bieden, én niet doorschieten.

Het verschil tussen een verteller en een cabaretier

En waarom ik blij ben met mijn regisseur, Maaten Vonk.

Ik was deze zomer hard bezig met repeteren van mijn tekst.

En ik bedacht er hier en daar kleine dingen bij.

En van een aantal van die dingen zei mijn regisseur meteen: “Haal dat er maar weer uit.”

Nog voor hij begon uit te leggen waarom, voelde ik hem al.

Ik was in mijn enthousiasme mezelf voorbijgelopen.

Ik heb een excuus: het was een prachtvondst. Gefundenes fressen.

Ik had twee vliegen in één klap.

Eén. Ik wilde iets met de kleur roze. Letterlijk, ik gebruik die op mijn flipover-vel als ik daar een tekening maak. En zo zou die tekening, die al een dubbele betekenis had, een driedubbele betekenis krijgen. Wow!

Twee. Ik kon een mooie anti-Rusland grap maken over de homohaat daar. Lekker actueel.

Het eerste bleek een oplossing voor een niet bestaand probleem. Die derde betekenis is leuk gevonden, maar niet echt nodig.

Het tweede was de aanvulling waarmee ik mezelf voorbij liep.

Ik heb geen link met actualiteit nodig. Ik ben geen cabaretier.

En erger nog: het is wel erg makkelijk scoren met een grap over Rusland.

Nog erger: dat gaat zelfs lijnrecht in tegen wat ik aan het vertellen ben.

Gelukkig heb ik een regisseur die ziet wie ik ben, die mijn verhaal aanvoelt, en die helpt om mijn verhaal zuiver te houden.

Weg ermee, met die ballast, hoe mooi ook gevonden, want het verhaal gaat voor.

Ik ben verteller, en geen cabaretier.

Hoe een ambtenaar een expertrol kan vervullen (ja dit gaat over de GGZ)

Ik heb nog al wat beroepen gehad.

Dat levert mooi materiaal op voor mijn theater.

Maar niet alles kan ik gebruiken. Zo veel tijd is er niet.

Zo heb ik het niet eens over mijn baan als ambtenaar ontslagrecht.

Ik heb 3 jaar lang ontslagaanvragen beoordeeld. Niet echt natuurlijk, want de beslissing wordt genomen door een commissie van drie:
– een vertegenwoordiger van een werkgeversorganisatie,
– een vertegenwoordiger van een vakbond,
– en de directeur va het arbeidsbureau (nu UWV).

Jaja, die GGZ komt. Ik bouw de huiver langzaam op, lees verder.

En ook weer wel, dat zelf beoordelen. Want ik schreef de beslissingen. Vooraf. Mét conclusie. En soms moest die vanwege het besluit helemaal omgegooid. Maar niet vaak. Vaker moest er een klein beetje geknutseld aan de conclusie.  

Vertegenwoordigers van belangenbehartigers zijn een beetje voorspelbaar.

Had ik een juridische achtergrond? Welnee! Mijn baan als sollicitatietrainer kwam te vervallen, en hier was nog een plekje. 

Ik  kreeg een juridisch bijspijkercursusje (nou ja, er was een keer een thema dag, toen ik al een half jaar bezig was). “Het is niet zo moeilijk”, zeiden ze: “je pikt het zo op”. Kijk gewoon wat je collega’s doen, luister mee als ze een iemand aan de telefoon hebben.

Wat ik niet wist mocht ik vragen aan die collega’s , die ooit dezelfde korte bijspijkercursus had gehad, maar die al wat langer mee gingen.

En het werkte, want wij voorspelden toch zo vaak precies wat de commissie ging doen? Nou dan !

Naast het behandelen van aanvragen voor ontslagvergunningen, gaven we informatie, via spreekuur en via de telefoon (telefoneren kon ik toen nog).

Ik heb daar aan de telefoon geleerd om rustig en zakelijk te blijven. Soms werden bellers heel emotioneel. Ik bleef altijd kalm en vertelde precies hoe het zat. Zelfs al was dat niet altijd wat de beller wilde horen.

Vroeger was ik trots op mijn zakelijkheid. Ik toonde begrip, en hield het bij de feiten. 

Als ik terugkijk was ik onderdeel van een systeem dat individuen in de knel terecht liet komen.

Als ik terugkijk speelde ik heel naïef met vuur. Aangemoedigd door mijn omgeving.

Het volgende speelde al lang geleden (toen het ontslagrecht nóg minder soepel was):

– “De inkomsten van mijn praktijk lopen terug, kan ik een ontslagvergunning aanvragen?”

– “Ja, dan moet u cijfermateriaal overleggen, en een lijst van het personeel, want degene die het laatst in dienst is gekomen,  moet als eerste worden ontslagen.”

De gevraagde informatie is binnen.

– “Wanneer kan ik de vergunning ontvangen?”

– “Dat duurt vier tot zes weken. En helaas, uw vergunning komt hoe dan ook te laat. Ik zie dat het tijdelijke contract net stilzwijgend is verlengd. Er staat in het contract geen mogelijkheid van tussentijdse opzegging. U kunt dus zelfs mét vergunning pas aan het einde van het contract opzeggen. Dat is over een jaar. Tegen die tijd is de vergunning niet meer geldig. U kunt de zaak beter intrekken, en volgend jaar terugkomen.”

– Gevloek aan de andere kant: “Dan ben ik failliet! Die cijfers zijn overduidelijk! En mijn werknemer is het enige personeel dat ik heb. Het is zo klaar als een klontje.”

– “Daar mag ik niets over zeggen meneer, maar het ziet er inderdaad niet gunstig uit, financieel gezien.”

– “Maar mijn werknemer snapt de situatie, hij ziet ook dat het niet anders kan Hij wil meewerken om het contract eerder te beëindigen.”

– “Uw medewerker kan niet aan zijn ontslag meewerken, anders loopt hij zijn uitkering mis. Ik waarschuw vast: u kunt ook niet alsnog samen een contract opstellen mét tussentijdse beëindiging, want ik heb hier een kopie van het contract zoals het nu is.”

– “Jullie helpen de kleine ondernemer de bodem in, weet je dat?”

– “Mijnheer, dit zijn nu eenmaal de regels. Als u ons eerder advies had gevraagd had u dit kunnen voorkomen.”

Oh, wat had ik een gelijk.

En oh wat was ik trots  dat ik het allemaal zo goed uit kon leggen.

En oh, wat was ik trots dat ik kalm bleef.

– Mijnheer, ik vind het heel vervelend voor u, maar  als u geen vragen meer heeft, en in plaats daarvan alleen maar blijft schelden moet ik het gesprek helaas beëindigen.

Bah.

Pas later toen ik het zelf met instanties aan de stok kreeg, snapte ik hoe arrogant je kunt worden, achter de façades van de macht.

Oh, ik heb ondernemers die wel op tijd belden, goed kunnen helpen. Ik heb werknemers die onterecht werden ontslagen ook goed kunnen helpen. Ik was onpartijdig en eerlijk.

Maar toch: Bah!

En dit ging dat nog om recht toe recht aan materie. 

Beslissen over GGZ is andere koek. En die gaat precies zo opgediend worden, en die wordt net zo heet gegeten, om maar even wat spreekwoorden door elkaar te halen.

Hoe gaan  de ambtenaren van de gemeente die over inzet van GGZ zorg beslissen dat straks doen? Die gaan zich gesterkt door hun omgeving als experts gedragen. Ze blijven onpartijdig en netjes. Ik weet hoe het gaat.

– Tja mevrouw, we moeten allemaal bezuinigen en zo zijn de regels. Er is nu eenmaal onvoldoende indicatie. Ja, ik snap dat u dat anders ziet. Zal ik het u nog een keer uitleggen? Mevrouw, blijft u klam. Mevrouw, ouders hebben een voorbeeld gedrag. U bevestigt op dit moment alleen maar ons vermoeden dat er wellicht in de opvoeding nog het een en ander kan gebeuren. Mevrouw … ?

 

De sectoren waar ik wél wat over zeg in mijn theater:

– Verzorigingshuizen

– Kinderbescherming

– Onderwijs

 

Koop een kaartje!

 

Oh, en lees ook  de andere kant van dit verhaal. (En in de reacties daarop, weer deze kant. Het laatste woord is niet gesproken)

 

En een mooi blog van een psychiater over deze kwestie. Lezen !

learning markting the hard way

Ik ben eigenwijs.

En heb dus nog een lange weg te gaan in mijn     IRL / on-the-job / DIY    marketing cursus.

Want ik weiger me te laten Cialdini-en.

Misschien kom ik er tot mijn schade en schande achter dat dat toch de enige manier is, maar nu wil ik me daar niet bij neer leggen.

Dat we met zijn allen zo makkelijk te manipuleren zijn, wil niet zeggen dat je daar dan ook maar aan mee moet doen.

Wat dan wel?

Dat leer ik nu. Ik moet wel. Het is verkopen of verzuipen.

De les van vandaag is “angst is een slechte marketingmodus”.

Het gevoel “Koop alsjeblieft bij me!” is een regelrechte killer. Het is net zoiets als met honden die angst ruiken. Een “koop-alsjeblieft!” gevoel kun je ruiken. En ik weet: als koper heb ik dan niet zo’n zin meer.

En dat gevoel overviel mij vandaag, toen ik stoelen zat te tellen. Na de eerste stroompjes van vorige week, droogde het weer op. Een licht ongemak bekroop met stiekem van achteren.

Ik schreef een “Hoe krijg ik die zalen vol?” post, en gooide die weer weg. Niet uit zelfcensuur, ik censureer mezelf niet. Wat je leest is wat je krijgt. Nee, ik wist nog niet eens waarom ik die post weer weg gooide. Ik ging wandelen, en toen ik terug kwam wist ik het.

De toon was niet goed. De toon was angst. En daar ga ik jullie niet mee lastig vallen.

Nu heb ik afstand. Weet ik wat er aan de hand is.

En dan?

Plastic glimlach opzetten, en doen alsof het geweldig gaat? Omdat mensen zich graag aansluiten bij succes, in de hoop dat daar wat van over hen uit straalt?

Nee, dat is te Cialdini-achtig. En ik heb een hogere pet op van mijn publiek.

Ja, die laatste opmerking zou zomaar hetzelfde truukje kunnen zijn. Ik ken inmiddels mijn pappenheimer-nieuwsbriefschrijvers wel. Ha! de beste truuk is de truuk die nog steeds werkt, ook al verklap je hem.

Nee, ik wil geen valse glimlach.

Ik heb het ook niet nodig.

Ik weet namelijk waar ik mijn echte glimlach vandaan kan krijgen. Want hoewel ik nog geen vertrouwen heb in mijn marketingkunsten, heb ik een rotsvast vertrouwen in mijn theatervoorstelling. Daar wil ik naar toe terug. Met dat vertrouwen ga ik aan de slag. Daarmee kan ik die angst overboord gooien.

En daarnaast geef ik me over aan porno: ik bekijk de foto’s van rijen rode stoelen, en prachtige planken podia. Onweerstaanbaar. Daar sta ik straks.

 

 

De teruggekeerden, een recensie

Goh, dat is nog best moeilijk, een recensie schrijven.

Vertellen wat ik wel en niet goed vind aan een boek.

He boek zette me op het verkeerde been, waardoor ik een flinke tijd in oorlog was. En met een vijandige houding ga je steeds meer dingen zien waar je je aan gaat ergeren.

Eén van die dingen is de vertaling. Ik lees zo veel Engels (in dit geval Amerikaans), dat ik de oorspronkelijke uitdrukkingen er doorheen lees, en denk: zo zeg je dat niet in Nederland.

Het andere is de overdaad aan mooischrijverij. De ene keer treffend, de andere keer slaat het de boel volledig dood. Maar uiteindelijk waren de hoofdpersonen, en dan vooral Harold,  interessant genoeg. En werden er wel degelijk mooie dingen verteld over het leven. Alleen had ik graag gewild dat de schrijver sommige conclusies aan mij had overgelaten.

Het boek heeft gedaan wat een boek moet doen: me naar een andere werkelijkheid brengen. Me meenemen in de hoofden van anderen.

En toch had ik een paar problemen met het boek:

Het hoofdthema komt te weinig uit de verf door het thema dat de schrijver heeft toegevoegd, namelijk de krampachtige manier waarop de samenleving reageert op de teruggekeerden. Dat thema bracht alleen de clichés die je daar over kunt verzinnen naar voren. Jammer dat het zo veel aandacht kreeg.

De beeldspraak was soms iets te veel. Soms mooi gevonden, zoals wat Mott zegt over het woord vooruitgang: “een veilig woord, een woord dat je mee naar huis kon nemen om aan je ouders voor te stellen.” 
Maar hij doet dit naar mijn idee te vaak: iets willen zeggen achter de rug van zijn verhaal om. En soms is het een beetje TE.

Te veel nevenverhalen die lang niet allemaal goed uit de verf komen. En dan bedoel ik niet de cursieve terzijdes over verschillende teruggekeerden, maar bijvoorbeeld wel het verhaal van de dominee. Zijn verhaal is ook niet meer dan een samenraapsel van clichés.

Maar ik moet zeggen dat ik hield van de hoofdpersonen. Als Mott zich daar toe beperkt had, als hij zich geconcentreerd had op de ouders van de teruggekeerde Jacob, en agent Bellamy, die hem terugbrengt, was het een veel beter boek geworden.

Het tempo waar het zich ontwikkeld is traag, maar dat is voor mij geen probleem geweest. Het past denk ik wel bij het zuiden van Amerika dat hij beschrijft. 

Met dank aan Notjustanybook die mee een exemplaar gaf om over te schrijven.

 

DeTeruggekeerden_600-194x300

De kick van de duif

Soms zit er een duif bij ons op straat.

En die duif vertikt het om weg te vliegen als ik aan kom rijden. Tot op het laatste moment blijft hij zitten, en stapt dan ondragelijk langzaam opzij.

Waarom doet ie dat?

Ik heb het hem gevraagd.

“Dat is mijn manier van bungeejumpen”, zei hij.

???

“Ja, hoe spannend is het voor een duif om met een elastiekje aan je poot van een hoge plek te springen, denk je? “

. . .

“Oh, jij dacht dat dieren geen thrillseekers waren? Wat denken mensen toch altijd egocentrisch. Dieren hebben ook hun uitspattingen.”

Ik reed verbaasd verder, en was al bijna buiten gehoorsafstand toen de duif mij na-riep:

“Maar dat is geen excuus voor de bio-industrie. Zo heel veel dieren zijn er niet die aan SM doen! En dan nog! Bij SM is er sprake van wederzijds respect en afspraken!”

 

 

Over coaches en landmeters

Van de Nederlandse Stichting voor Psychotechniek aan de Wittevrouwenkade in Utrecht:

 Wanneer wij hem uiteindelijk menen te moeten adviseren dat hij het beste voor het h.e.a.o. kan kiezen of voor een h.t.s. -opleiding in de landmeetkunde, dan zijn wij ons er van bewust dat dit op hem in eerste aanleg een vreemde indruk zal maken.

En ze hadden gelijk. Ik kwam hevig in opstand tegen deze conclusie. Ik wilde mensen helpen, niet een techneut worden!

Jaren later zag ik een aflevering van LOST, waarin John Locke door een leraar geadviseerd wordt om de techniek in te gaan. Locke die zichzelf als sportieve avonturier zag, reageerde net als ik.

Niet alleen klassieke boeken bevatten levenswijsheid. Ook een TV serie kan geweldige verhalen over het leven vertellen. LOST is wat mij betreft daar een voorbeeld van. Het thema van John Locke, en zijn tegenhanger Jack Sheppard is prachtig. Daarin komt ook de tegenstelling wetenschap en geloof mooi naar voren, trouwens. Niet voor niets heet een van de afleveringen “Man of Science, man of Faith”

Maar waarom vertel ik dit?

Omdat ze gelijk hadden.

En omdat ik niet luisterde.

Ik ging in Wageningen studeren. Een van de vakken daar was landinrichting. Deed ik toch een beetje wat ze zeiden. Maar in Wageningen kon je ook vakken bij Sociologie volgen. Zodat ik voor mij gevoel geen Nerd zou worden.

Had ik maar gewoon toegegeven dat ik een Nerd was.

Maar nee hoor, ik wilde mensen helpen.

En pas dit jaar heb ik dat idee uit mijn hoofd gezet, 34 jaar later.

Ik wordt alleen geen techneut, ik wordt artiest. Ik blijf eigenwijs. Maar nu klopt mijn eigenwijsheid eindelijk, want dat toneel was een kinderdroom. Eentje die ik nooit hardop durfde te zeggen.

Maar waarom vertel ik dit?

Ik vertel dit omdat ik projecteer.

Ik zie op twitter het ene advies na het andere langs komen, en links naar blogs met levenswijsheid.

En ik wordt er een beetje moe van. En dan wordt ik dwarsig en wil een scherp stukje schrijven. Of een goed doordacht stukje waarin ik duidelijk maak dat we moeten stoppen met al het ge-train en ge-coach.

Dat al die coaches en trainers alleen maar bezig zijn met een u-bocht: anderen aandacht geven met als doel zelf de aandacht te krijgen die ze missen.

Maar dat doe ik niet. Dat stuk schrijven. Want het is projectie. Zo werkte dat bij mij.

En weet je? Er was niet zo heel veel mis mee. Ik heb mensen geholpen. Ik was best een goede trainer. Ik heb als beginneling niet zo heel veel schade aangericht, omdat ik altijd erg terughoudend was. (En me kapot schrok, die paar keren dat ik dat niet was, en daar heel snel van leerde.)

Dus moet ik het laten, de coaches en de levenswijzers. Er zitten heel veel hele goede tussen. En wie ben ik om het kaf van het koren te scheiden?

Af en toe een grapje, dat mag ik van mezelf nog.

En verder gewoon laten.

En wat ben ik blij met mijn keuze. Wat voelt het goed om te roepen wat ik wil roepen, en het helemaal los kan laten wat mensen daar mee doen. Dat ik geen verstandige blogposts meer hoef te schrijven.

Ik kan het natuurlijk toch niet helemaal laten: met wijsheid willen strooien, dat zit nog steeds in me.

Maar geen adviezen meer. Ik deel wat ik ontdek. Ik deel wat me opvalt. Ik giet dat in een mooie vorm. Klaar.

En mocht ik volslagen mislukken in het theater, dan word ik landmeter.