Jij bent mijn spiegel, jij bent mijn schepper

HET GESPREK stap 4

Het moment waarop de slinger heel even stil hangt.

Daar zijn we, in ons gesprek.

Jij hebt gesproken.

Je hebt naar buiten gebracht wat in jou zat. (stap1)

Je hebt het naar mij gebracht, mij aangesproken, mij geraakt.  (stap 2)

Je bent alert geweest, gemerkt aan mij, hoe het binnen kwam, en wat het daar deed. (stap 3)

Misschien heb je een paar van deze stappen opnieuw gedaan. Net zo lang tot het klopte:

Net zo lang tot jij je begrepen voelde.

Net zo lang tot het aan kwam.

Net zo lang tot het zo over kwam zoals jij het bedoelde.

 

En dan ben je klaar met spreken,

en begint het luisteren.

 

Nu breng ik naar buiten wat in mij is.

En jij maakt dat mogelijk door mij te horen, te zien, te voelen.

Want dat is wat wij doen met onze eerste stap.

We willen gehoord worden.

We willen gezien worden.

Ik kan mezelf alleen kennen in contact met jou.

Jij bent mijn spiegel.

Jij geeft mij mezelf terug. Door te luisteren naar mijn spreken.

Daarvoor moet jij al je beelden opzij zetten, en proberen met een nieuwe blik naar mij te kijken, met nieuwe oren naar mij te luisteren.

Door jouw luisteren wordt jij mijn schepper.

Elke keer dat je me ‘ziet’ wordt er iets in mij geboren.

 

Dit het vierde deel van de serie “Het gesprek”

<< Hier staat de inleiding

< deel 3                                 deel 5 >

 

Godsbeleving

. . . een persoonlijke Godsbeleving.

Dus moet ik heel zorgvuldig mijn woorden kiezen,

want dit kan zomaar heel klef worden.

Zo’n in-het-diepst-van-mijn-ellende-zag-ik-God-verhaal.

Nou zo diep was die ellende niet.

Ik was 19. Ik studeerde, had net mijn Hodgkin overwonnen, en probeerde mijn studie weer op te pakken.

Je zou zeggen, blij dat ik leef, de wereld ligt open. Maar de waarheid was dat de klad er een beetje in was gekomen in die studie. Het voelde een beetje doelloos allemaal.

Dus liep ik ’s avonds heel laat met mijn ziel onder mijn arm het bos in.

Doelloos in een donker bos.

Ik kwam op een open plek, ging aan de rand zitten, tegen een boom.

Ik heb die plek later nog vele malen bezocht. Er is niets bijzonders aan te zien. Gewoon een veldje in een bos.

Daar zat ik.

Een hele tijd niets.

En van het ene op het andere moment voelde ik, dat ik onderdeel was van het hele bos, van de hele wereld, van het hele heelal.

Tja, hoe voelt dat?

Misschien moet ik zeggen dat ik die seconde daarvoor, me nogal een buitenstaander voelde. Ook tegenover dat bos. Ik was immers vertegenwoordiger van de mensheid, en ik voelde me in de natuur altijd een beetje plaatsvervangend schuldig voor wat die mensheid daar allemaal mee uitspookt.

Maar nu was het of datzelfde bos “Welkom!” zei, en: “Wat fijn dat je er bent.”

“Meen je dat nou?”, was mijn eerste gedachte: “Ik ben hier toch de indringer?”

“Waarom zet je jezelf apart? Kijk rond. Alles wat je hier ziet, daar ben je deel van. Onlosmakelijk. Je hoort erbij, net zoals de boom waar tegen je aan zit.”

En het was alsof de boom zei: “Voel mij”, alsof de boom me in zijn armen nam.

De boodschap die me het meest verwarde was: “We zijn blij met jou, we zíjn jou.”

 

 

Ja, ik weet het.

Er blijft helemaal niets van over als je er woorden aan geeft. Een hoop cliché’s bij elkaar.

Maar als je het zelf voelt, dwars door alles heen voelt, in je hele donder voelt.

Voelt.

Niet denkt.

Niet hoort.

Maar voelt.

Het het ene moment een buitenstaander waar alle energie uit weggezogen is, en het volgende moment zoveel vreugde.

Dat is een levensveranderend moment.

Vanaf dat moment weet ik heel zeker dat alles één is. Ik heb het gevoeld.

Ben je zenuwachtig?

Ik moest er weer even in komen.

En een aantal mensen vroeg of ik zenuwachtig was.

Daar moest ik even over nadenken. Misschien waren er onderdrukte zenuwen.

Maar behalve de spanning vooraf .. nee. Ik voelde me best relaxed.

Maar we hoorden het aan je stem.

 

Op de terugweg in de auto bedacht ik het pas.

Mijn adem zat verkeerd in het begin. Dat weet ik nu met terugwerkende kracht. Ik begon met een hap adem nemen, en dat heeft me nog een tijd dwars gezeten.

Geen zenuwen, al klinkt het wel zo.

Weer een les er bij.

Gelukkig ging het vanzelf vloeien.

Ik heb zelf weer nieuwe momenten gevoeld. Ter plekke beslist om het anders te doen. En heel even geproefd aan het fenomeen timing. Een stilte iets rekken.

“Ja, je nam meer rust. Maar je mag nóg meer rust nemen”, zegt mijn dochter die me voor de tweede keer zag.

Ik ga er lol in krijgen, in het leren.

“De ik doe het niet goed genoeg” angst is er af.

Daarvoor in de plaats komt het “Ik doe het steeds een stukje beter.” komt daar voor in de plaats.

En ik erg veel plezier gehad.

Volle bak. Mooi om voor te spelen.

Bedankt publiek.

Vandaag voorlopig laatste try out

Ik heb er zin in.

Grote zaal. En bijna een thuiswedstrijd.

Dus wat is dat andere gevoel dan?

Dat knagende “Ik moet iets doen?”

Ik moet heel hard werken aan mijn volgende stap. Zorgen dat ik op meer plaatsen kan gaan spelen.

Daar moet ik heel hard iets voor doen.

De vraag is alleen wat?

Dit is weer zo’n moment. Elja zou daar een mooi woord voor hebben.

Een groeistuip. Een drempel waar ik nu tegen aan hik, en die straks heel onbeduidend lijkt, als ik er maar overheen ben.

Maar ja. Vanaf deze kant is die groot, die drempel.

Dus ik stuiter een beetje, van dat iets moeten-maar-ik-weet-niet-wat-gevoel.

Nou ja, ik weet een paar dingen.

Schrijftolken en gebarentolken er bij zoeken, want Linda en Ramon gaan niet altijd kunnen.

Ik heb iemand ontmoet die een evenementen bureau heeft. Daar ga ik mee praten, want organisatorisch moet het ook wat soepeler gaan lopen. Kost me nogal wat kruim.

En er komt een schouwburgprogrammeur kijken, die van Wijchen. Precies de zaalgrootte die ik voor ogen heb. Ik ben reuze benieuwd of zij me tips kan geven.

En kijken of Teske morgen wat leuke reacties van het publiek kan filmen na afloop. Die kan ik ook wel gebruiken.

Maar dat was het wel zo’n beetje.

Dus naast mijn plezier over vanavond, ook wat onrust.

Wat nou onrust!

Eerst genieten!

Want dat doe ik te weinig. Genieten van wat al wél bereikt is.

Kom op JJ, genieten jij!

Wacht, dat werkt natuurlijk niet, op commando.

Dat doen we even anders:

Lieve JJ,

Je bent in het diepe gesprongen.

Je hebt jezelf binnenstebuiten gekeerd om daar een verhaal uit te halen.

Je hebt je ver buiten je comfortzone begeven om vorm te geven aan dat verhaal.

Je hebt een verhaal dat staat.

Je hebt alle randvoorwaarden geregeld.

Je hebt prachtige mensen om je heen verzameld.

Je hebt het mooiste publiek van de wereld naar je zalen gelokt.

En je staat er eindelijk.

Op dat podium.

Weet je nog hoe ver weg dat leek?

 

Hmmm . . .

 

Ja,

 

dat werkt.

 

Ik ga er van genieten vanavond.

En dan zie ik wel weer.

het laffe misbruik van de vrijheid van meningsuiting

Stap 3

Daar zijn we toch alsjeblieft klaar mee hè?

Met het “Ik ben niet verantwoordelijk voor hoe jij je voelt”.

Natuurlijk is dat waar, maar dat is toch alsjeblieft geen excuus om je te gedragen als een hork?

De misvatting over het recht van meningsuiting is dat je zo maar alles kunt roepen.

Daar is dat recht niet voor bevochten!

Elke recht bestaat alleen maar als je er zorgvuldig mee om gaat.

Daar is niet zo heel veel zelfcensuur voor nodig hoor. Alles wat nodig is kan gewoon gezegd worden. (Om te bepalen wat nodig is: zie stap 1)

En zelfs dan kun je rekening houden met hoe iets over komt.

De kans dat iets anders overkomt dan jij bedoelt is heel erg groot. Want we zijn allemaal anders, hebben allemaal andere dingen meegemaakt. Dus je kunt nooit weten welke rimpels jouw steentje in (soms hele diepe) andere vijvers veroorzaakt.

Je bent dus niet klaar, als je iets gezegd hebt. Je hebt rekening te houden met het effect van je woorden.

 

“Dan zeg ik wel helemaal niks meer”

“Je kunt toch niet voor anderen gaan nadenken?”

“Het is niet gezond om met alles en iedereen rekening te houden.”

 

Nu niet meteen gaan overdrijven.

Nee je moet niet voor anderen nadenken.

Nee je bent niet verantwoordelijk voor wat er bij die ander gebeurd.

Nee je moet je niet voor iedereen en alles wegcijferen. En natuurlijk moet je je eigen grenzen bewaken.

Maar je hebt er wel mee te maken.

Het zijn niet jouw diepe wateren, maar het was wel jouw steentje.

Er buiten blijven is wel een heel laffe keuze.

Rekening houden met jezelf én met de ander kan. Dat staat hier.

 

Dit is het derde deel van de serie: Het gesprek

<< Hier staat de inleiding

< deel 2                                                                  deel 4 >

Samen niks doen is samen heel veel laten gebeuren

DSCN2464

Ik heb een maatje.

Via het maatjesproject.

Vandaag hebben we voor het eerst samen iets gedaan.

We hebben gewandeld in het prachtige landelijke Leur.

En al die tijd ben ik maar bezig in mijn hoofd.

“Vindt hij het wel leuk?”

“Moeten we niet ergens over praten?”

“Welke onderwerp zal ik eens aansnijden?”

Ik vertel over de dingen die ik weet.

Mijn maatje zegt dan enthousiast en stevig “Ja!”

Maar wat vind hij, denkt hij?

We drinken een kop koffie bij het bezoekerscentrum en dan gaan we weer terug.

We maken een afspraak voor volgende week. Dan gaan we wandelen bij Kasteel Hernen.

De begeleider van de woonvorm, zegt me dat mijn maatje glundert, en het dus leuk heeft gehad. Ik ken hem nog niet genoeg om dat zelf te zien.

En dan besef ik dat dat genoeg is. Gewoon wandelen. Een kop koffie drinken. Ieder op zijn eigen manier genieten. Af en toe zeggen”Kijk, zwarte koeien”, of “Mooie wolken.”

Dat is voor mezelf ook genoeg. Waarom zou dat voor mijn maatje niet genoeg zijn?

Gewoon er zijn. Jezelf als gezelschap geven. Genieten van het gezelschap van een ander.

Genoeg is genoeg.

Bijzonder om te ontdekken.

Ik ben genoeg.

Goed voor mij. zo’n maatje.

Je moet me raken

HET GESPREK stap 2

De eerste stap ging over jou.

De tweede stap gaat over de ander.

De eerste stap ging om wat er uit moest.

De tweede stap gaat over datgene wat ook nog eens ergens moet aankomen.

Je moet die ander wel zien te bereiken. 

Zonder die ander is er geen gesprek. Dat is zingen onder de douche. Heerlijk, en het maakt niet uit hoe vals het is.

Maar zingen onder de douche is een monoloog, en geen gesprek.

Voor een gesprek heb je die ander nodig.

Laten we even doen alsof ik die ander ben.

Jij wil iets van mij, met mij. Dat is waar ons gesprek over gaat. Als je mij onberoerd laat, als je mij, mij  speciaal, niks te zeggen hebt, als je alleen maar even stoom af wil blazen, dan heb je mij gemist als schip in de nacht.

Jij moet me raken.

Dus richt je pijlen, doe het met eerbied, en doop ze alsjeblieft niet in het gif.

 

Jacob Jan, dit is een veel te abstract verhaal. Wat moet ik hier mee?

Ja, dat is een beetje zo.  Dat komt omdat de verschillende stappen in elkaar over lopen. En toch is het onderscheid handig. Daar kom ik straks nog op terug.

We zijn nu bezig met de drie stappen van het ‘praten’. 

Straks volgen de drie stappen van het luisteren, en die komen natuurlijk precies overeen met de drie stappen van het praten. En dan wordt veel duidelijker wat het verschil is tussen stap 1 en 2.

Nu is het even genoeg dat je weet dat bij stap 1 de spreker vooral iets over/voor de spreker zelf zegt, en dat bij stap 2 de spreker iets over/voor de luisteraar zegt. Want bij alles wat we over een ander zeggen, zeggen we altijd iets over ons zelf. En altijd als we iets over ons zelf zeggen zit daar een boodschap voor die ander in.

 

Dit is deel 2 van de serie: Het gesprek

<< Hier staat de inleiding

< deel 1                                             deel 3>

Doorbreken van vooroordelen, daar houd ik van.

Vooral als het bij mezelf gebeurd.

Mijn wereld word er groter door.

Ik keek net het laatste stukje DWDD. En daar zat Louis van Gaal.

Ik heb moeten Googelen of ik het goed had. Ik heb namelijk helemaal niets met voetbal. Dus ik wist dat eerlijk waar niet helemaal zeker.

Hij zat er om over spierziekten te praten, over wat hij daar voor deed. Maar gek genoeg was dat het niet waar hij me mee verraste.

Dat was toen hij over voetbal ging praten.

Allereerst gaf hij een prachtig antwoord op de vraag van Matthijs of voetbal niet een beetje in het niets verdween, vergeleken bij spierziekten. Van Gaal merkte terecht op dat je die twee grootheden niet met elkaar kunt vergelijken.

En toen begon hij ter vertellen over een prachtige goal. Nederland maakte een goal vanuit balbezit. Hij gebruikte nog wat termen die ik niet ken, maar zelfs als buitenstaander begrijp ik wat hij bedoelde.

Geen ‘gestolen goal’, geen mooi gebruik maken van een plotselinge kans, maar een goed opgebouwd goal. Een aanvalsplan, dat zo goed uitgevoerd wordt dat de beloning een goal is.

Ik hoorde het, maar vooral, zag het hem vertellen.

En ik wilde het zien.

Ik.

Was nieuwsgierig geworden naar voetbal. Ik wilde die goal zien.

Wat mooi, om je eigen grenzen over te stappen. En opeens te snappen waarom zo’n spelletje mooi kan zijn.

En nee, ik ga nu niet opeens voetbalwedstrijden kijken.

Zo, is het wel even genoeg, maar toch . . .

Waarom zeg jij dat?

HET GESPREK Stap 1

Je afvragen waarom je iets zegt is de eerste stap in een goed gesprek.

Of de laatste, want de gesprek-cirkel is rond. praten-luisteren-praten-luisteren

Luisteren is zelfs een beter begin.

Maar dat is te moeilijk voor velen. (nee niet voor jou natuurlijk)

Daarom begin ik bij wat iedereen graag wil: ergens iets over zeggen.

 

Waarom ZEG jij dat?

Waarom zeg JIJ dat?

Waarom zeg jij DAT?

Allemaal goede vragen. Voordat je je mond open doet. Voordat je op ‘send’ of ‘enter’ drukt.

Je moet alleen iets zeggen als je op alle drie vragen een antwoord hebt.

 

Vooral die middelste is belangrijk.

Als je alleen maar een doorgeefluik bent van andermans opinies, heb je niets toe te voegen in een gesprek.

Want het gaat om jou.

Ik wil weten wie jij bent, wat je voelt, wat je denkt.

Dat is waarde.

Elke keer als jij jezelf laat zien voeg je waarde toe.

Elke keer als je zelf buiten schot blijft, ben je lucht en leegte, en is je bijdrage slechts ruis op de lijn.

Ik hoor slecht, ik heb een hekel aan ruis.

 

He ho!

Moet ik nu overal over gaan nadenken? Kan ik nooit meer iets spontaan roepen? En waar blijft het grapjes maken en keten? En het slap ouwehoeren?

Dat is opwarmen, opvulling, en cool down. Soms is er ook een beetje lucht nodig.

Hoort er allemaal bij.

Hoewel je ook daar . . .

Nee, wacht.

Daar kom ik nog op terug.

 

Oh, en dan natuurlijk wel doen wat ik zelf zeg:

Waarom zeg ik dit hier?

Ik hoop zo vreselijk dat we met zijn allen weer gaan praten, in plaats van over elkaar heen vallen.

Bijna alle discussies, op internet, in debatprogramma’s, in praatprogramma’s, en zelfs in de politiek doen me zeer. Zo veel geroep, en zo weinig geluister.

Ik had deze serie eerder geschreven. Op een ander blog.

Dus waarom nu weer?

Omdat ik toen een andere intentie had.

Toen gaf ik trainingen. Ik wilde laten zien hoe slim ik was, en hoeveel ik wist over communicatie. 

Dat was lucht en leegte.

Dat wilde ik niet meer. Ik heb twee jaar lang gewacht om het te herschrijven. Omdat ik mijn motivatie niet vertrouwde. 

En nu weet ik het. 

Nu moet het er uit.

Ik wil hier niks anders mee dan laten zien hoe het kan. Hoe het mooier kan.

Ik ben een roepende in de woestijn, en een preker voor eigen parochie. Maar heel misschien komt dit ergens goed terecht. Alleen al vanwege die hele kleine kans, is het voor mij de moeite waard om hier betweterig te zitten doen.

Het model dat ik met deze zes stappen laat zien, geeft een mooi inzicht in waar we de mist in gaan.

Dan kunnen we daar iets aan doen.

 

Dit is deel 1 van de serie: Het gesprek

<< Hier staat het begin

deel 2 >

 

 

Hier is het ding

Oké . .

hier is het ding.

Ik heb me voorgenomen,

min of meer dan,

om alleen nog maar blogposts te schrijven die goed zijn,

die de moeite waard zijn.

Ik stap dus af van het iedere dag bloggen.

Hè niet doen!

Ja, wel doen.

Dat iedere dag bloggen was de Johannes in mij. Me overgeven aan wat er is. Mooi is dat. Maar nu even genoeg.

Nu wil de Jacob in mij het woord. Richting geven. Heft in handen. Regie. Bloggen met een doel. Bloggen omdat ik iets te zeggen heb.

Bloggen voor publiek, in plaats van bloggen voor me zelf.

En daar was ik altijd zo tegen. Ik was van het spontane. Ik wilde ruig, onaf, puur.

Dat is allemaal niet weg. Ik gooi er heus nog wel eens een ruig blog tussendoor. Vooral als ik wil delen hoe mooi de wereld is. Want dat kan niet vaak genoeg. Maar ik wil nu ruimte.

Iets meer ruimte voor een blogpost. Iets meer redactie. Iets meer voorwerk. Iets meer polijsten. Iets meer ambacht.

 

De preken op zondag blijven voorlopig staan. Ik ben nog niet klaar met de bijbel.

 

En verder . . .

. . .verder wil ik iets gaan vertellen over communicatie.

Want dat is nodig.

We praten zo ongelofelijk langs elkaar heen.

En ik weet hoe het wel kan.

Daar heb ik een tijd lang mijn mond over gehouden. Want het is allemaal zo theoretisch, wat ik weet. En daar wilde ik niemand mee lastig vallen.

En bovendien schrijf ik voor eigen parochie. Daar waar het écht nodig is, daar wordt mijn blog natuurlijk niet gelezen.

En nog bovendiener: wat ik weet, heb ik niet van mezelf. Ik heb het ergens gelezen.

Dus dan maar niet, heb ik twee jaar lang gedacht.

Maar nu zegt een stem in mij: kom op. Deel het. Wie weet hebben mensen er wat aan. Wie weet komt iets er van ooit een keer op een goede plek terecht.

En ook al is het niet allemaal van mezelf, ik heb het me wel eigen gemaakt. Ik heb het intussen ook geleefd. Dus heb ik er wat over te vertellen. En ik zal keurig bron vermelden.

Dus ga ik zoeken naar een vorm.

 

En dan wil ik wat meer doen met verhalen. Ik wil schilderijtjes gaan maken van woorden.

 

Maar dat is allemaal dus min of meer.

Dat heeft allemaal wat tijd nodig, en nachtjes slapen.