Ik geloof in mensen, niet in stanties

Instanties.

Daar heb ik het niet zo op.

Daar zit het woord instant in, omdat ze denken dat er instant oplossingen bestaan.

Of ze heten zo omdat ze alles in stand willen houden, dat kan ook.

En dan kun je na dat ‘instant’, nog een sie-klank horen. Dat moet een ‘cie’ zijn. Dat staat namelijk voor commissie.

In commissie zit het woord missie. Dat heeft iets te maken met het opdringen van de eigen mening aan anderen.

Want in het woord missie zit het woord mis.

Het idee is: “We hebben het misschien wel mis, maar als we er nu voor zorgen dat we het allemaal samen even mis hebben, is er niks aan de hand.” Vandaar dat ‘co’ er voor.

Dat is de bedoeling van instanties: Alles in stand houden, ook de misstanden.

 

 

 

 

 

We willen zo graag een oplossing

oplossing

Stel je wil iets bereiken.

Dan is het handig om een doel voor ogen te houden, toch?

Vastberaden, en niet opgeven. Je hebt duidelijk voor ogen waar je heen gaat, en niets kan je nog tegen houden.

Dat werk.

Hier kwam ik het nog tegen:

 

Meanwhile in the same universe:

Het is goed om niet te star te zijn in je doelen. Je wilt iets, maar als je jezelf helemaal vastpint op de manier waarop dat gerealiseerd moet worden, loop je de kans te missen wat je al bereikt hebt. Gewoon omdat het zich op een andere manier aandient dan je had verwacht.

Dat laatste ontdekte ik door terug te kijken, en te zien wat ik allemaal al had bereikt. Toen ik mijn zegeningen ging tellen, kon ik wel bezig blijven.

Twee waarheden.

Vasthoudend zijn en los kunnen laten.

Het doel is belangrijk, de weg is belangrijk.

Tevreden kunnen zijn met wat je hebt, en genoeg onvrede voelen om de creatieve machine te voeden.

Balans.

Alles is balans.

De kunst is om niet te blijven hangen. Want er is geen oplossing.

Dat is nog lang niet eenvoudig.

Want alles in ons hunkert naar de oplossing, naar  een status quo. We willen dat klikje horen en voelen, waarmee alles op zijn plaats valt. Dat palletje, dat in de uitsparing schiet, waardoor we weten dat we precíes ver genoeg zijn.

Heerlijk wat een rust. Die hebben we ook nodig. We zouden het niet volhouden, voortdurend de balans in evenwicht houden, zonder hulp van dat palletje.

Als we maar weten dat er ook weer een tijd komt dat we de rust weer verlaten, omdat het niet het één is, of het ander. Het is het één én het ander, we blijven pendelen, tussen de rust en het eeh . . . nou, eigenlijk tussen de rust en het pendelen.

Ze zijn alle drie nodig, de balans, de rust en de onbalans. En dáár moeten we de balans in zien te vinden.

(Ja, dat is het Droste effect.)

Als we ons daar nu eens bewust van waren, zou dat het niet wat makkelijker maken?

Of ook dat niet?

Want bewust zijn is zo overschat.

Probeer maar eens heel bewust te genieten. Dat is net zoiets als hardop zeggen: “mooi hè, die stilte.”

Dus is het misschien wel goed dat we vergeten dat het zo werkt. Zelfs als we daardoor te lang in de rustpositie verkeren, of te ver doorschieten in één van de uiteinden.

Goh, wie had dat gedacht.

Dat we het allemaal, door gewoon maar wat aan te klungelen, precies goed doen.

En die geluksgoeroes, en lifehackers dan? Die dit hele proces eindeloos willen tweaken? Hebben die het mis?

Nee, die hebben het niet mis. De adviezen kloppen.

Maar er zijn geen shortcuts. De adviezen werken alleen als je er klaar voor bent.

 

 

naschrift:

Waarom gaat het dan toch zo vaak mis?

Ik vermoed omdat het een delicate balans is, die balans, tussen balans, rust en onbalans.

En omdat er in ons leven nogal eens wat mis gaat. Er gebeurt van alles waar we niet meteen tegen opgewassen zijn.

En dan heb je hulp nodig, van vrienden, en soms ook van professionals.

Om de balans terug te vinden, of de rust, of om kracht te vinden om de onbalans vol te kunnen houden. Als we één van die drie weer te pakken hebben, kunnen we weer gaan schakelen. 

 

 

 

 

 

Elke keuze is goed, als de reden maar klopt.

Ga ik het doen?

Meedoen aan het Camarettenfestival?

Meedoen, zei ik?

Inschrijven bedoel ik, want meedoen lukt alleen als mijn filmpje goed genoeg is.

Het idee kwam ooit ergens uit mijn wishfull thinking hoed. Want als Camaretten lukt, zou het lekker snel gaan. (durf ik dat hardop toe te geven? ja dat durf ik)

Er zijn geen shortcuts, dus áls ik me in ga schrijven voor het Camaretten is het niet omdat ik stiekem toch hoop op een shortcut.

Dan is het om mezelf te pushen, en om iets nieuws te leren.

Ik heb wel een paar grappen zitten, in mijn theater, maar de grapdichtheid is niet hoog.

Hoe zit dat eigenlijk met grappen. Hoe werkt dat? Hoe werkt timing?

Dingen die ik uit wil uitvinden.

Dus ik ga nu al wat ruimte maken in mijn  try outs om daar mee te spelen.

Ik ben geen cabaretier, heb ik gezegd, en ik geloof dat dat nog steeds klopt. Maar misschien kan ik een eigen vorm vinden die wel aan sluit bij het Camaretten festival.

Ik heb nog tot augustus. Dan moet er een auditie-filmpje liggen.

Ik ga spelen met het idee, letterlijk.

Ik weet nog niet of ik mee ga doen. Beide keuzes zijn goed, als de reden maar klopt.

Als ik mee doe is het niet vanwege het snelle succes.

Als ik niet mee doe is het niet vanwege de angst voor mislukking.

jezelf zijn op je werk. Wat is dat dan?

Kun jij jezelf zijn op je werk?

Ik kon dat niet, in ieder geval niet genoeg, en verliet dus mijn werk.

Kan dat wel? jezelf zijn, op je werk? en wat houdt dat dan in?

Ik stelde die vraag, en kreeg direct een aantal reacties.

Gelukkig! Het kan! Mensen die zichzelf voelen op hun werkplek. Daar werd ik blij van.

Ik heb de eerste reacties via de mail binnen, en heb ze op een rijtje gezet.

Ik ga niet te veel verklappen, alles komt straks samen in boekvorm, maar wat ik in alle reacties lees, en waar het denk ik ook op neer komt is:

gezien worden

En dat is niet alleen op je werk van levensbelang.

 

 

durf ik stil te zijn met jou?

Durf ik stil te zijn met jou?

Zonder het mom van wat dan ook?

Alleen mijn aanwezig zijn

in deze ruimte

deze tijd

te laten tellen?

Dat ik naar je kijk

en jij niet naar mij

en andersom.

En soms juist wel.

Dat onze blikken kruisen,

zonder knikje.

Misschien sluit ik als een kat

even mijn ogen

en bewegen zacht jouw lippen

omdat we weten.

Niet wat ik voel

of wat jij voelt,

maar dát ik voel

en dát jij voelt.

In deze tijd en deze ruimte.

Durf jij stil te zijn met mij?

 

 

pijn

Ik wilde dat de pijn gewoner werd.

Niet,

uit angst voor onvoorzichtige vingers,

op de bovenste plank verstopt,

of achter in de la.

Niet,

uit angst voor tere magen,

een kinderveilige sluiting.

 

Deed ik dat maar,

in mijn vingers snijden

mijn wonden likken

en van het bitter proeven. 

 

Ik wilde dat de pijn gewoner werd.

 

Geen onbekende wachter,

die iedereen op afstand houdt,

maar een oude vriend

die ik binnen kan laten,

om over liefde te vertellen.

 

 

 

geschreven geluid

De lippen van de man en de vrouw raken elkaar bijna, en dan lees ik opeens:

“Aanzwellende violen.”

En weg is de romantiek van de scène.

Vroeger kon ik het zonder.

Heel stoer roepen:”Goh, was de ondertiteling weg? Niks van gemerkt!”
Zo goed was ik in Engels.

Tegenwoordig hoor ik te slecht om zonder ondertiteling te kunnen. Ik versta veel, maar dan doen ze er een spannend muziekje onder, of wat geluidseffecten, en dan ben ik weg.

Dus als het voorhanden is, pak ik de ondertiteling er bij. En als die speciaal voor doven en slechthorenden is, dan krijg je er dus ook alle andere geluiden bij.

Daar kan ik nog niet echt aan wennen.

Mijn taaltrots laat me nog wel eens de Engelse ondertiteling van een DVD kiezen, en dan krijg ik ook alle geluiden te lezen.

Dichtslaande deuren, telefoons die af gaan en heel veel sighs en chuckles.

Voor doven bruikbare informatie, hoewel ik me dat in veel gevallen af vraag, want die sigh en die chuckle zijn echt wel te zien.

Wie beslist dat eigenlijk? Welke geluiden onmisbaar zijn? Want ze doen maar wat, vind ik. Er zou zoiets moeten bestaat als een geluidsondertitelaar. Die van elke film de geschreven geluidsband maakt. En dan liefst een dichter, zodat je een beetje mooie verrassende omschrijvingen te lezen krijgt.

“Ja hoor, zeurpiet!”, zei mijn dochter. Jij wil zeker aparte ondertiteling voor slechthorenden. En zo verzon ze de

 Adaptieve Ondertiteling

Dat werkt zo:

Elke gehoorverlies is anders, en dat is te beschrijven met een audiogram. Dat is een grafiekje waarin voor elke toon is aangegeven hoe luid die moet zijn, voor je hem hoort.

Stel nu, dat je van te voren je eigen audiogram kunt invoeren, en dat de ondertiteling op basis daarvan alleen laat lezen wat je NIET kunt horen. Mooi toch?

Mijn dochter beschreef voor mij de afdeling ondertiteling die dat moet realiseren.

Stel je een rij mensen voor, met koptelefoons, een beetje zoals in een ouderwetse telefooncentrale. Al die mensen hebben de geschreven geluidsband voor zich, en een rode pen. Allemaal luisteren ze naar de echte geluidsband van de film, maar elk met een ander filter, voor elk audiogram één. En allemaal strepen ze door wat ze wel kunnen horen.

Met zo’n fantasievolle dochter heb ik helemaal geen film of serie meer nodig. 

 

suffe acties van bestuurders, ze bestaan nog steeds

Ik kan net als Elja heel blij worden van bedrijven “die het door hebben”.

En net als Elja wordt ik ook erg verdrietig van bedrijven die het nog steeds niet snappen.

Stel, je bent een grote stichting, voor een goed doel.

Met een hoofdkantoor, en verspreid over verschillende plekken, een aantal beroepskrachten die met veel enthousiasme heel veel vrijwilligers aansturen.

Is het dan slim om die beroepskrachten tijdelijke contracten te geven, waarbij ze elke 3 jaar er 3 maanden uit moeten, om te voorkomen dat dat vaste contracten worden¹? Wat voor boodschap geef je ze daarmee?

En dan heb je het goede idee om als hoofdkantoor af en toe een roadshow te doen, om de nieuwe vrijwilligers te leren kennen.

Maar is het dan slim om die roadshow te vullen met
alle-neuzen-dezelfde-kant-op powerpoints
deze-procedures–hebben-we-op-het-hoofdkantoor-bedacht-powerpoints
sorry-maar-deze-bezuinigingen-zijn-echt-nodig-powerpoints
(en by the way, wat vinden jullie van de nieuwe glossy die naar alle donateurs gaat?)

En dan als hoofdkantoor snel weer weg, want we hebben het te druk om alle nieuwe vrijwilligers echt te ontmoeten.

Zucht.

Het is vanwege de beroepskrachten en de vrijwilligers dat ik nog donateur blijf, en vanwege het doel natuurlijk.

Disclaimer:
Ik was er zelf niet bij. Ik ken één van de vrijwilligers. En misschien is het een beetje gechargeerd. Wat zeker klopt is dat de vrijwilliger met veel plezier naar de bijeenkomst ging, en de bijeenkomst bepaald niet met een feel-good gevoel verliet. En alleen al daardoor zouden deze bestuurders zich even over de kop moeten krabben.

 

¹
Ik heb 3 jaar als ontslagambtenaar gewerkt. Ik weet dat deze schijnzekerheid onzin is. Als je iemand in vaste dienst hebt, en je hebt een goede reden om hem/haar te ontslaan, is de ontslagprocedure niet lastig. Andersom, als je iemand op deze lullige manier aan het lijntje houdt, en je hebt géén goede reden om het contract niet te verlengen, kan een rechter je tegen houden. Ook al staat er op papier dat je een tijdelijk contract hebt. Rechters houden namelijk niet van bedrijven, die doorzichtige truuks gebruiken om de bedoeling van de wet te omzeilen.
Ik heb ooit medewerkers van een thuiszorgorganisatie geholpen, die op deze manier werden afgescheept, en met succes. De organisatie heeft ze toen alsnog allemaal een vast contract gegeven.

 

De kleren van de keizer zijn nog net zo nieuw als toen

Hans Christiaan Andersen zag het al. Hoe wij ons zelf elke dag zand in de ogen strooien.

Maar hij was te optimistisch.

In zijn sprookje luisterden de mensen naar het kind, toen het riep: “Hij heeft helemaal geen kleren aan!”

In het echt was er natuurlijk een vader die direct ingreep, en het jongetje de mond snoerde. Een vader die later aan dat jongetje uit zou leggen hoe het nou eenmaal werkt in de wereld. En op school zou het jongetje leren, dat je niet voor je beurt mag praten.

Een vrouw die het jongetje hoorde, werd wakker geschud, en begon het ook te roepen. Maar ja , dat was een vrouw, en die reageren nu eenmaal wat emotioneel.

Er was ook een man die het zag, en die was natuurlijk verstandiger dan de vrouw. Dus dacht hij goed na over hoe het het zou aankaarten. Hij overlegde met zijn vrienden.

Maar de vrienden zeiden: “Natuurlijk weten we dat. Maar is het zo erg om mee te juichen? Moet je kijken, het volk is blij! Wil jij dat geluk verstoren, voor een waarheid waar niemand iets aan heeft?”

En de man hield wijselijk zijn mond, hij was immers verstandiger dan de vrouw?

Het verhaal van de nieuwe kleren van de keizer komt uit 1837.

Het mechanisme is al ouder, en werkt nog steeds.

Nog steeds zijn er kennelijk voldoende redenen om niet te luisteren naar mensen die zeggen dat de keizer geen kleren aan heeft.

Is er niets veranderd?

Misschien

Politiek gezien hebben we nu een clubje dat standaard roept “Hij heeft geen kleren aan, hij heeft geen kleren aan!” Maar die gebruiken gewoon hetzelfde mechanisme. Want dat roepen ze ook als de keizer wel kleren aan heeft. Het is het enige dat ze ooit roepen. Dus op die club hoef je niet te rekenen.

Maar gelukkig zijn er blogs.

Ik bedoel niet zo maar blogs.

Niet de rondzingblogs, maar de blogs van de mensen die het lef hebben om naar binnen te kijken en te schrijven over wat er daar gebeurt. Want alleen in die blogs kun je de wereld bekijken door de ogen van een ander.

De enige manier om alert te blijven op wéér een stel ‘nieuwe’ kleren,
van de keizer, of van jezelf,
(ja, jij draagt ze ook!),
is om uit je eigen waarheid te durven stappen.

De enige manier om uit je eigen waarheid te stappen, is kijken door de ogen van de ander. En dankzij blogs kunnen we dat nu op veel grotere schaal.

En heel misschien gaan we het daardoor in het echte leven ook weer wat vaker doen.

Want dáár moet het gebeuren, het echte aankleden van de keizer.

 

 

Kennis delen is aardig, maar daar gaat bloggen helemaal niet om!

Kennis delen via je blog.

Leuk hoor, maar dat is net zoiets als je I-pad als fotolijstje gebruiken.

Verkeerde vergelijking, geef ik helemaal toe.

Want die I-pad doet het nog behoorlijk als fotolijstje.

Terwijl kennis die verdeeld is over al die blogs op zijn zachtst gezegd wat onoverzichtelijk is.

En overvloedig. Redundant, zeggen automatiseerders over dezelfde informatie die op meerdere plekken staat. Het is niet alleen overbodig, het neemt ook risico’s met zich mee.

Wat nu als er die kennis veroudert? Aangevuld wordt, of erger, weerlegd? Dan loop je nog steeds het risico dat je op allerlei plekken die oude kennis tegenkomt. Want elke website heeft wel zo’n lullige “wij gebruiken cookies” melding, maar nergens zie je iets over houdbaarheid.

Maar dat is nog steeds niet waarom het doodzonde is om via je blog kennis te delen.

Een I-pad kan meer dan fotootjes laten zien.

Een blog kan meer dan kennis delen.

Een blog kan jou delen.

Niet je mening.

Dat is alleen maar opgewarmde kennis met een sausje. En je weet nooit precies wat je eet.

Bovendien, bloggen is iets willen willen delen, en  je mening bloggen is iets willen krijgen.

Gelijk krijgen.

Niet je mening wil ik lezen, maar jou!

Jouw ervaringen, jouw gevoelens, jouw openbaringen.

Dát is delen.

Je hoeft nooit gelijk te krijgen want alles wat je vertelt is waar.

Dus bewaar je blog voor de belangrijke dingen.

Openbaringen.

Bijvoorbeeld dat als je een paaseitje eet, en direct daarna je tanden poetst, dat je dan After Eight proeft.

Dát is bloggen.

(natuurlijk kun je ook over je openbaringen op je vakgebied bloggen, als het maar je eigen openbaringen zijn)