Genieten

Ik kan heel erg genieten van dingen waar geen mens iets van begrijpt.

N.l. van mijn eigen gedachtenkronkels.

En vandaag genoot ik van weggegooide gedachtenkronkels.

Ik heb namelijk ook veel gedachtenkronkels waar ik mezelf flink ongelukkig mee maak. Doemdenkerij. Perfectionisme.

Bijvoorbeeld op vakantie zorgen maken over het weer, en of de kinderen de camping wel leuk vinden. En of ik de camping wel leuk ga vinden.

En ik kan op 22 juni al verdrietig zijn omdat het vroeger donker wordt.

Ik zit in de tuin, zie de zon zakken. Alweer vroeger.

Een van de kronkels is om symmetrisch om de langste en kortste dag heen te rekenen. Dus dat is 6 augustus. Dat is 6+10+30 dagen voorbij de langste dag. (sprong naar 31 juli>21 juli>21 juni). Dat is net zo voeg donker als 46 dagen voor 21-6, en dat is pak hem beet  5 mei. Dodenherdenking. Dat is best vroeg: voorjaar zelfs! Amai! Zo ver al? Het is bijna herfst!

Die kronkels dus.

En waar ik vandaag zo blij van werd, is dat me het niets kon schelen. Want vroeg donker is ook gezellig, herfst is mooi, winter ook. Ik voelde opeens dat het gewoon altijd mooi kan zijn.

Zo’n ontdekking. Dat ik kan stoppen met mezelf gek maken.

Dat is genieten.

Maar ik kan dat niet uitleggen.

 

Scoren, gunnen en potjes breken

In mijn timeline zie ik ze weinig, gelukkig.

Maar als ik een algemene hashtag volg kom ik ze bij bosjes tegen.

Denigrerende, half grappig bedoelde opmerkingen over anderen.

De kwinkslagen vliegen je om de oren.

Waarom? Om te scoren? Luister je dan alleen nog maar om een kapstok te zoeken waar je je mening aan op kan hangen?

Ik ben helemaal klaar met mensen die het afserveren van anderen gebruiken als onderdeel van hun imago op internet. Ontvolgen, ga ik ze.

Nee, wacht dat ga ik niet.

Want dan doe ik hetzelfde. Bovendien . . .

Bovendien, ben ik veel milder als één van mijn bekenden het doet. Omdat ik weet, dat die meer zijn dan die ene tweet. En dan kun je een potje breken.

En als ik die anderen, die het potje breken nog voor ik ze goed en wel ken, daarvoor ontvolg, leer ik ze niet kennen. Dat is stom. Want die anderen zijn ook meer dan die ene tweet (of twee, of drie, daar gaat het niet om).

Waar het wel om gaat is elkaar leren kennen. Zodat we een potje kunnen breken bij elkaar. Laten we toe staan dat we veel meer potjes breken bij elkaar. Niemand is perfect.

Ik neem me voor mensen potjes te laten breken.

Ik neem me voor geen commentaar meer te leveren, alleen maar om mezelf neer te zetten als het een of ander. Als ik echt commentaar heb, is het te waardevol om af te doen in een tweet.

Ik neem me voor om het te laten, me niet meer op te winden als anderen het wel doen.

Ik blijf uit het wespennest.

Als het écht belangrijk is, kies ik mijn eigen arena. Dan blog ik over wat me dwars zit. Dan blog ik over mij. Dat is het enige waar ik wat zinnigs over kan zeggen.

Ik gebruik twitter om mensen te leren kennen

in gesprek.

En een gesprek is niet hetzelfde als het uitwisselen van meningen alsof het visitekaartjes zijn.

(Ik schreef deze blogpost naar aanleiding van een hele reeks tweets over het programma zomergasten, op de hastag #zg13)

 

vakmanschap en ambacht

Zomergasten. Nelleke van Noordervliet.

Documentaire “Houen zo!” over de Rotterdamse haven.

 

Als je weinig tijd hebt, kijk vanaf 01.00, even.

 

Prachtige zwart-wit beelden van bonkige mannen, die met veel aandacht en precisie hun werk verzetten.

Handen die een dans doen in het geven van aanwijzingen. Een choreografie van doelgerichtheid.

Weten wat je doet, geen twijfel, vakmanschap.

Alles wat ik nooit had.

En wat vind ik het mooi om naar te kijken. Het lijkt wel een stuk van Pina Bausch.

 

Ik sta aan het begin van een nieuwe carrière. Embrionaal, bijna. Ik laat mezelf opnieuw geboren worden, en deze keer ga ik me het ambacht eigen maken. Want zo trefzeker wil ik worden.

Ik heb een lange weg te gaan, maar nog nooit heb ik zo veel richting gehad.

 

Grappig. terwijl ik dit tik spreekt Nelleke van Noordervliet over verlegenheid. (En besef ik me en passant, hoe goed ik kan horen met mijn snoertjes, rechtstreeks geluid in mijn CI’s). En wat een herkenning. Tafelmanieren bij de vriendjes en vriendinnetjes waar ik over de vloer kwam. En steeds afvragen : “Hoe gaat het hier? “. 

Dát is waar ik vandaar kom. Steeds afvragen, “Hoe moet ik me houden om niet door de mand te vallen?”

Die onzekerheid inruilen voor de zekerheid van een ambacht. Weten wat ik doe, om te bereiken wat ik wil. Nooit meer afvragen hoe het hoort. Me richten op wat ik wil, en hoe ik daar kom.

Het grappige is dat de weg er naar toe zo onzeker is als het maar kan, en dat ik daar niet van terug schrik.

 

 

Torenhoog en mijlenbreed antwoord op 50books vraag 30

Torenhoog en mijlenbreed.

Een toekomstroman van Tonke Dragt.

In de toekomst zijn geen wouden meer. Edu, krijgt als klein jongetje van zijn huiswerkrobot een gedicht te horen. Over Venus.

Waar wouden zijn als vuur zo heet

torenhoog en mijlenbreed.

Hij wil als planeetonderzoeker daar heen. Om die wouden te zien. Maar planeetonderzoekers mogen niet echt het woud in. Want dat is te gevaarlijk.

Edu is van plan om het stiekem toch te doen. Dat moet hij geheim houden. Anders wordt hij als onbetrouwbaar onderzoeker afgekeurd.

Hij is toch al verdacht, want hij leest echte boeken.

Dat doet niemand meer.

In de toekomst zijn er alleen nog maar voorleesboeken, als oorknopjes.

 

Ik laat een paar boeken zien, en lees een ministukje voor in mijn theatervoorstelling.

Torenhoog en mijlenbreed zit daar tussen.

 

Dit is mijn antwoord op 50 books, vraag 30 van @petepel.

Soms wil ik begrijpen

Soms wil ik begrijpen

hoe het is om zo veel haat te hebben,

zoveel wrok.

Dat het vuil uit je poriën spuit.

Alleen vind ik dat dan geen vuil natuurlijk.

Maar alles dat nodig eens gezegd moet

in krachtige taal.

Want ze willen nooit luisteren,

vind ik dan.

De deuren zijn altijd dicht,

de feestjes alleen voor genodigden.

Ik zie dan de hele kliek

incestueus zijn.

Mij mantra is

godverdomme zie je wel,

godverdomme zie je wel?

En alleen gelijkgestemden zien het,

snappen mij,

zien mij.

Daar krijgt mijn stem een klankkast.

Want anderen, die zien het niet.

Alleen maar omdat ik die klankkast gebruik,

is wat ik zeg bij voorbaat verdacht.

Nee, wat zeg ik?

Al voor die tijd

was ik het niet waard

om naar te luisteren.

Nooit een kans gekregen,

alleen de schijn van een kans.

De wereld van succes sluit zichzelf genoegzaam,

sluit uit,

terwijl de monden overlopen van solidariteit,

gaan schouders aan elkaar,

en draaien ruggen zich

naar me toe.

Intellectueel zijn,

en liefst een beetje links,

want dat is pas echt elite.

Dat is het nieuwe succes.

Dat zijn de nieuwe haves.

Rechtse rijke stinkers

zijn tenminste eerlijk in wat ze willen,

daar valt nog mee te praten.

Maar de linkse intellectuelen,

verdoezelen hun machtswellust,

met mooie vage praat.

Zetten mij buiten spel,

zelfs als ik hun regels leer,

hun taal leer spreken,

zullen ze mij afwijzen

vanwege mijn accent.

En wááǵ het niet te zeggen dat dat niet zo is.

Ik hoef het per ongeluk maar één keer over me salaris te hebben,

(waarvan gewoon iedereen weet wat ik daar mee bedoel, nik mis mee)

en ik heb afgedaan.

besmuikt,

met verwaande glimlach op lippen,

wordt er gelezen, en niet meer serieus genomen.

En dát gaan ze nooit zien,

als ik niet nóg duidelijker

nog scherper,

nog hardere middelen gebruik.

Die ogen moeten open.

Shocktherapie.

Hoe harder ze zeuren, hoe nodiger het wordt.

Zij die nooit met hun poten in de modder hebben gestaan.

Zij die met hun goede salarissen,

durven praten over delen.

Zij die zich afkopen met mooie praatjes.

Zij moeten doorgeprikt en aangepakt.

Zij die de wereld maakbaar maken

over de ruggen van hen die het vuile werk opknappen.

Beschaving is de leugen waarmee links zijn zakken vult.

En fuck op, met je:

“dat begrijp ik allemaal, maar dat maakt het nog niet goed dat . . .”

Als je het écht begreep zou je die “maar” inslikken

en heel stil worden.

 

 

 

Oef…

 

Soms wil ik het juist niet begrijpen.

 

 

Dit was een poging om me in te leven, in de haatreacties die ik soms lees.

Waar komt dat vandaan? Wil ik dan weten. Waarom die ongenuanceerde boosheid? Dat schelden? Dat dood wensen?

Ik maak me daar ongerust over. Gewoon niet lezen vind ik een goede optie. Maar daar gaat het niet mee weg.

Bagatelliseren ook niet. En het afdoen als allemaal idioten vind ik ook te makkelijk. Ik wil mensen geen idioten vinden. Ik wil niemand afschrijven. Mensen zijn mensen.

Vandaar.

Vervelende vind ik dat deze post ook niets op lost. Ook niet voor mezelf. Maar weghalen is ook weer zo half. Dus ik laat hem nog even staan.

 

 

Een kinderdroom waargemaakt

Als heel klein kind heb je simpele dromen.

Niet gehinderd door realiteit, kan alles, en is alles fantastisch.

Piloot worden, of brandweerman.

Gisteren ben ik weer in de huid gekropen van zo’n kinderdroom.

Ik heb er weer meerdere gezien.

Kinderen, dan. Met zo’n droom.

Zwaaiend bij papa of mama op de arm. Of schoorvoetend een beetje dichterbij komen. Kijken naar die grote sterke, stoere machine.

En soms mogen ze even meehelpen. Hun gezichtjes glunderen dan.

En allemaal zwaaien.

Als ik langs loop, achter de vuilniswagen om oud papier op te halen.

Mijn twee grootste fouten als vader

Ik heb prachtkinderen.

We hebben dus vast iets goed gedaan.

Opvoeden vind ik een groot woord. Ouder zijn, gebruik ik liever (als zelfstandig naamwoord, dan).

Dat houdt ook niet op, fijn.

En dat ouderen hebben we allemaal op gevoel gedaan. Met vallen en opstaan, zonder er te veel over na te denken.

En toch dacht ik laatst na over mijn blunders als vader.

Dat zit hem niet in die losse aanpak. Die is juist goed gegaan, denk ik.

Nee, ik heb als ik zo terug kijk twee grote fouten gemaakt. Twee dingen die ik anders zou doen als ik het over mocht doen.

Ongeduld en onzekerheid.

Ongeduld. Te veel met mijn eigen dingen bezig. Waardoor ik soms kortaf en zelf boos reageer. Soms niet genoeg zien dat ik de pret bederf, als ik genoeg heb, door wil, klaar ben, te moe ben. Ik ben vooral toen ze klein waren veel te boos geweest. (“Dat kun je nu nog hoor!” Hoor ik de kinderen al roepen. Oké ik doe het nog.)

Onzekerheid. Waardoor ik te strak gespannen sta. Omdat ik graag een goede vader wil zijn, en het me te snel aan trek als mijn kinderen een keer kort door de bocht reageren. Als ik écht geraakt wordt, reageer ik heel kinderachtig met een soort “Ik doe het ook nooit goed” reactie.

Ik ga me daar zelf niet voor op mijn kop zitten. Ik vind dat ik het aardig gedaan heb, en nog steeds doe.

Ik ben vooral tevreden met de ruimte die we ze geven. Zelf laten ontdekken of dat kan: een weekend vlak voor een belangrijke proefwerkweek met drie vriendinnen naar Rock am Ring, bijvoorbeeld. Omdat ze al haar spaargeld daar voor over had. (Ja, het kon. Goede proefwerkweek geweest)

Die fouten vergeef ik mezelf dus maar.

En heel langzaam groei ik.

Laat ik deze fouten achter me.

En ben ik klaar voor een paar nieuwe.

Mijn grenzen bewaken mij

Op facebook vroeg @joytimefactor hoe je je grenzen bewaakt.

Ik antwoordde terug dat mijn grenzen mij bewaakten, en niet andersom.

Ik weet inmiddels dat taalgrapjes meerzeggend zijn dan ze op het eerste gezicht lijken.

Taal is bijzonder. Het is een goocheldoos waar we betekenis in verpakken, en waar af en toe iets anders uit tevoorschijn komt. Of iets verdwijnt, dat kan ook.

Taalgrappen onthullen soms verborgen betekenissen.

Die grenzen bijvoorbeeld.

Hoezo moet ik mijn grenzen bewaken? Wil iemand ze stelen dan? Helemaal niet nodig. Iedereen heeft toch zijn eigen grenzen?

Ah, iemand wil ze over, zeg je. Maar daar kunnen die grenzen best tegen hoor. Die doen waar ze voor gemaakt zijn. Die geven je dan en seintje.

Psst! Iemand is mij voorbij. Dat je het even weet!

Ja, en als je dan niet luistert. Dan komt iemand bij de volgende grens.

Want ik heb ontdekt dat een grens uit meerdere lagen bestaat. Het is een heel systeem. Mooie hè?

Die volgende geeft je ook weer een seintje.

En als je lang genoeg niet luistert worden de seintjes steeds harder.

Ja, en als je dan auw voelt, dan is het geen kwestie van je grenzen niet bewaakt hebben. Dan is het een kwestie van niet goed geluisterd hebben.

Of wel geluisterd maar er niks mee gedaan. Omdat jij die seintjes niet leuk vindt. En negeert.

Dat is een beetje suf natuurlijk. Het is juist de bedoeling dat die seintjes niet leuk zijn. Zodat ze moeilijker te negeren zijn. Ja, en als jij dan toch stug doorgaat met negeren.

Dom.

Ik kan het weten. Ik deed het zelf. (En nog wel eens, vast wel.)

Opletten dus, de volgende keer dat er iets niet leuks gebeurt. Als je lichaam protesteert. Als je hoofd je domme dingen laat doen. Als er van alles mis gaat.

Dat zijn de seintjes.

Niet voorkomen, door beter je best te doen.

Nee, luisteren. Er iets mee doen.

Net zo effectief als niet krabben als het jeukt.

En net zo makkelijk.

 

Oh, jíj wil ze over.

Jij wil over je eigen grenzen?

Dat hoeft helemaal niet.

Je hoeft je grenzen niet over. Je kunt ze gewoon verleggen. Wel even in overleg doen, met die grenzen. Anders geven ze verkeerde seintjes. Kwestie van heel goed afstemmen. Want als jij je eigen gang gaat, en dapper niet naar je grenzen luistert, omdat je een keer iets gehoord hebt over je comfort zone, en dat je daar uit moet . . . . Ja, dan ontregel je het systeem. Want die comfort zone heeft niets te maken met je grenzen. Die comfort zone ligt ruim binnen je grenzen.

Of  misschien negeer jij de signalen van je grenzen juist wel om binnen die comfortzone te blijven, maar om dat uit te leggen, wordt een beetje ingewikkeld. En bovendien weet ik even niet hoe ik dat in de tekening moet verwerken, iets dat binnen én buiten je grenzen ligt.

Dus, samen met je grenzen zoeken naar nieuw evenwicht.

Dat kan.

Fietsen is je destijds ook gelukt.

 

Iedere dag bloggen

Elja worstelde er mee.

Hier. 

En ik heb ook vragen.

Ik heb geen vraagtekens bij het iedere dag bloggen zelf. Dat levert veel op. 

Maar ik ben door dat iedere dag bloggen inmiddels in ander vaarwater terecht gekomen. In een andere stroom.

Er is zo veel op zijn plek gevallen. En het belangrijkste is: ik heb gekozen. Ik heb richting. Ik waai niet meer alle kanten op.

Want alle energie is nu voor de richting die ik gekozen heb. Ik zet nog wel stappen in andere richtingen, maar ik heb een pad dat ik volg, en daar keer ik steeds naar toe terug. Het is een pad dat ik zelf maak, terwijl ik het bewandel. Daar is genoeg te ontdekken. De zijpaadjes zitten als het waren al ingebakken in dat pad.

Dat maakt voor mij de urgentie van het iedere dag bloggen minder. Die urgentie komt vast ooit terug. Maar nu dus even niet. Nu is mijn ontdektocht het theater dat ik maak.

Stoppen met iedere dag bloggen?

Minder vaak bloggen?

Misschien.

Want er ontstaat een andere behoefte. 

Een behoefte om een meer doordacht blog te schrijven. Ideeën op te sparen om er iets bijzonders van te maken.

Dat heeft een beetje te maken met de ervaring dat slijpen aan iets best leuk is, en veel oplevert. De ervaring die ik nu met mijn theatervoorstelling op doe.

Het één hoeft het ander niet in de weg te zitten natuurlijk.

Een idee is om die bijzondere blogposts aan te bieden in een nieuwsbrief.  Voor lezers die minder geduld hebben met de huis tuin en keukenblogs die er tussen zitten. Of de (soms flauwe) grapjes, die ik soms niet kan laten.

Ik moet mijn energie verdelen. Dus zou het een goed idee zijn om het iedere dag bloggen in te leveren voor 1 mooi blog per week, en de rest van mijn energie in mijn theater te stoppen.

Punt is dat ik niet helemaal precies weet wat ik weg gooi. 

Dat ik misschien onbewust veel meer uit dat iedere dag bloggen haal dan ik zelf besef.

En daarbij komt dat ik weet dat er een paar lezers zijn, die elke ochtend mijn blog verwachten. Dat schept toch ook een soort verplichting. Ik kan wel stoer roepen dat ik voor mezelf blog, maar zonder lezers zou ik daar al lang mee gestopt zijn. 

Ik ga morgen mijn eigen blogpost een lezen en dan ga ik eens reageren. Ik ga mezelf morgen eens ongevraagd advies geven. De kans bestaat dat ik me erger aan mijn eigen reactie, maar dat is mijn eigen schuld. Dan moet ik maar niet mijn twijfels open en bloot op mijn blog zetten.