Geen lot uit de loterij

Wat dacht is dat ik aan het doen was?

Alkmaar. De Vest.

Kleine zaal, maar dan nog!

Meer dan 200 kaartjes verkopen. Dat is het dubbele van wat je in Nijmegen deed, Jacob Jan.

Hoe krijg je dat voor elkaar, in een vreemde stad.

Je hebt er nu 8.

Nu dus even het gevoel dat ik me verslikt heb in een te grote hap.

Maar hé, ik zou toch opschalen? En dan moet je ergens beginnen.

Vannacht dacht ik dat een flinke bak geld welkom zou zijn, een prijsje in de loterij, want ik moet die coach ook nog betalen.

En toen dacht ik dat dat géén goed idee zou zijn.

Want als ik het nu red, heb ik het helemaal zelf gered.

Als ik dit red geloof ik voorgoed dat niets onmogelijk is.

Daar kan geen prijsje tegen op.

En dan is er nog steeds die stem die zegt: “dat zeg je alleen om jezelf te troosten”

Daar ga ik wat aan doen, aan die stem.

Maandag maar eens een stevig gesprek met hem, met mijn coach erbij als mediator.

Want er is ook die andere stem die zegt dat ik die zaal met die 250 stoelen waard ben, en meer ook.

 

moed

Ik schreef er al eerder over.

28 oktober 2013, zag ik, nog niet eens zo heel lang geleden.

Ik zal het hier nog even neerzetten, dat scheelt weer klikken

Echte moed
zie je niet.
Echte moed
voelt niet als moed.
Echte moed
komt langs
in je diepste krochten.
Echte moed is
daar zijn
dat voelen
en dan doorademen.

Vandaag voelt zo.

(Altijd een beetje timetravel, dat bloggen. Ik schrijf dit woensdag 5 maart om 22.00 uur, dus als jij het leest is deze bui misschien al weer voorbij, want hé, schrijven erover verandert al iets.  Weird.)

Goed, waar was ik . . .

vandaag voelt het zo.

Het voelt niet als moed, en dat is kut (of lullig, you choose)

Het voelt akelig, vies en plakkerig.

De duizend stemmen die me tegenhouden snijden door me heen,
hun argumentatie is feilloos, en gemeen.

(nee ik ga ze hier niet noemen, je weet wel hoe zoiets klinkt)

Doorgaan voelt niet krachtig, niet dapper.

Nee, die stemmen zijn heel slim, ze zorgen ervoor dat doorgaan juist heel egoïstisch voelt, drammerig dom en zwak.

Ik wil niet luisteren, maar ze verpakken het zo slim, en ik heb geen tegenbewijzen om ze mee om de oren te slaan. De stemmen gebruiken alles om hun gelijk te bewijzen, en de ik, die niet wil luisteren heeft alle schijn tegen.

(zie je wel? zie je wel? zie je wel?)

Op dit moment voelt doorgaan als happen naar adem en dan modder binnen krijgen.

Het hoort er bij.

Het gaat weer over, ik weet het.

Hier zijn

dit voelen.

Het voelt niet dapper,

maar ik ben het wel.

 

Filmbeelden

De camera scheert over het plein, net op het moment dat het Kantcollege uit gaat.

Leerlingen stromen naar buiten. Uit de manier waarop, kun je veel zien: alleen, in groepjes, lachend, of stil, snel, doelgericht of slenterend.

Eén meisje heeft haar fiets al uit de stalling. Ze staat op de rand van het plein, één wiel op straat. Ze kijkt voor zich uit, maar draait af en toe haar hoofd om, naar de deuren van de school. Daar komt net een groep meiden uit. Uit de manier waarop de groep zich beweegt is te zien wie het stralend middelpunt is. Dicht bij haar de ‘beste vriendinnen’. De andere meisjes cirkelen er om heen, als elektronen om deze kern.

Eén van de meisjes gebaart naar het meisje dat staat te wachten. Ze maakt zich los van de groep en haalt haar fiets.
“Ik moet gaan want Emma wacht” zegt ze tegen het meisje naast haar, die daar amper op reageert, en snel haar baan om de kern weer op zoekt.

Het meisje dat vlak achter die groep de deur uit loopt hoort er duidelijk niet bij. Hoeft er niet bij te horen of wil er niet bij horen. Dat kun je zien aan de zelfverzekerde manier waarop ze de groep voorbij loopt. Ogen volgen haar, argwanend, opnemend, oordelend, wegend? Ze pakt haar fiets en rijdt weg, botst bijna tegen de wachtende Emma op. De blik tussen die twee blijft net even langer hangen dan normaal.

Dan zoomt de camera in op één van de ramen op de eerste verdieping. Dóór het raam, een schoollokaal in.

Leeg.

Bijna leeg.

Achter het bureau zit een leraar. Zijn schouders hangen een beetje.  Hij blijft lang bewegingloos zitten. Dan kijkt hij met een schok om zich heen, alsof hij zich nu pas herinnert waar hij is. Hij staat op en draait zich om naar het whiteboard. Zijn uitgestoken hand blijft in de lucht hangen, en zijn hoofd draait zoekend rond. Bord, grond, bureau. Geen bordenwisser. Dan haalt hij zijn schouders op en veegt met zijn hand de paar woorden van het whiteboard. Hij kijkt naar zijn zwarte vingers, kijkt weer zoekend rond, veegt ze af ten slotte af aan zijn sokken. Hij pakt zijn koffer en stopt er zijn boeken, en een oud uitziende versleten leren map, waarop nog net de woorden ‘Euroconsult’ en  ‘Trainingen’ te lezen zijn. Hij klikt het Samsonite koffertje dicht.

Hij wacht tot de collega’s op de gang voorbij zijn, en loopt dat het lokaal uit.

De camera volgt hem, legt genadeloos zijn gestuntel met het fietssleuteltje vast. De leraar loopt met zijn fiets aan de hand de kelder uit.  Even is er alleen maar fel licht te zien als de lens van de camera in het volle daglicht komt. Dan schiet de camera omhoog, blijft nog even hangen bij de leraar, die het nu lege plein over fietst. Dan vliegt de camera over de stad. Naar zee.

Het beeld eindigt met een silhouet van een verzorgingsflat in de duinen.

 

Als het verhaal (de rode draad) van mijn theater een film zou zijn, zouden dit de eerste beelden kunnen zijn.

Hier staan de andere achtergrondverhalen van mijn theater

hoe transparant wil ik zijn?

Ik had een leuk idee.

Toen las ik een boek, en daarna leek het me een minder leuk idee.

Toch ga, ik denk ik door met dat idee.

O, wacht. Dat moet ik uitleggen, denk ik.

Het boek was De Cirkel, van Dave Eggers.

Eigenlijk is het niet zo’n goed boek. Omdat het verhaal ondergeschikt is aan de boodschap, en de boodschap niet erg subtiel gebracht wordt.

Maar dat is niet eerlijk, want Atlas Shrugged is volgens diezelfde standaard ook geen goed boek. En toch heeft Atlas Shrugged me versteld doen staan.

Als je een beetje leest over social media, is de boodschap van De Crikel niet eens zo schokkend, of zelfs verrassend.

Maar als ik eerlijk ben:  De Cirkel is toch de moeite waard, want het zette me aan het denken.

Over openheid.

Over openheid for the sake of openheid.

Daar kan ik een heleboel over gaan zeggen, en dat doe ik misschien nog wel eens. maar niet nu.

Het enige dat je nu moet weten is dat mijn idee niet meer zo wow! is. Omdat ik nu ook de exhibitionistische kant ervan beter kan zien.

Wat ik wilde doen was hier updates plaatsen van mijn coachingsproces.

Mijn weg van onzeker naar zeker.

Ja dat is heel kort door de bocht gezegd, en natuurlijk ligt dat subtieler, maar je begrijpt wel een beetje wat ik bedoel, toch?  Die weg van onzeker naar zeker, van hopen naar doen, van toch-maar-iets-anders-gaan-doen naar doorzetten, van “zo’n-kind-gun-je-toch-een-fanta” naar “ik-ben-het-waard”. Die weg dus.

De stappen die ik ga zetten, om volle zalen te kunnen trekken. Mezelf durf neer te zetten als goede artiest.

Ja ik weet wel dat ik nog veel moet leren, maar dat leren kan ik alleen door te doen, en dat doen kan ik alleen door publiek te trekken, en ik geloof dat wat ik nu neer zet daar goed genoeg voor is. En ik geloof daarnaast dat het fantastisch is om mijn groei mee te maken.

Die alinea die ik net schreef bijvoorbeeld. Die als een soort dwangmatige ‘maar-niet-heus-hoor’ uit mijn vingers rolt. Zou ik zo’n alinea over drie maanden nog steeds schrijven?

We gaan het zien.

Ja jij ook. Hier.

Want ook al heeft De Cirkel me toch even laten twijfelen,

ik doe het toch. 

Binnen de grenzen, en omdat het leerzaam is (en oké, ook een klein beetje omdat ik een exhibitionist of egotripper ben)

Ergens volgende week begint het traject.

Blijf me volgen.

en woon je in de buurt van Alkmaar? koop dan een kaartje

 

 

jij bent mijn ideale publiek als

je soms botst met de wereld

je ondanks dat ook kunt kan zien hoe mooi die wereld is (nee, niet altijd, dat snap ik)

je op weg bent te ontdekken hoe leuk je bent (en daarbij maakt het niet of je net de eerste stap gezet hebt, of dat je er al bent)

je jezelf wil kunnen zijn, ook al is dat begrip gestolen door marketeers

je benieuwd bent naar het spanningsveld tussen jezelf zijn, en rekening houden met de ander

je beseft dat jezelf zijn helemaal niet nog niet zo eenvoudig is als het lijkt

je je afvraagt of we niet doorschieten in eerlijkheid en openheid, en

je tegelijk beseft dat we nog lang niet eerlijk en open genoeg zijn

je genoeg hebt van de nep, die verpakt is als authentiek

je niet komt om bevestigd te worden in je vooroordelen, maar om ze te bevragen

je stiekem toch een beetje een wereldverbeteraar bent

je vindt dat er maar eens werk gemaakt moet worden van die dromen

je ontroerd wordt door mensen die dat doen, soms tegen de klippen op

je van boeken houdt, of van verhalen

je wil laten verrassen door een origineel en mooi verhaal

 

3 x ja, of meer?

Lees hier hoe je kaarten kunt bestellen

 

Je weet het allemaal al

Die kende je toch al? Maar wat ik bedoel zul je daar niet vinden.

Leuk voor mij, maar waardeloos voor mijn blog,

de ontdekkingen die ik doe.

Ze hangen er. De belofte van vers fruit. Ik hoef ze alleen maar te plukken, om ze helder te krijgen.

Steeds als ik er eentje pluk, blijkt dat ik hem al lang kende.

Elke ontdekking is een oud cliché.

Maar alles heeft een nieuw lading.

Leuk voor mij, maar waardeloos voor mijn blog.

Want die lading is met geen mogelijkheid in woorden te vangen, en de clichés vertellen niet wat ik bedoel.

Ik zei toch, je weet het allemaal al, maar dan anders.

 

unplugged

Heel kort blog.

Net terug van hele fijne #blogpraat tweetup. Gewoon goed om die mensen (weer) te zien.

Kon ook alles verstaan 🙂

En morgen (1-3) nog meer unplugged. Ik ga dochter naar de Efteling brengen. En dan niet op en neer. Dus maar eens kijken hoe ver ik kom met wandelen in de Loonse Duinen. Met alleen een oude Nokia voor dochter-oppik-contact.

Past heel erg goed bij mijn stappen deze week. Deze korte retraite.

 

next step

Ik heb het meteen maar officieel gemaakt, mijn stap.

Ik sprak met David Abma, coach. Ik had contact met hem via twitter, over iets anders. Op zijn website zag ik dat hij ook artiesten coacht.

En zo kwam iets dat al heel lang sluimerde, toch nog tamelijk snel tot een conclusie.

Een volgende stap in mezelf serieus nemen. Nu écht afrekenen met de stemmen die vinden dat ik niet goed genoeg ben.

“Ja, Jacob Jan”, fluisteren ze: “Je bent wel goed, knap gedaan, je hebt je applaus, wees daar nu maar lekker blij mee. Wat je nu wil, waar je over droomt, dat is toch echt niet voor jou weg gelegd hoor. Blijf lekker in de kleine zaaltjes, en zoek een baan voor erbij.”

Maar dat wil ik helemaal niet. Ik wil grote zalen. Ik wil mijn talenten helemaal gaan benutten, niet half. Ik wil groeien. Ik wil nu wel eens weten wat ik echt allemaal kan.

Hulp inschakelen.

Gesprekken met vrienden, zijn me erg veel waard geweest. Zonder die gesprekken was ik nooit zo ver gekomen. Maar nu voel ik dat er iets anders nodig is. Nu ga ik aan de slag met mijn kabouter, met mijn demonen.

En alleen al die beslissing doet een hoop, merk ik.

Niet meer hopen dat iets gebeurt, maar régelen dat het gebeurt. Ik ga de hele kast stoute schoenen open trekken, en ik ga ze allemaal dragen.

Ik ben dat waard.

Dus ook hardop uitspreken dat ik in Carré wil staan. Ja, zo groot ja. Niet met het programma dat ik nu heb, maar ik kom daar wel.

Vanaf nu alleen nog luisteren naar de stem die me daar gaat brengen.

Als ik niet op pas ga ik allemaal coachquotes strooien. Over zelf je eigen kansen creëren en zo. Dat ze voor mij nu even geen cliché zijn, wil nog niet zeggen dat ik jullie daarmee moet lastig vallen. Dus houd ik het hier maar even bij.

Alleen voor trouwe lezers

Hoi lezer, en vooral hoi abonnee,

Ik heb de afgelopen maanden wat zitten knutselen aan mijn blog.

Het begin in november 2013. Ik was een beetje blog-moe.

Ik dacht, nu kan ik wel de zoveelste keer gaan schrijven dat ik even een dipje heb, maar dat voelde niet goed.

Daarnaast wilde ik ook eens wat meer aandacht besteden aan het schrijven zelf. Meer redactie. Schrappen. Zinnen mooier maken. Kijken of er écht staat wat ik wil.

Daar kwam bij dat ik ook posts wilde schrijven met wat langere houdbaarheid. Ik ontdekte dat sommige posts die ik schreef, erg actueel waren voor de situatie waar ik op dat moment in zat. Leuk als dagboek, maar als je de context mist, soms lastig te volgen.

Dus ik ging over naar 1 blogpost per week.

En toen miste ik het elke dag bloggen. Dus na twee maanden begon ik een nevenblog. (mooi woord he?)

Dat hielp. In de luwte, voelde ik me weer wat vrijer om te schrijven wat ik wilde.

Totdat een lezer vroeg: waarom is dat 2 blogs?

En ik ontdekte dat de noodzaak van een nevenblog weg was.

Dus ik heb ze weer samengevoegd. Ik schrijf hier weer (bijna) elke dag.

En ik blijf ook elke week één doortimmerd verhaal schrijven (op woensdag): mijn ervaringen en gevoel gestileerd, en gecondenseerd en ingepakt.

Nu ga ik op zoek naar een manier waarop jij, lezer kunt gaan kiezen.

Elke dag, uit de losse pols, vers van de naald, rauw en ongepolijst, wat mij allemaal overkomt, wat ik daarbij denk, en wat ik daar bij voel  . . .

of

. . . de gecondenseerde versie. Even echt, maar er is wel aan getimmerd, gestuct, gefijld, geboetseerd.

Ik ga nog even uitzoeken hoe dat moet, jullie die keuze geven. Iets met nieuwsbrieven, vermoed ik.

Tot die tijd mijn excuus aan de mensen die de 1 x per week wel zo rustig vonden.

 

opschalen

Oké,

Elja heeft me een duwtje gegeven, en Henk Jan ook.

Persoonlijk bloggen.

Nou deed ik dat al (en een tijdje niet, maar dat staat hier al).

Maar het kan nog meer KNALLEN.

Wat nu, als ik hier iets hardop ga bloggen dat ik nog niet eens aan mezelf durf toe te geven?

Nou, komt ie.

Ik betrapte mezelf er op dat ik een aantal gesprekken zei: “Nu is het niet zo dat ik een bekende Nederlander wil worden, ik gewoon alleen wat meer aandacht voor mijn theater.”

Lesje.

Let eens op wat je zegt nadat je het woordje niet gebruikt. Dan komen de dingen die je juist stiekem wel wil, maar nog niet wil toegeven. (Ik weet niet of dat altijd zo is, hoor! maar in dit geval dus wel)

Laat ik het nou maar gewoon toegeven.

Ik wil bekende Nederlander worden:

Bij De Wereld Draait Door zitten
Aan Wie IS De Mol meedoen
Kinderboeken schrijven en verkopen

Nou valt dat allemaal wel mee hoor.

Die Wereld Draait Door, dat wil ik eigenlijk alleen maar om meer kaartjes te verkopen, en meer te kunnen spelen. Nog niet zo heel lang geleden vond ik dat ik daar moest zitten, omdat ik mooie dingen te vertellen heb, maar dat is er wel af. Die mooie dingen vertel ik hier wel, en in mijn theater, en in mijn kinderboeken.

Wie is de Mol, lijk me heel erg gaaf, maar ik zou daar ook heel erg slecht in zijn, dus laat dat ook maar.

Die kinderboeken. Ik heb teksten geschreven, en daar zou ik graag prentenboeken van maken. Maar daar ben ik al mee bezig. Die komen er. Zelfs als ik onbekende Nederlander blijf.

Dus wat blijft er over van die wens?

Nou.

Mezelf gewoon wat meer waard vinden. Stoppen met te bescheiden te zijn. Nóg meer geloven in mezelf. Geloven dat ik voor heel veel mensen iets hele mooie verhalen heb.

En dan niet tegelijk denken “ja,ja, geloof je het zelf?”  en “wie ben jij om dat te zeggen?” en “joh, ga eerst een serieuze toneelschool doen”.

Kortom. Ik ga opschalen.

Niet meer heel voorzichtig mijn theater uitbouwen, en langzaam aan kijken of het wat wordt, en dan als het toch niks wordt, altijd nog iets anders achter de hand willen hebben.

Nee voluit roepen dat ik goed ben. En veel publiek waard. Een beetje charisma in de strijd gooien.

Dat charisma, waarvan ik stiekem denk dat ik het heb, als ik het durf te gebruiken.

Daar, dat is het meest kwetsbare dat ik ooit geblogd heb. Dat ik durf toe te geven dat ik denk dat ik Charisma heb. Of een X factor.

Hij komt er alleen niet zo vaak uit. Onder andere omdat ik vind dat ik niet mag vinden dat ik het heb.

Om die drempel te slechten ga ik hulp zoeken. Een mental coach.

En daar heb ik dus allemaal oordelen over. Dat ik niet meer echt ben als ik dat doe, is de belangrijkste. Dat ik een mannetjesmaker in huur om mezelf over het paard te gaan tillen.

En toch ga ik het doen.

Ik neem steeds opnieuw de spannendste stap van mijn leven.

Het kost me altijd een behoorlijke tijd voor de volgende, maar dit is er weer zo een.

“Dan weet ik weer, ik moet soms springen
maar durf dat niet altijd meteen”
(JJV, 1995)