Ik heb nog al wat beroepen gehad.
Dat levert mooi materiaal op voor mijn theater.
Maar niet alles kan ik gebruiken. Zo veel tijd is er niet.
Zo heb ik het niet eens over mijn baan als ambtenaar ontslagrecht.
Ik heb 3 jaar lang ontslagaanvragen beoordeeld. Niet echt natuurlijk, want de beslissing wordt genomen door een commissie van drie:
– een vertegenwoordiger van een werkgeversorganisatie,
– een vertegenwoordiger van een vakbond,
– en de directeur va het arbeidsbureau (nu UWV).
Jaja, die GGZ komt. Ik bouw de huiver langzaam op, lees verder.
En ook weer wel, dat zelf beoordelen. Want ik schreef de beslissingen. Vooraf. Mét conclusie. En soms moest die vanwege het besluit helemaal omgegooid. Maar niet vaak. Vaker moest er een klein beetje geknutseld aan de conclusie.
Vertegenwoordigers van belangenbehartigers zijn een beetje voorspelbaar.
Had ik een juridische achtergrond? Welnee! Mijn baan als sollicitatietrainer kwam te vervallen, en hier was nog een plekje.
Ik kreeg een juridisch bijspijkercursusje (nou ja, er was een keer een thema dag, toen ik al een half jaar bezig was). “Het is niet zo moeilijk”, zeiden ze: “je pikt het zo op”. Kijk gewoon wat je collega’s doen, luister mee als ze een iemand aan de telefoon hebben.
Wat ik niet wist mocht ik vragen aan die collega’s , die ooit dezelfde korte bijspijkercursus had gehad, maar die al wat langer mee gingen.
En het werkte, want wij voorspelden toch zo vaak precies wat de commissie ging doen? Nou dan !
Naast het behandelen van aanvragen voor ontslagvergunningen, gaven we informatie, via spreekuur en via de telefoon (telefoneren kon ik toen nog).
Ik heb daar aan de telefoon geleerd om rustig en zakelijk te blijven. Soms werden bellers heel emotioneel. Ik bleef altijd kalm en vertelde precies hoe het zat. Zelfs al was dat niet altijd wat de beller wilde horen.
Vroeger was ik trots op mijn zakelijkheid. Ik toonde begrip, en hield het bij de feiten.
Als ik terugkijk was ik onderdeel van een systeem dat individuen in de knel terecht liet komen.
Als ik terugkijk speelde ik heel naïef met vuur. Aangemoedigd door mijn omgeving.
Het volgende speelde al lang geleden (toen het ontslagrecht nóg minder soepel was):
– “De inkomsten van mijn praktijk lopen terug, kan ik een ontslagvergunning aanvragen?”
– “Ja, dan moet u cijfermateriaal overleggen, en een lijst van het personeel, want degene die het laatst in dienst is gekomen, moet als eerste worden ontslagen.”
De gevraagde informatie is binnen.
– “Wanneer kan ik de vergunning ontvangen?”
– “Dat duurt vier tot zes weken. En helaas, uw vergunning komt hoe dan ook te laat. Ik zie dat het tijdelijke contract net stilzwijgend is verlengd. Er staat in het contract geen mogelijkheid van tussentijdse opzegging. U kunt dus zelfs mét vergunning pas aan het einde van het contract opzeggen. Dat is over een jaar. Tegen die tijd is de vergunning niet meer geldig. U kunt de zaak beter intrekken, en volgend jaar terugkomen.”
– Gevloek aan de andere kant: “Dan ben ik failliet! Die cijfers zijn overduidelijk! En mijn werknemer is het enige personeel dat ik heb. Het is zo klaar als een klontje.”
– “Daar mag ik niets over zeggen meneer, maar het ziet er inderdaad niet gunstig uit, financieel gezien.”
– “Maar mijn werknemer snapt de situatie, hij ziet ook dat het niet anders kan Hij wil meewerken om het contract eerder te beëindigen.”
– “Uw medewerker kan niet aan zijn ontslag meewerken, anders loopt hij zijn uitkering mis. Ik waarschuw vast: u kunt ook niet alsnog samen een contract opstellen mét tussentijdse beëindiging, want ik heb hier een kopie van het contract zoals het nu is.”
– “Jullie helpen de kleine ondernemer de bodem in, weet je dat?”
– “Mijnheer, dit zijn nu eenmaal de regels. Als u ons eerder advies had gevraagd had u dit kunnen voorkomen.”
Oh, wat had ik een gelijk.
En oh wat was ik trots dat ik het allemaal zo goed uit kon leggen.
En oh, wat was ik trots dat ik kalm bleef.
– Mijnheer, ik vind het heel vervelend voor u, maar als u geen vragen meer heeft, en in plaats daarvan alleen maar blijft schelden moet ik het gesprek helaas beëindigen.
Bah.
Pas later toen ik het zelf met instanties aan de stok kreeg, snapte ik hoe arrogant je kunt worden, achter de façades van de macht.
Oh, ik heb ondernemers die wel op tijd belden, goed kunnen helpen. Ik heb werknemers die onterecht werden ontslagen ook goed kunnen helpen. Ik was onpartijdig en eerlijk.
Maar toch: Bah!
En dit ging dat nog om recht toe recht aan materie.
Beslissen over GGZ is andere koek. En die gaat precies zo opgediend worden, en die wordt net zo heet gegeten, om maar even wat spreekwoorden door elkaar te halen.
Hoe gaan de ambtenaren van de gemeente die over inzet van GGZ zorg beslissen dat straks doen? Die gaan zich gesterkt door hun omgeving als experts gedragen. Ze blijven onpartijdig en netjes. Ik weet hoe het gaat.
– Tja mevrouw, we moeten allemaal bezuinigen en zo zijn de regels. Er is nu eenmaal onvoldoende indicatie. Ja, ik snap dat u dat anders ziet. Zal ik het u nog een keer uitleggen? Mevrouw, blijft u klam. Mevrouw, ouders hebben een voorbeeld gedrag. U bevestigt op dit moment alleen maar ons vermoeden dat er wellicht in de opvoeding nog het een en ander kan gebeuren. Mevrouw … ?
De sectoren waar ik wél wat over zeg in mijn theater:
– Verzorigingshuizen
– Kinderbescherming
– Onderwijs
Koop een kaartje!
Oh, en lees ook de andere kant van dit verhaal. (En in de reacties daarop, weer deze kant. Het laatste woord is niet gesproken)
En een mooi blog van een psychiater over deze kwestie. Lezen !