In een ander licht

Er gaat een wereld voor me open. 

Ik sprak vandaag Bob Roos. Hij gaat me helpen met het lichtontwerp. Hij komt zelfs mee de theaters in om in de try outs de belichting aan te passen.

Ik dacht in het begin nog:  “we houden het lekker simpel, gewoon en lampie.” 

Maar nu begin ik te snappen wat licht allemaal kan doen.

En het mooie is, het blijft simpel. Bob is niet de man om spectaculair met licht te smijten. Als we het goed doen, merkt het publiek er niets van, zegt hij.

Daar houd ik van.

Ik heb alle scenes doorgenomen, en samen met Bob gekeken hoe die uitgelicht kunnen worden.

Ja, en dat betekent dat wel wat voor de zalen die ik nog wil boeken. Want als het zo mooi kan, is het jammer om in een zaal te spelen die de mogelijkheden niet heeft.

Keuzes.

Steeds weer keuzes.

Jongejongejonge.

Niet in alle zalen gaat het lukken om het gehele lichtplan te gebruiken. Maar ik zit ook nog in de try out. Dus we gaan het ontdekken.

Wat ik wel weet, en waar ik heel erg blij mee ben: het wordt nóg mooier.

Ik ben erg blij met Bob Roos. Het is inspirerend om met hem samen te werken. En er komt nog bij dat hij aan vele theaters de lichten verkocht heeft. Hij kent dus veel theaters, en weet wat mogelijk is.

Via facebook ontdekt. Met dank aan zijn partner Rita Korenblik.

Waar zou ik zijn zonder social media.

Het mooiste van dit alles is misschien nog wel dat ik de kans krijg om te werken met zulke leuke mensen.

Waar twee in mijn naam bijéén zijn ontstaat een wonder.

Dat is een quote van God, geloof ik.

Ik weet niet precies wanneer hij het gezegd heeft. Kan die TED talk van God ook niet meer terugvinden. Maar ik vind het een mooie uitspraak.

Als je met iemand samen werkt aan iets moois, dan ontstaat er iets heel bijzonders, iets dat heel erg lijkt op een wonder.

Ik ervaar dat, want ik doe het al lang niet meer alleen.

Ja, jij daar. Jij bent er ook een onderdeel van.

 

 

Tevreden zijn is een slechte muze

Tevreden zijn, en moe.

Voldaan.

Dat is zo’n beetje de slechtste combinatie voor inspiratie.

Zelfs al kan ik helemaal niet voldaan zijn, want er is nog zo veel nog maar halfvol gedaan, of zelfs helemaal niet. Daar kan ik erg onrustig van zijn, net als Elja.

Maar nu dus even niet. Kennelijk heeft het af of niet af zijn van taken niet de doorslaggevende invloed op mijn gemoed.

Wat helpt is dat ik een topdag had met mijn gezin.

Een dagje windsurfen, nog als verjaardagscadeautje (in januari jarig, niet echt een windsurfmaand).

Ik had het al meer dan 20 jaar niet meer gedaan. Ik kan het niet eens zo heel goed, (vroeger ook al niet hoor). En toch gingen sommige stukje best goed. Nee, niet de foto! Daar sta ik in de klassieke kont-achteruit-beginners houding. Maar verderop, buiten bereik van de camera daar had je me moeten zien. Nou ja, in ieder geval voelde het zo, en dat is waar het om gaat. Toch?

En wat nog mooier was dan mijn eigen ervaring: de meiden hebben het geprobeerd, en het lukt ze. Ze vonden het zelfs gaaf! Knap voor een eerste keer. De oudste is er zo eentje die alle sporten aantrekt als een maatpak. Maar de jongste twee niet. En ook die gingen als een speer.

Ze willen nog een keer.

En dat is mooi want mijn oudste zoon zit nog in Spanje, Spaans te leren. En die moet de volgende keer ook mee.

Oh, en dat het vandaag een beetje koud en nat was?  Niets van gemerkt, toen ik op de plank stond.

Ja, kijken naar mijn dochters, toen was het even fris. Maar dat was het waard.

DSCN3670

 

Voldaan dus.

Rusten nu.

Nog genoeg tijd om me zorgen te maken over al die dingen die ik nog moet regelen. Komt allemaal goed, weet ik nu.

had ik de seizoenen niet

Al zouden alle landschappen voor me openliggen.
Bergen, beken, bossen,
zeeën of woestijnen,
zacht meanderend, of juist woest,
en altijd adembenemend.
Had ik de seizoenen niet,
dan was al die schoonheid
een platgeslagen plaatje.

Al zou ik alle steden
van de wereld zien,
alle wereldwonderen
met eigen ogen kunnen aanschouwen,
had ik de seizoenen niet,
ik zou verloren raken,
ontworteld
blind voor de wonderen
in mezelf.

De seizoenen
kloppen het trage ritme,
de kleine wijzer van mijn hart.

De seizoenen
keren mij terug,
waken, slapen
sussen,
en strelen dan opeens,
mijn herinnering weer open.

De seizoenen
laten mij steeds sterven,
en opnieuw geboren worden.
Mijn spiegel, mijn raadselen.

Wolken, regenbogen, seizoenen,
en van die drie vooral de seizoenen.

 

 

Een hele mooie foto

Als ik fotograaf was, had hier nu een prachtfoto gestaan, die alle woorden overbodig maakte.

Maar ik ben geen fotograaf.

Ik neem je mee.

Nijmegen.

Vorige week, toen het zo vreselijk warm was.

Koningsplein. Waar ze een soort bedriegertjes hebben. Fonteintjes in de grond die onverwacht water spuiten.

Een meisje van een jaar of drie. (Denk ik. Vroeger, toen mijn kinderen zo oud waren kon ik dat bijna tot op de maand nauwkeurig inschatten. Maar ja, toen had ik geen idee van de leeftijden van pubers.)

Haar jurkje is al kliedernat. Ze kijkt gefascineerd  naar de fonteintjes, geeft een gilletje als er eentje spuit en holt er op haar kleine beentjes naar toe. Handjes uitstekend om de straal te pakken voor hij weer de grond in gaat. Ze vergeet daarbij regelmatig dat ze pal bovenop zo’n fontein staat, en schrikt van plezier als ze weer natgespoten wordt.

Verrukking. Verrukking, en concentratie. Dat is wat er op haar gezicht staat. Steeds opnieuw verrast worden. Grijpen naar het water. Misgrijpen en daar geen donder om geven.

Ze heeft niet in de gaten dat een groeiende groep mensen van haar geniet. Ze kijkt heel af en toe naar haar moeder, die met een glimlach haar hand uitsteekt in een ‘kom, we gaan gaan verder’ gebaar. Ze negeert het, en haar moeder dringt niet aan, want die geniet zelf ook van haar dochter.

Eindeloos genieten van het moment, en heel veel mensen daar in mee nemen.

Ik zou op mijn knieën zijn gaan zitten om die foto te nemen op dezelfde hoogte als het meisje. Ik had een telelens gebruikt, zodat het meisje haarscherp zou afsteken tegen de wazige achtergrond. Waterdruppels die glinsterend stil hangen, om haar heen. Een donkere achtergrond waar het kleurrijke jurkje mooi tegen afsteekt, en de zachte contouren van de onscherpe waterstralen van de andere fonteinen.

Dat zou op zich al mooi zijn. Maar waar je ogen onherroepelijk naar toe worden getrokken is de uitdrukking op het gezicht van het meisje. Verrukking en concentratie zouden slechts vale woorden zijn bij wat je daar zag.

Eigenlijk heb ik hem ook genomen, de foto.

Met mijn ziel.

Ik bekijk hem nog vaak, en dan komt er een glimlach op mijn lippen.

Over zomergasten en oogkleppen

Ik zou het niet meer doen, en ik heb het toch weer niet kunnen laten.

Reacties lezen op zomergasten.

Twitter heb ik kunnen weerstaan, maar ik scrolde door de lijst reacties op recensie van de NRC.

Nee, ik ga nu niet weer roepen dat ik dat ongenuanceerde rotzooi vind. Dat weet je al. En dat wist ik ook al.

Maar wat ik nu gelukkig op tijd bedacht is dat ik zélf oogkleppen op had.

Ik dacht even:

Waar moet het in Nederland naar toe, als mensen alleen maar hun meningendiarree kwijt willen, en niet meer naar elkaar luisteren.

En toen bedacht ik het:

En vielen mijn oogkleppen af.

Dit is geen afspiegeling van de bevolking.

Wat ik lees zijn degenen die het niet kunnen laten om hun mening overal te spuien. Mensen die inloggen, soms nog een leuke  schermnaam verzinnen, en dan lekker los gaan.

Tegenover al die idioten zijn er dus gelukkig nog mensen die gewoon kijken, het hunne er van vinden, en dat zo laten.

Of mensen die gewoon alleen maar aangeven dat ze er van hebben genoten.

Of mensen die er iets over willen vertellen en dat wat genuanceerder en uitgebreider doen, in plaats van met oneliners te strooien.

Of mensen die een mooie avondwandeling maakten,  in plaats van naar zomergasten te kijken.

Of … nou ja, er zijn gelukkig dus heel veel mensen die níet op deze manier hun gelijk willen halen.

Het komt wel goed met Nederland. Laat die mening-incontinenten maar lekker over elkaar heen buitelen. Dan zijn ze zoet.

En gewoon niet meer meelezen.

En nu echt doen JJ.

Want ik weet wel waarom je stiekem toch kijkt.

Je bent in feite net zo. Jij wil ook gelijk. Jij wil ook laten zien hoe slim je bent. Hoe diep je wel niet nadenkt.

Je snapt die mensen maar al te goed, je vind jezelf beter dan al die anderen. 

Als je daar nu eens mee op houdt.

Niet meer meelezen is een goed begin.

Maar let op, niet meer dan dat: een begin. Ga verder op die weg. Laat het slim zijn maar achter je. Dat heb je niet nodig. Pas dán kun je echt je oogkleppen af doen.

 

Waarom kunst zoals het leven is, en toch ook weer niet.

1996

Mijn ouders overleden, en ik deed een cabaretcursus.

Ik schreef dit lied , op de melodie van ne me quite pas.

En daarmee leerde ik wat kunst betekende.

Want ik had er eerst een stukje in over het feit dat mijn ouders zo kort na elkaar waren overleden.

Dat moet er uit, zei de cursusleidster. Dat is té persoonlijk. 

Ik vond hoe persoonlijker hoe beter. Ik wilde juist geen afstand.

Maar daarmee maak je het voor anderen minder makkelijk invoelbaar. Je wil appelleren aan wat er bij anderen leeft, maar zo maak je het tot een privé rouwdienst.

Niet letterlijk haar woorden, maar wel de boodschap. 

En ik snapte hem.

Dat is dan ook het verschil tussen mijn blog en mijn theater.

Mijn blog is direct, persoonlijk, komt soms heel dichtbij mezelf, is bijna therapie. (En toch zit zelfs daar een grens, natuurlijk).

Maar in mijn theater is de grens duidelijker. Nog steeds is alles dicht bij mezelf. Nog steeds pak ik dingen zo uit het leven gegrepen. Maar de vorm is meer stilistisch.

Wat ik wil zeggen verpak ik. 

Dat is fijn, want dan heb jij straks tenminste iets om uit te pakken, als je komt kijken. En om het van jezelf te maken.

Want het lijkt me heel erg saai als mijn bedoelingen één op één af te lezen zijn uit mijn verhaal.

Liever wil ik dat het na suddert. 

Dat is waarom ik liever theater maak, dan dat ik een training geef, of coach (mijn oude vak).

Omdat ik me niet wil bemoeien met wat jij er van maakt.

En ergens vermoed ik dat kunst dieper raakt, en langer doorwerkt. Omdat jíj er meer voor moet doen. Maar dat is vast alleen maar een mooi verhaal dat ik aan mezelf vertel.

Micro lezen

Nee, niet slow reading.

Wat ik bedoel is nog langzamer.

Maar eerst ..

Heb ik al een keer verteld over tweedehands schoonheid?

Dat is iets moois vinden omdat iemand anders dat zo mooi vind.

Ik vind dat een eersteklas soort schoonheid.

Ik kan zo genieten van mensen die genieten. Vooral als ze daar over vertellen, het willen delen.

Op die manier gaan de dingen waar ze van genieten voor mij leven. En vind ik dingen mooi waar ik anders niet naar om zou kijken.

Zo heeft Ruud Ketelaar me al een keer nieuwsgierig gemaakt naar Snooker, door en over te bloggen. Snooker, iets saaiers kon ik me niet voorstellen. En verdomd, Hans Teeuwen geeft nog een zetje en bij zomergasten zit ik te genieten van een perfecte snookerpartij.

Ik heb zo zelfs een keer genoten van een voetbalwedstrijd.

En nu kijken of ik het andersom kan.

Kijken of ik jullie warm kan krijgen voor iets anders. Niet dat je het moet gaan lezen. Snappen waarom ik het mooi vind, is voor mij al mooi genoeg.

Ik ben begonnen met het lezen van klassiekers. Wereldliteratuur, maar dat woord vind ik niet zo geweldig. Ik houd niet zo van de discussie over wat nu literatuur is en wat niet. Klassiekers, is een beter woord. Zo mooi of goed dat velen het gelezen hebben, en nog steeds lezen. De tand des tijds doorstaan, de hype voorbij, en nog steeds goed.

Eigenlijk ben ik dat gaan doen vanwege die tweedehands schoonheid. Sommige boeken en schrijvers kom ik zo vaak tegen dat ik nieuwsgierig wordt.

Onlangs gelezen:

  • Moby Dick van Herman Melville
  • Middlemarch George Elliot
  • De broers Karamazov van Dovstojevski
  • Bijna alles van Elsschot
  • Bijna al het werk van Alan Garner, hier onbekend maar in Engeland heeft hij een trouwe groep lezers

En nu begonnen aan Proust. Du côté de chez Swann. Ja je leest het goed. In het Frans.

Maar mijn Frans is helemaal niet goed genoeg. Middelbare school Frans, en dan nog niet eens als eindezamenvak.

Dus wat ik doe is heel langzaam lezen.

Een paragraaf per keer. Met woordenboek erbij, en de Nederlandse vertaling.

Ik probeer eerst zelf chocola te maken van het Frans. Dan, als ik denk dat ik hem heb, pak ik de vertaling erbij. En dan komt meestal iets van oooh zoo! En dan lees ik het weer in het Frans. Ja, dat staat er.

Microlezen.

Omdat ik op deze manier van elke zin geniet. Daar is het ook een boek voor. Het verhaal is minder belangrijk. Het zijn net opeenvolgende gedichten.

Ik ben nu drie bladzijden verder, en nog steeds mijmert Proust over slapen en waken. Prachtige, herkenbare gedachten, en zo mooi geschreven. En zo goed vertaald. (Al kan ik daar geen barst van zeggen, natuurlijk)

Een heel andere leeservaring. Elke avond even onderdompelen in taal. In de gedachten van iemand anders.

Ik lees er gewoon andere boeken naast. Maar ’s avonds is dit mijn ritueel, voor nog minstens een jaar, als ik met dit tempo door lees.

Mon corps, trop engourdi pour remuer, cherchait, d’après la forme de sa fatigue, à repérer la position de ses membres pour en induire la direction du mur, la place des meubles, pour reconstruire et pour nommer la demeure où il se trouvait. Sa mémoire, la mémoire de ses côtes, de ses genoux, de ses épaules, lui présantait succesivement plusieurs des chambres où il avait dormi, tandis qu’aurour de lui les murs invisibles, changeant de place selon la forme de la pièce imaginée, tourbillonnaient dans les ténèbres.

Mijn lichaam, te verdoofd om zich te verroeren, probeerde aan de hoedanigheid van het vermoeide gevoel de ligging van zijn ledematen vast te stellen om daar de richting van de muur, de plaats van de meubels uit af te leiden en zo de behuizing waar het zich bevond te reconstrueren en te benoemen. Zijn geheugen, het geheugen van zijn ribben, zijn knieën, zijn schouders, liet achtereenvolgens een aantal kamers zien waar het geslapen had, waarbij de onzichtbare muren, van plaats veranderend al naar de vorm van het in de verbeelding opgenomen vertrek, rondwervelden in de duisternis.

Ja, je hebt gelijk als je zegt dat het nergens over gaat. Een verhaal komt zo niet goed vooruit.

Maar voor mij gaat het overal over.

 

en .. hop ! een schop .. onder je kont.

Kom op Jacob Jan,

je bent aan het procastreren, of zo .. uitstellen .. lummelen.

Je zit aan te hikken tegen meer zalen zoeken, nóg meer investeringen doen.

En waar je vooral tegenaan zit te hikken is marketing.

Mensen naar je toe trekken.

Je hebt nu bijna 100 inschrijvers.

Je hebt er, om alleen de kosten uit te halen, nog 7 x zo veel nodig.

En die kosten moeten er uit, anders haal je 2014 niet. Dan is het geld gewoon op.

Dus aan de slag.

Knopen doorhakken.

Kom op met die instructies voor het overmaken van die eerste bestellingen.

Maak je kaartje duurder, nee niet voor hen die al besteld hebben. Afspraak is afspraak. Maar voor de kaartjes die je vanaf nu gaat verkopen kan dat best.

Kan dat? Hier even een terechte twijfel. Hoeveel willen mensen uitgeven aan een theater? Mensen die me niet kennen? Mensen die het dus niet uitgeven omdat ze het me gunnen? Bij deze een vraag aan jou, lezer van mijn blog. Wat is jouw grens voor een theaterkaartje voor iets dat je nog niet kent?

Druk die flyer en zoek mensen die voor je willen flyeren in de steden waar je op gaat treden.

Zet op je website hoeveel plaatsen er nog over zijn, en ververs dat.

Laat je fans (mag ik dat zo noemen? bah. ja dat moet je zo noemen, eikel!), mee helpen met het vol krijgen van die zalen. Maak er een soort scoreboard van, zoals de metertjes bij nanowrimo, en bij .. nou ja bij alles, toch?

Dit weekend doen, procastreeder!

Oh en ga eens nadenken over tegenprestaties voor mensen die je willen sponsoren. Want dat kan ook nog !

Als je succes wilt, moet je over deze schaamte heen stappen.

de symmetrie van het conflict

Ik weet niet precies meer wie het gezegd heeft en waar.

Sherlock Holmes, misschien.

Ik weet ook niet of ik het goed  verwoord, of zelfs maar de juiste essentie te pakken heb. Maar het gaat hier om:

Dat we als mensen graag een verhaal willen maken, van wat onze zintuigen waarnemen, en dat we daarom veel feiten missen.

Heel erg schuldig  . . .   daar aan  . . .     ik.

Zo schuldig dat ik het niet eens helemaal wil geloven. Dat die verhalen misschien wel helemaal niet waar zijn.

Maar dat is niet zo erg, toch? Als het maar mooie verhalen zijn.

Een van die verhalen die ik niet kan loslaten is de symmetrie.

Dat een grote waarheid altijd een tegenovergestelde grote waarheid heeft.

Dat partijen die het felst tegen over elkaar staan, het meest op elkaar lijken. In hun fouten, zowel als in hun schoonheid.

Neem nu het midden-oosten conflict.

John Le-Carré heeft daar een prachtige thriller over geschreven, met een fantastische diepere laag:  The Little Drummer Girl.

Om een Palestijnse terrorist te bestrijden wil de Israëlische geheime dienst een mol plaatsen. 

Een vrouw wordt opgeleid om het liefje van de terrorist te worden.

Om haar voldoende achtergrond te geven over de Palestijnen, trekt een Israëlische agent een tijd met haar op. Hij laat haar ervaren hoe het is om op te groeien onder geweldadige omstandigheden. Hij vertelt daar over. En waarom weet hij dat zo goed? Omdat het veel lijkt op zijn eigen jeugd.

Twee kanten die elkaar bestrijden. Twee kanten die dezelfde pijn ervaren.

Nog eentje?

Spokesong, een toneelstuk van Stewart Parker. Een stuk over Noord Ierland. Dat toen ook zo’n eindeloos conflict was. 

(Ik zag het stuk als middelbare scholier in 1977. Wikor was destijds een organisatie die toneelspelen voor scholieren op de planken bracht.  Eerst met de klas in de les de tekst lezen en dan kijken)

Een lerares vertelt wat ze mee maakt. Dit stuk vond ik zo ingrijpend dat ik nu nog in mijn hoofd kan horen hoe het klonk. Ik moest het opzoeken om het precies op te schrijven, maar kende het nog bijna woordelijk.

I was coming home from school today and I met a child from the backward class, the hopeless ones. He had a mongrel dog that used to follow him backwards and forwards to school. He’d been attacked by a gang of the other crowd. They’d hung the dog to a lamppost and set fire to it. It won’t make the newscast or pressbulletins – it can scaresly compete with another hooded corpse or pub massacre. But that childs soul has been butchered. As surely as if they had taken an meat cleaver to him. This is the day he’ll remember. When he’s putting a bullet into somebody else. There are thousends like him. Too many.

 

Die symmetrie. Daar geloof ik in. Ook al is het een verhaal. 

Volgens mij zit daar ook een antwoord in, voor het oplossen van conflicten. Herken je eigen verhaal in de ander.

Namasté.

 

 

Islamkritiek

Majda Ouhajji schreef op Frontaal naakt dat er zo veel gemopperd wordt op het niet kunnen uiten van Islamkritiek, en dat de Islamkritiek zelf helemaal nooit kwam.

Hier staat dat.

Kan dat niet? Kritiek geven op Islam?

Zal ik het gewoon eens proberen? Gewoon om laten zien dat het wel kan?

O, en dan meteen even zeggen dat ik het niet ga hebben over debiele fanatiekelingen. Die heb je overal, ook in het christendom. Ik vind niet dat de Islam zelf die debielen aanmoedigt. Ja, in de Koran staan vreselijke dingen. In de bijbel ook. 

Toch is het lastig. kritiek geven. Niet omdat het niet zou mogen, maar omdat we geen gezamenlijke lat hebben, om zaken langs te leggen.

Het enige dat ik kan doen, is de Islam langs mijn eigen lat leggen.

En dan is het wel handig als jullie iets meer over die lat weten.

Ik ben niet heel gelovig opgegroeid. In mijn jeugd, in mijn kringen was het geloof een beetje achterhaald. Het was not done om te geloven. EO was een club engerds. Als je al iets tegen kwam,  heette  het spiritualiteit, maar dat waren ook zweverds.

Ik was geloof ik wel een zwever. Heb van alles gelezen over spiritualiteit, en vond het reuze interessant. Maar toen ik daar uiteindelijk echt iets mee wilde doen, dacht ik: waarom zoek ik het zo ver van huis? Waarom ga ik niet eens op onderzoek uit wat onze eigen westerse traditie heeft?

Mijn grote bezwaar tegen de kerk was dat die nogal opleggerig was. Mij vertellen wat ik moet geloven, en wat ik moet doen. Ook de arrogantie dat ze als enige de waarheid in petto hebben, hield me tegen.

Gelukkig vond ik een vrijzinnige kerk.

Een kerk die niet zegt dat ze de enige weg zijn.

Een kerk die mij mijn eigen manier van geloven laat.

Een kerk met respect voor andere geloven.

Een kerk met respect voor hen die niet geloven.

Een kerk die me niet voorschrijft wat ik wel en niet kan doen.

Een kerk die het homohuwelijk zegent.

Een kerk die bezinning biedt.

Een kerk die de bijbel gebruikt als bron van inspirerende verhalen over grote vragen, en niet als voorschriftenboek.

Van die kerk ben ik lid geworden.

 

En dat is mijn maatlat.

Ik geloof namelijk dat alle religies allemaal verschillende manieren zijn om tot dezelfde god te komen.

Ik geloof niet dat de ene weg beter is dan de andere weg.

En dát is dan meteen mijn grootste kritiek op de Islam. En dat is tegelijk ook mijn kritiek op heel veel christelijke kerken. Dat ze roepen dat ze de enige juiste zijn.

Er is niet één weg. Er zijn meerdere wegen.
Geloof is een manier om je te verhouden met het transcedente. Geloof is een manier om je te verhouden met de grote levensvragen.

(Ja hoor dat kun je met humanisme ook, maar daar mis ik dat transcedente. Ik voel dat die laag er is. Dat geeft me kracht. En je mag best zeggen dat ik dat zelf doe. Dat dat transcedente in mijn hoofd zit. maar ik kies liever voor een ander verhaal)

Geloof moet ondersteunen.

Geloof moet nooit opleggen.

Dat is de grondslag van mijn kritiek op de Islam.

 

Gek genoeg heb ik geen moeite met de term “onderwerping”.

Dat heeft voor mij te maken met het feit dat je erkent dat er meer is dan je kunt zien. Dat je je overgeeft aan het grotere verhaal, omdat je zelf alleen maar jouw kleine stukje kunt zien. Dat je beseft dat je te maken hebt met grote krachten in het leven, die je nooit allemaal zult snappen. En dat stil zijn, mediteren, afzien van de snelle bevrediging, afzien van het snelle gelijk, je kan helpen in contact te komen met die krachten.

Oejee, dit onderwerp is groter dan ik dacht. Met duizend kansen verkeerd begrepen te worden.

Misschien moet ik het woord liefde er in gooien. God is liefde. En aan liefde wil ik me wel onderwerpen. Overgave aan de liefde, overgave aan het leven. Overgave, omdat het onmogelijk is alles in de hand te houden.

Het is een mooie gave, die overgave. 

Ja je kunt er in doorschieten ja, dat is met alles zo. Zullen we verder?

Ik weiger echter absoluut me te onderwerpen aan de uitleg van iemand die mij precies gaat vertellen wat die liefde is en hoe ik daar kom.

Ik wil een religieus begeleider, geen religieus leider. Ik wil iemand die respect heeft voor de weg die ik af leg. Omdat iedereen zijn eigen weg heeft, er geen twee dezelfde zijn.

Hoe preciezer iemand weet uit te leggen hoe het allemaal in elkaar zit, hoe minder ik er in geloof.

Dan mijn volgende kritiekpunt.

Scheiding van staat en religie.

Even wat achtergrond, je mag het overslaan:

Ik las Millenium, van Tom Holland, over de 11e eeuw.

Daarin geeft hij aan dat geschiedkundigen en geloofsweteschappers vaak aangeven dat de Islam geen Renaissance heeft gekend, en dat juist dat het grote verschil met Christendom heeft veroorzaakt.

Tom Holland zegt dat het veel belangrijker is dat de Islam geen Canossa heeft gehad.

De gang naar Canossa van de Duitse keizer Hendrik IV, was het hoogtepunt van de strijd tussen de wereldlijke en de geestelijke macht. Tot die grote clash tussen paus en keizer was het christendom ook een staatsgodsdienst, en maakte het de dienst uit. Scheiding tussen staat en kerk is dáár begonnen, zegt Holland.

Als ik het boek goed lees, kom ik tot de conclusie dat de Islam helemaal geen Renaissance nodig had. De Islam heeft de wetenschap nooit in een verdomhoekje gehad. Waar Christenen heidense boeken verbrandden, werd door de moslims alle wijsheid uit de wereld verzameld en gebruikt. Wie was er in de middeleeuwen de achterlijke godsdienst?

Staatsgodsdienst. Wetten maken op basis van iemands interpretatie van een heilig schrift. Liever niet. Een beetje meer inspraak graag. Vooral omdat die interpretatie te vaak weinig meer met de kern van de zaak te maken heeft. Hoe concreter de voorschriften hoe verder verwijderd van de kern.

Dat komt omdat er geen verschil wordt gemaakt tussen geloof en cultuur.

In de bijbel staan allerlei wetten en voorschriften, die volgens mij niets met het geloof te maken hebben, maar alles met de cultuur van toen. Het komt op mij  een beetje achterlijk over om die hele stapel voorschriften letterlijk mee te nemen naar andere oorden en andere tijden. Neem dat woord ‘achterlijk’ maar wel even letterlijk hier: niet meegaan met de tijd. Niet zien dat het tijd is om sommige dingen achter je te laten. Omdat ze niet de kern zijn van de zaak.

En volgens mij is het met die Koran net zo. Prachtig inspirerend boek van een man die met god sprak. Dat stuk geloof ik. Maar het lijkt me logisch dat hij er ook wat dingen in gestopt heeft om de mensen van zijn tijd mee aan te spreken. En het was zelf ook een man van zijn tijd. Ik vermoed dat dat strijdvaardige ook iets te maken heeft met de omstandigheden van toen. Maar dat is allemaal hineininterpreteren, en daar moet ik afblijven. Het is mijn geloof niet. 

Wat wel de kern is? Nou, dat woord liefde is een goed aanknopingspunt om daar achter te komen. Ik heb een tijd lang mooie gesprekken gehad met een moslima. We kwamen er achter dat we dezelfde wezenlijke ankers hebben in ons geloof, los van de vorm.

In de kern zijn we hetzelfde. In de manier hoe we daar komen verschillen we. En laat dat alsjeblieft zo. Ik schrijf jou niks voor. Jij schrijft mij niks voor.

Wat ik mis in de Islam is die vrijzinnigheid, dat los kunnen koppelen van de kern, en alle gedoe er omheen. De macht die de interpreteurs van het heilige boek hebben. De mensen die mij vertellen hoe ik het moet lezen, en hoe ik moet leven. Wat ik zie, en hoor van de weinige mensen met wie ik er over gepraat heb, is het nogal strikt. 

Want zonder die vrijzinnigheid blijft er aan gelovigen iets kleven van een übermensch, die zichzelf verheven voelt boven de niet- of anders gelovige. Zelfs als ze dat niet openlijk uiten, is er die haast hoorbare gedachte : “Wat zielig voor je dat je naar de hel gaat.”  Een beetje zoals heel overtuigde atheïsten over een gelovige denken: “Wat jammer dat je een beetje dom bent. “

(Oh, die moslima, waar ik zo goed mee sprak, was trouwens heel erg respectvol naar mijn geloof. Ik had bij haar absoluut niet het idee dat ze mijn geloof minderwaardig vond. Wat ik jammer vond is dat ze in sommige opzichten streng was voor zichzelf. Dat ze echt bang was om naar de hel te gaan, als ze bijvoorbeeld geen hoofddoek zou dragen, of vergat te bidden. Maar eerlijk: die angst zat ook een beetje in haar persoonlijkheid. Maar ook eerlijk: die angst werd wel aangewakkerd door veel teksten op het internet.)

Dus dat mis ik .. node.. de vrijzinnigheid in de Islam.

Misschien bestaat het wel. Ik heb er naar gezocht, maar misschien niet goed genoeg.

Als het er is, dan hoor ik dat graag.